Heemkundige Kring BOS en BEVERVELD Jaarboel< 1966. WOORD VOORAF In de loop van d e maand december 1965 werd op de typische voutekamer van het lokaal « De Vrijheidsboom » te Oedelem, een nieuwe heemkring gesticht met als taak het opzoeken van de plaatselijke geschiedenis, de folklore , de heemkunde en de volkskunde van de streek. Van meetaf aan kwam men overeen het werkingsgebied uit te breiden tot meerdere gemeenten en zeker tot de gemeenten Beernem, Oedelem en Sijsele. Vandaar de naam van onze kring nl. << BOS EN BEVERVELD » zijnde de beginletters van de drie hogergenoemde gemeenten samen met een v erwijzing naar ons merkwaardig Beverhoutsveld. Als onmiddellijk doel werd vooropgesteld het oprichten van een heemmuseum en het uitgeven van een jaarboek. Het museum is intussen een werkelijkheid geworden dank zij de gewaardeerde medewerking van de Heren Hector en Richard Streuve. Wie eens een paar uurtjes wil verpozen tussen een groot aantal voorwerpen, welke •o nze voorouders gebruikten kunnen we gerust een bezoek aan dit museum aanbevelen . De bedoeling van dit jaarboek nu is enkele feiten en wetenswaardigheden uit het verleden van onze streek op te rakelen. Moge dit werk ertoe bijdragen de belangstelling voor ons eigen heem op te wekken. Onze welgemeende dank gaat naar alle medewerkers en inzenders en vooral naar de Heren H. Stalpaert en J. Penninck om hun bereidwillige hulp en bevoegde raad bij de oprichting van onze kring. H. NOTEBAERT, voorzitter. BESTUUR EN STICHTERS VAN DE HEEMKRING Ere-voorzitter : E.H. RAES, Dorp, Ettelgem Voorzitter : NOTEBAERT Henri, Markt, Oedelem Sekretaris : VANHOVE Herman, Bruggestraat 78, Oedelem Hulp-sekretaris : LANDUYT Frank, Bruggestraat, Oedelem Ondervoorzitter : BRYSSE Val · re , Zandgrachtstraat, Oedelem Schatbewaarder : STREUVE Rich3.rd, Tinhoutstraat, Oedelem Leden : BISSCHOP Laurent, Zwaanstraat, Sijsele BOTTELIER Fernand, Dorpstraat, Sijsele COECKELBERGS Gaston, Hoornstraat, Beernem CRAPPE Robert, Markt, Oedelem CLA:0YS Arnold, Wingense Steenweg, Beernem DE BRUYNE Libert, Bruggestraat, Oedelem DE LEYN Georges, Leenhof, Assebroek DE GRAEVE M,ichel, Knesselarestraat, Oedelem MATTHYS Edelhart, Engelendalelaan, St. Kruis TRAMASEUR Henri, Beernemstraat, Oedelem PHILIPS Greta, Hoogte, Oedelem VAN MAECKELBERGE Willy, Leeuwerikstraat, St. Kruis WILLE Eric, Heirweg, Maldegem ZUTTERMAN Henri, Sijselestraat, Oedelem ~re-comité : Aerts Emiel, Ad . Buylstraat 7, Oostende Dr Cafmeyer Gilbert, Beernem Claeys Robert, Waterstraat, Beernem Crappé Robert, Markt, Beernem Dr De Caluwé R. , Beernem Dr Deschamp A., Beernem De Cuyper Urbain, Beekstraat, Oedelem De Graeve Gebroeders, Bruggestraat, Oedelem De Jonghe Jozef,- Knesselarestraat, Oedelem De Mey Gebroeders, Markt, Oedelem 8 E.H. Dr Norm e, pas toor, Si.i s lc De Pestel Joris, Oudeza kstraat, Oed 1 m De R r Marc 1, Vulla rtw g, 0 del m Burgemeestf'r d Schiet r de Lophem J ., Oedelem De zutter R n , , Kn sscla r straat , Oedele m D'Hoore Gustaaf , notaris, Beern m Dias Albert, Si,i selest raat , OedElem Prof. Dumon G ., Va n tien Bemptlaan , H everlee Fonteyne Germain , Veldstraat, Mariakerke Baron Gilles de Pélichy Raymond, Oedelem Goegebeur Jerome, Bee kstraat, Oedelem Ide Marcel, Dr-Veearts, Oedelem Eerwaa rd e zusters , Klooster , Oedelem Lambert Roger, Knesselarestraat, Oedelem L3,nduyt André , Knesselarestraat, Oedelem Maes Gaston, Bruggestr aat, Oedelem Maes Prudent, Bruggestraat, Oedelem Malfeyt Robert , Breeweg, H ertsberge E.H . Parmentier. onderpastoor, Oedelem Perignem P .V.B .A., St a tiestr aat, Beernem Dr P hilips, Hoogte, Oedelem Adv. Raes Antoine, Ruddervoorde Rolly Maria, K erklaan , Assebroek Stevens Gerard , Knesselarestraat, Oedelem Streuve Hector, Hoogstraat, Oedelem Dr Stroobandt Marcel. Ruddervoorde St ru bbe Valère, apoth ., Sijsele Traen Gebroeders, Mexico, Beern em E.H. Van Ackere, pastoor, Oedelem Burgemeester Van Damme, Brugge Burgemeest er Van den Bon, Sijsele Vanden abeele René, Tinhoutstraat. Oedelem Van de Weghe G ., Dr.-veearts, Oostka mp Vanderschaegh e Georges, Markt, Oedelem E.H. Van H ee, onderpastoor , Oedelem Va n Hyfte Antoon, Tinhoutstraat, Oedelem Van Latum J ean , notaris , Oedelem E.H . Van Overbeke, pastoor, Ma ldegem Dr Jur. Van Severen , Torhoutsteenweg, St. Andries Verdonck Jozef, Kon . Albertlaan, St. Michiels Verm eersch Gilbert, Hoogstraat. Oedelem Vincke André, Knesselarestraat, Oedelem Dr Vogelaers Edmond. Dorpstraat, Sijsele. . Het bestuur dankt hun , evenals h et gemeentebestuur van Oedelem , voor hun milde steun . 9 JAARWERKING 1 9 6 6 13 dece mber 1965 : Stichtingsver gaderin g te Oedelem . 6 m :::a r t 1966 : S r,eurtoch t n -:ar Voorhistorisch e or. p2r vlakt evondsten . Vondst v::-.n een tachti,,.t a l silexvoorwer p~n in de om gevin '.:;' van de gren sscheiding : Oedelem -Si: s!?le- faldegcm . Leider : R. Streuve. 14 maa rt 1966 : H. Stalpaert-Toveri j en H ekseri j in h et Dru gs2 Vrije. Voordra cht t e Oedelem . 26 j uni 1966 : Q eleid bezoek aan Da mm e. - Leider : H . Sta,Jp aer t. 1 sep tem ber 1966 : Offici ële opening van h et landelijk h eemm w:eu m . Ontvangst op h et ge m eentehuis aan ge boden door h et gemeen t ebestuur van Oedelem . 8 dece mber 1966 : Br. H aët a n : Historisch e geografie va n de stree k va n h et Zwi n . Voordracht t e Sijsele. 9 december 1966 : J . Penninck : De Barge. Voordracht t e Bee rnem. HET JAARBOEK IS TE BEKOMEN AAN 150 FRANK BIJ · Beernem: COECKELBERGS Gaston, Hoornstraat CLAEYS Arnold, Wingense Steenweg Oedelem: NOTEBAERT Henri, Markt VANHOVE H erman, Bruggestraa t S ij s e l e BISSCHOP Laurent, Zwaanst raat BOTTELIER F ernand , Dor pst n at of girer en op P .C.R. 64 .75 van Generale Bankmaa tschappij Vlamin gstraa t 87 . BRUGGE - Nr 467 .209 melden . 11 Het landelijk museum van " Bos en Beverveld " I c:o , C . Bij het binnentreden wordt de bezoeker reeds aangenaam verrast door een waardevolle schilderij uit de Vlaamse Schilderschool en door een Middeleeuwse metalen koffer, merkwaardig voor zijn sluitwerk. Dit vertrek is verder ingericht als wapenzaal en bevat de hele gamma burgelij ke wapens. Naast een gravuur van een wapenmaker uit de 16de eeuw liggen in een glazen kast de verschillende dolkpistolen tentoon met hun benodigdheden zoals buskruithorens met maat , kogel tangen , poetsgerief ... Interessant is verder het volgen van het geweer door de eeuwen heen : vooreerst merken we de oudste geweren , namelijk de lontgeweren uit de jaren 1500 ; verder prachtige vuursteengeweren (1840) en uiteindelijk schouwen we over een tweetal p ernussiegeweren (1840) heen naar de hedendaagse pingeweren. Deze wap ens zijn omringd door allerlei sierstukken , zoals een 18 eeuwse staande klok m et Hollands inlegwerk, een unieke verzameling van een 25-tal zakuurwerken en een merkwaardige reeks man telsl ui tin gen . ( 1) Oede lem , Hoogstraa t 11 . Ten huize v~n Streuve He:tor 12 ::, Dooppateen 17 70. Daar na kom t de bezoeker in een heringerichte Vlaamse keuken binnen m et een 18 eeuwse schouw en met allerlei gebruiksvoorwerpen uit de huisn ij verheid : koffiemolens, borduurstelsel, broodmes<2l, graanmolens, Brugse schotels, tin- en a ardewerk. Het belangrijkste van dit heemmuseum is de verzameling va n de verscheidene streekvondsten in het volgend vertrek. Het vinden van al die prehistorische vondsten (3l wijst erop dat onze streek zeer vroeg bewoond werd en geeft ons een kijk in de wordingsgeschiedenis van ons woongebied (4 l. Onder invloed van de Würm-ijstijd lag een gedeelte van de Noordzee droog en h eerste er hier een a rctisch klimaat. Vele fossielen, in bijzonderheid vistanden , werden te Oedelem uit de bodem opgegraven. Gedurende het Pre-Boreaal ontstonden er , onder invloed van klimaatverbetering en noordelijke winden , stuifzandduinen die hun hoogtekam hadden tussen Brugge en Antwerpen . De fauna verhuisde en de dieren verplaatsen zich. In de Atlanticum-faze gekenmerkt door een mild en vochtig zeeklimaat ontwikkelden er zich belangrijke venen. Wanneer in het Sub-Boreaal die venen verweerden en plaats maakten voor een heidevegetatie ontstonden er hier voedselarme gronden. Deze klimaatsveranderingen zijn van groot belang voor de juiste bepaling van de bewoonbaarheid. In het Pre-Boreaal en Boreaal, wanneer 't klimaat milder werd, maar kontinentaal bleef, mogen we met zekerheid de eerste sporen van bewoning dateren. Het is wel opvallend dat het merendeel van al die oppervlaktevondsten van vuursteen werden gevonden in de omgeving van de Antwerpse Heerweg, bovengenaamde hoogtekam. Al werd dit vondstenmateriaal nog niet archeologisch onderzocht, toch kunnen we reeds door vergelijking met andere vondsten, vermoeden dat zij behoren tot het Mesoliticum(5l . ( 2) ( 3) ( 4) ( 5) Broodmes is voorzien van een verlengstuk, dat eindigt op een haaks gezet boogje. Dat boogje komt rusten tegen de vooram als het harde roggebrood met dat broodmes wordt gesneden. Komt veel voor in West- en Oost-Vlaanderen, terwij I in de Kempen of het oude Brabant een broodhaak werd gebezigd. Jozef Weyn s. Ons Heem XX blz. 69 afb. 47. Zie : Voorhistorische vondsten uit de streek . Streuve Richard . Vgl . schema achteraan. Kenmerken: spitsen met afgeknotte zijkanten , aanwezigheid van voorwerpen met oppervlakte-retouche, dubbelspitsen en veel krabbers. 13 Verder bemerken we er een gedeeltelijk gereconstrueerde Romeinse waterput, oorspronkelijk met een totale diepte van ongeveer 12 meter . Deze waterput werd blootgelegd in de lente van 1953 bij het mechanisch delven van klei(6 l. Het geheel werd arch eologisch onderzoch t en gaf volgende ontdekking : enkele scherven namaak terra-sigilatta en zwart grijs aardewerk, alsook een bronzen draadfibula. Te Oedelem(7 l werd in de 18de eeuw een hoeveelheid Romeinse munten gevonden <8 l, maar de munten uit het heemmuseum zijn afkomstig van ander e vondsten . Naast Frankische kr alen <9l en bronzen spelden liggen er Middeleeuwse munten (10 l, vroeg Middeleeuws bronzen speld en - kruis, spingewichtjes , spaarpotten , vaas met stempel(11 l, handschriften op perkament, bidprentjes, schoolboeken (1818) en interessante kaarten over het goed Ten Torre, oorspronkelijk leen van de Burg van Brugge (12l . Tot daar enkele merkwaardigheden uit het vele oudheidkundig vondstenmateriaal van dit nieuwe heemmuseum(13l . VANHOVE Herman , Oedelem . Klim aat Perioden Tijdvak P rehistorische kulturen arctisch Würm I JONG gematigd continent aal Twente interstadium Aurign a cien arctisch Arcticum Hamburg subarctisch Suba rcticum - 10.000 iets minder koud Alleröd - 9.000 koud Jonge Dryas - 8.000 warmer Pre -Boreaal Tijdrekening PALEOLITICUM I - 13.000 II Magdalenien T jon ger I Ahrensburg ITjonger II T a rdinoisien MESOLITICU M IIDu vensee Azilien K jökkeIII modiger - 7.000 6.000 5.000 droog wa rm Boreaal - 4.000 3.000 vochtig Atlanticum - 2.0G·0 warm - 1.000 droog Subborea al IJZER Latèn e H a lsta tt vochtig Suba tlanticum ROMEIN EN 0 ( 6) ( 7) ( 8) ( 9) ( 10) ( 11) ( 12) (13) N EOLIT!CUM Hunne bedd en BRONS Historische tijd Steenbakkerij Oedelem, Knesselarestraat. Wijk : Vliegend Paard . Brugge. Gruuthuse-museum . Oedelem, Driepikkel. St. Kruis, kerkhof. Brugge, afvalput. Nu bewoond door burgemeester J . de Schietere de Lopl,em Het museum is toegankelij k ieder week-end gedurer~de gans het Jaar en andere dagen op aanvraag 15 De bewoning van Sijsele in 1668. Een landboek van Sijsele, daterend van 1668-'69, laat ons toe eens na te gaan hoe dit dorp er toen uitzag<1 l . Zeggen wij alvast dat de dorpskern zeer klein was, veel kleiner dan te Oedelem. Ook de kaart van Pourbus laat ons maar een paar huizen zien in die dorpskern . Het voornaamste gebouw op die kaart is natuurlijk de kerk die als een kruiskerk met spitse toren wordt getekend. Rond die kerk lag het kerkhof dat tot op de hedendaagse steenweg reikte. Wij moeten ons die steenweg volledig wegdenken , hij kwam er immers slechts in de eerste helft van de 18e eeuw. Op de plaats waar deze staatsbaan nu ligt vóór de kerk , stonden in 1668 de pastorij en een herberg, het << Schottershof » genaamd. Die gebouwen paalden met de zuidkant aan het kerkhof, er was dus geen sprake van een dorpsplein aan de noordkant van de kerk. Een dorpsplein , of Plaatse, was er wel, maar dat lag aan de westkant en aan d.e zuidkant van de kerk. Ten zuiden van de Plaatse lagen een weg, dan een gemet land, het Gaarnestuk genaamd en dan het hof van de heer van Sijsele . Dat hof was, in 1668, bewoond door Olivier Dhont (de familie Claeyssens woont nu op die hoeve die in twee verdeeld werd). Het hof paalde met de noordkant aan de Plaatse, met de westkant aan een uitweg (nu Kerkstraat genoemd), met de zuidkant aan de Botermeers en met de oostkant aan de Broekmeers. Dit hof was 11 gemet groot. H8t was omringd door een gracht die zijn water kreeg uit het St. Trudoledeken dat door de zuidkant van die gracht liep. Deze waterloop , die dichtbij de Veldhoek ontspringt, droeg toen echter niet die naam. Men spreekt alleen over een waterloop. Het hof van Sijsele was, in 1668, slechts een gewone hoeve. Ook op de kaart van Pourbus staat geen kasteel, maar slechts een grote hoeve getekend. De heer van Sijsele die in 1668, Jean Lopez Gallo was, bezat rond zijn hof nochtans veel grote stukken land, meers en bos, in totaal 270 gemet. Men had daar eerst de Grote Zwijnsakker (ook nog de Zwijnshage genoemd) en de Kleine Zwijnsakker, tussen het Zwijnsstraatje aan de westzijde, de Stationsstraat (die toen niet bestond) aan de oostzijde en de Kruisstraat aan de zuidzij de . Deze laatste weg werd ook wel eens de Bruggeweg genoemd <2 l , in 1668 werd hij, zoals nu, de Kruisstraat geheten. Ten zuidoosten van die Zwijnsakker, lagen de Negen Gemeten die tot aan de pastorie en aan de Plaatse reikten. Ten zuiden van de Kruisstraat lagen de Twaalf Gemeten, tussen die weg aan de noordzij de en de kerkweg van Rekke aan de zuidzij de . Deze kerkweg kwam van de Zomerstraat en nu nog ligt daar een wegeltje d:ü een eind de beek volgt en verder naar 't dorp toe , verandert in een straatje waarlangs veel nieuwe huizen gebouwd zijn . Aan de oostkant van die Twaalf Gemeten, bij de Plaatse van Sijsele en tussen de Kruisstraat en de Kerkweg van Rekke, stond slechts' één huis, het Witte Huis genaamd en in 1668 bewoond door Frans Coats, koster van Sijsele . Ten zuidwesten van het hof en ten zuiden van de waterloop (het St. Trudoledeken) , lag de Gavermeers (12 gemet groot) , ook de Vlootmeers (1) (2) Rijksarchief Brugge , Aanwin sten 4076 (een dubbel in R A. S. 97 ) . R .A . Brugge , Burg van Brugge nr 5 leenboek van 1683 . 16 naamd. Zuictw st van daar , st ds aan d zuidkant van de waterloop, lag w stm rs ( 10 g m et) die tot aan d Zomerstraat en de Kerkweg aan d b ek r ikte. Naar h t oosten to e, tussen de Zomer straa t en het hof, lagen nog het Haakstuk (12 gemet) , de Sluisberg (18 gemet), de Doelbos (8 gemet) , Straatkensbos (9 gemet) , de Biezemeers (10 gemet) , de Achterste meers (3 gemet), de Meibos (3 0 gem et), het Krom S tuk (3 gemet), Schardauakker (18 gemet) , de Krakkepolders (10 gemet ), de Botermeers (11 ge met) en de Broekmeers (15 gemet). De Botermeer s lag juist ten zuiden van het hof en de Broekmeers lag aan de oostkant er van. ·Tu ssen die twee stukken weiland, liep een landweg die, in het leenboek van 1683, de Gentweg genoemd wordt. Deze weg kwam van tussen de kerk en het hof, richtte zich zuidoostwaarts naar de Zomerstraat en kwam uit rechtover het hof Nieuwerburg (gelegen aan de zuidkant van de Zomerstraat, dus op grondgebied van Oedelem, bewoond door Theofiel Dalle). Deze aanduiding van een Gentweg, is zeer belangrijk. De zeer oude heerweg die tussen Gent en Brugge lag en over de Tichelhoogte te Oedelem liep, kwam immers uit op de Zomerstraat aan de Geete<3 >. Verder westwaarts vond ik geen vermelding meer van de naam Gentweg of Bruggeweg. De Gentweg van Sijsele brengt ons echter een gans stuk verder en leert ons dat men deze weg gebruikte om van Sijsele naar Gent te reizen. Misschien was de Kruisstraat (in 1683 Bruggeweg genoemd) , een voortzetting van die weg naar Brugge toe. Wanneer dit zo is, moeten wij het dorp Sijsele als zeer oud aanzien , want deze heerweg tussen Gent en Brugge was reeds in de 13e eeuw niet veel meer in gebruik. Hij heeft dan gediend om er de grenzen van sommige parochies op vast te leggen en hij is dus ouder dan die parochies. De kernen van die parochies liggen een gans eind van die weg verwijderd , zij ontstonden op de handelsweg BruggeKeulen, die sinds de 13e eeuw belangrijk werd. Het feit dat de dorpskern van Sijsele op de oude verbinding tussen Gent en Brugge lag, bewijst dat die kern minstens zo oud is als die weg zelf. Het stukje Gentweg tussen Sijsele en de Zomerstraat, staat op de kaart van Ferraris nog met een stippellijn aangeduid en ook op de hedendaagse stafkaart vinden wij een deel er van als een wegeltje aangeduid. Vergeten wij niet dat de weg van Sijsele naar Oedelem van recente datum is. Men bereikte Oedelem langs de wegeltjes, dus voorbij Nieuwerburg zuidwaarts, om op Oedelem-Berg aan te sluiten bij de bestaande weg die echter nog een paar bochten recht gemaakt heeft<4 >. De kaart van Pourbus laat ons die verbinding niet zo gemakkelijk zien maar legt meer de nadruk op een andere verbinding, meer westwaarts gelegen, over het gehucht Egypte. Keren wij nu terug naar de stukken land die aan de heer van Sijsele toebehoorden en die , als in een krans, rond zijn hof lagen. Ten noorden van de Broekmeers, lag de Warande , 15 gemet groot. Dit stuk land, vroeger bos, was een grote driehoek die met zijn westelijke hoek aan de Plaatse en aan het Schottershof reikte . Ten noorden van die Warande , over de Molenstraat die toen een lijk- en kerkweg was, lagen de Meulenstringen (14 gemet). Er wordt geen melding gemaakt van een molen in het landboek van 1668. Met veel goede wil, kan men echter een molenberg onderscheiden op de kaart van Pourbus, aan de oostkant van de dorpskern en dit zou wel de oudste molen van Sijsele kunnen geweest zijn. Hij moet dan aan de zuidkant van de Molenstraat (vroeger dus Kerkweg of Lijkweg genaamd) gestaan hebben . Die kerkweg liep naar de Zwaan en van daar nog verder noord-oost(3) (4) D. Verstraete , Oude Wegen , Appeltjes van het Mee t je sland 1 en 2 . H .Z . « Nog over Oedelem-Berg en omgeving » in « Vrij Maldegem » 1964, Nr 51 . 17 waarts, langs de Doornstraat. Tussen Stakendijke en de Zwaan was er echter nog een andere kerkweg die van de Antwerpse Heerweg naar het zuiden toe liep en bij het dorp eindigde op de kerkweg van de Zwaan. Dat is de weg waarbij de hedendaagse molen nu staat. Aan de kerkweg van de Zwaan stonden een paar hoeven. Hij had een verté\,kking, Koestraatje genaamd, die over de Schardaustraat (nu de weg tussen de staatsbaan en de Zwaan) , naar Ter Ostijne liep. Dit was de kerkweg van Ter Ostijne. Wij mogen immers nog altijd niet vergeten dat de hedendaagse staats baan toen niet bestond. Het Hof Ter Ostijne was een kasteel dat, in 1668, aan Charles van Schoore, heer van Markhove, toebehoorde. Joos Van Hee woonde toen op dit hof dat met een lange dreef verbonden was (en nog is) met de Antwerpse Heerweg. Ter Ostijne was geen heerlijkheid, slechts een leen van de Burg van Brugge, 118 gemet groot. Alle gronden lagen rond het hof, zo b.v . de Pastorie, het Claeysstuk, de Klaverbilk , Schardaubos, twee dreven , het Boekweitstuk, het Vijverstuk, de Meerselkens, de Boombos, de Negen Gemeten, het Pratsgoed, het Marsschersland, de Vier Gemeten , de Acht Gemeten , de Zeven Gemeten en het Grote Stringe-n. Ten zuidoosten van Ter Ostijne, lag nog een leen van 33 gemet, het Goed te Elsmortele genaamd( 5 l . In .1668 noemde men dit ook de Oude Wal en nu wordt het Bliekstuk geheten. Het lag bij de beek, daar waar de stafkaart een hoogte van 11 meters aanduidt. Mt~n vindt er nu nog een brede gracht die de weide aan de oostkant begrenst terwijl de beel{ (het St. Trudoledeken) aan de noord- en westkant loopt. Ten westen van Ter Ostijne, ligt het Schardaustraatje, een oude weg die van de Zwaan naar de Geete liep. Er stonden hier drie hoeven langs, zo bij voorbeeld de meest zuidelijke hoeve , aan de westkant van het straatje met water omringd en ook getekend op de kaart van Pourbus. Zij was in 1668 eigendom van Niklaas Heeckeman de Vriese, heer van Sibersteen en bewoond door Pieter Breinaert. Daar waar het Schardaustraatj e eindigt op de Zomerstraat en aan de oostkant van dat straatje, stond de herberg de Geete. Deze herberg draagt de naam De Pollepel op de kaart van Pourbus. Zij werd veel later, aan . .ie zuidkant van de Zomerstraat gebouwd en bleef bestaan tot aan de laatste oorlog. Veder oostwaarts komen wij aan d.e Veldhoek, in de 16e eeuw Zuid-Donk geheten. Hier stonden, in 1668, meer huizen dan nu. De Veldhoek kreeg zijn naam omdat hij op de noordwestkant ligt van het Maldegem-Veld. Hij strekt zich ook uit over Maldegem, maar alleen op Sijsele stonden reeds een achttal hoeven met daarbij de herberg De Zwarte Leeuw, bewoond door Pieter Duiselaer. Deze herberg stond aan de noord.kant van de weg, oost van het straatje dat naar de staatsbaan loopt. De hoeve die , op de stafkaart met water omringd is en die nu zo gezellig gerestaureerd is, wordt, in het landboek van 1668 niet als een bijzonder hof vermeld. Geeraard Claeys woonde er toen op. Maar daar rechtover, aan de zuidzijde van de Veldhoekstraat lag een hof dat nu verdwenen is, het Goed te Velde genaamd, eigendom van Jan De Paeuw en bewoond door Cornelis Bauwens. Daar waar de grenzen van Sijsele, Maldegem en Oedelem samenkomen, stond een paalsteen. Hij is kort vóór de vorige oorlog kapot geslagen door vrolijke jongemannen. Op de kaart van Pourbus, die ons nochtans zeer veel grenspalen laat zien, kan men hem niet vinden , maar op de plaats waar hij moest staan is een beschadiging . Het kan dus gebeuren dat die paal er toch op getekend was. Op die kaart vinden wij echter een paal die niet in het landboek vermeld wordt. Hij stond aan de oostkant van de Kruisstraat (5) R.A . Br ugge, Bu r g n r 5 Lee nboek van 1683 . 18 (nu v ldho kdr f genaamd) n aan de zuidkant van de Veldhoekstraat. D Kruisstraat vormt hier d gr ns tussen Maldegem en Sij sele. Zij heeft haar naam waarschijnlijk gekre gen in verband met een grenskruis. Om de ligging van die paal nog duidelijker aan te wijzen , kunnen wij zeggen dat men hem ten westen van de hedendaagse herberg De Vrijheid moet situeren. Er staat daar nu geen paal m eer. Van de Veldhoek wandelen wij noordoostwaarts, langs de Zuid-Donksestraat naar Donk. De grens tussen Sij sele en Maldegem verlaat die ZuidDonkse Straat echter westwaarts, nog vóór wij aan de staatsbaan zij n en volgt een landweg die, in de landboeken van Maldegem, St. Ba rbaraweg gen oemd wordt omdat de processie van St. Barbara hierlangs wandelde. Ten noorden van de staatsbaan, wordt die landweg terzelvertijd St. Bar baraweg en St. Martensstr aatje genoemd in oude teksten. Wij komen hier aanstonds aan een hoeve met water omringd, eigendom van het St. J anshospitaal te Brugge. Er hoorde veel grond bij die hoeve, alles in de onmiddellijke omgeving gelegen. Zo hebben wij b.v. de Berkenakker, de Westbos, de Wittevlogge, de Bruggestukken, de Maaibilk, de Tanneels, de Gralenakker, het Vossenhol , de Gerstakker, het Staakstuk, de Westmeers, de Zandvlogge, de Bollenakker, Schaudebroek, het Hoge Stuk, de Kwade Slag, de Grasakker, de Barm en de Broorsbilk. Het hedendaags sanat orium staat op de Grasakker , de Kwa de Slag en op Schaudebroek. Tussen de Veldhoek en het hof op Donk, stonden nog vijf hof stedekens. Op Donk zelf, dat zich vooral op Maldegem uitstrekte, stonden terug enkele hoeven op grondgebied van Sijsele, bij de Antwerpse Heerweg. Hier stond, in 1668, ook een molen , eigendom van Jan de Pauw en uitgebaat door J an de Vuldere. Deze molen bevond zich aan de zuidkant van de heerweg, n iet ver van de grens van Maldegem, waar de Groene stake gestaan had. Die molen is niet getekend op de kaart van Pourbus, evenmin als de grenspaal, die dus de Groene Stake genoemd werd. Meer naar het westen toe, niet ver Ter Bolle, duidt Pourbus nochtans een grenspaal aan op de Antwerpse Heerweg. De betekenis van die p aal is mij onbekend. Het landboek vermeldt hem niet, maar spreekt over de Blauwe Steen, meer naar het noorden toe aan de Doornstraat. Zo zijn we nu westwaarts langs de Antwerpse Heerweg gewandeld en we houden halt aan de Bollewallekens waar, in 1668 een hoeve stond, met grachten omringd en bewoond door Jan Van den Broucke. Die hoeve paalde met de zuidkant aan de heerweg, met de oostkant ook aan de heerweg die daar een bocht maakt, maar eveneens aan de Stoofweg. Op de noordoosthoek van die hoeve stond de herberg de Bolle ( ook getekend op de kaart van Pourbus, maar zonder naam) . Ten noorden en ten westen van die hoeve lag een groot stuk land dat de Schaapswee, de Warande en de Meers genoemd werd, alles samen 40 gemet groot. Aan de oostkant van dat stuk lag, tot vóór een paar jaar, een hoogte begroeid met struiken. Dat is nu allemaal geeffend en ik vond daar veel scherven van tegels, misschien afkomstig van een vroegere tegelbakkerij . Ten noordoosten van dat groot stuk land, bezat O.L. Vrouwkerk van Brugge nog een hoeve bewoond door Claeys Breenaert, 13 gemet groot met dan nog een stuk land van 30 gemet, west er aan. Ten zuiden van de heerweg lag dan het Goed ter Bolle, eigendom van Frans de Pape en bewoond door Lieven Sabbot en Jacques Constant. Deze hoeve was, en is nog, omringd door wallen en grachten. Het land dat erbij hoorde draagt volgende namen : het Bromstuk, de Heiebos, de Heienakker, Hemelrijk (32 gemet groot) , de Vier Gemeten en Tronkenburg. Nog verder zuidwaarts van Ter Bolle, over de staatsbaan, stond het hof Lampernisse. Wij gaan nu verder westwaarts langs de Antwerpse Heerweg, maar eerst moeten wij nog zeggen dat op de Kaleshoek slechts één hoeve, een huisje rn en een vervallen hoeve stonden. Ten noorden van de Kaleshoek, bij de grens van Maldegem en Middelburg, (nu Moerkerke) lagen de Reimansbos, de Rietbos en het Kaproen. De Kaleshoek ligt op de Doornstraat die ook wel Broossensenweg genoemd werd, omdat hij van dichtbij het hof Broodsende (nu Bresende) op Maldegem komt. Bij de kruising van de Doornstraat en de Stoofweg stond een hofstede bewoond door Jan de Vos en zuid daarbij , een hof stedeken eigendom van de Potterie te Brugge en bewoond door Pieter Ballynck (er staat daar nu nog een hoeve). West daarvan stonden nog een vijtal hoeven, allemaal bij de Doornstraat. Aan de zuidkant van de Doornstraat ligt nu nog een hoeve omringd door wallen. Dat was in 1668 een eigendom van Frans Anchemant en Jacques Robbijn woonde er op. Het einde van de Doornstraa t , bij het gehucht de Zwaan , werd de Kerkweg genoemd. De herberg de Zwaan, eigendom van Joos De Cock en bewoond door Gillis De Freine, stond aan de westkant van die kerkweg en aan de noordkant van de Heerweg die daar toen ook de Honijnstraat werd geheten. De oude Antwerpse Heerweg vertakte zich van die Honijnstraa t, dichtbij Stakendijke, liep een eind met de Doornstraat naar het oosten toe maar richtte zich dan zuidoostwaarts door het groot stuk land van O.L. Vrouwkerk te Brugge om, nog meer oostwaarts, terug samen te vallen me t de Heerweg, zoals wij die nu kennen. In het landboek van 1668, wordt het straatje dat de Zwaan loodrecht met de Doornstraat verbindt, ook Antwerpse Heerweg genoemd, maar dat is een vergissing. Ten oosten van de Zwaan, over de kerkweg, stond het hofstedeken waar Eduard Roels woonde , dan de hoeve waar Frans Daens woonde en verder oostwaarts, aan de heerweg, stonden nog een paar huisjes. Een stuk land ten noorden van de Zwaan werd het Schottershof genoemd. Aan de zuidkant van de heerwe g, achter het kapelletje dat daar nu staat, lag een hoeve die eigendom was van de Jacobinessen te Brugge. Tussen de Zwaan en Stakendijke stonden negen hoeven aan de zuidkant van de Antwerpse Heerweg en acht hoeven aan de noordkant van die weg. Het eerste huis a an de noordkant van die weg was de herberg de Hert. Zij paalde met de westkant aan het Zwijnstraatje. Daar tegenover , aan de zuidkant van de heerweg en met de oostkant aan het Zwijnstraatje, stond de herberg Stakendijke, (ik vermoed dat dit nu de herberg het Schoon Zicht is). Langs het Zwijnsstraatje stonden dan nog enkele hoeven, vier aan de westkant er van en drie aan de oostkant er van. Dit voor wat he t noordelijk deel van dit straatje betreft, dus het deel er van dat aan de noordkant van de Zwijnsakker lag. Wij zullen aanstonds zeggen dat ook bij het zuidelijk einde van dat straatj'e een paar hoeven stonden, op de Hekhoek namelijk. Maar eerst moeten wij naar Spermalie kijken. Dit hof werd, in _1667, het Oude Klooster genoemd. Het lag tussen grachten, had een dreef aan de westkant en een uitweg aan de zuidkant. Het paalde met de westzijde aan het Sijseleveld. De weg van Stakendijk naar Vijve-Kap elle, bestond toen niet voor wat dit deel op Sijsele betreft. Het Zwijnsstraatje liep echter door naar die dreef van Spermalie en deze dreef werd, ten noorden van het hof, Molendreef genaamd, omdat zij naar de molen liep die op grondgebied van Moerkerke stond. Rond het hof lagen het akkerland en de bossen van Spermalie : de Meulenakker of Spermaliewarande, de Slangenbos, de Watermeers, het Peerdenhof, de Plattenbos, de Zuidbos, het Hoge Zaad, het Leege Zaad, de Veertig Gemeten, de Haversto·ppels, het Wulfshol , de Bakkersbos, de Grote Zij delinge , de Kleine Zij delinge, de Driehoek bos, de Biezebilken, de Ossenbos en nog veel stukken land zonder naam. Onze \Vandeling kunnen wij_nu beëindigen door , langs het Zwijnsstraatje naar de Hekhoek te gaan en dan verder, door de Warande van Male, op Rijkevelde te rusten. 20 Op d H kho k stond n dri hoeven en da ar lagen ook, bij de Zomerstraat, h et Pap koolhof n de Vossebilk. Over de Veldmolen wordt er niet g sproken , hij staat nochtan s a an geduid op de kaart van Pourbus en nu n og is de molenber g goed zichtba ar. Gans dat bebost gebied, zowel op Sijs le als op St. Kruis gelegen, wordt daar de Warande van Male genoemd. Alleen h et domein van Rij kevelde maakt hierop een uitzondering. Het kasteel werd bewoond door Niklaas Boute die er ook eigenaar van werd na de weduwe van J . De Tollenaere. Het kasteel met het neerhof, besloegen een oppervlakte van 9 gemet, maar er hoorde daar veel grond bij , zowel op Sij sele als op Oedelem. Zo lag in de verst westelijke hoek van Sijsele bij de grenzen van Oedelem en St. Kruis, een stuk land van 44 gemet, Klein Rijkevelde genaamd. Het paalde met de oostkant aan het Schavestraatje, dat is de weg die nu naar het nieuw kasteel loopt. Aan de oostkant van dat straatje lag het Akkerken, 5 gemet groot en verder oostwaarts lag een lan ge dreef (zij bestaat nog) die van de Kruisstraat naar Ter Lo loopt. Hier eindigt dus ons bezoek aan Sijsele in 1668. Een vergelijking maken met de hedendaagse bewoning is niet nodig, men kan alleen zeggen , wat voor alle gemeenten toepasselijk is, dat dit dorp zich geweldig heeft ontwikkeld, vooral dank zij de staatsbaan die er dwarsdoor loopt. Die onwikkeling is zeer recent want zelfs op de kaart van Fer~ raris wordt de dorpskern nog als weinig bewoond aangeduid. Op sommige buitenwijken is de toestand echter stabiel gebleven. VERSTRAETE Daniël, Assebroek. 21 De militielotingen in het eerste Kanton (Brugge). Bij na over al w rd h et nummer dat door de loteling werd getrokken, als aandenken bewaard. Sommigen maakten er zelfs een wa:ir i::ron kstuk van , zoals de foto h et duidelijk aantoont. Als hoofdplaats van het eerste kanton van het arrondissement Brugge, hadden te Oedelem jaarlijks militielotingen plaats. Voor onze streek was dit o.m . ook nog h et geval te Brugge, Damme, St. Pieters en Loppem. In « Burgerswelzijn » van februari 1867, dus 100 jaar geleden, zien we dat de loting te Oedelem in dit jaar op 4 februari plaats vond , terwijl deze te Brugge op 15, te Damme op 5, te St. Pieters op 8 en. te Lopp em op 12 februari haar verloop kende . Moesten te Oedelem loten : de militieplichtigen van Beernem , Sijsele, St. Kruis, Assebroek, St. Joris-ten -Distel en natuurlijk deze van Oedelem zelf. Het militiekanton voor Moerkerke, Dudzele, Westkapelle, Lissewege, Koolkerke, Heist, enz .. . was Damme, terwijl o.m . jongelingen uit Stalhille, Meetkerke, e.a. vóór de aanleg van de zeehaven van Brugge, op de Geernaartmarkt te St. Pieters kwamen loten. Tenslotte had men dan nog het militiekanton Loppem dat het verzamelpunt was van lotelingen uit Oostkamp, Zedelgem, Loppem, Waardal'Il:me, St. Michiels, Zerkegem en Snellegem. De loting betekende steeds een grote gebeurtenis. Zij werd weken te voren in huiskamers en herbergen en op de akkers besproken ; elkeen kende de namen van de lotelingen zijher gemeente en van ieder van hen werden de kansen nagegaan. Van iemand die stil en eerbaar leefde zegde m en dat hij een slecht lot 22 zou tr kk n omda t hij een bra v jongen was, terwijl een kerel die van een n van e n pl ziertje hield, een goed lot voorsp eld werd. Iemand di r ds één of twee broers h ad, die een slecht lot getrokken hadden, kon er z ker va n zijn dat ook hem dergelijk iets zou voorvallen. En zo gingen de gissingen en voorspellingen hun gan g ! f rme pot Met een moll epootje op zak . . . I n de gezinnen van de lotelingen werd ondertussen flink gebeden en trachtte men , zij het dan ook met alle mogelijke middelen, het lot gunstig te st emmen. Het bij geloof kwa m hierbij vanzelfspr ekend eveneens om het hoekje zien en zo werd o.a. bij velen door moeder in de rechter vestmouw van h aar zoon een medaille genaaid. Anderen hadden een gewijd schapulier, een stukje paaskaars, een mollepootje, een topzakje zout ofwel een weinig aa rde van het laatste gedolven graf op het kerkhof op zak. Nog anderen ondernamen een bedevaart, meestal naar O.L. Vrouw van Assebroek, woonden een mis bij , deden een noveen of riepen de hulp van de paters in. Aldus strengelden geloof en bij geloof zich om de loteling in elkaar ! Met de b loem in de hoed Toen eindelijk brak de grote dag aan ! Reeds van in de vroege morgen heerste op het marktplein en in de belendende straten een grote drukte, die voor de anders zo rustige en landelijke gemeente wel ongewoon was. Op het marktplein stonden kraampjes opgesteld waar o.m. kleurrijke bloemen te koop werden aangeboden. Ook de Brugse vrouwtjes daagden op met korven vol verse appeltaarten, terwijl de gelagzalen der in de omgevin15 v.an de markt staande herbergen , gonsden van de drukte. Ondertussen hadden de heren van de lotelingskommissie, bij gestaan door sekretarissen en afgevaardigden van de gemeenten die onder het lotingskanton vielen, hun plaats in de raadszaal van het gemeentehuis ingenomen. Zij dienden in te staan voor de goede gang van de loterijzaken. Va11 buiten uit zag men hun gestalten als donkere schimmen door de vensters van het gemeentehuis, terwijl de twee veldwachters eveneens in de omgeving van het gebouw te zien waren. De lotelingen kwamen in groep in de richting van de dorpskom opgestapt. Deze van Oedelem in kleine afzonderlijke groepjes, die van de andere gemeenten in grote voltallige groepen , en begeleid door hun onderscheiden veldwachters. Reeds bij hun aankomst te Oedelem hadden ze veelkleurige bloemen en pluimen in de hoed of pet, en trokken , arm aan arm doorheen de straten, terwijl ze allerhande liederen brulden. De lotelingen van 't Oostveld en deze van Beernem konden de Oedelemnaars niet al te best uitstaan zodat het dan ook meermaals tot botsingen kwam. Reeds bij hun aankomst te Oedelem zongen eerstgenoemden « Eén, twee, drie , vier, den Hoorn is hier - En 't Zwarteveld is zuiver bloed - En Oelem is rotzakgoed ! » . Sommigen van de lotelingen hadden een loper mee, dit was een man die voor wat drinkgeld na afloop van de loting naar 't huis van de loteling liep om er te laten weten welk lot deze getrokken had. Talrijke van deze loper hadden het niet gemakkelijk, gezien ze somtijds vele kilometers ver dienden te lopen. Denken we hier o.m. maar aan de afstand van Oedelem n ~ar St. Kruis, die 10 km. bedraagt. Anderen maakten gebruik van een reisduif die ze een stukje papier, waarop het getrokken nummer geschreven stond, tussen de ring staken en het dier nadien de vrijheid gaven. Een geheimzinnig trom melt je En toen begon het loten. Enkelen hadden, om er de moed wat in te houden, ree-ds enkele pinten bier naai· binnen gegoten. Eén na één klommen 23 D e no g t e Oedelem bestaande lotingstrommel. Een exemplaar zoals elke lotingsplaats er één bezat. ze de trappen van de pui van het gemeentehuis op, verdwenen door de dubbele deur en staken met kloppend hart hun bevende hand in het geheimzinnig trommeltje dat op de zwaar eiken tafel stond en dat omringd was door de ernstig kijkende heren van de lotingskommissie. Wanneer ze na enkele ogenblikken terug op het marktplein verschenen , hoefde niemand te vragen of ze er zich « in » ofwel « uit » hadden geloot. Het stond zo op hun gezicht te lezen. Door de talrijke belangstellenden, onder wie een grote schare schoolkinderen die voor de gelegenheid de school hadden « geblauwd », werden ze ofwel op gejuich ofwel op doods en drukkend stilzwijgen onthaald, dit naargelang de loteling geluk of onkans had gehad. Ondertussen klonk reeds overal gezang rondom het marktplein. Diegenen die een slecht lot hadden getrokken zongen van << Veel liever, veel liever, drie jaar soldaat, dan te leven in de huwelijken staat ». Anderen die er zich hadden uitgeloot zongen van « Ik kan niet peinzen wat dat er schilt, dat Leopold mij niet en wilt ». Het gezang en gebrul duurde tot in de namiddag, dit tot op het ogenblik dat de lotelingen van buiten de gemeente de weg naar huis hadden ingeslagen. De Brugse vrouwtjes wiens appeltaarten gretig door de lotelingen waren gegeten, evenals het kraampje dat bloemen en pluimen te koop had aangeboden doekten op, terwijl hier en daar vanuit een herberg een dronken stem_de stilte kwam verstoren. Oedelem kreeg opnieuw zijn vroegere _ rust terug en wanneer de vroege avond inviel en het rossig licht van een lantaarn de venstertjes kwam verlichten, bleef er alleen nog de herinnering aan het geluk of de tegenslag dat het lot in tal van huisgezinnen had gebracht. Vechtparti jen en... legende De loting kende niet altijd een vreedzaam verloop. Somtijds kwam het enkel tot het plegen van enige deugnieterij , zo o.m. in februari 1866 te Steenbrugge, wanneer enkele lotelingen die een goed nummer hadden getrokken , een ezel, die voor een herbe~g stond en aan een klient toebehoorde, meenamen. Toen bedoelde klient na het drinken van zijn pint gerstenat buiten kwam stelde hij de verdwijning van zijn rijdier vast. Hij ging op zoek, doch ondertussen hadden de jongelui de ezel via de achterdeur in de keuken van de herberg gebracht en deze daar opgesloten. Toen het dier naderhand ontdekt werd was het bezig met « heetekoeken » te eten ! Soms raakten lotelingen uit buurgemeenten slaags, en werden zelfs mes- 24 s 11 g trokk 11 zodat r blo d vlo ide. Uit d ti,jd van de lotelingen ontstond d 1 g nd van d Moord naarsb k. B doelde b k ligt, zoals men w t, langs de weg van Oedelem naar Beern mop d wijk Ravennest. De benaming Rav nnest dient heel waarschijnlijk gezocht in het feit dat bedoeld gehucht op een kleine verhevenheid ligt waarvan de bodem dor en zandachtig is en waar, tot omstreeks het midden vàn de 19e eeuw, een dicht n donker sparrebos stond. Dit bos was dan ook een plaats waar ontelbare kraaien nestelden. Een brede en tijdens de regenperiode tamelijk snelstromende beek, bevloeide langs de noordkant het bos. Volgens een legende ge beurde in deze lugubere omgeving op één van de lotingsdagen een vreselijk drama. Naar gewoonte was er na afloop van de loting tussen de lotelingen van Beernem en Oedelem andermaal een konflikt ontstaan. Op de markt bekogelde men elkaar met stenen, doch de Beernemnaars, minder in aantal, zagen zich genoodzaakt het hazenpad te nemen.Ze werden echter door de Oedelemnaars achtervolgd doch drie van laatstgenoemden keerden niet meer terug. De anderen die eveneens de dramatische tocht hadden meegemaakt konden niet vertellen waar ze gebleven waren. In de nacht werd de hemel echter boven de Ravennest bloedrood, terwijl honderden kraaien in het dichtbegroeide bos hun wild gekras lieten horen. Tot ver in de omtrek was dit luguber geluid hoorbaar en enkele van de moedigste ingezetenen van het dorp waagden zich het bos te naderen. Toen ze nabij de beek gekomen waren zagen ze dat de rode gloed uit het water van de onstuimige beek opsteeg, terwijl drie doorstoken lijken van de vermiste lotelingen door het felstromende water werden meegevoerd en een spoor van bloed achter zich lieten. Vanaf dit ogenblik werd de beek Moordenaarsbeek genoemd ! Ondertussen werd het bos op de Ravennest ontgonnen. De beek is niet meer zo ontstuimig en zo erg smal geworden dat het enkel een gracht lijkt. Vroeger gingen we er bliekjes vangen en puidekopj es. Doch lange jaren na de moord op de drie Oedèlemse lotelingen, zo zegt de legende, werd de lucht op de verjaardag van het gebeuren, bloedrood en krasten de kraaien. Toen werden de deuren van de laag tegen de grondzittende huisjes afgegrendeld en werd door onze mensen de gewijde kaars aangestoken. Men bespronkelde elkaar met wijwater en stortte een gebed voor de drie vermoorde jongelingen ... MATTHIJS Edelhart, St. Kruis. 25 Schets en geschiedenis van de toneelgilde " Kunst - Adelt " Ter gelegenheid van de opvoering van het stuk « De zwarte hand >> , in 1925, werd een programmafolder uitgegeven waarin, voor zoverre wij hebben kunnen nagaan , voor de eerste maal de naam « Kunst Adelt » aan de Beernemse toneelmaatschappij gegeven werd. Daaruit mag echter niet het besluit getrokken worden dat het eerst in dat jaar was dat de Gilde werd opgericht. Aan de hand van de gegevens waarover wij beschikken, kan immers met zekerheid worden vastgesteld dat de groep, die afwisselend onder de benamingen «Jongelingenbond », «Tooneelafdeling van de muziekmaatschappij St. Cecilia », << St. Amandusgilde » of eenvoudig « Tooneelbond » optrad en de vereniging die zich luidens de statuten van 1919, « Kunst Adelt » noemt, één en dezelfde is. Er is immers een continuïteit van strekking en doel ; wij vinden de namen van dezelfde spelers terug en het lokaal, waar de vertoningen gegeven werden, blijft hetzelfde. Wij kunnen daaruit rustig besluiten dat de huidige toneelgilde al ver schillende tientallen jaren aktief was, vooraleer zij de naam «Kunst Adelt» aannam. Wanneer is men te Beernem van wal gestoken met het geven van toneelvoorstellingen ? Het is weinig waarschijnlijk dat er vóór 1800 op onze gemeente aan toneel gedaan werd. Doorgevoerde opzoekingen in die richting hebben niets opgeleverd, wat kan verklaard worden door de strekking die schijnt aanwezig geweest te zijn in het Brugse, dat toneelgroeperingen of rederijkerskamers in de buitengemeenten uit den boze zijn omdat, zo redeneerde men, rederijkers en toneelspelers zich weinig om het werk zouden verdoen in praten , drinken en herberglopen. Zoiets beweren , is het bewijs leveren dat men slecht toneelmensen kent. Sinds geslachten immers blijken echte toneelliefhebbers, zowel bij ons als in andere groepen , immuun tegen al deze gevaren en verleidingen. Ondertussen echter schijnt het een uitgemaakte zaak te zijn dat er nooit een Rederijkerskamer bestaan heeft op het grondgebied van de gemeente Beernem. In de tijd dat België en Nederland onder één kroon verenigd waren, dus van 1815 tot 1830, werd er van regeringszijde veel gedaan om de kulturele verheffing van het volk in de hand te werken , evenals om de Nederlandse taal, die door de langdurige Franse bezetting van ons land, sterk in verval was geraakt, in eer te herstellen. Het kan ook geen verwondering verwekken dat, juist in deze tijd, veel afgetakelde toneelkringen tot een nieuw leven kwamen en dat, op andere plaatsen, waar geen traditie bestond, een aanvang werd gemaakt met het geven van toneelvoorstellingen. Bij deze laatste gemeenten zal dus waarschijnlijk ook Beernem -geweest zijn. Het staat immers vast dat er gedurende de Hollandse tijd alhier aan toneel werd gedaan, doch of dit regelmatig gebeurde of slechts nu en dan of zelfs maar éénmaal, kunnen 26 wij onmogelijk afdo nd b antwoorden met de schaars gegevens waarover wij beschikk n. Er is ons slechts één dokument bekend, waarin sprake is van een toneelopvoering op de gemeente , en dat is het nummer van 20 juni 1827 van de << Gazette van Brugge ». Daarin wordt verhaald dat op 18 juni van dat jaar te Beernem een plechtige herdenking plaats had van de slag van waterloo, die het einde inluidde van de ver foeide Franse bezetting. Na een plech tige lijkdienst, opgedragen door de toenmalige p astoor, Z.E.H. Platevoet, greep er 's namiddags een luisterrijke voorstelling plaats, gegeven door << Het Genootschap van Welsprekendheyd », en die uitbundige lof oogstte. Opgevoerd werd h et drama << Rosa Munda » en het blij spel << De bedrogen vrek ». Het eerste stuk schijnt een historisch drama te zijn geweest, auteur onbekend. Wat wij er nog van weten is dat de regie en de vertolking van de voornaamste rol , namelijk deze van een kristen-koning, berustte bij de heer Bonnissent, onderwijzer bij de gemeenteschool. De aanvang was om 16 uur gesteld, zodat er mogelijkheid bestond op een n iet al te nachtelijk uur het feest te beëindigen, wat een hele prestatie was, als men het beladen programma in acht neemt, dat ook nog bestond uit een << toegepaste redevoerin g » van dezelfde heer Bonnissent. De correspondent, die ons dit allemaal kond doet, meldt daarbij dat reeds van de avond voordien , klokgelui en het << grof geschut » het feest aankondigden en dat de Oranjevlag op de kerktoren wapperde. Dit is het vroegste teken van toneelleven op de gemeente en, zoals ge zegd, geen enkel dokument leert ons of dit een eerste voorstelling was, hoewel dit blijkbaar het geval is, en of er andere gevolgd zijn. De eerstvolgende echo van toneelaktiviteit te Beernem, die ons bereikt, dateert van een 50-tal jaar later . De jaren 1875-1880 zijn gekenmerkt door de eerste grote doorbraak van het Flamingantisme in West-Vlaanderen, onder impuls van Gezelle en Rodenbach. Deze beweging, die vooral in studentenmiddens vaste voet kreeg, is romantisch van inslag en kent haar bevestiging in de Blauwvoeterij. Het is een feit dat romantiek en nationalisme zich bij voorkeur langs toneel en lied tot de massa richten. Ook de westvlaamse beweging maakte hierop geen uitzondering en zo zien wi.j dat gans de provincie door, toneelvoorstellingen worden ingericht en voor een aangepast repertoire wordt gezorgd. De bedoeling hierbij was niet zozeer de kunst om de kunst te dienen , maar wel propaganda te voeren langs tendenstoneel om, dat dus vooral historisch zal zijn. Door de bewondering op te wekken voor grote figuren uit het nationale verleden, wilde men de liefde tot eigen volk en land stimuleren. Dat deze gewrochten dan ook niet altijd meesterwerken waren. valt licht te begrijpen, hoewel men , om redenen van politieke aard , lang het tegendeel beweerd heeft. In 1877 waren in West-Vlaan deren 15 studentengilden met een toneelafdeling aktief. Het merendeel van deze gilden was, wat begrijpelijk is, gevestigd in de steden, waar de toen schaarse studenten ongetwijfeld nog het best vertegenwoordigd waren. Enkele buitengemeenten telden evenwel ook een gilde, en tot dit getal behoorde Beernem, wat verrassend is, als wij er rekening mee houden dat het een betrekkelijk klein dorp was (geen 3.000 inwoners) , arm en zonder enig ander dan lager onderwijs. De oorsprong van de Beernemse studentengilde is ons onbekend, hoewel wij wel kunnen vermoeden hoe zij tot stand kwa m . Wij komen hierop ten andere straks terug. Vooraf wensen wij er op te wijzen dat de Beernemse gilde vernoemd wordt in het Nieuwjaarmaand-nummer van de « Vlaam- 27 sche Vlagge » en in « Een schets van een geschiedenis van de Vlaamsche Studentenbeweging » van Lodewijk Dosfel (Verzameld Werk, deel 5, bladzijde 290) . Beernem telde in die tijd twee merkwaarè.ige gebroeders, waarvan de ene het kulturele leven van de gemeente gedurende een ganse periode zou beheersen. Het gaat om de gebroeders Marichal , zonen van de toenmalige gemeentesecretaris. De oudste, Adolf-Frederik , werd geboren op 5 juni 1849 en voelde zich aangetrokken tot he t priesterschap . Tot in 1885 was hij college-leraar, waarin hij als missionaris 11'.13-1-' Argen t inië uitweek, waar hij gestorven is. Hij schreef, samen met zijn broer, een werkje over land en volk van Argentinë, gedeeltelijk met utilitaire doeleind.en : « Argentinië. Ten dienste der Belgische landverhuizers )) . Merkwaardiger ongetwijfeld, althans voor de lokale geschiedenis, is de figuur van de jongere zoon , Camiel-Hector Marichal, die op 4 mei 1860 geboren werd. Na het voltooien van zijn humaniora aan het Klein Seminarie te Roeselare , studeerde hij verder aan de Universiteit te Londen. Vanaf 1880 schijnt hij reeds tijdelijk aldaar te verblijven , om zich later voorgoed in d~ Engelse hoofdstad te vestigen , als journalist. Hij zou in Groot-Brittanie overleden zijn, maar er is ons niets verder bekend noch over zijn overlijdensdatum, noch over zijn verder leven in Engeland. Opzoekingen, die aldaar zeer onlangs gedaan werden door professoren van de London University, hebben ons niet op het spoor kunnen bren gen van Marichals activiteiten in de Engelse hoofdstad. C.H. Marichal was reeds in zijn studententijd een organisator en een leider. Alles wat enigzins met kultuur in verband stond te Beernem, geschiedde onder zijn leiding. St oeten, inhuldigingen, feesten, toneel.. . het waren allemaal realisaties van Marichal en zij waren talrijk in die tijd. Het lijkt mij dan ook niet onwaarschijnlijk dat hij, samen met zijn broeder, de grondlegger is geweest van de Beernemse Studentengilde. die hier in 1877 bestond, dus ten tijde dat hij leerling was aan het college te Roeselare. Vergeten wij niet dat het juist in dat Klein Seminarie was dat Gezelle eerst, Verriest later, leraar zijn geweest en dat Rodenbach studeerde. Marichal was trouwens slechts 4 jaar jonger dan Rodenbach en zal dus ongetwijfeld de invloed van deze schitterende persoonlijkheid ondergaan hebben. In een artikel, daterend uit die tijd, lezen wij trouwens dat hij bevriend was met de grote Rodenbach en in zijn toneelwerk sterk bij hem aanleunde. Het is immers vooral als toneelschrijver dat C.H. Marichal naam gemaakt heeft in de periode 1880-1890. Is hij thans nagenoeg vergeten en komt zijn naam in geen enkele literatuurgeschiedens meer voor , dan past het toch eraan te herinneren dat hij in de 80-er jaren, toen onze letterkunde en vooral onze toneelletterkunde aan grote bloedarmoede leed, een gezien auteur was. Brugge, Gent en Antwerpen voerden regelmatig en met grote bijval, stukken op van de Beernemse schrijver en wij mogen niet vergeten dat, nog in 1938, onze toneelgilde een geslaagde en gesmaakte heropvoering kon brengen van een zijner drama's, << Reyvaert » , dit bij gelegenheid van de eerste opvoering ervan, 50 jaar vroeger. Wij hebben nergens een volledige · bibliografie van Marichal kunnen vinden en geven hieronder de lijst van de werken die ons bekend zijn, maar waarmede wij geen aanspraak op volledigheid willen maken . Godevaer.t of de ridders van Blo emendaele, drama in 5 bedrijven . Simon Turchi , drama in 5 bedrijven. Vader O' Donnell of de propheet der vervallen abdij, drama. 28 w oute r L eeuwaert of d B ee ldstorm ers t e Brugg e, dram a in 5 bedrijven. D e Sc h l men van L onden , dram a. B rey del en D e Con i n ck , dram a. Reyvaer t of de w ra ek van de temp elier, drama in 6 bedrijven . Guido van Dam pierr e, drama. D e M arteldood v an Ste Godelie v e, mira kelsp el. B amooezeloms, klucht in 1 bedrijf. T wee deug niet en , klucht in 1 bedrijf. D e Stud ent , blij spel. Naast zijn toneelwerk schreef hij eveneens : D e Z egepraelen des krui ses. V erdok en Peerel s. Sa m en met dr Juliaan Delbeke en E. Lauwers stelde hij het toneelstuk K ar el de Goede, graaf en martelaar op . Keren wij echter terug naar het toneelleven te Beernem, in de hoop dat C.H. Marichal binnenkort een biograaf zal vinden. Rond 1877 was dus de studentengilde aktief op toneelgebied. Dit zou waarschijnlijk slechts één studentengeneratie geduurd hebben, gezien het gering getal studenten en er zou nooit een traditie uit ontstaan zijn, had een politieke gebeurtenis er niet anders over beslist. Zoals in de j a ren 1954-1958, kende België in de periode na 1878 een verwoede schoolstrijd. De regering Frère-Orban en Van Humbeek had de strijd aan gebonden tegen het vrije onderwijs en dat stuitte op heftig verzet, vooral in Vlaanderen, in de katholieke plattelandsgemeenten. De strijd was nog veel fanatieker en dus heviger dan in de voorbije jaren , zodat zelfs jonge ·Heden het leven lieten in een gemeente van het Zuiden der provincie bij het verdedigen van het lokaal van de vrije school. Geen onderwijzer, die katholiek was, wilde langer verbonden blijven aan een gemeenteschool, « de school zonder God », en Beernem geraakte aldus een merkwaardig leraar kwijt, namelijk Louis Roets, naar het zeggen van zijn tijdgenoten , een der beste paedagogen van de ganse streek. Er werden betogingen georganiseerd, er was een openluchtmeeting op 20 april 1879 te Beernem, en in september 1884 was er zelfs een soort marsch op Brussel, waaraan 126 Beernemnaren deel namen . Om de gelijkenis met de jongste schoolstrijd volledig te maken , bestond er een werk, genaamd de Katholieke Schoolpenning, dat een voorloper was van << School en Gezin » uit de voorbije jaren. Deze politieke moeilijkheden zouden rechtstreeks aanleiding zijn tot een heropbloei van het toneelleven te Beernem. Wat nog aan leden overbleef van de Studentengilde, stak de handen uit de mouwen en samen met enkele andere personen, hielden zij de St. Amandusgilde boven de doopvont. Het doel was, door toneelopvoeringen, de kas van de Katholieke Schoolpenning stijven, liefdadig doel dat nooit zou verloren gaan , want onafgebroken en tot op heden, is de toneelgilde opgetreden voor caritatieve werken : sinds de schoolstrijd tot op heden , zijn het de sociale werken van de St. Amandsparochie, die baat vinden bij de opvo erin gen van <> 583 frank opgebracht had , wat een zeer groot bedrag was voor die tijd. Deze eerste voorstelling moet in de' smaak gevallen zijn van de bewoners van de gemeente , want wij zien bij ieder optreden, in de daaropvolgende jaren, de volkstoeloop zeer groot blijft. Misschie_n is het ons eens mogelijk een volledige opsomming te geven van alle voorstellingen, thans echter beschikken wij slechts over zeer onvolledige gegevens. 30 I n d b stuursv r gaderin g van d « K a tholieke Burgersgilde " van 14 a ugustus 1884 1 gt C. Ma richal n ontwerp van statuten van de St. Amandusgilde ter goedkeuring voor. De leden van het bestuur zijn van oordeel d.at het niet tot hun bevoegdh eid behoort deze statuten t e onderzoeken en keuren ze derhalve noch goed noch af. Deze beslissin g zal verstrekkende gevolgen h ebben, want hoewel de toneelver eniging nog enkele malen zal optreden ten voordele van de Burgersgilde, maakt zij zich er statutair los van . De Burgersgilde vervalt ten a ndere in de rol van een vereniging, die aan kiesdraverij en ontspanning doet en zal geen enkel belang meer opleveren voor het kulturele leven op de gemeente. Wel heeft zij later een rol gespeeld door het oprichten van een Ziekenfonds, waaruit de « Werkersgilde » ontsproten is. Gans de vereniging schijnt ten andere gedrukt te gaan onder de paternalistische leiding van de burgemeester van de gemeente. Om tot de toneelbond terug te komen, in dezelfde vergadering van 14 a ugustus wordt toestemming bekomen om op te treden in de zaal van de jongensschool, ten voordele van de « Katholieke Schoolpenning ». Deze voorstellingen gingen door op 28 en 29 september, kermiszondag en -kermismaandag. Het beladen programma, dat wij hieronder geven, nam aanvang om 4 uur . 1. Aan Vlaanderen, koorzang uitgevoerd door de zangmaatschappij van de Katholieke Schoolpenning 2. Wouter Leeuwaert of de Beeldstormers te Brugge, groot en nieuw historisch drama, door C. Marichal 3. Na het tweede bedrijf: De bedrogen duivel, kluchtlied 4. Na het derde bedrijf : omhaling en 10 minuten pauze 5. Na het vijfde bedrijf : De spantebroek, kluchtlied 6. Bamboezeloms concert, nieuw en oorspronkelijk kluchtspel door C. Marichal 7. Tri-om/zang van Van Artevelde, koorzang van Gevaert. Ging de eerste voorstelling door ten bate van de Katholieke Schoolpenning, dan geschiedde de tweede ten voordele van de armen. Het sukses was zo groot, dat de dinsdag een uitdeling van brood en vlees mogelijk was met de winst van deze voorstelling. Volgens het verslag van de schatbewaarder van de Burgersgilde, de h. E. Devos, bracht de eerste voorstelling 108,16 frank op, som die overhandigd werd aan het katholiek schoolkomité. Het moet zijn dat het voorbeeld van de Toneelgilde aanstekelijk werkte, want in datzelfde jaar 1881, richtte de meisjesschool, ter gelegenheid van de prijsuitdeling, een groot feest in, waarbij << De Zeven Werken van Barmhartigheid » van Karel Miry werden uitgevoerd, alsmede de << Marteldood van Ste Godelieve », voor deze gelegenheid geschreven door de vruchtbare C. Marichal. Ook in 1885 werd door de Burgersgilde beslist een toneelvoorstelling te geven (vergadering van 5-9-1885). Voor de keuze van het stuk deed men eerst beroep op de E.H. Vanderhaegen , die blijkbaar geen repertoire ter beschikking had , zodat de voorstelling die ter gelegenheid van de kermis moest doorgaan, afgelast werd. Daarop werd weer beroep gedaan op C. Marichal met verzoek een opvoering gedurende de wintermaanden voor te bereiden (vergadering, van 4-10-1885) . Deze antwoordde bevestigend en beloofde een stuk klaar te maken, zo- 31 dra hij de lijst der spelers in zijn bezit heeft. De voorstelling zou doorgaan op derde Kerstdag en de herhalingen zouden gebeuren ten huize van de heer M. Van Haecke of in het klooster (vergadering van 18-10-1885). Maar reeds op 2 november laat C. Marichal weten dat er geen opvoering zal plaats hebben , bij gebrek aan stuk en aan spelers. Hierop wordt beslist dat de St. Amandusgilde een stuk zal spelen met eigen leden en aan de E.H. Vanderhaegen wordt opdracht gegeven een stuk te zoeken en de regie te voeren. De voorstelling ging door op 2 februari 1886, maar de naam van het opgevoerde stuk is ons niet bekend. Wel weten wij dat de voorstelling om half vier aanving en dat de prijzen der plaatsen 1 frank (le klas) en 0,50 frank (2e klas) bedroegen. Ook dat er 30 rode aanplakbrieven gedrukt werden alsmede 250 ingangskaarten , die bij A. Van Mullem , in de Geerolfstraat, te Brugge (verslag Burgersgilde 22-1-1886). Tot beloning voor de geleverde inspanning, werd aan de spelers een feestmaal aangeboden, bestaande uit een hesp van 8 à 10 kilo, tarwebrood en drie glazen bier per man. De opbrengst bedroeg 223 frank netto en einde februari wordt eveneens te Zwevezele opgetreden met hetzelfde stuk. De spelers werden er heen gevoerd door Van den Rende , die hiervoor 12 frank ontving. Enkele maanden later richtte C. Marichal zich tot het bestuur der Burgersgilde en stelt voor ter gelgenheid van de kermis een toneelopvoering te geven. « Hij zal het ten goedkoopste trachten te doen » (verslag BDrgersgilde, 30-6-1886) . Op 26 september 1886 werden inderdaad volgende werken van C. Marichal opgevoerd : << Simon Turchi », naar de gelijknamige roman van H. Conscience en de pantomine << De twee Deugnieten ». Het is wel prettig hier even een citaat te geven uit de notulen van de Burgersgilde, betreffende de Algemene Vergadering van 20 februari 1887. De heer De Vos, sekretaris der St. Amandusgilde , gaf voorlezing van het aktiviteitsverslag van de toneelvereniging en dit werd als volgt samengevat : In gevolge van het artikel 6 van onze verordening komen wij u het verslag aanbieden van onze bewerkingen in den staat voor het dienstjaar 1886, het eerste van ons bestaans. Dit verslag alsook de rekeningen, die hetzelve bevat, is reeds op voorhand onderworpen geweest aan den raad, die hetzelve goedgekeurd heeft. Volgt de ontvangsten en uitgaven. Zoodat onze rekening sluit met een batig slot van 16,42 frank , die wij weer aan het goedvinden van het ingetreden jaar brengen. Het valt aan mij niet meest te beurt om hier te spreken over al het goede dat onze maatschappij aan de zamenleving in onze gemeente toebrengt. Een welsprekender heer zal u vandaag hierover alles zeggen. Boven de verbroedering der leden en waaronder eendracht heerscht en de goede zeden doet bloeien, dient onze maatschappij nog tot vergeestiging gezien de menigvuldige bijeenkomsten der leden. De St. Amandusgilde een afdeeling der Burgersgilde is ook in den bloeiendste toestand. Verleden jaar hee'ft zij twee avondfeesten gegeven, welke allerbest gelukt zijn. Eene menigte toeschouwers zoowel ingezetenen der gemeente als vreemde eraaI1 heeft dezelve bij gew.oond en zijn allen ten uiterste over de vertooning tevreden geweest. Zelfs hebben de vreemdelingen eenparig gezegd dat men zich naar Beernem naar de concerten gegeven door de speelders d r st. Amandusgilde moet beg ven om zulke prach tige vertoningen te zi n. Wij b danken dus vooreerst den h eer Voorzitter ridder de Vrière E. , de 1 den van d n raad n al de werkende leden der m aatsch a ppij die met zoov el vlijt en iever de vergaderingen bijwonen. Wij hopen en wenschen dat het getal nog zou aangroeien van de maatschappij welk e reeds zooveel goed op ons duurbaar Beernem heeft voortgebracht i> . Stippen wij nog aan dat op dezelfde algem ene vergadering de feestrede werd uitgesproken door de E.H. L. Van Haecke , te dien tijde, kapelaan van de H. Bloedbasiliek te Brugge. Het volgend jaar, in 1887, werd waa rschijnlijk eveneens een opvoering gegeven onder leiding van C. Marichal en wel rond 15 augustus (vergadering Burgersgilde 22-3-1887). Ten slotte werd in 1888 de première gegeven van h et grootste suksesstuk van Marichal : << Reyvaert of de wraek van de Temp elier », historisch drama in 6 bedrijven . Na 1888 is C. Marichal, die ondertussen ook een kantoor voor landver huizers naar Argentinië had opgericht te Beernem, en in datzelfde jaar nog de inhaling verzorgd h ad van Z.E.H. Clarebout als pastoor der gemeente, waarschijnlijk vertrokken naar Engeland en daarmede is de toneel gilde van het voorplan verdwenen , althans wij vinden er voorlopig geen sporen meer van. Het zou ten andere moeilijk geweest zijn , eens de leider weg, om op een dergelijk hoog plan verder te gaan , want wij mogen niet vergeten dat onze toneelkring in de 80-jaren, ruime bekenheid verworven had, niet alleen in de randgemeenten , maar tot in Brugge toe. De stukken die hier gespeeld werden , kwamen daarna in talrijke zalen van Antwerpen , Gent, Brugge en andere steden en dorpen aan de beurt. Zo leeft Beernem rustig verder , wijst door enkele goed geënsceneerde vechtpartijen, het socialisme af, waarvan Stauteman uit Brugge de heraut was en Leonard Lestienne, de profeet ter plaatse (1893) ; verkrij gt beroemdheid door zijn paardenkoersen op de merkwaardigste piste van België, zoals de tijdgenoten ze noemden ; zag de verbouwing en aftakeling van de St. Amandskerk door architekt Buyck (1901) ; hield een grote historische stoet op 20 augustus 1905, ter gelegenheid van het 75-j arig bestaan van de onafhankelijkheid van België, waa rvoor een m erkwaardig progra mma werd opgemaakt en uitgegeven , m et achttien goed verzorgde steendrukken van L. Van Parijs, waarschijnlijk naar tekeningen van juffrouw de Vrière. Rond 1890 bestond nog een tweede , waarschijnlijk liberale, toneelmaatschappij te Beernem, de << Verenigde Werklieden », die op 20, 21 , 26 en 27 december 1891 en op 3, 4 en 6 januari 1892 een opvoering bracht van het blij-eindend treurspel van Kotzebue << Cobonus en Pecavia ». De vertoningen gingen door in het lokaal van de m aatschappij bij Ga deyne aan de brug (Burgerwelzijn, nummer van 5 december 1891). Op 30 augustus 1908 wordt het nieuw gemeentehuis ingewijd door provinciegouverneur Ruzette , bij welke gelegenheid een groot muziekfestival plaats greep, waraaan een 20-tal maatschappijen deelnamen. Dat de toneelgilde echter niet dood is bewijzen enkele, eerder sporadische tekenen van activiteit. Zo werd tussen 1890 en 1900 << De wees uit het gebergte » opgevoerd . Het is een toneelspel in 4 bedrijven , geschreven door A.E. Nieuwmeyer (uitgave van 1877), een Noordnederlander en volledig opgevat naar de smaak van de tijd. Het onderwerp doet inderdaad dra kerig aan : de ten on rechte belasterde onschuldige triomfeert uiteindelijk over diegenen die zijn onder- 33 gang zochten. De ondertitels spreken voor zichzelf : het afscheid - de diefstal - de advokaat der armen - het loon der deugd. Van dit stuk bezitten wij een tekstboekje met rolverdeling. Ook in 1907 werd een opvoering gegeven, want de algemene vergadering van de Burgersgilde werd van de derde naar de vierde zondag van december verplaatst ten einde te vermijden dat zij met de toneelavond zou samenvallen. Welk stuk echter voor het voetlicht gebracht werd, weten wij niet, daar het verslagboek van de Burgersgilde dit niet vermeldt (vergadering van 10-12-1907) . In de jaren die volgden , vinden wij re gelmatig sporen van toneelvoorstellingen, zo in 1909 ( « De krokodil ») ; in 1911 ( << Graaf de Taillis en zijn zonen ») ; in 1912 (<< De twee Weezen ») ; in 1913 ( « De Leeuw van Vlaanderen ») en in 1914 ( << Godevaert of de ridders van Bloemendaele »). Wij stellen dat iJJ. die periode regelmatig samengewerkt wordt m et de katholieke muziekmaatschappij Ste Cecilia, die toen reeds volledig de oudere, liberale Concordia had verdrongen. In 1911 , ter gelegenheid van de opvoeringen van 24 en 25 december, gaf de muziekmaatschappij een openingsstuk voor fanfare, onder leiding van haar gewone muziekmeester, K . Van den Abeele. Het hoofdwerk, « Graaf de T aillis >> , telde 5 bedrijven , waarvan de titels voor zichzelf spreken : de broedermoordenaar - op het kasteel van Montenaeken - verraad en bekerin g - gevangen en vervolgd - de verlossing. Als apotheose kwam er dan nog een << prachtig verlicht tafereel » bij . Na de pauze en vooraleer met de klucht in één bedrijf « Con gres der bulten » een aanvang werd genomen, werden en kele gezangen ten gehore gebracht : << de twee kletskoppen », kluchtige zang door Victor Reynaert en Adolf Van Haverbeke, << Gard' Civiek », kluchtlied gezongen door Achiel Reynaert. Ter gelegenheid van deze opvoering, noteren wij het eerste optreden van wijlen heer Henri Batsleer, gewezen schoolbestuurder, die jarenlang, tot na de oorlog van 1940-45, één der voornaamste spelers van de Toneelgilde zou blij ven en er een ganse tijd cl.e leiding van in handen hield. Ook in 1912, op 24 november en 1 december , werd samengewerkt met de Muziekmaatschappij . Na een muzikale ouverture, werd vertoond : « De twee Weezen », een drama in 7 qedrijven en << De Muizenjacht >> , een klucht met zang, in één bedrijf. Dat de waarde van de gekozen stukken er nog altijd niet op verhoogd was, blijkt uit de titels die elk der zeven bedrijven van het drama meege kregen had : de aankomst der wezen - een bladzijde uit het zwarte boek bij het kerkportaal - liefde en plicht - de Salpetrière - Kain en Abel vader en zoon. Dit zegt voldoende welke melodramatische draak de toeschouwers voorgeschoteld kregen . De prijzen waren dezelfde gebleven als in 1883, maar de derde rang was uitsluitend aan mannen voorbehouden. De aanvang was gesteld om half vier, wat wel nodig zal geweest zijn om het ganse programma af te werken, voor het te laat werd. Het reglement vermeldde verder nog dat het verboden was te roken in de zaal en dat de dames verzocht werden de hoed niet op het hoofd te houden , wat een nuttige wenk was, gezien de afmetingen van somµlige hoofddeksels uit die tijd . In de verslagen die wij ter gelegenheid van deze opvoering in de pers vinden (Gazette van Brugge, nummers van 2-11 en 30-11-1912) , komt 34 v n ns duid lijk tot uiting dat het hier ging om de jaarlijkse vertoning van en akti ve kring<1l , In hetzelfde jaar 1912 kwam de Katholieke Jonge Wacht tot stand, die in de volgende jaren inrichtster zou zijn van verschillende toneelfeesten, door de Gilde verzorgd. Daarnaast valt het op dat de Toneelgilde, zoals reeds in 1883, nog steeds strijdend vlaamsgezind was en dit ook zou blijven na de oorlog 1914-1918, en bijvoorbeeld regelmatig Guldenspoorherdenkingen inrichtte. Dit was het geval met de reeds genoemde voostellingen, in 1913 van « De Leeuw van Vlaanderen » naar de roman van H. Conscience en in 1914 van « Godevaert of de ridders van Bloemendaele ». De oorlog van 1914-1918 zou natuurlijk alle werking stilleggen. Veel minder dan in de oorlog 1940-1945, liet de bezetter toe dat er enige aktiviteit ontplooid werd en wij zien dan ook dat onze Gilde geen enkele prestatie leverde in die jaren. Maar niet zodra was de oorlog achter de rug of onze mannen stonden weer op de planken en thans kunnen wij hun optreden nagaan tot op de huidige dag, met slechts één enkele ernstige onderbreking ( 1945). Nog in 1918 zelf (op 26 en 29 december) treden zij opnieuw voor het voetlicht met een zeer beladen programma : een bijbelspel in drie bedrijven : << Joas »; een klucht in één bedrijf : « Jocrisse de vondeling » en een oorlogsrevue « Beernem, etappen, kommandantur » van de hand van gemeentesekretaris Omer Van Haecke, stuk dan ten andere heel wat stof zou doen opwaaien en polemieken ontketenen. Het geheel werd opgeluisterd door de fanfare Ste Cecilia, met wie de Toneeelgilde nog steeds in beste verstandhouding leefde, terwijl een solo voor saxofoon met pianogeleiding uitgevoerd werd door K. Van Rille en K. Dhondt. De decors werden geschilderd door de kunstschilder J . Creytens, jarenlang direkteur _v an de Antwerpse Akademie en er was elektrische verlichting, wat toen nog als een unicum gold bij de toneelverenigingen van het platteland. De prijzen der plaatsen zijn enigzins verhoogd, vergeleken met de vooroorlogse, en er is een vierde rang (voorbehouden aan de mannen) bijgekomen. De voorbehouden plaatsen kosten thans 5 frank, de andere 3, 2,50 , 1,25 en 0,75 frank. De samenwerking tussen Toneelgilde, Muziekmaatschappij, Jongelingenbond en V.O.S.-bond, brengt een grote aktiviteit mede voor 1919. Naast een voorjaars- en kerstmisoptreden, is er ook een Guldensporenfeest, waarbij als sprekers E.P. Callewaert O.P., alsmede een oud-ijzersoldaat ,optreden. De opvoering van « De Gebroeders De Graeve » op 28 december 1918 zou nogal woelig geweest zijn ,want een kroniekschrijver van die tijd<2l dat een dakpan door het venster geworpen werd en dat er in de zaal geroepen werd « Vliegt de Blauwvoet storm op zee ! ». Ditzelfde stuk werd in 1936 nog eens op de planken gebracht. In 1919 werd de Toneelgilde bedacht met Statuten en een vaste benaming. Als artikel 1 van die statuten, lezen wij immers : << in 1919 werd op initiatief van E.H. Devrieze, de hh. Omer Van Haecke, René Van Rie, René De Leyn, Omer Van de Vijver, Adolf Van Haverbeke, Achiel Reynaert, Oscar Roets en andere vooraanstaanden der gemeente, het toneelgezelschap heropgericht onder de benaming van « Kunst Adelt». ( 1) « Onze .tooneelgilde is ernstig aan het we r k om een prachtig avondfeest te geven . Het groot stuk zal doo r de onvermoeibare leden hier '?"k voo r het publiek vertoond worden ... (2-11- ' 12) ». Ik was éénigzins van gedacht dat voor een gewone tooneelgilde het stou t gewaagd is en alleszins een moeili jk werk , o m zulke stukken op te voeren (30-11-1912) . (2) August Strubbe tekende regelmatig al Ie gebeurtenissen op , vooral in verband met de muziekmaat schappij Ste Cecilia, maar toch ook aa ngaande de toneelgilde . Vele gegevens in de vo lgde bladzijden zijn aan zijn noti ties on tleend . Wij danken hierbij de familie, die ons bereidwillig inzage van deze nota 's gaf. 35 Deze statuten werden enigzins h erwerkt en aangevuld in 1956. De tekst van dit artikel 1 zou kunnen aanleiding geven tot misverstanden. Immers had de Toneelgilde op dat ogenblik reeds haar heroptreden gedaan (in 1918), maar zij hing nog slechts losjes aan elkaar, zodat een reglementering noodzakelijk was. Nieuw waren dus alleen de statuten en de benaming << Kunst Adelt ». In 1920 waren er weer twee opvoeringen en een daverende Guldenspoorviering. In december (5, 8 en 12) wordt << De deserteur >> van C. Van Cauwenberghe opgevoerd , een wel zeer aktueel stuk, dat in 1937 nog eens zou hernomen worden. Opmerkswaardig is het groot aantal spelers, waarover de Toneelgilde toen beschikte. Waren er voor « De Deserteur » een 30-tal akteurs, dan waren er in 1922, voor de opvoering van « Reyvaert » niet minder dan veertig. Dit bewijst voldoende dat het liefhebberstoneel van die tijd geliefd was en een grote aantr.ekkingskracht uitoefende op de jeugd. In 1925 werd voor eenmaal van de regel van de Kerstmis-vertoningen afgeweken . Integendeel werd een p_roef genomen met een feestje voor spelers en voor de ere-leden. Er waren in die tijd namelijk personen die een bijdrage van 20 frank per jaar betaalden en daarvoor in ruil de titel van erelid verkregen. Dit feest ging door op 15 december en onze kroniekschrijver geeft een overvloed van détails over de bijeenkomst. De jongeren voerden een toneelstukje op, « Marietje Hem elsoets reis naar de Hemel », er was gezang en vermaak, er waren versnaperingen en drank ( één vat bock, vele flessen stout en enkele flessen wijn , zegt A. Strubbe) . Het moet zijn dat de drank van zeer goede kwaliteit was, want h et be stuur voelde zich verplicht het feest heel wat vroeger te beëindigen dan voorzien, daar gesprekken en gezan g op een bedenkelijk laag peil gevallen waren. Ter gelegenheid van de vertoning van de << Lichttoren >> , op 24-1-1926, rezen er moeilijkheden op met Z.E.H. Ramaut, zodat de muziekmaatschappij het vertikte op te treden. Ook in de zaal, schijnt het nogal rumoerig te zijn geweest, want de kroniekschrijver vergelijkt ze aan <~ een vismarkt t,. Gelukkig werd deze twist nogal gauw bijgelegd, wat in de eerstvolgende jaren niet steeds mogelijk zal zijn. Zo zullen wij de bekende moeilijkheden ontmoeten met E.H. Bruneel, de verwijdering tussen H. Batsleer en 0. Van Haecke, die nochtans de steunpilaren waren van de maatschappij en andere. De heer Van Haecke zou ten and.ere eveneens zekere verdiensten verwerven als toneelschrijver . Ook in het volgend jaar, 1927, zat het spel weer op de wagen voor een kwestie die reeds veel stof heeft doen opwaaien en nog slechts onlangs en gedeeltelijk geregeld werd : het gemengd optreden. De gilde was zinnens een opvoering te geven van « De held van 't Dorp » en Jenny Reynaert zou daarin een rolletje vervullen. Natuurlijk kwam er verzet tegen dit plan en moest het stuk gearangeerd worden voor uitsluitende mannenbezettin g. Een gedeelte der spelers was het daarmede niet eens en het gevolg was dat de opvoering niet doorging. De twist werd echter gauw bij gelegd en op Kerstmis stonden onze mannen toch weer op de planken. In 1928 was er nog een kleine twist met de muziekmaatschappij, m aar dat was slechts het voorspel tot grotere moeilijkheden, die weldra zouden volgen en de aktiviteit van de. Toneelgilde zouden drukken tot rond 1936. Het is nutteloos dit alles hier van naald tot draad uit te spinnen, het kan ons ten andere niet vooruithelpen in de geschiedenis van onze vereniging. Alleen kunnen wij nog aanstippen dat regelmatig een andere voorzitter aangesteld werd, dat bijna om het jaar een heroprichting van 36 d Gilde plaats had en dat gedurende een korte tijd zelfs twee maatschappijen optraden. Ook maakte de Toneelgilde zich los van de muziekmaatschappij, zou een tijdlang ook als zang- en muziekgilde optreden en aanleunen bij het Davidsfonds, dat in 1930 was opgericht. Doch deze samenwerking was ook van korte duur , daar laatst genoemde vereniging al spoedig af te rekenen had met in terne ruzies. zonder dieper op al deze twisten in te gaan, moeten wij toch het feit beklemtonen dat een onderpastoor van die tijd, gesteund door enkele lieden, een nefaste invloed op het verenigin gsleven van de gemeente uitoefende en voor een groot gedeelte schuld had aan deze al te veelvuldige ruzies. Een en ander over deze periode valt te lezen in het weekblad << Het Belfort », nummers van 22 februari en 1 maart 1930. In 1937 werd een nieuwe proost toegevoegd aan de Gilde nl. de E.H. Seynaeve, de heer Batsleer nam het bestuur in handen en van dan af gingen de prestaties crescendo. In 1938 werd, 50 jaar na de première, het dra ma van C. Marichal opgevoerd: « Reyvaert of de wraek van de tempelier ». Einde 1939 kwam de mobilisatie en de daarmede gepaard gaande moeilijkheden, zodat voor die winter alleen de operette << Hoger op » van Lietaert ten tonele gebracht werd, dit in samenwerking met de leden van de koormaatschappij en van de harmonie Ste Cecilia. Tientallen verdienstelijke figuren zouden hier moeten gememoreerd worden, maar dat zou ons te ver leiden . Beperken wij ons tot een drietal personen die in de periode na 1930 bij << Kunst Adelt » aansloten en speciaal onze aandacht verdienen. De eerste is Maurits Van Haecke, die wij, behoudens vergissing, in 1930 voor het eerst op de lijst der akteurs aantreffen. Tot voor enkele jaren bleef hij aktief als speler en gedurende een ganse tijd nam hij de regie en het bestuur waar. Hij genoot vooral een welverdiende faam in komische rollen. In 1937 werden de rangen aangevuld door Valère Van de Weghe en Albert Vermeire. De eerste neemt sinds jaren, met buitengewone stiptheid en nauwgezetheid het sekretariaat der Gilde waar en telt tevens het meeste dienstjaren van alle nog aktieve spelers, wat niet belet dat hij een der meest suksesvolle spelers blijft en voor enkele jaren de onderscheiding van A.W.T. ontving voor beste mannelijke vertolker. Albert Vermeire, die jarenlang optrad als speler was daarna een tijdlang voorzitter van de Gilde en is er thans ere-voorzitter van. Daarnaast heeft hij grote verdiensten tegenover de toneelbond door het schrijven van verschillende werken, die alle met sukses opgevoerd werden. Wij vernoemen maar : << Terug naar 't stalleke », kerstsproke waarvan de eerste opvoering op kerstmis 1954 plaats had ; << Tharcitius », kerstnovelle , eerste opvoering op kerstmis 1955 ; « De derde compagnon », drama in 3 bedrijven, eerste opvoering op 22 februari 1959. Wij zien dat de traditie, door C.H. Marichal ingevoerd, aldus in ere wordt gehouden, en dat de Toneelgilde terug mag rekenen op het talent van één harer leden om haar repertoire te stofferen. Vooraleer het overzicht van de voor-oorlogse periode te besluiten, past het hier te wijzen op een trits blijspelen, die de faam van onze spelers in alle omliggende gemeenten vestigden. Met H. Batsleer, M. Van Haecke en V. Van de Weghe als grote vedetten, werden aldus opgevoerd : << Robert en Bertrand » in 1937 (28.2 en 7.3) ; de Filosoof van Hagem », in 1938 (20.2 en 27.2) en « De Wonderdokter » in 1939 (19.2 en 26.2) . Het hoeft wel niet beklemtoond dat de Vasten avondvoorstellingen van die jaren voor uitverkochte zalen doorgingen. Gedurende de vier oorlogsjaren was de aktiviteit van de Gilde natuurlijk beperkt, maar er werd toch in de mate van het mogelijke doorgewerkt, zo- 37 dat minstens één opvoering per jaar kon gegeven worden. Een grote moeilijkheid was natuurlijk het beperkte aantal spelers, daar talrijke akteurs er, om veiligheidsredenen, de voorkeur aan gaven niet teveel in de kijker te lopen . Moest men dus vooral zoeken naar werken met een kleine bezetting, dan konden toch een paar merkwaardige prestaties geleverd worden , zoals de opvoering van « Vlammende Vleugels » in 1944, van << S.O.S. Victrix >> in 1943 en een openluchtopvoering van << Een zwerver kwam » in 1942. Deze laats te opvoering ging door in het park van het kasteel Drie Koningen ten bate van het schone << Winterhulp »-werk. Dezelfde winter werd het stuk hernomen in de patronaatszaal. Slechts één jaar in meer dan 50 jaar, moest << Kunst Adelt » inaktief blijven en dat was in 1945. De moeilijkheden stapelden zich zodanig op dat aan geen spelen kon gedacht worden. Vele spelers die gedurende enkele jaren gedwongen inaktief waren gebleven, voelden niets meer voor een heroptreden ; anderè waren door mobilisatie weerhouden. Er was een nijpend gebrek aan verwarming en aan ruimte en de belangstelling van het publiek voor toneelopvoeringen was zeer gering in deze tijd van algehele verwildering. Dit jaar inaktiviteit betekende echter niet dat men bij de pakken bleef zitten : enkele getrouwen, voor wie Kunst Adelt een stuk van hun leven geworden was, zochten opnieuw kontakt met elkaar en bereidden een nieuwe werking voor. In 1946 reeds, op Kerstmis, werd opnieuw van wal gestoken met het drama << In het gloeiend zand », dat ook in Oedelem opgevoerd werd, op 9 februari 1947. Nog enkele jaren moest men het uitsluitend hebben van stukken met een zeer kleine bezetting, want het spelerspotentieel bleef bestendig beneden de tien personen. Geleidelijk aan echter herwon de vereniging aan levenskracht en sinds 1950 werd een bloeiperiode ingeluid, die het mogelijk maakte dat, jaar na jaar, merkwaardige prestaties geleverd werden, dat het peil van de voorstellingen steeds hoger kwam te liggen en dat de Beernemse toneelkring thans weer, zoals vóór de oorlog van 1940, een ruime bekenheid geniet in gans de omgeving. Wie herinnert zich niet meer het reusachtig sukses van « Generaal Lambik », dat niet min dan vijfmaal opgevoerd werd in 1950 en 1951, en waarmede een tweede suksesvol toernee werd gedaan in verschillende gemeenten, nadat dit het jaar voordien reeds het geval was geweest met « 't Kan er van af ». Wie is reeds de openluchtvoorstelling vergeten die, in 1956, in de hovin- gen van het kasteel Van der Stegen , voor meer dan 800 enthoesiaste toeschouwers doorging en waar << De filosoof van Hagem » werd vertoond? Wij herinneren eveneens aan de merkwaardige opvoeringen, in 1955 van Shakespaere's « Koopman van Venetië », in 1957 van « Judas » van Franco Fochi en van « Het heilig experiment » van Hochwalder. Ondertussen kende Kunst Adelt de vreugde enkele verdienstelijke leden en spelers te kunnen huldigen. In 1953 was dit het geval met Edgard Teerlinck, de huidige voorzitter; Emiel Compernolle en Maurits Van Haecke, sinds meer dan 25 jaar aangesloten ; in 1958 met Valère Van de Weghe , die toen reeds meer dan 20 jaar aktief op de planken stond en nog altijd de draaischijf van de Gilde is. André Fiers, die zich speciaal bekwaamde daartoe, werd in 1956 definitief aangesteld als regisseur en naast enkele zeer verdienstelijke vertolkingen, lukte hij aldus reeds verscpillende prestaties, die hem een gunstige faam bezorgden, tot ver buiten de grenzen van de eigen kring. De Toneelgilde is aangesloten bij het A.W.T. - N.V.K.T. en neemt als 38 dusdanig· r g !matig d 1 aan d kategorie-tornooien die door deze vereniging word n uitgeschreven. Zij treedt op in de eerste kategorie en nam tot nog to aan acht tornooien deel : in 1943 met << S.O.S. Victrix » ; in 1944 met << Vlammende Vleugels » ; in 1951 met « Schip in nood » ; in 1953 met « De Halfbloed » ; in 1956 met « De Koopman van Venetië » ; in 1959 met << De derde compagnon » ; in 1961 met « De sloep zonder visser » en in 1966 met << In geweten niet belast », waarmede meteen naar lste kategorie werd gepromoveerd ( 83 % der punten) . Zo hebben wij over meer dan 80 jaar de peripatieën gevolgd van de toneelgilde. Hoogtepunten en inzinkingen wisselen elkander af, over bepaalde perioden zijn wij zelfs zeer slecht ingelicht, maar wij zien toch dat de echte toneelgeest steeds aanwezig bleef te Beernem. Daar waar in bijna alle omliggende gemeenten de toneelverenigingen verdwenen zijn, houdt Beernems << Kunst Adelt » prachtig stand en vindt altijd weer nieuw bloed om de schone traditie voort te zetten. De promotie naar eerste kategorie in 1966 is het beste bewij s van de leefkracht van de Gilde. « Kunst Adelt » vervult een rol, niet alleen op kultureel, maar ook op sociaal gebied, door de keuze van de stukken, waarbij alle aandacht gaat naar de artistieke waarde. Daarnaast richtte de vereniging van 1956 tot 1960 regelmatig ontwikkelingsavonden in met eigen of vreemde sprekers, speciaal bedoeld om de kontakten tussen de leden te bewaren en hun algemene kultuur bij te werken, zij organiseerde lessen in ABN, zij maakt het haar leden mogelijk voorstellingen bij te wonen van uitgelezen gezelschappen en tenslotte , zij werkt niet uit baatzucht, zij werkt zelfs niet uitsluitend uit liefhebberij, maar met h aar vertoningen steunt zij, volgens een traditie uit de tachtiger jaren, de sociale werken van de gemeente. Opgericht om de Vlaamse aard van ons volk gaaf te helpen houden, om het kristelijk ideaal bij onze mensen te doen voortleven, blijve « Kunst Adelt » steeds h aar driedubbel doel getrouw : Vlaams, Volks en Kristelijk. BIJLAGE. OPVOERINGEN VAN DE TONEELGILDE SINDS 1883 OPMERKING : Bij deze lijst wordt telkens, uitgezonderd voor de laatste jaren, de bron aangeduid waardoor wij het bestaan van deze voorstellingen kunnen bewijzen. Voor de jaren na 1950, zijn er steeds programma's voorhanden en tevens voldoende mededelingen in de plaatselijke weekbladen en ook in de dagbladen. Bij het aanduiden van deze bronnen, hebben wij gebruik gemaakt van volgende afkortingen : GvB Gazette van Brugge BH Brugsch Handelsblad BW Burgerwelzijn BC Brugsche Courant en Woensdagblad Belf H et Belfort Dagb Dagboek van August Strubbe. 1883 23 9 « Godeva~rt o f de r idder s van Bloemendaele », · d r am a in 5 bedr ijven van C. H . MAR ICHAL . « Het gebak », kluch t in een bed ri jf door E.H . CA LLEBERT . Gv B, 22 .9 en 29.9 en 6 .10 .1883. 1884 28 .9 en 29 .9 « Woute r Leeuwaert o f de bee lds to rm er s te Br ug ge », d r ama in 5 bed r ijven door C.H . M ARICHAL . • Bambor.zel oms concert », kluch t i n één bedrij f van C.H . MAR ICHAL . GvB 27.9 en 4 10. 1884 . 26 .9 . « Simon Tu r chi », dr ama van C. H . MARI CHAL . «Twee deugnie ten», pa ntomine v . C. H . MARI CHAL . GvB 18 .9 en 2 .10. 1886. 1888 « Reyvaer t of de w r aak van de tempel ier », drama van C. H . M ARI CHAL . Prog r . va n 25 . 12. 1938. 1886 39 1909 - datum onbeke nd - 27 .11. « De Krokodil •• blijspel in 2 bedrijven door Oome « Smetje Smee •• spel P 1. JANUS . Tekstboekje. Dagb . 191 1 24 .12 en 25 .12 . - de Taillies en zijne zonen•• histor isch drama in 5 bedrijven met zang en d r ie tafe relen, door J . VERHULST . « Congres der Bulten• . klucht in één bedrijf, door J. WYTINCK . Progr . 1925 - « De zwa r te hand », godsdienstspel in 4 taferelen. « Graaf 1912 - 191 3 - 13.7 , [)~ Lo,.,V:, va n Vlaanderen ». naar H. Conscienc~ . GvB 12.7 en 19.7.1913 . 1914 - 12.7 . • Godevaert of de ridders van Bloemendaele, drama in 5 bedrijven van C.H. MARICHAL . « De zak der misdaad », k lucht in één bedrijf . Progr - GvB. 20 .6, 4.7 en 13.7.1914. 19 18 - · 26 .12 en 29 .12 . « Joas », kerst- en driekoningenspel . « Jocrisse de vondeling», kluch t in een bedrijf. «Beernem , Etappen , Kommandatur», oorlogsklucht. · Progr . - dagb . 1919 Progr . - Dagb. 8 .11 en 15 .11. « Wouter Leeuwaert », drama in 5 bedrijven, van C.H . MARICHAL. • Hij wilde ook eens burgemeester zijn », klucht. Dagb . 1926 24 .1 en 31.1. « De Lichttoren », drama . « De zak der mi sdaad », klucht. Dagb . - - 14 .11 en 21.11. «Bloedgeld», drama. « Jocrisse de vondeling», klucht. 7 .12 en 8 .12 . « Robert en Bertrand», blijspel in 4 bedrijven. GvB 22 .11.1913 . 1927 - waar de sterre bleef stille staan, toneelspel, door F. TIMMERMANS en E. VETERMAN . - - 5.12, 8.12 en 12 .12 . « De Deserteur », drama in 6 bedr ijven, door C. VAN CAUWENBERGHE . Progr. · dagb . - BH . 4 .12.1920 - BW . 4 .12 .1920, 1921 - 24 .7 . « Vri1 ». « Flik en Flak in nesten», blijspel. Dagb. 6.11 en 13 .11. « De Priesters », drama. « Neef Anselmus », klucht. Dagb . - BW . 29.10 .1921. 1922 - 19 .3. • Vergeten en vergeven», drama door Palmer PUTMAN . « De Zwanzer », blijspel in 3 bedrijven, door 0 . VINCART. Progr . - Dagb . - 24 .12 en 26 .12 . • Reyvaert of de wraak van de tempelier « drama in 10 tafere len, door C.H . MARICHAL . « Boem », klucht. Progr . - Dagb . 1925 - 1928 - Opvoering voor de V .O .S. Progr . - 8.7 . «Oude jongmansgril », blijspel in een bedrijf. • ' n Piet in de val », blijspel in 2 bedrijven . Progr . - Dagb . - 9.12 en 16.12 . Hoed van ltaliaansch st roo », blijspel in 5 bedrijven, van LABICHE . Progr. - dagb . 1924 23 .3 en 30 .3. « De verloren zoon », drama door VAN. DE BERGHE • De wràak der Kabouters ». Dagb . 19 .2 . « De zoon van de werkstaker », drama pantomine . Dagb . - 15 .4 . « Hooger op», operette van LIETAERT . Dagb . - 22 .7 . « Pater Lievens», missiedrama, in 4 bedrijven. « Nichte Sarlotte van Zevecote », blijspel in 1 bedr. Progr . - dagb. - BH . 11.8 .1928 . - 9 .12 en 16.12 . « Pater Lievens ». « Smetje Smee . D~gb . « De 23 .12 . suikernonkel , blijspel. Dagb . 1929 « Het 27 .11 en 22 .12 . testament •, bli js pel . Dagb . 1930 - 27 .11 en 30 .11 « Het kruis op de Heide », drama door J . BALLINGS . « De Bollebaan », zangspel in één bedrijf, door J. BALL!NGS . Progr . - dagb . - BH . 27 .12 .1930 - Be lf. 6 .12 .1930. 1931 15 .2 . « Het schoothondje van de Koningin », klucht in 3 bedrijven . • De wereld in », cantate van P. BENOIT. Belf 31.1 en 14 .2.1931. _: 20 .12 . « Naar de Congo », klucht. • Dieven in Huis », blijspel in 3 bedrijven . Dagb . 1932 10 .4 . • De gehangende met de koorde», mirakelspel in 3 bedrijven. « Mopp ie als kindermeid , klucht in één bedrijf. BH . 9.4.1932 . 1933 - 19.2. • Onschuld ig», drama . • De weerwraak van de kabouters ». Dagb . - 3.12 . « Verdungangers », oorlogsdrama. Een klucht. Dagb . 18 .2 . « De Generaal komt morgen », kluchtspel c Pierrot als tooveraar », pantomine . · 25 .12 en 26 .12. « Joas », drama . «Jodenstreken», klucht . Dagb . _ · 6 .7. « Die Oogen », drama in een bedrijf. « Droom der krijgsgevangenen , oorlogstoneel. « De poortier van Mr Poortier », klucht. Dagb . - Progr. 26 .12 en 28 .12 . « De gebroeders Degraeve », drama in 6 bedrijven, door C. Van CAUWENBERGHE . « Levende Dooden » , blijspel door René VERMANDERE . Dagb. - Progr. 1920 18 .4 en 25 .4 . « Verrezen », blijspel in 3 bedrijven, door J. VAN DEN BERGHE . • De Erfeni s van Polycarpus », blijspel in 3 bedrij ven, door J BALLINGS . Progr . - dagb . - BH . 10.4 .1920 . 27 .2 en 27 .3. « En 21.4 . • Quo Vadi s », drama. Dagb overkant», drama in 3 bedrijven . « De « Moppie als kindermeid», klucht in 1 bedrijf. 24 .11 en 1.12 . « De twee Weezen », drama in 7 bedrijven . «De Muizenjacht•, klucht met zang, in één bedrijf . Prog •. - GvB 2.11 en 30.11.19 12 . in 3 bedrijven . 15 .2 en 1.3 . 1934 - 4 .2. • De Nar van de Koning », drama . Dagb . Dagb . 1935 - 22 .12 . 22.7 . « Verus », hekelspel door 0 . VAN HAECKE . Dagb . - « De 27 .11. « Paard op zolder», blijspel. « Twee Joden », bi ij spel . Dagb . 1936 - « De 25 .12 - 26 .12 en 27 .12 . gebroeders Degraeve , drama van C CAUWENBERGHE . Dagb . VAN 40 - 15 .11 0 11 22.11. 1951 « Offerande •, drama . Dogb . en progr. 1937 28 .2 8 11 7 .3 . « Robert on Bertrand», blijspel in 4 bedrijven, bewerking J. DE MOOR. Progr . - dagb . - BH . 27 .2 en 6.3 .1937. 7 .11 en 14 .11. «Toen het licht verdween», drama door C. STAES . Progr . - dagb . - BH. 23 .10 en 6.11.'37 BW . 23.10 en 6 .11 .'37 . 19 .12 - 25 .12 en 26 .12 . « De deserteur», drama in 5 bedrijven, door C. VAN CAUWENBERGHE . Progr_ - BH. 11.12.1937 . - BW. 11.12 en 25.12.1937. 1938 - 20 .2 en 27 .2 . Haegem », blijspel in 6 bedrifven d oo r J . SCHEIRS. Progr. 13 .11 en 20 .11. « Gij zult niet dooden », anti-oorlogspel in 4 bedr. « Garde a vous », klucht. BW . 12 .11 en 19 .11 .'38 - BH . 12.11 en 19.11.'38. 25 12 en 26 .12 . « Reyvae ; t of de wraak van de tempelier», drama in 6 bedrijven. Progr. - BW. 17.12.'38 - BH . 17 .12 .'38. « De filosoof van 1939 in 3 bedrijven door J. Janssens. Progr. - BH . 18.2 .' 39 - BW. 18 .2. 1939 . 10 .12 « Hooger op », operette van LI ETAE RT. Dagb. 1940 14.1. « Hoogerop », ope rette van LIETAERT . Dagb . 1941 21 .12 en 25 .12 . « De wraak der kabouters ». « De nieuwe kindermeid ». BH . 13 .12.'41 en 3 .1.'42. 1942 12.4 en 19.4 . « De gouden clown», drama in 4 bedrijven van W. VAN DEN BERGH Progr. 5.7 . « Een zwerver kwam », van .J. GROTVELD . BH . 4.7 en 11.7.'42 . 8.11 id . « Een zwerver kwam», van J . GROTVELD . BH. 12.12 .' 42. 1943 25 .12 « S .O.S . V ictrix ». BH. 13.2 .1943 - Onbekend dagblad. 1944 12 .3 en 19 .3. « Vlammende vleugels», drama in 4 bed ri jven van W. VAN DEN BERGH . Progr. 1946 25 .12 . « In het gloeiende zand», drama. BC. 15 .2 '47. 1947 9 .2 . « In het gloeiende zand», drama. « Een varken met twee hespen », klucht. BC. 15 .2 en 1.3.'47 . « De wonderdokter», blijspel « De anarchist», drama. BC. 22.3.'47. 7 .3. « De thui s», drama. BW . 14 2.'48. 26 .12 . « De slag op het hart» , d rama in 3 bedrijven, van A. DE GRAEVE. « Sloeber de geluksvogel », klucht. BW . 17 .12 en 31.12 .'48 . 1949 25 .12 . « 't Kan er van af », blijspel. BH en BW en talrijke aankondigingen en verslagen 1950 januari. Optreden te Oostkamp en Wijnendale met « 't kan er van af». BW en BH . 26 .11. « Gene raal Lambik », blijspel in 4 bedrijven van van A. DE GRAEVE Progr. - BH en BW . 25 .12 . « De Kerstmis van b roeder Thomas en de drie rovers • , in 7 taferelen. Progr . . BH en BW . 1948 1952 Januari : Oostveld . - Februari : Oedelem en Sint Pletersve ld met • Generaal Lambik •· BH en BW . 4.3. « Generaal Lambik », blij spel. Progr . • BH en BW . 23 .12 en 25 .12 . « Schip in nood», d rama in 3 bedrijven, van W. VAN DEN BERGH « Schoonmama bli'ï!t logeren», klucht in 1 bedr. van K. MüLLER en K. Bö HM . Progr. en BH en BW . - 17 .2 en 24 .2 . « En toen kwam het licht•, drama in 4 bedrijven, van A. DE GRAEVE . Prog r . - BH en BW . 25 .12 en 18 .12 . « En waar de ste rre bleef stille staan, door F . TIMMERMANS en E . VETERMAN . Prog r . - BH en BW. 1953 1.2 . • En waar de sterre bleef stille staan, doo r F . TIMMERMANS en E. VETERMAN, te St. Joris-tenDistel. Progr. 8.2. « De stem die niet zwijgen wil», drama in 3 bed r ijven , van A. DE MAN. Progr. - BH en BW . 8 .11. « Napoleon de Vierde », blijspel in 3 bedrijven van M. JANSSEN en G . NIELEN . Progr . - BH en BW . 25.12 en 27 .12 . « De halfbloed •• d r ama in 3 bed r ijven van J . CARPENTIER. « Het kalf», klucht in bed r . door YOLAND en BRAUN. Prog r . - BH en BW . 1954 14 .11. « De Postwagen », drama in d r ie bed r ijven, doo r A. VAN DER LUGT. Progr . - BH en BW . 25 .12 . « Vals spel », drama in 3 bed r ijven , van TAEYMANS en HAGEVELD . « Terug naa r 't Stal leke », kerstsp roke van A. VERMEI RE. Progr. - BH en BW. 1955 20 2 . « De Wonderdokter, blijspel in 3 bedrijven van J. JANSSEN. Prog r. - BH en BW. 13 .11 . « De schaduw», detectievespel in 3 bed r ijven van C.J. STAES. Progr . - BH en BW . 25 .12 . « De Koopman van Venetië», door W . SHAKESPAERE. Progr. - BH en BW. 1956 21.2 . « De Koopman van Venetië ». Progr . - BH en BW . 8.7 . « De Filosoof van Hagem », blijspel door J. SCHEIRS en K. RUYSINCK. Progr. - BH en BW . 4.11 ~ Hugh Scott », drama in 3 bed r ijven door 1. ALBERT. Prog r. - BH en BW. 25 .12 . « Morfi ne-piraten », drama in 3 bedrijven , door A. VAN DER LUGT . Prog r. - BH en BW . 1957 31.3 . «Judas», drama in 3 bedrijven , door F . FECH i. 3.11. « Het rechte spoor», drama in 3 bedrijven door C.J. STAES , naar J. FABRICIUS . Prog r . - BH en BW. 25.12 . « He t heilig Experiment », drama in 3 bedrijven , van F. HOCHWALDER . Prog r . - BH en BW . 1958 23 .3. « De puntjes op de IJ», blijspel in 3 bedrijven van P MARIEN. Progr. - BH en BW . 41 - 19S9 8.3 en 15 .3. « Op de purpere hei • • operette in 3 bedr , teks t 28 .12 . « Hemelvaart heen en terug•· blijspel d r ijven van G. MARTENS . Progr. - BH en BW . - in 3 be- E. DERIDDER, muziek A. PREUDHOMME . . - « De derde Compagnon», toneelspe l in 3 bedr . door Beernemse auteur A. VERMEIRE . Met deze opvoering nam de kring deel aan het toneeltornooi voor kringen van 2e kat. (Patronaat. - 1S .11. « Vlucht uit de nacht• • drama in 3 bedrijven door OLIVIER (pat.) - 2S 12 . « En wa~r de ster re bleef sti IIe staan •• kerstspel door F. TIMMERMANS . Dit was het eerste gemengd optreden van de k r ing (patronaat) . 1960 - 20 .3 . « Kaifas », passiespel door J. VANDAELE (patron . ) - 6 .11. « Leontientje •• drama in 3 bedr. door F. TIMMERMANS (patronaat) . - - 196S - doen we met Tante? », blijspel door Ph KING en P. BRADBURY . - - - 1962 - 2S .2 . « Slisse en Cesar •• b lijspel in 3 bedr . door J . VERTEN en J . GEVERS (patronaat) . - 4 .3. en Cesar », blijspel in 3 bedr. door J . VERTEN en J. GEVERS (Reygerlo) . « Slisse - 18.11 • 2 .12 • 16.12 en 23 .12 . « Gasten in eigen huis », blijspel in 3 bedrijven, door D. VAN MAASLAND . 1963 - 17 .3 en 24 .3. « Mev rouw Pilatus», drama in 3 bedrijven , door W. PUTMAN . - 1S .8 . Deelname aan Oogststoet in Veurne , uitbeelding van groep « Pik kers • . - 8 .9. Deelname aan Breughe lstoet te Wingene, uitbeelding van « Karnaval en vasten ». 1964 - 23 .2 . Dee lname aan Krakelingenstoet te Geraa rdsbe rge n, uitbeelding van « Ridde r Geernaert en gevolg» en « Ridder de Cassins en gevolg ». 6.6 . Deelname aan stoe t te Hertsberge , met zelfde stuk. - 28 .11 - S.1 - 12 .12 . « Slisse en Cesar », toneel spel in 3 bedrijven van J. VERTEN en J . GEVERS . 1966 - 6 .3 en 13.3 . In geweten niet belast», toneelspel in 4 bedr ., door Fr . COOLS , met deze laatste opvoering werd gepromoveerd naar l ste kategorie . « 3 .12 . « De sloep zonder Visser», drama in 3 bedrijven, door ALEJANDRO CASONA ( Reygerlo) . Deze opvoering ging door in het kader van het Prov inci aal toneeltornooi voo r kringen van 2e kat. 30 .S. Deelname aan huldigingsstoet met zelfde stuk . 26 .2. 17.12 . 29 .S. Huldiging burgemeester De Pré , opvoering van wagenspel « De duivel te sterk », door J . DE VROYE. « De Muur », drama in 3 ~edrijven, door CALVO « De sloeo zonder Visser•• drama in 3 bedrijven, door ALE.JANDRO CASONA (patronaat) . 21 .3 en 28 .3. « Wat 13 .11. SOTELO ( Reyger lo). S.J. « De Muur» , drama in 3 bedrijven, door CALVO SOTELO (patronaat) . 7 .3 . Dee lname aan Krakelingen stoet te Geraa rd sbe rgen , met zelfde groep hoger vermeld . drama in 3 bedr . door F. TIMMERMANS ( Reyger lo) . - 20 .12 en 27 .12 . « Achter de muur», van W. BISSCHOT, toneelspel in 3 bedrijven . « Leontientje » , 1961 4 .10 . Stoet eeuwelinge te Brugge , St. Gilles. Uitbeelding van Doop . 22 .2 . Moeilijk te situeren zijn volgende opvoeringen, waarvan wij wel de tekstboekjes met rolverdeling vonden , maar waarvan het jaa rtal alleen bij benadering '> , dat geen heerlijkheid op zich zelf was, schijnt gans Oedelem omvat te hebben , behalve het Knesselaarse en Wulfsberge, bij gevolg het ganse gebied waarover de heer van Praat j uridictie had. Praat (met Oedelem) was een « appendantse » heerlijkheid van het Vrije. Dergelijke heerlijkheden hadden hun rechtsmacht niet aan het Vrije afgestaan, maar hadden hun eigen schepenen . Zij stonden echter onder de schepenen van het Vrije voor hoger beroep en voor de verdeling van de algemene belastingen. De heerlijkheid van Opschote (Upschote) was een leen gehouden van de de Burg van B_rugge . Zij had geen eigen schepenen, maar moest beroep doen op die van het Vrije voor rechtszaken ; wel kon zij hof maken met de houders van haar onderlenen voor zaken die de lenen aangingen. Haar foncier was 60 gemet 93 roeden groot, in verscheidene percelen. Daaronder was « d'hofstede met alle de huusen ende boomen daar uppe staende metten wallen , walgrachten ende sijngelen », palende met de zuidelijke zijde aan de Danegemsestraat. Vijf manschepen (onderlenen) hingen van het hoofdleen af. Drie ervan lagen in Westkapelle en twee (samen slechts 3 gemet groot) in Oedelem. De heer van Opschote had een zitplaats van drie stallen in de rechterkant van het hoogkoor in de kerk van Oedelem, om de heer daarin te zitten en een zitplaats in de kapel van Onze Lieve Vrouw, binnen de zelfde kerk, nevens de koordeur , om de vrouw van het hof daarin te zitten. Verder een voorbehouden begraafplaats op het kerkhof, aan de noordoosthoek van de kerk. En op de wal van het hof was een vierkante plaats gewijd, alwaar men van in oude tijden mis gedaan heeft en nog mag doen (zegt het leenboek van de Burg van 1642) ter beliefte van de heer van het hof. 48 Grensscheiding Oedelem-Knesselare zg. Flabbaertsbuize . Frans Zannekijn verkocht Opschote in 1658 aan het college van de Jezuïeten van Gent. Na de afschaffing van dit orde door de paus in 1773 werden alle J ezuïtengoederen door de Oostenrijkse regering aangeslagen en verkocht. Koper van Upschote, in 1779, was Jan van de Male ; de koopbrief vermeldt dat het was << een wel behuusde en betimmerde hofstede ». Het goed en huis ten Torre was een leen van de Burg van Brugge, dat met het Vrije verbonden was in dezelfde voorwaarden als Opschote. Dit goed ligt op het gewezen Sijsseele, op de noordwestkant van Oedelem en is nu het kasteel bewoond door de heer burgemeester José de Schietere de Lophem. Het foncier van de heerlijkheid was slechts 3 gemet groot, << met ten upperhove ende wal rontsomme ende singhelen ende grachten daerbuuten ommeloopende, streckende tot in de Somer strate ». De heerlijkheid van ten Torre werd door de koning van Frankrijk gegeven aan keizer Karel V, in mindering van de rente van 25.500 gouden schilden voorzien inhet vredesverdrag van Kamerijk. De keizer bij patentbrieven van 23 januari 1531, oude stijl ( = 1532 huidige stijl) verkocht en droeg ze over aan de kinderen van wijlen Francisque van Zieckingen, te rekenen op de 70.000 pond van 40 groten die hij aan hen verschuldigd was voor oorlogsdiensten . In 1642 behoorde het huis ten Torre toe aan Mher Silvester Pardo, heer van Frémicourt, causa uxoris, zijn nicht Marie Pardo. Het kwam in 1696 aan het geslacht de la Villette en vervolgens in dat van de Arrazola. Het laatste verhef werd gedaan in 1782 door jonker Marc-Jozef de Arrazola de Onate. De heerlijkheid van Wulfsberge was een leen van de Burg van Brugge en was appendants van het Vrije. Het lag in de zuidoosthoek van Oedelem, dicht de grens met Knesselare en op de zuidkant van de Gentse heerweg, in de gewesten Zeldonk en Inhout. Haar foncier was 50 gemet groot ; daaronder << 't goet metten walle singhele ende nederhove », 8 gemeten groot, palende zuid aan de Witte drieschen » en komende met twee dreven, respectievelijk op de Gen tse heerweg en op de Zeldonkstraat. De leenhouder vermocht te hebben een vierschaar alwaar hij mocht a an- 49 stellen een baljuw, een burgemeester en zeven laten. Hij bezat slechts de lage justitie, want de hoge justicie op Wulfsberge behoorde toe aan de heer van St. Joris, dit krachtens een octrooi van de Majesteit van 15 februari 1650, waarbij de hoge justitie op St. Joris en op Wulfsberge afgespleten werd van de heerlijkheid van den Houdschen en gevoegd bij die van St. Joris. Aan de heer van St. Joris behoorde ook het recht van << vrije wind » op Wulfsberge ; de molen van Wulfsberge stond op de noordkant van de Gentse heerweg, op het << Meulestick ». Zeven manschepen of achterlenen hingen af van Wulfsberge , maar in 1642 waren er daarvan reeds zes « verdonkerd » ; alleen het zevende leen was nog bekend, namelijk een tiende te Knesselare, in het gewest genaamd Eentveld. Willem van Wulfsberge hield van de graaf een leen van 54 hoet ruwe even (haver) en een rente van .:B 7.8.0, bezet op gronden gelegen te Ursel, oost van de kerk, in een jegenote genaamd Wulfsberge. Op zijn verzoek versmolt de graaf dit leen, in 1352, met de heerlijkheid van Wulfsberge op Oedelem. Heren van Wulfsberge waren oorspronkelijk leden van het geslacht met die naam. Wanneer zij dit goed vervreemd hebben weten wij niet, maar in 1435 vinden wij Joos van den Hecke als heer van Wulfsberge . In 1534 komt het in handen van Hughes de Gramez, heer van Wingene. Wulfsberge zal nu een tijd lang verbonden blijven met de heren van Wingene, maar in 1691 zal het gekocht worden door Charles Le Gillen. Het laatste verhef werd gedaan in 1775 door Emmanuel Legillon de Basseghem. (De Legillon's waren ook heren van Bassegem te Slijpe !::>ij Oostende . Bassegem vinden wij soms verfranst tot Basenghien ! ! ! ) . Ten slotte lag er op Oedelem nog een leen van de Burg van Brugge, groot negen gemeten. Dit leen bezat geen heerlijke voorrechten. Dit leen, waarvan de preciese ligging nog moet opgezocht worden , lag ergens, in verschillende percelen, « up den berch » « in de crommen van de Praetstraete» 1 Danegemsestraat ? ) . Dit leen was belast als de graaf van Vlaanderen heervaart doet (ten oorlog trekt) , hem te leveren een paard, vijf pond parisis waard zijnde, tot dat graaf wederkeert. En moest het paard verloren of bedorven zijn, zo moet de graaf het betalen « ende soo hij niet betaelt den leenhoudere waere ongehouden meer te dienen ». Van dit leen werd één achterleen gehouden, dat gelegen was oost rechtover het Vliegende Paard, de Gentse heerweg zuid en de uitweg van de hofstede van de infirmerie van de Wijngaard te Brugge oost. Dit achterleen was 200 roeden groot en werd laatst verheven in 1768 door Isabella de _Smedt, huisvrouw van Pieter-Joseph Dupand, landsman te Oedelem. Het principaal leen van 9 gemeten was verdeeld geweest in twee lenen, respectievelijk 7 gemet 55 roeden en 1 gemet 245 roeden . Het eerste werd laatst verheven in 1795 door Joannes Verstraete tot Oedelem, het tweede in 1765 door Jacob de Schepper, landsman te St. Kruis. De heerlijkheid van Zotschore was insgelijks een leen van de Burg van Brugge, dat in Beernem lag, langs weerskanten van de vaart, op het gehucht Miserie. Territoriaal strekte deze heerlijkheid niet in Oedelem. Aan de heerlijkheid Zotschore was een jaarlijkse rente gehecht van 40 pond en 15 schellingen, genaamd de veldschatting. Deze rente was gelegd op de heiden en gemene weiden , waarvan de h~er van Zotschore de opziener was en strekte zich uit in een aantal prochies, namelijk in Oostkamp, Loppem, Ruddervoorde, Waardamme, Beernem, Oedelem, Sijsele en St. Joris. In Oedelem beliep het bedrag van deze rente als volgt : Oedelem, 20 schellingen ; Praat, 8 schellingen ; Wulfsberge , 5 schellingen 4 deniers ; Knesselare, 5 schellingen ; gewezen Sijseelse te Zuiddamme, 8 schellingen . 50 H t Maandagse was een gewezen heerlijkheid die in 1275 door de stad Brugge aangekocht geweest was. Het had gebiedsdelen te Houtave, Dudz le, Koolkerke, St. Michiels, Assebroek en Oedelem. In Oedelem lag h_et Maandagse, dat 89 gemet groot was, in de noordwesthoek van de proch1e, dicht de grenzen met Assebroek en St. Kruis. Al de gebieden van het Maandagse waren Brugs grondgebied en werden door de Brugse schepenen bestuurd (Jos. de Smet en Stalpaert, « Assebroek », blz. 51) . Het graafschap Middelburg-in-Vlaanderen was leen van de Burg van Brugge, waarvan de zetel was de stad Middelburg in Vlaanderen. Deze stad is een stichting van de beroemde Pieter Bladelin, die in 1453 het kasteel van Middelburg in Vlaanderen gekocht had van de Q.L. Vrouw a bdij van Middelburg in Zeeland. Bladelin, die onder meer hofmeester was van de hertogen van Burgondië, breidde zijn eigendom verder uit en bouwde daar op een stad, waarvan de bouw, begonnen in 1452, geëindigd was in 1465. De heerlijkheid van Middelburg had een leen liggen in Oedelem, «'ten uutcante van de prochie », dat in 1642 reeds in twee lenen gesplitst was. Het eerste leen, genaamd Nieuwenburg, was 78 gemeten en 68 roeden groot. Daaronder was de hofstede « met alle de huusen ende boomen daer uppe staende ». Deze hofstede was op de oostkant, de zuidkant en de westkant omgeven door dreven, terwijl er op de noordkant, voor de poort, ook een dreef lag, die de Zomerstraat is, grensscheiding met Sijsele. Deze hofstede staat aan de gezegde Zomerstraat, iets westelijk van het gehucht de Gei te. Het tweede leen lag op de oostzij de van de dreef van Nieuwen burg en was 50 gemeten 162 roeden groot. Het paalde met de noordzijde aan de Zomerstraat « die licht int ghescheet van Oelem ende Sijsseele » en met de zuidzijde aan het goed van de Paters van de Societas Jesu in Gent (Opschote) . Ook de heerlijkheid van Vladslohove, gelegen te Vladslo bij Diksmuide, was een leen van de Burg van Brugge. Onder de 125 daarvan afhangende achterlenen was er één gelegen te Oedelem. Het was 5 gemet 138 roeden groot « op t Nieuwe Praetsche op Sobelo ». Een duidelijker bepaling van de ligging van dit leen heb ik niet. Al de hiervoren besproken lenen en heerlijkheden hingen , hetzij onmiddellijk, hetzij middelbaar, van het grafelijk leenhof van de Burg van Brugge af. Er was te Oedelem echter een heerlijkheid, het Knesselaarse, en een kleine enclave van een ander heerlijkheid, het Land van de Wo estijne, die niet van gezegd leenhof van den Burg van Brugge afhingen, maar wel van Wetachtige Kamer van Vlaanderen te Gent. Het 27e leen van het Land van de Woestijne (Aalter) , in het leenboek van 1729, lag te Oedelem, ver zuidoost van de kerk, en was 324 roeden groot. Het lag in de Zeldonkmeersen, palende oost en zuid aan de waterloop ( de Slabbaartsbeek) en noord aan Wulfsberge. Het Knesselaarse is het Oedelems deel van het grafelijk domein dat bekend is « Ursel, Wessegem en Knesselare ». Dit domein, gelijk de naam het zegt, bestond uit drie onderscheiden delen , namelijk : 1. Ursel onder het Vrije van Brugge ; 2. Ursel onder de Oudburg van Gent of Wessegem; 3. Knesselare. Ursel het Vrije en Wessegem lagen in één blok en omvatten bijna gans de prochie van Ursel. Wessegem liep op een paar plaatsen over de grens van Ursel, tot op Knesselare. Ver westwaarts van Wessegem lal?; het domein van Knesselare, gans op Oedelem, ter uitzondering van enkele percelen die op de parochie Knesselare lagen . Ieder van de drie delen van dit domein had zijn eigen schepenen, maar er was maar één baljuw, die te Ursel verbleef. Dit domein bestond voor een groot deel uit renteplichtige 51 gronden, maar de graaf van Vlaanderen had hier ook persoonlijke eigendommen, nl. twee hofsteden, een op Wessegem (het Koningsgoed) en een op Knesselare-Oedelem (het Prinsengoed). Men had dit domein evengoed kunnen vermelden onder een verzamelnaam, bij voorbeeld als de Grafelijkheid. Deze naam bleef echter voorbehouden voor een klein deel van het Knesselaarse dat in Knesselare zelf gelegen was en dat hiervan te zekeren tij de afgescheiden geweest is en een heerlijkheid op zich zelf is gaan vormen, nl. de Grafelijkheid in Knesselare. Het deel van het domein van Knesselare dat in Oedelem gelegen is had men evengoed de Grafelijkheid in Oedelem kunnen noemen, maar de naam Knesselaarse heeft de voorkeur gehad. Dit Knesselaarse is gelegen tussen de grens met Knesselare op de zuidoostkant, de Gentse heerweg op de zuidwestzijde, de Inhout- of Tinhoutstraat (Oostveld) op de noordwestkant en de oude Gentweg of grens met Maldegem op de noordoostzijde. Op de zuidwesthoek bij de << Hoorn » overschreed het Knesselaarse iets de Gentse heerweg. Het foncier van het Knesselaarse was de westkant van de hofstede het Prinsengoed. De grens tussen Knesselare en Oedelem loopt dwars door deze hofstede en in het landboek van het Knesselaarse, gemaakt in 1792, leest men : « de westcant van een hofstede wesende het fonsier goet deser heerlichede met een deel van de scheure, emmers de coeystal, het ovenbuer, als nu met wethauderen van Knsselaere gesepareert met twee arduynen steenen staande achter de scheure ende bij het ovenbeur ». Op deze , nu nog bestaande stenen, staat gegrift, langs de ene kant : « Jundictie van het Knesselaersche en (ipv in!) Oedelem » en langs de andere kant « Juridictie van Knesselaere, Lande van de Woestijne ». In 1579 kocht Karel-Alexander de Croy, markies van Havré, het domein van Ursel-Wessegem-Knesselare van de toenmalige opstandige landsbestuurders, maar na de herovering van onze gewesten voor Spanje door de hertog van Parma (1583-1584) werd deze verkoop door de wettige regering niet erkend. In 1626 geeft de koning het domein en het baljuwschap van Ursel, Wessegem en Knesselare in leenpand aan Frans-Antoon van Ursel, proost van St. Amé te Dowaai. In 1642 verkocht de vorst aan Conrad van Ursel , broeder van Frans-Antoon, het baljuwschap van de voornoemde heerlijkheden ( << la haute , moyenne et basse justice, avecq création de bailly et aultres offices, dixiesme dénier de marckgelt, meilleur cattheyl, droit de chasse et de pêche, amen des, confiscations ... » ). Aldus werden de van Ursel's, banderheren van Hoboken , heren van Hingene, etc ... , de heren van Ursel, Wessegem en Knesselaarse. (Deze van Ursel kregen dus hun naam niet van het dorp van Ursel , want zij droegen die naam reeds lang vóór zij dit dorp kochten). Maar de hofsteden op Ursel en Knesselare (Koningsgoed en Prinsengoed) evenmin als de cijnzen en renten , waren in de verkoop van 1642 niet begrepen. De twee hofsteden werden slechts in 1762 verkocht aan Jan de Grave , griffier van Ursel, enz., die ze reeds van 1750 in cijnspacht had. De cijnzen en renten bleven echter aan de Vorst behoren, tot dat de Fransen ze in 1796 eenvoudig afschaften. VERHOUSTRAETE Arthur , Aalter. 53 Het tiende -penningkohier van Oedelem, 1559 Het stadsarchief te Gent, Abrahamstraat, bewaart onder nr 28 en 28bis van de Serie 85/ 1 een grote hoeveelheid << Cohieren van de Ve, Xe en XXe penning op onroerende goederen, toegestaan door de vier Leden, ingevolge de brieven van 19 december 1570 ». Deze kohieren zijn lijsten van toenmalige belastingsplichtigen, als eigenaar of als pachter, binnen de verschillende gemeenten en naar een bepaald plan opgemaakt<1 >Ook in het Algemeen Rijksarchief te Brussel, in de reeks « Papiers de l'Etat et de l'Audience », nr 618, vindt men stapels kohieren van de honderdste penning, al dan niet volledig. Weinig gemeenten ontbreken voor Oostvlaanderen. Wat Westvlaanderen betreft, zijn er te Gent ook heel wat localiteiten voorhanden , vooral onder nr 28bis, dat dan nog de oudste kohieren bevat, van 1544 af. Hoe deze laatste documenten eenmaal op het Stadsarchief van Gent beland zijn, mag Joost weten. Onder die « Qoyren vanden Xen penninck », nr 28bis/ 2, treffen wij aan : << Quoyer vanden thiensten penninck, toucherende den Pachters ter heerlichede van Praet inde prochie van Oedelem, in tj aer XVc negen ende vichtich ». Oedelem wordt vaak in één adem genoemd: de Baronnie van Praet met Oedelem ; bij nader toezicht schijnt het stuk dan ook niet enkel Praat, maar gans Oedelem, met zijn verschillende heerlijkheden, aan te gaan. Spijtig genoeg ontbreekt het kohier van de «proprietarissen» of eigenaars ; zoals de hoofding aanduidt, ging het hier alleen om de pachters, ttz. << een yeghelic die eenighe onroerlicke goederen bedryft, ghebruuct ende als laetste pachteren de vruchten oft andere proffycten daeraf inne doet ende ontfanght »(2> . Onder de alge~ene benaming << goederen » zijn begrepen : « landt, be. huist ofte niet, huusen, casteelen, bosschen, foreesten , meersschen, vyvers, visscherien, voghelrien, thiende, meulene, waranden, duynen ; voorts rechten van tollen, gruyten, passaigen te watere ofte te lande, batelicke officiën ende vervallen van leene, zo verre die particuliere heeren toebehoorende als bailliuagien, cleerckschepen, schouteetdommen, meyerien, praterijen ... »<3> . De uitbaters van goederen op twee of meer gemeenten gelegen, zijn vermeld in het kohier van de woonplaats. Dit moet onthouden worden bij de hersamenstelling van boerderijen op grensranden<4 >. Zo treffen wij geen spoor aan van het Prinsengoed, in het Oedelemse kohier ; de tiende penning werd geheven waar de belastingsplichtige zijn hoofdbedrijf had. De lijst wordt afgesloten met de totaalopbrengst en met de namen van ( 1) (2) (3) {4) A. Cass iman : De XXe Penningkohieren , een Bron voor Zoekers en Vorsers uit Oost - en Westvlaanderen O .V.K.G., Voorlichtingsreeks nr 10 ,blz . 1. Gent, 1951. Octrooi 1571, in afsch r ift bij de kohi eren der stad Gent. Ibid ., 7 december 1570 . A. Cassiman, op . cit., blz . 2. 54 d pl ats lijk « tauxateurs " of collecteurs : Thyeleman, van Hecke en de Neve. Dient er nog gewezen op het belang van dit méér dan vier eeuwen oude document voor de hedendaagse geschiedvorser, de familiekundige, de economist, de taalgeleerde, de plaatsnaamkundige en de geograaf ? ... Wij hebben het dan ook, niet tegenstaande het vaak moeilijke schrift, in al zij n belangrijke elementen geëxcerpeerd : « Dit naervolgh ende is den bouck ende quoyier vanden thienden penninck vander erfve ende goedijnghen bijder comisen daertoe ghecommitteert ende ghest elt ter heerlichede van Praet inde prochie van Oedelem, zulcx als daer overghebrocht is int jaer 1559. Pieter de Landmeter heeft de Anno LIX bedreven een behuusde hofstede staende in de prochie van Oedelem ter Ackterstrate toebehoorende Joe de hertooghe, voor II Pond grooten tsiaers, over den Xen penninck IIII sch ellyngh en. Hendryc Burre in pachte hebbende van Adriaen de Neve 1 gemet landts voor V schell. VI gr - tsjaers, ligghende up de heerlichede van Praet . Noch in pachte hebbende van Mattheeus vander Eecke acht linen onder landt ende mersch voor XIII sch. t siaers up de zelve heerlichede van Praet. - Noch in pachte hebbende vanden Kijnderen van Willem Melis filij J ans 2 ghemeten 1 line 50 roeden landts daer of de 2 gem. landts ligghen up de heerlichede van Oorscamp ende de reste licht up de heerl. vanden Wa elschen, al in de prochie van Bernem, voor X schell. t siaers comt over den Xen penninck de somme van 2 schell. V gr. Adriaen de Mooye is bedreven bij pachte 4 gem. 2 linen 50 roed. mersch ligghende up de heerl. van Assenbrouck voor 2 Pond XVIII sgr. tsj aers, compt. over den Xn penn. ter somme van V schell. Joseph van Doorne - behuusde hofstede groot omtrent LX gemeten, toebehoorende Pieter de Bil, voor de somme van XV P. gr., voor l0en penninck 1 Pond X gr. -----Adriaen Cornelis - behuusde hofstede toebehoorende Nicolaes vanden Hulle, groot omtrent - LX g. onder landt ende busch, t Oedelem - onder Praet - voor neghen ponden gr. t siaers = XVIII schell. Jacop de Jagher - behuusde hofstede - ontrent 3 gem. toebehoorende de Kynderen Gillis Stier - up de heerlichede vanden M aendaechsche ende up de heerl . van Praet - voor XXXII schell. t siaers, comt over den Xn penninck de somme van 3 schell. 2 gr. Passchier van Roussely - een stick landts groot V linen, toebehoorende Pieter Lotins - voor VIII schell. - Noch in pachte een ghemet landts toebehoorende Andries Melis - voor VIII schel. l0e penn. = XIX gr. Maryn de Ryckere - zekere partien van lande toebehoorende t commun van Onser Vrauwen Kercke in Brugghe, voor de somme van vier ponden elleven scellinghen drie penn. grooten - lOe penn. = IX schell. 1 gr. XII d. De Wede ende aldinghers van wijlen Joos Claus - XII g. landt toebehoor. Joos de Smet - in de prochie van Oedelem op Praet - voor drie ponden grooten t siaers. (Van hier af werd het bedrag van de tiende penningbelasting gewoonlijk niet meer· opgenomen en de tekst zelf ingekort tot het essentiële). Noch in pachte 2 linen mersch - toebehoorende Joos de Smet - voor 6 schell. tsj aers. Noch ontrent 6 g. landts voor 1 Pond XV gr. - toebehoorende de wed. en Kynderen Aernoudt Bruys. 55 Noch een sticxken landts voor V schell. - van Maryn de Ryckere. Jan de Zwaef - eene behuusde hofstede met omtrent V linen landt - op ' t Maendaechsche - van Adriaen Melis - voor 2 P. gr. Jan Burre - van de wed. Jacop Eechaut - 2 linen voor 2 sch. 6 d. Noch dezelve Jan Burre gheeft over de weduwe van Jacop Eechaut dat zou is bedrivende onder velt ende busch den nombre van 2 gem. voor 7 schell. 6 gr. Rogier de Gheselle - vande Kynderen Maerten v.d. Strate het westhende van een cleen wuenhuuseken staende bij den dorpe van Oedelem up de heerl. van Pra et, voor VIII schell. t siaers. Pieter de Meyer - behuusde hofstede vanden Jacopinessen buyten Brugghe t Oedelem upt Maendaechsche - voor IX Ponden 1 schell. Noch 2 linen - van Jacop van Belle - voor V schell. Jan de Scheppere - behuusde hofstede, ontrent 4 linen - te Oedelem up Praet - Van Lieven van Ymmese - voor XXVIII schell. Jacop de Ryckere - XIII! g. mersch van die van Ste Clare in Brugghe voor 3 Ponden gr. Noch van het godshuus vande Nasaretten in Brugghe - ½ g. landt. Noch ... Matheeus vanden Huusten - van Adriaen Horne gheseyt Ghys - ontrent 2 g. landt up Praet - v·o or IX schell. t siaers. Hendryc van Gheûchte - van Willem Ghevaert - een behuusde hofstede XVI gem. 1 line L r. - ter Ackerstrate - de hoffstede up de heerl. van Praet ende someghe partien van lande ligghende in de prochie van Bernem, up de heerlichede van Oorscamp - voor 6 P. 10 schel!. Jan Maes - van Adriaen van Hecke - behuusde hofstede up t Maendaechsche - ± XL gem. ende som vanden lande is gheleghen up het Praetsche voor XI P . gr. t siaers den hoop. Noch - vanden disch van Oedelem - ± 4 gem. landts up t Maendaechsche - voor XXXII schel 1. VI gr. Maryn de Hertooghe - een hofstede metten huusen daer ontrent X gem. landt - van de weesen Aernaudt Bruys - waerof de hofstede licht up de heerl. van Praet, groot wesende 1 gemet. Ende de reste van den lande up de heerl. van Oorscamp ende in de prochie van Bernem, omme de somme van 3 P. 2 schell. gr. t siaers. Noch - van Adriaen de Neve - 2 linen - up de heerl. van Oorscamp - voor 4 schell. Ende noch - van Aernaut de Ryckere - L roeden ligghende in Oorscamp - voor XII schell. Jan Walins, waert ande Kercke van Oedelem, heeft in pachte de herberghe voor de Kercke van Oedelem, dewelcke herberghe is toebehoorende Lieven van Hecke - voor 2 P. gr. t siaers. Noch - van Joos de Smet - een huus metten hove ghenaemt den Papegaey - voor XXX schell. Daniel de Pestele - behuusde hofstede - van Adriaen van Hecke - te Oedelem up Praet, in een ieghenoote ghenaemt te Ruwersvelde, groot XXVI gem. 1 line 50 roeden ± - te VII schell. elc ghemet. Loy Goederthier - vande weduwe Jan vanden Rij me - behuusde hofstede~ y,._.;,: , ende is leengoet, t Oedelem up Praet - voor XXI Pond gr. t sj aers. · Wed. Lamsin de Langhe - van de wed. Jan vanden Bussche - ± V linen up de heerl. Oorscamp in Bernem, voor iii schell. iiii gr. - Noch van Adriaen de Nayer - VIII g. landt, up de heerl. van Praet de VII gem., ende de reste van diere licht up de heerl. van Oorscamp - voor 2 Pond gr. tsj aers. Noch van Jacop de Ryckere -;- 4 linen up de heerl. van Oorscamp in Bernem. ~ 7 f.i6 Noch ... corn. Leemput - een behuusde hofstede ende ± VII gemeten up Praet omm de somme van 2 P . gr. t sj aers. Noch 2 gem. van de Kynderen Pieter de Nayer - voor V sch . VI gr. Noch 1 gemet busch ... Mathys van Brabant - LXXV roeden landt om XVI grooten t sjaers. Phls van Zysseele - 1 gemet landt om VI schell. Passchier van den Hoynicke - behuusde hofstede van den Wijngaerde in Brugghe - up Praet in Oedelem - L gem. landt - voor XI P. gr. tsj aers. Noch van Joos Roobaert - V linen ... Lamsin Cornelis - in Oedelem up Praet - van Willem Ghevaert - voor VIII schell. t sj aers. Joos Alleene, een huusekin staende int Dorp van Hoedelem - toebehoorende Pieter Michiels - voor XV schell. Ambruesen van Huelen - een hofstedeken , stande bij den dorpe van Oedelem - van Christoffel de Brune - X schell. Hubrecht Cornelis - een behuust hofstedeken - 2 linen 18 roeden in Oedelem - voor XVIII schell. gr. Matheeus Melis - de helftscheede van eender hofstede ende de helftscheede van 5 gem. landt - van Willem Melis ende als voocht van de Kynderen Pr. Hornewedere, huerlieder toebehoorende ghemeene ende onverdeelt, ligghende met Matheus voorseyt - voor XIII sch. Willem van Hecke - van Joos Feys - behuusde hofstede ± 3 ½ gem. - up Praet ende som up de heerl. van Oor scamp - voor XXXIII! sch. tsj aers. Gillis van der Mersch - huus ghenaemt de Sterre - staende bij den dorpe van Oede lem - toebehoorende Adriaen de Neve - voor XXX schell. Jhannekin de wed. Jan de Rijckere - 3 gem. zaylandts van de Jacopinessen buyten Brugghe - Maendaechsche - voor XXVI schell. Willebroordt de Vroede - een behuusde hofstede - up Praet, ter Ackerstrate - van de Kynderen Andries van de Velde - ± 2 gem. 2 linen - de hofstede up Praet, groot 1 line - ende d'andere VII linen op de heerl. Oorscamp te VIII schell. t ghemet. Noch in pachte 2 ½ gem., leen zijnde, omme XXX schell. Cornelis Kempe - behuusde hofstede - ± IIII linen - up de heerlichede van den Knesselaersche , toebehoorende Jan Burre. Noch van Antheunis U~enhove - ± VII g. landt onder Praet - voor XX s. Noch van Adriaen van den Hecke als machtich over Miin heere van Winghene - de helftscheede van XVIII g. landt voor XV schell. Willem van Ryckeghem - van Pieter vander Donck - ± 2 ½ g. landt - voor XXII sch. Noch van Pr. Zoetaert - 2 g. landt voor VII schell. Noch van de wed. Maertin vander Strate - 2 linen voor 4 schell. Noch van Jan Goethiere - 1 ghemet landt . Gillis Bruneel - ½ gemet - van Adriaen de Neve - voor 2 schel!. Noch ½ gemet - van Jacop van der Hee - voor 2 schel!. - al up de heerl. van Praet . Jan de Vauchy - een behuust hofstedeken met zekere roeden landts - van Lieven Hendrycx - op Praet - voor XII schel!. t siaers. Adriaen Hooreweghe, gheseyt Ghys - VIII g. onder zaylandt ende busch van de aeldijnghers Antheunis Uutenhove - up Praet - voor XXVI sch. Lieven van Schoonmersch - een behuusde hofstede, ± 1 ghemet, op Praet voor XVIII schel!. gr. Noch 2 linen van Matheeus van Huusten - voor V schel!. Willeboordt van Schoonmersch - de helfschede van een huusekin staende ande Oostzyde v anden dorpe van Oelem, toebehoorende Lieven de Cuenynck - voor acht scellijnghen groote 't siaers. 57 Jacop vander Sluys - vande Kercke van O.L. Vrauwe tot Brugghe - VIII g. 1 line, voor 3 P. 8 schell. 10 gr. tsiaers. Noch - vanden Disch van Oelem - 2 g. mersch voor 15 schell. ende van Jan Goethier 1 ghemet landt voor V schell. Madelin vander Donck - van J oos van Hecke - de helftscheede van 150 ghemeten onder vivers ende velt. danof de 100 ghem. metten Dierschoot Vivere ligghen up de heerlichede van Maldeghem ende dander L ghem. up de heerl. van Praet, gheheeten de Beytelaers moer vivere, Verlooren Cost vivere - omme 25 schell. gr. tsj aers. Joos de Vulder - van Jacop vander Hee - een behuusde hofstede - ± 3 g. onder Praet in Oedelem, omme V Ponden gr. Noch een halve reecke thiende toebehoorende die van Onse Vrauw in Brugghe, voor P. 2 - 1 - 8. Jan de Clercq filius Lievens, ten Berghe - van den Disch - V linen mersch en ½ gemet winnende landt, tsamen IX schell. gr. tsjaers. Van Pieter de Bil 1 gem. landt, te 3 schell. 3 gr. Van de Potterie in Brugghe 3 g. landt, te 7 schell. Noch van Minen heere van Praet 253 roeden mersch voor 5 sch. 3 gr. Gillis vanden Muelene - van Adriaen van Hecke - een behuusde hofstede groot in erfven ontrent XIII! gem. landts - up Praet in Oedelem - ten lande omme 4 1. 4 schell. gr. tsjaers. Noch 2 gemet mersch van mijn Heere van Praet voor 15 schell. Adriaen Duusberch - van Pieter Horne - een behuusde hofstede groot in erfven IX gem. landt te Vullare in het Beverouts velt omme drie pondts grooten t siaers. Adriaen van Renterghem - van de Potterie - 4 ghem. landt voor 8 sch. Jooris van Zysseele - van zijn kijnderen ende wijfs kijnderen - de helft . A1 scheede van eender hofstede met XLIII g. landt, omme 4 P. gr. e.. i Li-. \r. ..l.:,,(.,~ Noch van Bertheline van Heede - 4 linen magher mersch te 6 schell. ___ À ~ ) Noch 4 linen mersch - V schell. tyrv - . . ~ Noch 2 ghem. landt voor X schell. Margriet, de weduwe Vincent Wittinck - een behuusde hofstede in Oedelem onder Praet - groot hondert XXV ghemet ii linen, al voor de somme van XVIII Ponden grooten. Noch van die van St. Jans huus in Brugghe, ± 12 ofte 13 ghemet landt ende velt voor XIII! schell. VIII gr. Jan van Ballenberghe - vanden heere van Praet - 3 gemet mersch metten canthaghen voor 33 schell. Noch dit jaer LIX de garsinghe vanden Hove ende Neder Singhle te Praet voor XIII! schell. Adriaen van Eecke - een meerschelken vanden heer van Praet - 2 linen groot - 4 schell. 4 gr. Noch 2 g. 1 line, « het Langhe leen » - voor XIII' schell. gr . de Wed. van Pieter derguyt - van ? - een behuusde hofstede - 1 ghemet voor 20 schell. Adriaen Hooreweghe - ontrent 10 g. landt daer in voorleden tijden een huus op stont toebehoorende Adriaen Hooreweghe met zijn broeders. Noch van die van de Potterie - VII g. VI linen voor XVI schell. Noch vanden heer van Praet - 3 g. 1 line - voor 15 schell. Noch vanden heer van Praet - 2 linen mersch voor 5 schell. 4 gr. Pieter Lambrecht - behuusdP. hofstede - 2 linen - toebehoorende Jan van Ballenberghe - ligghende te Praet - te 1 Pond X schell. sj aers. Noch 3 gem. 1 line landt uten goede toebehoorende den heere van Praet - te 3 schell. elc ghemet. Pieter van Pachtenbeke - van Lamsin van Heede - ontrent 3 gem. 2 linen landt - voor 1 Pond 8 schell. 7 58 van h t commun van Onse Vrauw en K ercke Brugghe - 15 gem. landt voor P. 3 - 3 - 4. van den heer van Praet - ontrent 6 gem . mersch in den We stbeck - voor P . 2 - 10. Adriaen fs Cornelis Horne - ter heerl. van Praet, ten B erghe - een behuyst hofstedeken met ontrent 2 linen landt, welcke hij ghep acht heeft jeghens de hertooghe - voor XI schel 1. gr. Jan fs Lamsin Horneweder - ontrent 2 g. landt - voor VIII schell. vande Kercke van Oedelem - ontrent 1 g. landt - voor 6 schell. Noch 4 linen landt voor 5 schell. Clays fs Jooris vanden Bussche - 2 linen - voor 2 schell. Clays Cornelis - een behuusde hofstede - XIII g. V roeden op Praet te Oostveld - omme 3 P. grooten. Noch X gem . landt voor 20 schell. Noch 8 linen 50 roeden voor 8 schell. 9 gr . Noch een behuusde hofstede up de heerl . van Praet - 64 gem. onder busch, velt ende landt, toebehoorende Andries Lootins. Ende zom vanden lande is gheleghen up de heerl. vanden Kne sselaersche - ende dit omme XI Pandt X schell. Christiaen van Landuyt - een huus in het dorp van Oedelem, met een platsken van lande daer achter ligghende - voor 1 P. gr. Clays Michiels - de helftscheede van een behuusde hofstede - 2 gemet voor XIII schell. Jan de Clercq wuende ter Ackerstrate - 2 gem. landt voor XV schell. Noch 2 linen landt voor III schell., toebehoorend mijn heere van Pittem. Noch 4 linen landt voor VIII schell. Cornelis de Zutter - een behuusde hofstede voor VI P . gr. Claeys Pauwels - vanden heer van Pittem - 2 gemet 1 line mersch - ligghende in Assebrouck op de heerl. v an Chysseelle - voor 11 schell. Cornelis van Blommeghem - een hofstede met ontrent V gem. landt op Praet ende som op de heerl. van Oorscamp in Bernem - voor 2 P. gr. Noch van den heer van Praet, eenen dam voor 5 schell. Lieven Donckere - 2 linen 50 roeden landt op de heerl. van den Wa elschen in Bernem . (Van hier af werden nog enkel de hofsteden, de toponiemen en de interessante bijzonderheden opgenomen ). Stheven de Bets - van de Kynderen Adriaen van Lee - 5/ 8 van eene hofstede - voor 12 schell. 12 d. Jan Michiels - een behuusde hofstede van de Wille minen in B rugghe - voor XV P . gr. Noch van het commun van Onse Vrauwen in Brugghe - een reecke thiende voor VI P. gr. Willem van Slambrouck - van Loy van Steenberghe - een herberghe ghenaemt het Loocket - op Oedelem, heerl. van Prae t - voor 1 P. gr. Mathys vanden Bryele - een behuusde hofstede - van Lieven de Clercq te Oedelem int dorp - groot XL gem. landts of daerontrent - voor IX Pondt grooten sjaers. Pieter Basens - van Jan Goetinck - een hofstede groot 4 linen in B aervouts velt - voor XXX schell. Mathys Horneweder - in pachte hebbende van Joos de Smet - een hofstede in t dorp van Oedelem - LXIX gem. LXV roeden landt onder mersch, busch ende velt - voor 12 Pondt 7 schell. Maertin de Zwaelf.. . Christiaen Ghoemaere - in pachte vande wed. Pieter van Casant - een 59 behuusde hofstede met X gem. landt - voor V schell. elc ghemet. Pieter de Hertooghe - een behuusde hofstede van ontrent LX gem. voor 9 Pondt grooten - toebehoorende die van Sint Jans huus in Brugghe. Cornelis Wycquaert - behuusde hofstede in pachte van Pieter vander donc - 2 linen - up Praet - voor 20 schell. Jacop Horneweder - in pa chte hebbende van Jan Goethier een herberghe ghenaemt de Ynghele - 1 ghemet landt - voor 4 Pondt 6 schell. Willem van Blommeghem - een behuusde hofstede ligghende te Daneghem, up de heerl. van Praet - 1 ghemet landt - voor XXII schell. Vidua Marijn van den Bussche - een behuusde hofstede met 2 gem. landt voor XXXVI schell. Noch een hof stedeken te Praet, groot ? , voor XXIII! schell. Joos de Coster - een hofstede groot in erfve ontrent 3 ghemeten - te Zuudt damme up Praet - voor 2 Pondt 8 schell. Frans Maes - een behuusde hofstede - XXVIII gem. 1 line - voor 6 Pondt 16 schell. Andries Melis - ½ van een behuusde hofstede , groot int gheheele LVII ghemeten - toebehoorende de Kijnd~ren Bastiaen de Beste - in pachte voor VI Pondt gr. Noch vanden heere van Praet - 24 gemet mersch voor 7 Pondt 18 schell. 3 d. Loy vander Leye - in pachte hebbende van Berthelmeeus van den Hoymille - een behuusde hofstede met ontrent 7 gem . landt - up Praet - voor 6 schell. elc ghemet. Noch 2 ghemet mersch van den heere van Praet - voor 15 schell. Lieven de Rycke - eene behuusde hofstede groot ontrent 4 gem. - van Jan Goethiere - voor 2 Pondt gr. Wed. Jacop van Slambrouck - een behuyst hofstedekin - ½ ghemet - voor 22 schell. Berthelmeeus van den Hoymille - behuusde hofstede , groot LX gem. - voor XIII! Pondt 6 schell. Noch 2 g. landt voor XI schell . Noch van den heer v an Praet de helftscheede van 7 ghemet mersch in Assebrouck - voor XI schell. elc ghemet. Lambrecht van Rousselyne - een behuusde hofstede - 4 linen - up Praet - voor 34 schell. Noch ontrent 4 g. landt - voor 10 schell. 2 gem. mersch, toebehoorende den heere van Praet - voor XVIII sch. Jacop vanden Bussche - een hofstede up de heerl. van Praet te Daneghem groot in erfve X gem. 1 line 20 roeden landt ende busch, omme 4 Pandt gr. Noch een reecke thiende in Cleyberch akere - toebehoorende den prochiepape van Oedelem - voor VIII Pondt. Mathys Clays - in pachte hebbende van Jacop vander Sluys - een behuyst hofstedeke onder Praet, te Daeneghem - VIII linen landt - omme 1 Pondt 6 schell. Adriaen Hooreweghe fs Jooris - in pachte van Jacop van Hee - het oosthende van een huuseken staende up het Westhende van den Dorpe van Oedelem, bij den Ynghele - voor X schell. gr. Amandt de Vroe - van Adriaen de Neve - een behuusde hofstede, groot ontrent XI ghem. - ter Ackerstrate - omme 3 Pandt. Willem Melis - van den heere van Praet - een mersch in de Camermersch. Hoirs Lauwereins vander Leye - vari Mijn heer van Pitthem - een halfve reecke thiende in Praeteracker voor 1 Pondt 15 schell. - van het commun O.L. Vrauwe in Brugghe - de helft vande thiende in Praeteracker, voor P. 3 - 3 - 9.. Nacht ontblaet ende bedreven vander goede te Praet, mijnen heere van 60 Prae t toebehoorende, ontrent 9 gemet landt sonder pacht - gh etauxeert 1 Pon dt 19 schell. Niclasen de Zwaef.. . 3 gemet landt in Praet er acker . - van Mijn heere van Pittem - 2 gem . mer sch up de h eerl . van den Z y sseel schen . Noch van den heere van Pittem, een halfve reecke t h i en de in Prater ackere - voor 1 Pondt XV schell. - van het commun Onser Vrauw en in Brugghe - een reecke thiende in Praterackere - voor P . 3 - 3 - 9. - Noch in pach te van m ij nen h eere van Praet vuten goede te Praet voor 14 sch ell. tsjaer s<5 J. - Noch van den zelven h eer e van Praet - ontrent 4 gemet landt - te 2 schell. t gemet. Adriaen Walgr ave - van Jan Michiels - een ho fste de met 4 linen landt, up Praet - voor XXX schell. gr . Gillis de J ans - een behuusde hofstede ter A cker strate in Oedelem up de heerl . van Pra et - groot ontrent 7 gem. landt (midts 1 gem et 50 r oeden in B ernem). Noch - van den heer v an St. Jooris - h et vierendeel vand er Schoofthiende ... in Bernem . Gillis de Cock - behuusde hofstede ten B er ghe, up de h eerl. van Praet, groot metten erfve 19 gem. 2 linen - voor 5 schell. elc gemet. - Noch van den heer van Praet : de Partr isserie van de voorn. heerl. van Praet - voor XXV schell. Lieven Ymmese - ½ van der hofstede met 9 gemet landt, daer h ij Lieven nu is wuenende, t e Zuudtdamme - welcke h eeft hij p acht XX schell. _1,t.J) ..... . magh er busch ende velt, ghenaemt den B runenberch, toebehoorende Q__ . .~~t clooster van der Doest. 'F Gillis Parmentier - behuusde hofstede up Praet, ten H oogherstraete - 50 gemet busch, zaeylandt ende velt - t oebehoorende Touchain Egh elijn in pachte voor 9 Pondt gr. t sjaers. Jooris Ruytentuyn - van het Commun 0 . V rauwen K ercke in B rugghe een thiende in Be eckerackere voor 3 Pondt 10 sch ell. tsiaer s. - van t Capittel 0. Vrauwen Kercke in B ru gghe - 7 gem. mer sch gheheeV ten Biestmersch, voor 3 Pondt gr. \ _\ _;:.s..b.Y {; Omaere Hillebrandt - een hofstedekin gh enaem t tlendekin. \f v - van O.L. Vrauwen in Brugghe, een reecke thiende in Cleyberch ackere. Jacop van Rousselyne - eene behuusde hofstede metten lande, busch ende heye, groot ontrent 38 gem., toebehoorende de hoors van Marie, wed. Aernaudt Bruys - gheleghen up Bernem ende deels in Oedelem up Praet - voor 4 schell. 2 gr. elc ghemet. Berthelmeeus de Haeck - eene behuusde hofste de ter A ckerstrate met ontrent 400 roeden landt ende de reste vanden zelven pach te is ghelegh en in Oorscamp ende Bernem - groot ontrent VII gh em. 2 linen landt, viverken - tsamen 9 ghem. landts voor 3 Pon dt 12 sch ell. Pieter van der Sluys - 2 linen landt toebehoorende J an Br une - up Knesselaersche. Pauwels van Rousselyne - een behuusde hofste de, t oebeh oorende die v an Nasaretten te Brugghe - landt, mersch, busch en de h eye, ontrent L gemeten - voor 7 Pondt gr. Noch van St Jans huus Brugghe - 5 g. landt te 8 sch ell. 4 gr. Aernoudt de Bronne is bedreven by pachte een herberghe het Vlieghende Paert met ontrent LX roeden landt - staende ende ligg·h ende te Praet voor 2 Pondt gr. Michiel Horeweghe - een h erb erghe << de Zwane » - liggh ende binnen den ( 5) Voorwerp en hoevee lheid va n he t gepac hte zij n in het kohier niet aangegeven . 61 dorpe van Oelem - voor V Pondt X scheil. gr. Aernoudt Kerckaert - 8e deel van een behuusde hofstede. Aernoudt van Coudenberghe - een herberghe << den Pollepel » - toebehoorende Jan Goethier - voor XXIIII schell. V gr. t siaers. Lieven Hendrycx - in pachte heb bende van t commun Onse Vrauwen Brugghe - een reecke thiende in Cleyberch ackere - voor 3 Pondt 10 scheil. - van mijn heere van Pittem: de vlasthiende in de prochie van Oedelem - voor XX schell. gr. t sjaers. Jacop Beyaert - bileven van de helftscheede van een behuusde hofstede groot ontrent XII ghemet. Marcx Stroys - een hofstede in Oedelem op Praet en sommeghe partien op de heerl. van Zysseele - groot in als tsamen XLVIII ghem. - voor XII Ponden gr. Wed. Jan van Pamele - een behuusde hofstede, ligghende ten Maendaechschen, groot LXXXVIII ghem. XXXVI roeden landts - ligghende up de heerl. van Praet, Zysseele ende Maendaechsche - voor XXI Pondt gr. Aernoudt de Wolf - een reecke thiende in pachte van t commun van Onse Vra71:wen Kercke in Brugghe - l!ggende in M~fW.kelfe (Maelenackere? jj~ voor P . 3 - 5 - 0. Gillis Sthevens -een hofstede - 4 linen - voor 2 Pondt groeten. Mathys (?) van Ghaver - behuyst hofstedekin ligghende te Leede - LXXV roeden - voor XIII schell. Lieven Melis - de helftscheede van eender hofstede metten lande - groot ontrent 12 ghemet - te 4 scheil. 6 gr. elc ghemet. ·J an Baert - in pachte hebbende een behuusde hofstede daer hy op woont LVI ghem. - voor P . 12 - 10 - 0. Lieven Sthevens - in pachte hebbende van heer Jan Rycx, prochiepape i n Oedelem, een thiendeken ligghende in Malenackere (Mtletefl-aG.kei:e?) up de heerlichede van Praet - voor 12 schel!. gr. ~ Michiel van der Strate - een huys met een cleen hoveken van lande, ghestaen ende gheleghen te Praet voor XI scheil. Mathys van Pachtenbeke is in pachte houdende van Mijn heere v an Prae t de muelen staende te Oedelem, metten huuse ende lande daer toe behoorende - voor XII Pondt gr. t siaers. Willem van Ghelder - in pachte van die vander godshuu se van de Potterie - eene hofstede groot XCVI ghem. landts, onder landt, mersch ende magher heye - voor XII Pondt gr. Guilliame Hersselman - in pachte hebbende een huusekin int dorp van Oedelem, toebehoorende de weduwe van Stheven Zorghe - voor P . 0 . 19. Noch, van den disch, een huusekin ghenaemt den Commer - voor X sch. tsj aers. Pieter Michiel - in pachte hebbende van de weduwe Stheven Zorghe een hofstedekin met LXXII roeden landt, te Oedelem in t dorp - voor XVI scheil. t siaers. ~ ~(,~<- d~ Lauwereins Bart - eene herberghe « het Sneek » in het dorp te Oedelem toebehoorende Jacop van der Hee - voor P . 3 - 12 - O tsjaers. - Noch een huus met XVII ghemet landt staende int dorp van Oedelem toebehoorende Bernaert Zeghers ende is ghenaemt de Backerie - voor VI Pondt groeten t siaers. - Noch eenen bilck in pachte van den prochiepape van Oedelem . Pieter Coens - in pachte van Aernoudt de Ryckere - het hofstedekin de Nachtegale int dorp van Oedelem - groot ½ ghemet - voor 20 schell. Noch 2 linen mersch in Leede mersch - voor 3 scheil. 6 gr. Weduwe Mathys de Paeu - een hofstedekin up de heerl . van Praet, groot 1 gh1emet - toebehoorende i:len disch van Oedelem - voor 11 scheil. grooten tsj aers. 62 J an Dauchy - in pachte van Adriaen van Hecke een behuusde hofstede int dorp v an Oedelem, ontrent 4 ghemet - voor 2 Pond gr. - Noch 1 ghemet landt up den H ooghen A cker e - voor 5 schell. 6 gr. Adriaen de Neve - het vierde deel van d e Witte moer vivere, toebehoor ende mijn heere van Praet, gheleghen up de heerlichede van Maldeghem - voor XVII schell. II d. - van mijn heere van Gruuthuuse de helftscheede van eenen mersch ghenaemt Remmers houck. Jan de Langhe - een hofstedekin in de Ackerstrate - up de heerlichede van Praet - 1 line - voor 16 schell. Jooris Alaert heeft in p achte de Ammanie met huere toebehoorten, ter heerlichede van Praet, voor 2 Pondt grooten t sj aers. - Noch een huus ghenaemt d e Croone, staende int dorp van Oedelem, toebehoorende aen Michiel Hooreweghe - in pachte voor 2 Pondt 12 gr. tsjaers. Jan Goethiere - een behuusde hofstede ende brauwerie metten erfve ende metten mersch, groot XXVIII ghemeten - voor XIII Pondt gr. tsjaers. - gheleghen int dorp van Oedelem up de heerlichede van Praet. Berthelmeeus Burre - een behuusde hofstede van t cloostere van de Jacopinessen buyten Brugghe - ontrent 20 ghem. - voor 3 Pondt gr. Mary van Craneloo - 2/ 3 van eene behuusde hofstede ... Lieven de Cueninck - in pachte hebbende van Adriaen van Hecke - een wuenhuus staende int dorp v an Oedelem up ontrent 12 ofte 13 roeden landt - voor 20 schell. Wed. van Pieter Curthals - een behuusde hofstede - groot 3 gem. landt ende toebehoorende Olivier Mersman - voor 30 schell. Aernoudt van Hecke - in pachte van Joos van Hecke een behuusde hofstede - 36 ghem. landt - voor 6 Pondt gr. Jooris Burre - een hofstede met 12 ghemet landts daermede gaende voor P . 2 - 8 - 0. Jooris van den Abeele - een behuusde hofstede, groot 5 ghemet 1 line in pachte van Willem van Ryckeghem - voor 35 schell. 6 gr. t siaers. Mathys de Pruissche - een behuusde hofstede up de heerlichede van den Knesselaerschen, groot onder landt ende mersch ontrent VI ghemet 2 linen - voor 2 Pondt 10 schell. t siaers - toebehoorende Jacop van Hee. Adriaen de Bets - een herberghe << P eerboom » - toebehoorende Jan Goethier - voor 22 schell. in pachte . Maerten Tytgat - een behuyst hofstedekin , toebehoorende Lieven de Kersmaker, groot 2 linen - in pachte voor 22 schell. grooten tsjaers. Somma t otalis van desen quohier vande pachters bedraeght t samen int gheheele LXXIII! lb. V sch. VIII d X . Totalis somme van beede de quoyren vanden proprietarissen ende pachters bedraeght tsamen ter somme van Ic XIX lb. XVII sch. I d. XXIIIThyeleman van Hecke de Nev e. Het Xe Penningkohier der p achters van Oedelem, 1559, citeert ons acht herbergen , waarvan zeven met opgave van het uithangbor:d : De << herberghe vóór de Kercke » (waard: Jan Walins) ; Het Loocket (onder Praat) ; pachter : Willem van Slambrouck ; Den Ynghele (op het westeinde van h et Dorp) ; pachter : Jacob Horneweder ; Het Vliegende Paert (onder Praat) ; pachter : Aernoudt de Bronne ; De Zwane (op het Dorp) ; p achter : Michiel Horeweghe; 63 De ~ollepel; pachter : Aernoudt van Coudenberghe ; Het ~ ~ o p het Dorp) ; pachter : Lauwereins Bart; De Peerboom; pachter : Adriaen de Bets. De pachtprijzen tonen ons aan dat de dorpsherbergen en het << Vlieghende Paert » de belangrijkste waren en dit in volgende orde : Ponden - Schellingen - Groten 10 ' De Zwane, 5 4 Den Ynghele 6 3 12 Het SReek, .Se ~~uk. 2 Het Vlieghende Paert, 0 2 De << herberghe vóór de Kercke », 0 1 Het Loocket, 0 De Pollepel, 24 5 De Peerboom, 22 0 Verder stellen wij vast, dat << De Hoorn » en << Het Hazewindeken » nog niet vermeld worden in 1559. Doch wij mogen niet vergeten dat ons kohier steeds de taxatie van de pachter ·geeft en dat bijgevolg de eigenaars die zelf hun eigendom bewoonden en uitbaatten, hier niet opgenomen werden. Nog enkele andere huizen worden met name vermeld : De Commer, een huisje gehuurd door Guilliame Hersselman voor 10 schellingen per jaar en eigendom van de Armen dis te Oedelem ; De Backerie, een groot huis in het dorp , met 17 gemet land erbij, door Bernaert Zeghers verpacht aan Lauwereins Bart, voor 6 Pond per jaar ; De Nachtegale, een klein hofstedeke in het dorp, 150 roeden groot en verhuurd voor 20 schellingen door Aernoudt de Ryckere aan Pieter Coens ; Het Lendekin, een hofstedeke gepacht door Omaere Hillebrandt ; De Sterre, een huis bij het dorp , door Adriaen de Neve verhuurd aan Gillis van der Mersch, mits 30 schellingen p er jaar ; De Croone, een huis in het dorp, verpacht door Michiel Hooreweghe aan Jooris Alaert, voor 2 Pond 12 groten per jaar ; De Papegaey, « een huus metten hove », door Joos de Smet, voor 30 schellingen per jaar verhuurd aan Jan Walins, waard van << de herberghe vóór de Kercke van Oedelem ». Sommige van deze « huizen », zoals de Sterre, de Croone en de Papegaey, konden ook wel eens herbergen zijn , of eertijds geweest zijn .. . Jan Goethiere, een brouwer en rijk m an , die zelf op het dorp van Oedelem, onder Praat, een hofstede en brouwerij pacht, met erf en meersen in totaal 28 gemet groot, voor 13 Pond groten per jaar, is eigenaar van Den Ynghele, De Pollepel en de Peerboom. Het aantal herbergen , hoewel voorzeker nog onvolledig, wijst ons erop dat Oedelem reeds in 1559 een vrij belangrijke parochie was. Die herbergen bevonden zich op het dorp en langs de Oude Gentweg, ttz. de baan van Knesselare naar Brugge. Het kohier geeft slechts één molen aan : Mathys van Pachtenbeke heeft in 1559 de dorpsmolen in huur , van de heer van Praat, << metten huuse ende lande daer toe behoorende », voor 12 Pond groten per jaar. Andere mulders kunnen eigenaar van hun molen geweest zijn en hier bij gevolg niet vermeld. Het document leert ons ook de naam kennen van de toenmalige Oede- 64 1 mse pastoor : he r Jan Rycx, prochiep~e. Hij verhuurde een « bilck " aan Lauwereins Bart, waard uit Het s'n'éët;ct;-p het dorp. Hij verpachtte ook zijn « thiendeken » (zijn aandeel in de belasting), op gronden in de Molenakker, onder Praat, mits 12 schellingen per jaar, aan Lieven Stevens. J acop vanden Bussche, landbouwer te Danegem, had van hem een ganse reek tiende in pacht, op gronden in Cleyberch akere, mits 8 Pond groten voor 1559. Nog heel wat andere tienden worden vermeld : Joos de Vulder pacht een halve reek tiende voor 2 Pond 1 schelling 8 groten , van de O.L. vrouwenkerk te Brugge ; Jan Michiels pacht een reek tiende voor 6 Pond groten , van dezelfde bezitter ; De erfgenamen van Lauwereins vander Leye pachten een halve reek tiende in Praeteracker, voor 1 Pond 15 schellingen, aan de heer van Pittem ; en verder nog de helft van de tiende in Praeteracker, aan de O.L. Vrouwenkerk te Brugge, voor 3 Pond, 3 schellingen, 9 groten ; Niclasen de Zwaef pacht een halve reek tiende in Praeteracker aan de heer van Pittem, voor 1 Pond 15 schell. (de andere helft is gehuurd door de Hoirs Lauwereins vander Leye voornoemd) ; Niclasen de Zwaef pacht verder ook een reek tiende in Praeterackere, voor P . 3 - 3 - 9 per jaar, van de O.L. vrouwenkerk te Brugge ; Gillis de Jans, wonend in de Akkerstraat, onder Praat, pacht een vierendeel van de Schooftiende in Beernem, van de heer van Sint-Joris-tenDistel ; Jooris Ruytentuyn pacht eveneens een tiende in Beeckerackere, van de O.L. vrouwenkerk te Brugge, voor 3 Pond 10 schell. 's jaars ; en Omer Hillebrandt, pachter van het hoevetje 't Lendekin, een reek tiende in Cleyberch ackere ; Ook Lieven Hendrycx is tiendepachter : van het Kapittel van de O.L. Vrouwenkerk te Brugge houdt hij een reek tiende op gronden in dezelfde Cleybergh ackere ; maar hij pacht daarnaast nog, van de heer van Pittem, de vlastiende in gans de parochie Oedelem ; die vlastiende was in 1559 echter niet belangrijk, gezien de geringe huurprijs van 20 schell. per jaar (in andere woorden : er werd toen weinig vlas geteeld te Oedelem) ; voor zijn eerstgenoemde reek tiende van het Kapittel van O.L. Vrouw betaalde Lieven Hendrycx 3 Pond 10 schell. per jaar. Het aandeel van << die van Onse Vrauwen in Brugghe >> in de grote tienden is normaal. Reeds in 1331 stond de Sint-Lambertuskerk te Oedelem onder het patronaatschap van de Proost van O.L. Vrouw te Brugge ; in gezegd jaar behoorde Oedelem tot de dekenij Aardenburg<6l. Het Xe Penningkohier der pachters bewijst andermaal hoe sommige tienden van hun oorspronkelijke bestemming vervreemd waren en in handen van wereldlijke bezitters geraakt. De tienden waren immers het deel der vruchten en dieren dat, krachtens de Karolingische wetgeving, aan de Kerk moest gegeven worden voor het onderhoud van de eredienst, van de parochiale geestelijkheid en van de armen. Vanaf het einde van de l0e eeuw waren vele van deze tienden, vooral het aandeel bestemd voor de eredienst en de armen , in de handen van de wereldlijke groten gekomen C7l ; zo hier bv., de heer van Pittem en de heer van Sint-Joris-ten-Distel. Kloosters en kerkelijke instellingen bezaten ook te Oedelem heel wat eigendommen, die verhuurd werden : Het Kapittel van O.L. Vrouw te Brugge : verschillende partijen land, verpacht aan Maryn de Ryckere , voor P. 4 - 11 - 3 ; 8 gemet 1 lijn land in gebruik bij Jacop vander Sluys, mits P . 3 - 8 - 10 per jaar; 15 gemet land, (6) (7) Kan . D. Lescouhier : Geschiedenis van het Ke r kelijk en Godsdienstig Leven in West-VI. , Brugge, 1926; blz . 02. Dr Jos . Denys: Inleidende Nota over de Lijst der Heerlijkheden van Oost-VI. , O .V.K.G. , Voorlicht ingsreeks nr 2, Gen t , 1950 ; blz . 22-23 . 65 verpa cht aan Pieter van Pachtenbeke, voor P. 3 - 3 - 4 ; 7 gemet meers, gen:3.amd Biestmersch, voor 3 Pond per jaar verhuurd aan Jooris Ruytent uyn ; Het Klooster van de Jacobinessen buiten Brugge : een behuisde hofstede op h et Maandagse te Oedelem, verpacht aan Pieter de Meyer voor 9 P . 1 schell. ; 3 gemet zaailand, eveneens op het Maandagse, verhuurd aan Jhannekin, de weduwe van Jan de Rijckere , voor 26 schell. ; een hofstede van ongeveer 20 gemet, verpacht aan Berthelmeeus Burre voor 3 Pond groten ; Het Godshuis van de Potterie: 3 gemet land, in gebruik bij Jan de Clercq fili us Lievens, wijk Berg, mits 7 schell. ; 4 gemet land, voor 8 schell. verp acht aan Adriaen van Renterghem ; 7 gemet 6 lijnen <8 l land, voor 16 schell. verhuurd aan Adriaen Hooreweghe ; een hofstede van 96 gemet, onder land, meers en magere heide , voor 12 Pond groten per jaar verpacht aan Willem van Ghelder ; Het Sint-Janshuis te Brugge : 12 à 13 gemet land en heideveld , verhuurd aan Margriet, de weduwe van Vincent Wittinck, voor 14 schell. 8 gr. (onder Praat) ; een behuisde hofstede van omtrent 60 gemet, in gebruik bij Pieter de Hertooghe, mits 9 Pond gr. per jaar ; 5 gemet land, verpacht aan Pauwels van Rousselyne , voor 8 schell. 4 gr. ; De Abdij van Ter Doest : een groot stuk heideveld en magere bossen, genaamd de Bruineberg, vermeld « ter memorie » ; Het Godshuis van de Nazaretten in Brugge : een half gemet land, in gebruik bij Jacop de Ryckere ; een behuisde hofstede , omtrent 50 gemet groot onder land, meers, bos en heide , verpacht voor 7 Pond gr. per jaar a an Pauwel van Rousselyne ; De Willeminen in Brugge : een behuisde hofstede, voor 15 Pond gr. per jaar verhuurd aan Jan Michiels ; Die van « Ste Clare in Brugghe » : 14 gemet meers, verpacht voor 3 Pond gr. aan Jacop de Ryckere ; De Armendis van Oedelem : omtrent 4 gemet land, gelegen op het Maandagse en verhuurd aan Jan Maes voor 32 schell. 6 gr. ; 2 gemet meers, voor 15 schell. per jaar verpacht aan Jacop vander Sluys; 5 lijnen meers en 150 roeden winnende land, op de Berg, samen verhuurd voor 9 schell. aan Jan de Clercq filius Lievens ; een huisje , genaamd << den Commer », verpacht mits 10 schell. per jaar aan Guilliame Hersselman ; een hofstedeke , onder de heerlijkheid van Praat, 1 gemet groot, verhuurd aan de weduwe van Mathys de Paeu, mits 11 schell. per jaar ; De Kerk van Oedelem verpachtte in 1559 slechts 1 gemet land voor 6 schell. en nog 4 lijnen land voor 5 schell., allebei aan Jan Horneweder filius Lamsins (ligging onbekend). Er was te Oedelem, evenals te Knesselare, een amman ; deze zeer oude functie werd meestál in leen gegeven. Haar belang blijkt niet overgroot meer, want in 1559 werd zij gehouden door Jooris Alaert te Oedelem, mits 2 Pond groten per jaar ( Heerlijkheid van Praat ). In zake jacht- en visrecht kunnen we de << Partrisserie » (patrijserij) vermelden, door de heer van Praat verpacht aan Gillis de Cock, voor 25 schellingen. Gillis de Cock was een landbouwer te Oedelem, Berg. De heer van Praet verpachtte heel wat eigendommen, die men hoger kan vinden. In het jaar 1559 werd ook het gras van het Hof en van de Nedersingel te Praat, voor 14 schell., aan Jan van Ballenberghe verhuurd. Verschillende toponiemen duiken in het kohier op : Vijvers : Dierschoot Vivere , zeer groot, heerl. van Maldegem ; Beytelaers moer vivere , heerl. van Praat ; Verlooren Cost vivere, idem ; Witte moer vivere , op de heerl. van Maldegem, doch toebehorend aan ( 8) 1 bu nder = 3 gen'let ; 1 gemet = 300 r oeden of 3 l i j nen; l lijn = 100 roeden. 66 de heer van Praat. straten, wijken, percelen : Ackerstrate, Ruwersvelde ( « in een ieghenoote ghenaemt te Ruwersvelde » ) , ten Berghe, Vullare, Beverhoutsvelt, het Langh e Leen ,den Westbeck, het Baervouts velt, Daneghem, Zuudt damme, Cleyberch akker, de Camermersch , Praeteracker, den Brunenberch, ten Hoogherstraete, Beeckerackere, Muelenackere (Maelenackere ?) , te Leede, den Hooghen Ackere, Leede mersch, Biestrn:ersch, Remmers houck een meers) , enz .. . In het kohier is er spraak van de volgende heerlijkheden : Heerl. van Praet, van Oorscamp, van den Waelschen, van Assenbrouck, van den Maendaechsche , van Oorscamp in Beernem, van het Praetsche, van den Knesselaersche, van Maldeghem, van Chysseelle in Assebrouck, van den Zysseelschen (in Oedelem) en van Zysseele. Oedelem, in de vruchtbare zandstreek van Vlaanderen, was steeds een belangrijke landbouwgemeente. Dit blijkt duidelijk uit het aanzienlijf aantal hoeven , reeds in 155~. Alleen al onder de pachters, lichten wij uit het kohier (méér dan 20 gemet) : Joseph van Doorne, een hofstede van ongeveer 60 gemet ; Adriaen Cornelis, een hofstede van ongeveer 60 gemet (Praat) Jan Maes, ± 40 gemet, hof op het Maandagse, land op Praat, + 4 gemet van de Armendis, op het Maandagse ; Pieter de Meyer, Maandagse, geen grootte aangegeven, doch 9 Pond 1 sch. pacht per jaar ; Daniël de Pestele, 26 gemet 1 lijn 50 roeden , Praat ; Loy Goederthier, leengoed, Praat, 21 Pond pacht per jaar ; Passchier van den Hoynicke, 50 gemet + 5 lijnen, Praat ; Madelin vander Donck, de helftscheede van 150 gemet, vijvers en veld, waarvan 50 gemet onder Praat ; Weduwe Vincent Wittinck, 125 gemet 2 lijnen, Praat, + 12 of 13 gemet land en veld, van Sint-Jans in Brugge ; Pieter van Pachtenbeke, 3 gemet 2 lijnen + 15 gemet + 6 gemet meers ; Claeys Cornelis, in Oostveld, onder Praat en het Knesselaarse, 64 gemet + 8 lijnen 50 roed ., + 10 gemet + 13 gemet 5 r . ; Jan Michiels, geen grootte aangegeven , doch 15 Pond pacht per jaar ; Mathys vanden Bryele, Dorp, ongeveer 40 gemet ; Mathys Horneweder, Dorp, 69 gemet 65 roeden ; Pieter de Hertooghe, ongeveer 60 gemet ; Frans Maes, 28 gemet 1 lijn ; Andries Melis, 57 gemet + 24 gemet meers (deze laatste onder Praat) ; Berthelmeeus van den Hoymille, 60 gemet + 2 gemet + de helft van 7 gemet meers in Assebroek ; Gillis Parmentier, Hoogstraat, Praat, 50 gemet ; Pauwels van Rousselyne, ongeveer 50 gemet, + 5 gemet van Sint-Jans in Brugge ; Marcx Stroys, onder Praat en Zysseele, 48 gemet ; Wed. Jan van Pamele, hof op het Maandagse en land onder drie heerlijkheden , 88 gemet 36 roeden ; Jan Baert, 56 gemet ; Willem van Ghelder, 96 gemet, land, meers en magere heide ; Jan Goethiere, Dorp, Praat, 28 gemet ; Berthelmeeus Burre, ongeveer 20 gemet ; Aernoudt van Hecke, 36 gemet. Deze lijst van grotere hoeven is indrukwekkend voor die tijd. En wanneer men weet dat de aangifte met een zuiver fiscaal doel geschiedde, kan 67 men niet aannemen dat onze toenmalige landbouwers de oppervlakten en pachtprijzen zouden opgedreven hebben , integendeel ! Tenslotte komen er ruim 250 persoonsnamen , meestal pachters-gezinshoofden , voor in dit Xe Penningkohier, Oedelem 1559. Al wie vertrouwd is met de genealogie, kent de moeilijkheden bij opzoekingen in onze Vlaamse dorpen vóór de aanvang van de kerkregisters, circa 1600. Vooral totaaloverzichten en bevolkingslijsten ontbreken in hoge mate , niet het minst rond de jaren van de religietroebelen. Van zeer groot belang, onder familiekundig oogpunt, is bijgevolg de onderstaande alfabetische opgave van de persoonsnamen uit het kohier, die ons een ruim overzicht biedt van een groot gedeelte der Oedelemse geslachten in 1559, juist vóór de godsdienstberoerten en het << weglopen » van de plattelandsbevolking(9). Abeele, J ooris van den: Alaert, Jooris , AJieene, Joos , Baert, Jan, Ballenberghe, Jan van, (2) Bart, Lauwereins , Basens, Pieter, Belle, Jacop van, Beste, Bastiaen de , Beste, Kijnderen Bastiaen de , Bets, Adriaen de, ·Bets, Stheven de , Beyaert Jacop, Bil, Pieter de , (2) Blommeghem, Cornelis van, Blommeghem, Willem va.n, Brabant. Mathys van, Bronne, Aernoudt de, Brune, Chris t.offel de , Brune, Jan . Bruneel , Gillis. Bruys, Aernoudt, (2) Bruys, de weesen van Aernaudt, Bruys wed. en kijnderen Aernoudt, Bruys: weduwe Aernaudt ( = Marie ), Bryele, Mathys vanden, Burre, Berthelmeeus, Burre, Hendryc, Burre, Jan, (3) Burre, Jooris, Bussche, Clays vanden, Bussche, Jacop vanden , Bussche, Jan vanden , Bussche, Jooris vanden , Bussche Marijn van den , Bussche: Vidua Marijn van den , Bussche, weduwe Jan vanden, Casant, Pieter van, Casant, weduwe Pieter van, Claus, Joos, Claus, wed . en aldinghers Joos, Clays, Mathys, Clercq , Jan de, (2) Clercq, Lieven de, (2) Cock, Gillis de Coens, Pieter, ' (9) Cornelis, Adriaen, Cornelis, Clays, Cornelis, Hubrecht, Cornelis, Lamsin, Coster, Joos de, Coudenberghe, Aernoudt van, Craneloo. Mary van, Cueninck, Lieven de , Cuenynck Lieven de, CurthaJs, Pieter, Curthals, weduwe Pieter, Dauchy, Jan, derguyt, Pie t.er, derguyt, weduwe Pieter, Donckere, Lieven, Donck, Madelin vander , Donck, Pieter vander, donc , Pieter vander Doorne, Joseph van: Duusberch Adriaen, Eechaut, weduwe Jacop, (2) Eecke, Adriaen van , Eecke, Mattheeus vander, Eghelijn, Touchain, Feys, Joos, Ghaver, Mathys (?) van, Ghelder, Willem van, Gheselle , Rogier de , Gheüchte, Hendryc van, Ghevaert, Willem, (2) Ghoemaere, Christiaen , Ghys, gheseyt, < = Hooreweghe Adriaen ), Ghys, gheseyt, ( = Home Adriaen>, Goederthier, Loy, Goethiere, Jan, (3) Goethier, Jan , (4) Goetinck, Jan, Gruuthuuse, mijn heere van , Haeck, Berthelmeeus de , Hecke, Adriaen van, (5 ) Hecke, Adriaen van den, Hecke, Aemoudt. van, Hecke, Joos van, (2) Hecke, Lieven van, Hecke, van, (schatter), 0 Een cijfe r , tussen haakjes geplaatst achter een naam in de alfabetische lijst, betekent dat de persoon in kwestie zoveel maal a ls vermeld in het kohier vernoemd wo rdt. 68 H ck , Will em van , He . J acop van, (2) He Jacop van der , (3) R eed , Berth line van, Heede, La msin van, Hendrycx, Li ven , <2> Her sselm an, Gu illiame, h ertooghe, de , Hertoogh e, J oe de, Hertooghe, Maryn de, Hertooghe , P ieter de, Hillebrandt , Omaer e, Hoorewegh e, Adriaan , (2) Hoorewegh e, Adriaen en zijn broers, Hoorewegh e, Adr iaen , gh eseyt Ghys, Hoorewegh e, Jooris, Hoorewegh e, Michiel, Horeweghe, Michiel, Horne, Ad riaen , H orne, Corn elis , H orne, gh eseyt Ghys, Adriaen , Horn e Pieter , H orneweder e, Pieter , Horneweder, J acop, H orneweder, J an , H orneweder , Lamsin, Horneweder , Mp.thys, Hoymill e, Ber th elmeeus van den , (2) Hoynicke, Passchier van den, Huelen, Ambruesen van , Rull e, Nicolaes vanden , Huusten , Matheeus van , Huusten , Math eeu s van den , J acopinessen buyten Brugghe, (3) J agh er, J a cop de, J an s, Gillis de, Jhannekin, weduwe J an de Rijckere, K empe, Cornelis, K Pr ckaert , Aernoudt. K ersmaker , Lieven de, Lambrecht, P ieter , Landmeter . Pieter de, Landuyt, Christiaen van , Langh e, Jan de, Lan gh e, Lam.sin de, Langhe, weduwe Lamsin de, Lee, Adriaen van, Lee, de Kynderen Adriaen, J ,eemput. Corn .. Leye, Hoirs Lauwer eins vander , Leye, Lauwereins vander , Leye_ Loy vander , Loot ins, Andries, Lotins, Pieter , Maes, Frans , Maes, Jan, Margriet , weduwe Vincent Wittinck, Marie, weduwe Aernaudt Bruys, Melis, Adr iaen , Melis, Andries, (2) Melis, J an , Melis, de Kijnder en Willem , Melis, Lieven , Melis, Math eeus, (2) Melis, Will em , (3) Mersch , Gillis van der , Mersma n . Olivier , Meyer, Pieter de, Michiel, Pieter , Michiels, Clays , Michiels, J an, (2) Mich iels P iet er , Mooye, .Àdriaen de, Muelens, Gill is van den, Nayer , Adriaen de, Nayer, K ijnderen P ieter de, Nayer, P ie t.er de, Neve, Adriaen de, ( 6 ) Neve, de, aan van Xavier de Feller . Dit was als de katholieke tegenh anger van Voltaire en van de encyclopedie. In 1822 had hij h et Kast eeltj e in een soort buitengoed laten veranderen . Een soort engelse hof werd aangele gd naar de romantische mode van den tijd. Een bos met hoogt en en laagten en vele dooreenlopende wegels. Een diepe wal liep er om h een. I n 1916 werd de hof door Leo Raes, zij n achterkleinzoon opn ieuw naar h et oude plan aangelegd. De manier van h uishouden en leven was te oordelen naar sommige overgebleven meubelen van huis r a ad, heel eenvoudig maar degelijk. Hij trok er elke voormiddag h een en had zelfs in de ach terwand van een ingemaakte kast op de bovenverdieping een kleine geheime lade ~angebracht om geld en kost baarheden te verbergen. Hij ging veelal te voet naar Brugge of soms met de << Wytewagen » van Bello Van Damme. Volgens zijn dochter J ulie geleek Pieter op keizer J ozef II en daarom bewaarde ze het portret van de keizer-koster, dat nu n og te zien is bij juffrouw Raes. Hij overleed te Oedelem in 1845. J oanna de Vlemin ck, zijn vrouw, reeds geruime tij d kin ds, overleefde h em tot 20 april 1846. Bij zijn afsterven liet Govaert een bezit na van 483.838 frank waarde in onroeren de goeder en met daarbij de bomen op 57.000 frank geschat. Een zeer aanzienlijke fortuin voor die t ijd. Het gezin Gova ert-De Vleminck t elde vier kin der en. Zijn eerste kind : Johan Philip geboren te Oedelem, de 12 juni 1804 en in 1824 gehuwd met Marie-Thérèse Van Rie van St. Kruis<4 >. Hij was steenba kker, een zeer oude Oedelemse n ijver heid. Toen in 1837 de stenen naald van de O.L. Vrouw t oren te Brugge diende heropgebouwd te worden deed men op J.P. Govaert beroep, om die speciale bakstenen te vervaardigen. I n die -tijd lag zijn steenba kkerij langs de Hoogte, tussen de oude parochiezaal en eigendom van de m elkerij Maes. De lagere gelegen grond aldaar wijst nog de plaats van dit steenbakkersbedrijf aan. Johan Philip woon de de eerste jaren na zijn huwelij k op de Markt in een huisje, de latere bekende herberg << I n Nero » (huis Rogiers). Hij overleed t e Oedelem in 1848 van de « kole » .Zijn weduwe huwde naderhand Jan Baptiste Coene, weduwnaar van Amelie Van Damme (gewezen brouwer uit Oedelem) . Zijn tweede zoon : Karel August, geboren te Oedelem op 3 januari 1806. was notaris, burgemeester en steenbakker . De oude « Pitten », zoals hij in de wandel werd genoemd, hield er een speciale levenswijze op na. In zijn jeugd h ad h ij zijn stages gedaan bij de notaris Heyvaert te Gistel, een vriend van zijn vader, maar zeer vrijzinnig Die Heyvaert immers was de vader van de gekende Theodoor Heyvaert, gouverneur van West-Vlaanderen in de jaren van de schoolstrijd 1879-1884. Het moet ons dan ook niet verwonderen dat graaf Visart de Bocarmé, burgemeester van Brugge, die August goed had gekend, hem betitelde als << Jeune Homme Voltairien débauché », wat helaas maar al te waar was. Enkele anecdoten : zijn petekinderen n oemde h ij : << Candide » - titel van Voltaire's boek, waar de kristelijke opvoeding in alle opzichten belachelijk wordt gemaakt - . Eén van zijn stamcafé's doopte hij «Au Filotax~; deze geheimzinnige naam is niet anders dan de naam van een held uit een ( 4) Van Joha n Ph ilip stammen af : 1 Jul es Cesar Ge vaert geboren te Oedelem in 1836 en gehuwd met Virgina Franscisca De Neve uit Hei s t-a-Zee. In _1874 "volgq~ hij zijn oom Karel -",µ gust op a ls no tar is en bu rgemeester van Oedelem . 2 Clemence Gevaert te Oedel em in 1840 . Geh uwd met Louis De Langhe . No ta r is te Jabbeke en later van Oede lem . 3 Pruden ce Ge vae rt gebo ren in 1841 en gesto rven in 1923 . 75 treurspel van hoger vernoemde schrijver. Nooit ging hij naar de kerk maar de meid diende vooraan te gaan zitten in ieders zicht. Hij bezocht echter meer de drankgelegenheden zowel te Brugge, te Assebroek, als te Oedelem. Toen de poorten te Brugge nog gesloten werden diende hij meermalen te betalen om na het uur de poort te laten openen. Zijn vrienden vertelden dat hij dagelijks op zijn gemak een kruik jenever dronk. Een voorbeeld was hij dus hoegenaamd niet, maar het was een gemakkelijke burgemeester. I n de lange jaren van zijn bestuur is er bijna nooit een proces verbaal opgemaakt door de politie. Feesten en avondmalen waren er des te meer en het gebeurde weleens dat de veldwachter Vandermoere 's avonds laat nog naar Brugge trok en het avondmaal eerst rond middernacht een aanvang nam. De geestelijkheid liet hij met rust en om beterswil berustte de geestelijkheid in die toestand. Pastoor Van Gaever zei dikwijls : «Indien wij het opnemen tegen « Pitten » hebben we heel de parochie tegen ons ». Karel August overleed te Oedelem in het huis op de Markt, de 27 april 1874. Zijn derde zoon was : was Eugène. Geboren te Oedelem op 4 januari 1808 en overleden op 10 augustus 1862 . Gans zijn leven was hij een ongelukkig zenuwzieke, een echte marte_laar sedert de dood van zijn vader. Eerst woonde hij bij zijn broer Karel August, later met een knecht in een huisje op het einde van de hof in de Sijselestraat. De enige dochter van Pieter, Julie, was geboren te Oedelem, de 28 februari 1812. Haar peter was de toenmalige pastoor van Oedelem, Dominicus Arnoldus Ocket. Haar meter was Anna De Vleminck uit Wezenbeek, een zuster van haar moeder. In 1838 huwde ze te Brugge Felix Frans Raes ; geboren te Brugge de 5de maart 1807. Hij was de zoon van Fransiscus Rae.<; en Blondia Claerebout. In 1838 was hij kap elmeester van de hoofdkerk Sint Salvators, waar hij zijn vader had opgevolgd. Daar Julie Govaert met zijn zusters Hortense en Marie Pia, het la tere juffrouw begijntje, te Brugge bij mevrouw Bellin op St. Walburga samen op kostschool was, kwam zij met de familie Raes in betrekking waaruit een huwelijk tot stand kwam . Felix Raes was een gewaardeerd muziekler aar. Johan de Stoop(5 l en Karel Mestdagh verklaarden dat hij een kuns ten a ar was aan wie hij veel te danken had. Na haar huwelijk was Julie Govaert naar Brugge gaan wonen tot in 1849. In dat jaar woede de cholera te Brugge en het gezin Raes-Govaert kwam het voorvaderlijk Kasteeltje in de Beekstraat bewonen. De vader van Felix Raes, oud-kapelmeester, oud-leraar, die tevens te Brugge ook een kostschool had opengehouden woonde bij hem in. In dat kunstminnend milieu kreeg het beoefenen van de muziek ruimschoots zijn deel. De vele kennissen en vrienden uit Brugge kwamen dan ook vaak in het Kasteeltje op bezoek. Monseigneur Faict en de kanunnikken van het Kapittel van de kathedraal waren er geregeld te gast. In 1851-1854 liet Julie het groot huis op de l'v'.!:arkt (nu huis juffrouw A. Raes) ombouwen, omdat haar schoonvader dichter bij de kerk zou wonen. Hij overleed echter in 1853 voor het helemaal opgebouwd was. Julie noemde men in de familie Gouvernement, omdat ze daar krachtdadig en veeleisend haar wil doordreef . In de plaatselijke politiek speelde ze een vooraanstaande rol na de dood van haar broer Karel August. Ze was een grote liefhebster, vooral van bloemen en planten. Daarvan getuigt nu nog de steeds de overblijvende buxus langs de Hoogte, een overblijfsel van de vroegere Franse tuin. Op 76-jarige leeftijd overleed ze te Oedelem in 1888. Het gezin Raes-Govaert telde twee kinderen : Camiel Frans Felix en Candide Julia Johanna Cornelia. Zij hadden respectievelijk drie en vijf(5) Toondichter van de Blauwvoet ( Rodenbach) . 76 ti n kind r en . Ca mi l geboren te Brugge op 31 december 1839, in het huis r chtover d ingan gsdeur van St. Salvatorskerk . Hij huwde te Moerkerke d 17de m ei 1866 m et Sylvie Va n Damme, dochter van Louis, burgemeester van Moerkerke en van Amelie Maes. Hij bewoonde het Kasteeltje in de Beekstraat , was een hartstochtelijk boekenliefhebber en wandelaar. Hij h ad een zeer goed geheugen en vertelde heel gaarne wat hij in zijn boeken , die vooral plaatselijke geschiedenis betroffen, gelezen had. Vele aantekeningen liet hij na over allerlei gebeurtenissen van het eigen heem. Na de dood van zijn moeder kwam hij het huis op de Markt bewonen, waar hij op 23 oktober 1910 overleed. Zijn weduwe Sylvie Van Damme stierf er op 12 oktober Hl23 C6l . Candide werd geboren te Brugge op 24 juni 1844 en huwde te Oedelem de 2de juli 1863 met August Louis Van Damme, zoon van Louis en Amelie Maes, hoger vernoemd. Hij was brouwer in de oude brouwerij van J.-Baptiste Coene, die zijn vader uit het faillissement van deze laatste had overgenomen. Een zeer verstandig en ondernemend man. Hij was burgemeester van 1891 tot aan zijn dood in 1897. Zijn vrouw was reeds overleden op 24 juni 1889Cn. RAES Jozef, Ettelgem. (6) Stammen af: l Maria Pia Raes o 29 mei 1868, î 5 februari 1902. 2 Leo Jozef Maria Raes O 15 maart 1870, 18 mei 1951. - Kandidaat notaris en burgemeester van Oedelem ( 1921 to t 1932). Stichter ~an de Boereng1lde te Oedelem en Dijkgraaf der Wateringen zuid van de Lieve te Moe r kerk_e. Kinderen 1n leven : E. H. Jozef - Ettelgem ; Dr. Jur . Antoon - Ruddervoorde ; Mejuffer M. Amel1a - Oedelem. 3 Flora Sylvie Camilla Raes O 8 februari 1880, î 22 september 1886 . Stamm_en af:. Flo r imond (gemeentesekretaris), Emma , Alida, Adolf, Marie , Eugene Sidonie René Jordaan Cam1lla, Alice en Jozef. ' ' ' ' ! (7) 77 Karel - Martinus Pavot Pastoor te Sijsele 1760 - 1799. Toen pastoor Corneel Bonnevalle 6 februari 1760 overleed << Submersus aquis » zoals de overlijdensakt zegt, << in 't water verdronken »( ll deden de paters Minderbroeders Chrysostomus Van Haverbeke en Archangelus Neyt dienst tot de benoeming van de nieuwe pastoor. Door Mgr Caïmo, bisschop van Brugge werd op 9 juni 1760 de nieuwe pastoor benoemd nl. Karel Martinu~ Pavot. 1. Zijn familie en jeugd . Hij werd geboren te Brugge (proostdij van O.L. Vrouw) op 28 juni 1726(2 >. Hij is de zoon van Karel Pavot en Adriana Dupon en de kleinzoon van Karel en Joanna Meris. Het huwelijkskontrakt, opgenomen in de staat van goederen (3 > dateert van 4 januari 1725. Adriana Dupon , dochter van Martinus en Maria Dewaele is overleden 14 augustus 1727. Zij liet een minderjarig kind na n.l. bovengemelde Karel. Als voogden werden aangesteld : Martinus Dupon, zijn grootvader langs moederszijde en August Pavot, zijn oom. Van Karel Pavot en Joanna Meris (ook Meres-Maris) zijn volgende kinderen bekend : 1) Karel geboren te Brugge, St. Gillis, 12 mei 1698, (vader van de later pastoor) 2) Barbara geboren te Brugge St Jacobs 1 oktober 1700 3) Engelbert geboren te Brugge St Jacobs 1 november 1702 Hij is gehuwd met Catharina Calis, die reeds op 24 juni 1742 overleed en vier minderjarige kinderen naliet : Marie, Dominicus, Therese en Pieter<4 > 4) Anna geboren te Brugge St Jacobs 24 september 1706. Na het overlijden van zijn vrouw , Adria na Dupon , is Karel Pavot h ertrouwd met Martina Ç}euns waarvan nog negen kinderen<5 >. We vermelden o.m. Jacobus geboren te Brugge (Proostdij van O.L. Vrouw) 9 april 1730. Hij was onderpastoor te Ardooie vanaf juli 1759 tot juli 1772. Hij werd ingeschreven als buitenpoorter van Brugge 22 januari 1762 <6 >. In 1772 werd hij pastoor te Waardamme en overleed te Ardooie 6 april 1789<7> .. Guillaume-Frans geboren te Brugge (O.L. Vrouw Proostdij) 5 april 1733. Hij was « Stockhouder » te Brugge van 1770 tot 1790 en overleed 14 november 1790. Hij was gehuwd met Isabella Gerarda Van Huele. (1) Tanghe: parochieboekje van Sijsele (blz. 38), voegt er aan toe· « bi1 bezoek aan 'n zieke» (2) Registers van de proostdij van O.L. Vrouw - Brugge Dopen - medegedeeld door Heer Jos Ghysaert, waarvoor hartelijk dank. (3) Brugge Stedelijk Ar chief Nr 8529. (4) Br ugge Stedelijk Archief Nr 10671. (5) Parochiale regis ters Br ugge - Proostdi j van O.L. Vrouw - Stadhuis Brugg~ (6) A. Schouteet: Indices op de buitenpoorterboeken van Bruqge , blz 117 (7) Uit de nagelaten nota 's van Z .E .H . P. Allossery, than s bij L. Van Ackere. Ardooie , die ze mij vriendelijk meedeelde - Beste dank. In Am Em 1939 Blz . 217 staat zijn overlijden foutief aangegeven 1779 (8) « Ons Heem»; 1959 A Lowyck Lijst van Brugse tinnenpotgieters, blz. 118 . 78 Albert Pavot geboren te Brugge (0.L. Vrouw Proostdij) 2 september 1740. Hij huwde in St Salvatorskerk (2e Portie) 23 juli met Josepha Madere. Hij was tinnenpotgieter en bekleedde volgende waardigheden in de eed van het Gilde: Vinder in 1765, 1767, 1771 , 1773, 1777, 1779, 1783, 1784 en 1786 - Deken in 1767 en 1781 en gouverneur in 1790<8 >. Zijn merk is afgebeeld in << Ons Heem » 1960, blz. 225 - Afb. 289. Uit het huwelijk Albert P avot en Josepha Madere sproten negen kinderen, waar vooral moet vermeld worden Basiel geboren te Brugge St Salvators (2e Portie) 4 december 1767. Hij was eveneens tinnenpotgieter<8 l en zijn merk is vermeld na dit van zijn vader , afb . 290. In 1790 was hij vinder in de eed van het gild en in 1792 Deken<7l . Hij huwde met Maria-Joanna Verhulst en had verscheidene kinderen , waarvan verder nageslacht, dat wij niet gevolgd hebben. ll. Wijdingen en benoemingen . Karel Martinus Pavot werd op 31 mei 1749 onderdiaken gewijd door Mgr J.B . de Castillion, bisschop van Brugge <9l . Op 23 mei 1750 werd hij in de kathedraal van St Donaas diaken gewijd door dezelfde bisschopc1oi en hij ontving de priesterswijding op 19 december 1750 in de kapel van de H. Karel Borromeus van de Brugse St Donaas Ka the draal eveneens door Mgr du Castillion (11 l . Hij werd in 1751 tot onderpastoor benoemd te Z edelgem<12 >. In het kerkarchief van Sijsele is een schrijfboek bewaard, waarin onderpastoor P avot zorgvuldig alles noteerde, << Notitie Boeckxken van het geene dat ick te goed vinde op de naerschreven persoonen van onderpastoreele rechten ende anders, begonst binnen Zedelgem op den 26 novembre 1751 ». Eerst tekent hij zorgvuldig de onderpastorele rechten aan . De eerste aantekening is van 7 december 1751 de laatste van 13 juli 1759. Deze onderpastorele rechten zij n wat b;ij krijgt in de begrafenissen, verder in het « jaergetijde voor d e overleden prochianen daegs naer de kerckwij dinge » vanaf 1752, '55, '56, '57 en '58 en tweemaal het zogezegde drinkgeld na de doop van een kind op 28 maart 1756 en 17 mei 1756. Vervolgens komt de aantekening van de gecelebreerde missen vanaf 9 februari 1757 tot mei 1759. De laatste aantekening is wel de belangrijkste : « Het capittel van St Baefs binnen Gent debet 's jaerlijcks over onder» pastoreele competentie aen den onderpastor van Zedelgem de somme » van .-B 24 - 0 - O gr. · » Item d'Abdije van St Andris (sic) bij Brugge de somme van .-B 8 - 0 - 0 gr. » Item den Eerw heer Canoninck Hageman in qualiteyt als possessor van » 't beneficie in het begijnhof de somme van .-B 8 - 0 - 0 gr. » te samen .-B 40 - 0 - O gr. » . reeds hergoten geweest in 1715 door Ignatius De Cock, en woog 380 pond. Twaalf dagen later werd ze naar Brugge gevoerd om hergoten te worden bij Georges Dumery. De 9e februari 1768 werd zij hergoten en haar gewicht was dan 447 pond. Ze werd terug naar Sijsele gebracht 26 februari en op 29 februari 1768 gewijd door de proost van het 0.L . Vrouw kapitel Hoogeerweerde Heer Joannes Vanderstricht. Bij deze plechtigheid was Zeer Eerwaarde Heer Kanunnik Gisbert Frans (9) Archief Bisdom Brugge, Reeks B Nr 49, jaa r 1749, f'' 237. (10) Archief Bisdom Br ugge, Reeks B Nr 60 , F 59. (11) Archief Bisdom Brugge , Reeks B Nr 60. F 132. Deze gegevens we rden be reidwillig medegedee ld doo r Z.E.H. Kan . B. Jan ssen s de Bi s thoven , waarvoor beste dank . (12) Zedelgem doo r pastoor Ronse zeg t : Blz . 136: 1752 E.H. Carel Mat theus Pavot te Brugge geboren . Di s rekeningen van 1752 meldt : Ca rolus Pavot jegenwoordigh onderpaster . 0 0 79 Boedingen peter en Mevrouw Maria Theresia De Brabander, 36e abdis van Spermalie, meter. Voor de jaren 1752-53, '54 en •55· werd hij per half jaar betaald, op 24 juni en 24 december van de heer De Waele, ontvanger van de Abdij van St Andries, van de heren van St Baafs te Gent en Mijnheer Hageman .B 20 - 0 - 0 gr. Op 24 december 1755 komt een wijziging: « Den Eerw heer Doncquers, proost van Thourout debet in platse van mijnheer Hageman .:B 8 - O - O ». Hij kreeg zijn laatste betaling 24 juni 1759. Kanunnik G. Tanghe en Van Baveghem in het « Martelaarsboek » vermelden , niet dat hij onderpastoor is geweest te Zedelgem, maar wel dat hij deservitor was te Loppem. Inderdaad volgens de Doop-, Huwelijks- en Begrafenisregisters van Loppem was hij er deservitor. Bij ieder van deze registers heeft hij opgetekend dat hij deservitor was van de parochie. De eerste doopakte is van 31 juli 1759 en de laatste van 15 juni 1760. Hij tekende het eerste huwelijk in 5 september 1759 en zijn laatste 3 juli 1760. De eerste begrafenis door hem als deservitor gebeurde op 9 juli 1759 en de laatste op 29 maart 1760C13> . Van juli 1759 tot zijn benoeming te Sijsele is hij dus te Loppem deservitor geweest. Op 21 juli 1760 tekende de nieuwe pastoor van Loppem Gerard Rousseaux de eerste doopakte. 111. Pastoor te Sijsele. Karel Martinus Pavot werd tot pastoor benoemd te Sijsele door Mgr J. Rob Caïmo, bisschop van Brugge, op 9 juni 1760, zoals hij zelf heeft aangetekend in de vragenlijst bij het kerkbezoek, op 13 juni 1766(14 >. Bovendien had hij nog een << Capelanie forain gefondeert in de Cathedralekercke van St Donaas te Brugge »C15 >. Met behulp van de nog bewaarde aantekeningen kan opgemaakt wat Pastoor Pa vot te Sijsele gedaan heeft. In de maand juli 1761 werd de kerk gewit en werd de zolder in het middenkoor en van de sakristij toegelegd, nadat in de maand mei reeds een nieuw tabernakel gemaakt werd, gift van weldoeners uit Brugge . (13) Rijksarchief Brugge - Parochieregisters Loppem - lOe Regis ter van 1741 -1778 . Dopen Blz . 945 . Huwelijken Blz . 1075 - Begrafenissen B lz. 1148 . (14) Kerkarchief Sijsele : «-Status ecclesia! parochialis loci de Sijsseele in visitatione instituta die 13 mensis junii 1766. (15) Alle volgende aantekeningen zijn geput uit het kerkelijk archief te Sijsele , tenzij het uitdrukkelijk anders vermeld wordt. 80 In h tz lf d jaar werd n ook al d banken van de kerk gemaakt. In april 1762 werd en best altaarkleed gemaakt en betaald uit de scha.al van het H. Sakram nt. In dezelfde maand werd een rode damasten kazuifel geg ven door weldoeners uit Brugge. In mei van hetzelfde jaar werd het n ieuw O.L. Vrouw beeld gemaakt. De klederen werden door een Brugse weldoenster geschonken. Dat geklede beeld is nog bewaard en wordt thans nog in de processie gedragen. De oude kroontjes werden verwisseld tegen nieuwe en een scepter werd bijgekocht. Een kas werd gemaakt om 't beeld erin te plaatsen. I n september werd de nieuwe kommuniebank gemaakt, ten dele ge beeldhouwd, wederom een gift van een bijzonder weldoener uit Brugge. Deze kommuniebank die in de oude kerk stond, had een lengte van 5,86 m . De laatste aanwinst van 1762 was een zilver kelk , nogmaals een gift van een Brugse weldoener. Volgen s het inventaris van 1882 woog hij 1,5 pond en was 0,26 m hoog. In december nog een beste « albe, roket en twee overrokken ». I n de m aand m aar t 1763 werden zes nieuwe verzilverde kandelaars gemaakt, gift van een weldoener uit Brugge, en in de zelfde maand kocht hij een n ieuw missaal met twee kop eren sloten. Een nieuwe biechtstoel werd in de maand april in de kerk geplaatst, wederom een gift van een bijzonder Brugse weldoener. I n de maand augustus bezorgde hij een koffer om er de archieven van kerk en dis in te bewaren . Zij n laatste aantekeningen h ad hij gemaakt op 18 augustus 1763 volgens hij zelf schreef : « Dit alles hebbe ick voor memorie geannoteert voor de naerkomelingen ». Maar naderhand heeft hij er nog volgende aan toegevoegd : De nieuwe predikstoel werd geplaatst in maart 1764, gegeven door een bijzondere weldoener uit Brugge. Hij kostte .:B 64 - 0 - 0 gr wisselgeld. In de maand september werd het nieuw houten O.L. Vrouwaltaar geplaatst en gemarbreerd, nogmaals geschonken door een Brugse weldoener. Van 1761 tot 1764 werden jonge bomen op het kerkhof geplant. Een n ieuwe zwarte kazuifel met wit moiré kruis werd aangekocht in september 1765, alsook een nieuw zilver berechtingsvaatje. In oktober 1766 overleed te Brugge Z.E.H. August Legillion , kanunnik aan de kathedraal van St Donaas te Brugge. Bij testament schonk hij aan de kerk van Sij sele zij n zilver kelk, die 32 oncen woog. I n de maand mei 1766 werd geheel de vloer van de kerk gelegd. Uit vorige kerkbezoeken van Bisschop en deken bleek dat hij op sommige plaatsen in zeer slechte toestand was. In diezelfde maand werd de nieuwe vlag van het H. Sakrament gekocht uit de schaal van het H. Sakrament. Hiermede eindigt het bl ad met de aantekeningen van pastoor Pavot maar uit ander gegevens hier en daar verspreid in het kerkelijk archief komen we nog te weet wat hij deed voor de kerk. In de pastorij is nog een vaatje bewaard voor de H. Olie van de zieken, gemaakt in 1767 door de Brugse zilversmid Frans Ryeland. Op 16 december 1767 brak de klok bij het luiden vóór de mis. Zij was reeds h er goten geweest in 1715 door I gnatius De Cock en woog 380 pond. Twaalf dagen later werd ze naar Brugge gevoerd om hergoten te worden , bij Georges Dumery. De 9de fe bru ari 1768 werd ze hergoten en haar gewicht was dan 447 pond . Ze werd terug naar Sijsele gebracht 26 februari en op 29 februari gewijd door de pr oost van O.L. Vr. Kapittel , Hoogeer waarde Heer Joannes Vanderstricht. Bij deze plechtigh eid was Z.E.H. Kanunnik Gisbert-Frans Boedingen 81 Afb. 1 Afb . 2 peter en Mevrouw Maria-Theresia De Brabandere, 36ste Abdis van Spermalie , meter. Uit een bewaarde vragenlijst bij het kerkbezoek van 13 juni 1766 kunnen nog veel wetenswaardigheden gelicht worden . De koster was Pieter Glorieux uit Dikkelvenne, hij was het ook die de kinderen onderwijs gaf. In de kerk waren er twee altaren, het een toegewijd aan St Maarten , het ander aan O.L. Vrouw . Er waren vier schilderijen: 1) De geboorte van Jezus ; 2) de Drie Wijzen; 3) Kristus aan het kruis en 4) St Maarten ; en drie beelden , nl. twee van O.L. Vrouw en één van St Maarten. In de kerk stonden twee biechtstoelen. Zij bezat volgende relikwieën : van St Maarten - H . Joannes Nepomucenus - HH. Lambert en Maurus en van de H . Barbara. Deze laatste was vervat in een zilver reliekmonstrans door een brugse zilversmid gemaakt in 1611 (16l . Er bestond maar één broederscha p , nl. van de H. Rozenkrans, opgericht alhier in 1684 door Pater Paulus Jordaens, prior van het predikherenklooster te Brugge. De vraag over de processie is nog belangrijk. Benevens de processie voor de vruchten der aarde op St Marcusdag en de drie kruisdagen werden volgende nog gehouden : 1) Ter ere van het H. Sakrement ; 2) op tweede Pinksterdag - omgang op de parochie met de vlaggen (twee) , het processiekruis met kandelaars en twee grote lantaarnen ; 3) ieder eerste zondag van de maand ging in (1 6) Vermeld in « Rond de Heerd » - 4e jaargang (1868) - Blz. 7. Deze reliekmonstrans werd met 3 kelken, 1 ciborie ·en nog ander zilverwerk gestole"n in de nacht van 1 op 2 augustus 1917. - Over deze diefstal schreef Dr Jos De Smet in « Brugs Ommeland», 6e jaargang, zomermaand 1966, Blz. 59-60. 82 d zomer de proc ssie uit rond het kerkhof, het H. Sakrarnent en 't beeld van O.L. Vrouw werd meegedragen ; 4) op het feest van St Maarten werd dezelfde proc ssie gehouden. Dan werd nog de relikwie van de Patroon meegedragen. Uit deze vragenlijst (Tit V nr 8) is het nog de moeite waard de kleine bibliotheek van de p astoor aan te tekenen: Dekreten van het Concilie van Trente, de romeinse catechismus, uitleg over de H. Schrift en op de brieven van de H. Paulus - de uitleg door J ansenius op de Evangeliën. Zijn boeken over Godgeleerdheid zijn die van Steyaert en Bossuyt. Voor de prediking had hij Backx-Verslype en nog zijn geschriften uit zijn seminarietij d. Zijn pastorij was toen ook in vervallen toestand. Verder aantekeningen door Pastoor Pavot zelf gemaakt, zijn jammer genoeg niet meer bewaard. Uit een inventaris van 1884(17 l weten we dat hij een zilver stralenmonstrans van 5 ½ pond en 0,65 m hoogte liet maken in 1781. Zij werd jammer genoeg in 1907 verkocht om vervangen te worden door een koper-neogothiek. In 1783 werd een nieuw missaal aangeschaft. Op de twee zilvere sloten staat wie het zilverbeslag bekostigde In Silver doen beslaen door Gabriel Sabot en sijn huysvr Levina Van Belleghem anno 1783 Op de voorzijde is een zilver medaljon met de patroon van de kerk St Maarten (afb. 1) en op de achterzijde een met O.L. Vrouw van den Rozenkrans (afb. 2). Dit zilverbeslag werd in 1783 gemaakt door de Brugse zilversmid, Pieter Petyt. Om de drie jaar werden de kerkrekeningen gemaakt. Slechts één register is bewaardC17l die loopt over de jaren 1786- '87-'88. De bij zonderste post is het volgende : « Den 5 december 1786 in dese kercke gestelt een nieuwen orgel met 12 registers en al sijn toebehoorten door P. Van Peteghem Mr orgelmaecker tot Gent, welcken orgel met het bekleeden van de blaesbalchen en het noodig iserwerck gekost heeft 137 .-B 11 - 11 gr in welcke somme door dese kercke maer betaelt en is tot 40 .-B 8 - 0 gr(lBl. In 1790 en 1791 is door het kapittel van O.L. Vrouw te Brugge, tiende- heffer van onze kerk, het herstel van de kerk begonnen ; Het koor werd herbouwd en verhoogd en tot twee vensters verder had men gebouwd. De werken werden stopgezet ten gevolge van de ongelukkige tijden , zegt Tanghe, die het overnam uit de << Kronijk der kerke » door pastoor Coppieters I, in het verslagboek van de kerkfabriek. In .i uli 1794 werd o.m. Brugge door de fransen bezetc1a) en die ongel ukkige tijden begonnen. Een geldschatting van twee miljoen « livres » wer·d op de geestelijkheid van het Brugse Vri.i e gelegd. De pastoor van Siisele werd voor 3400 livres aangeslagen C1 9l . In september 1797 werd aan de geestelijkheid de eed van haat tegen het Koningdom en trouw aan de republiek geëist. Zoals veel priesters weigerde pastoor Pavot de eed. Van dan af moest hij onderduiken, in 't geheim mis lezen en de sakramenten toedienen. Waar hij zich schuil heeft gehouden weet men niet. Een overlevering zegt dat hij meestal in het oud kasteeltje van Rykevelde (17 ) Bewaard in Kerkelijk archief - Sijsele. (1 8) A. Schouteet : gedenkwee r dige ~entee~keningen van Jan K~rel Verbrugge - An Em 1959, Blz. 21 . (1 9) G .F. Tanghe Besc hr ijv ing van Sijsseele , Bl z. 39. 83 t't,111/nu/c• :J ,l,J d./.lutb, h L-... =-,-/211¼~~- tl,,; r';-/ûyt'/,.1 ( t..\·,/ 1111r l'td ~ , , ; ,, _ _f17u_k'l✓ri~ d/n J tNfo .!. ' !:_y1:n -1 I t ·A b,t,u/a4 . - Jj , r/],,w, ?uf'b✓ f] l'//,~/2.á1 -, /n1./ /71/// 1/ /'////1' /~i,:/ l,1 1_ ,.,•-//iT ( J/,,///HL.#', L» / /i 1ao /1v1d ~_},.;/4,u1 "I • J1'i>t'L. JJv/1 t1r/4~j _ f.)1 ///i'î✓/;:.I ?/~ ;; ' (f/7.u• I ~.,I',,., Y'10? /d, - .-J~&/ 1· ,,,/., ,1,_) , /'a;;J { ~1.11//N/ o > /; /2· t Xo/'//;,,.;,, ')/,_l ¼t17·drv •}ff,1 1/na~ r~ t'A.J I l ~~ /~)1"1~ ,L ~~? /11/~ ;; 7,✓ / lnj /l _:1>,7:~.,,./,~,1///t ,.,/. 1,/- .,.;;'.7/ /mt' ., /7,.,1 t",, Jo:.,., 1 ~lt<):' ''"/, I ' 1 //171u➔f/7L ) ,)t✓, .,t,,;J //1/;r,/.vr/t,•✓, l?'✓✓, ) ~•1,.L· 1 • J/,:N./ / ./Il' Z'':I 1 • J, /t<'/4 /4,-'//,_;, fJ!tt'IJ- //1) /,v //; f .1-,., , ">c/ ,;;:,/d"t'✓ ~✓ J / /l''f l'/-'/r,-, / // ,,/; /i-;/ 0 ,!,7v I /,v.rr/ '.la✓/ 1 ✓✓-7~J oYa&-", ,) . 1h,i&~ J,,-,.1Jf11f:1'1r/t;r;, [ L.)1?/1~ j /1 ~ 1- r7#v _,,.,IL , I b/H/H.-m, J tf!.J j fa,A" 1/.. 1/9✓,,//~ ~;f''"/" 1 ~', • 11:1L - f:,1/'"['N 1/ 7 1n~/n:, ) ~17/ })trk ,/Q;) I 1,✓7/1 '/rit.> /in/-jr//.1✓ Miv rf<...> ~/:u~0,~ : , . w7f: }J,Y· '7//,du n- (A..> ✓,: 'r//ryl La:; ,t'c > /{,J. o/1rl/;1a / f/t./l(lt'/:f, ~ o/; JR ~ l_,r"J ,,) ,v {. 7'1'1é,;, ,.-/ )~./ ✓1/te /,.,~_,/✓, :, 11 ,~J i?/L- ';/1/4 : > 1 11#1~,..f.l 1111.:._ PIT/ / 'tt'l4h-.c_ 7ntJ ~,1.n✓.h,/ k/nur , 1 flf t....--< . f11.,////!'/,,, 1/Mtit; , 1 ,i ~l'C / ; p d .! 84 verscholen was. In juni 1799 werd hij gevangen genomen en opgesloten in h et Bisschoppelijk paleis, dat t ot gevangenis diende voor de on beëedigde priesters<19 >. Daar hij meer dan 60 jaar was, werd hij n iet verbannen naar de eilanden Ré of Oleron maar bleef te Brugge. Op 29 maart 1800 werd hij vrij gelaten. Of hij terugkeerde naar Sijsele kon niet duidelijk opgem aakt worden, hoewel Van Bavegh em zegt<20 > dat hij in zijn geboortepla ats gebleven is. In h et kerkelijk archief berust een uittreksel van verblijf op de gemeente dat dagtekent van << 21 Brumaire an 11 '> (22 nov 1802). Daarin wordt verklaard dat de burger Charles Martin Pavot op deze gemeente verbleven h ee ft vanaf 1 mei 1792 tot 29 frimaire an 10 (20 dec 1800) en dit zonder on derbreking. Noch t ans werd hij van juni 1799 t ot maart 1800 te Brugge gevangen geh ouden. Dit getuigenis geeft ook een beschrijving van pastoor Pavot. Hij was 1,65 m groot, had grijs haar , blauwe ogen, 'n brede kin, 'n laag voorhoofd en een ova al gezicht . Hij overleed te Brugge 18 juli 1803 en werd op woensdag 20 juli te 10 u. in de kerk van Sijsele begraven. Hij lag begraven vóór het groot kruis op h et kerkhof. IV. Naschrift. Pastor Pavot, die een mooi geschrift had<21 > heeft nauwkeurig veel opgetekend (afb. 4). Van h em zijn nog bewaard in het kerkelij k ar chief te Sijsele : 1) h et << Notitie Boeckxken », uit Zedelgem 2) lijst van de fondaties 3) aant ekeningen vanaf juli 1761 t ot m ei 1766 (1 blad) 4) de opschriften van de klok (1 blad ) 5) vragenlijst bij"het kerkbezoek van 13 juni 1766 (8 blz.) 6) over de « Capellanie forain » van St Donaas (1 bl.) 7) staat van goederen van de past or ij van Sijsele ( 4 blz.) 8) staat van de parochie in 1761 - 176 3 - 1766 - 1772 - 1776 - 1780 In het parochieblad van Sijsele wer d vanaf 31 juli 1965 tot 25 juni 1966 dit van 1766 uitgegeven onder de benaming « Sijsele vóór 200 jaar ». 9) alfabetische Tafels volgens de persoonsnamen op de Doopregisters van 11 juli 1690 tot 10 juli 1726 van 29 juli 1726 tot 1778 van 4 januari 1779 tot 1793 op de overlijdensregisters van 6 mei 1726 t ot 1778 van 20 januari 1779 tot 1793 op de huwelijksregisters van 1 februari 1726 tot 1778 van 7 januari 1779 tot 1793 10) overschrift van het Doopregister 1690-1726 11) kerkrekeningen 1786- '87- '88 12) disrekeningen 1761-'63, 1764-'67 1 1769- '70 , 1771- '73, 1774- '76, 1777- '79, 1780- '82 , 1783- '85 , 1789- '91. Het is dank aan deze zorgvuldige aantekeningen dat het mogelijk was deze levensschets van pastor Pavot t e schrijven . DENORME C., Sijsele. (20) Marte laa rsboek . Dit "va n zijn broed~r Jacobus , onde rpastoor te Ardooie en van Gu illaume Stokhouder te Brugge wa s zeer gel11kend op het Zl)ne . ' ' (21) SAMENVATTENDE STAMBOOM I KAREL VAN DE FAMILIE P A V O T PAVOT gehuwd met Joanna Melis II KAREL PAVOT X 1°) Adriane Dupon 2°) Martina G (h)euns 10 kinderen o.m . III KAREL-MARTIN Onderpastoor Zedelgem Deservitor Loppem Pastoor Sijsele 1760-1799 JACOBUS ENGELBERT PA VOT 1°) Catharina Cal es 2°) AUGUST PAVOT voogd van Karel III Maria-Theresia Carlier 9 kinderen. GUILLAUME FRANS ALBERT Onderpastoor Ardooie Stokhouder Brugge 1750-1772 1770-1790 Pastoor Waardamme X Isabelle Gerarda Van Huele Tinnenpotgieter 1765J osepha Madere 9 kinderen o.m. BASIEL Tinnenpotgieter X Maria Jonna Verhulst. nageslacht. co <:.n 87 De grote restauratie van de Oedelemse kerk in 1836. Het oude Sysseelsche was, zoals men weet, een overgroot grondgebied ; het strekte zich uit over het zuidoostelijk deel van Brugge, waar de kapel van O.L. Vrouw omtrent 875 gebouwd stond en over het terrein waarop bijna al de parochie~ die aan Brugge palen, later tot stand kwamen. Onze-Lieve-Vrouw te Brugge, reeds parochiekerk in 961, was collegiale kerk van 1091 tot aan de Franse omwenteling ; doch pas in 1116 werd ze van Sijsele afgescheiden <1>. Op het grondgebied van Onze-Lieve-Vrouw, op een leengrond van Boudewijn, heer van Praat, werd in de jaren 1240-1248 een kapel gebouwd, die in 1311 de Sint-Gilliskerk geworden is<2 >. Uit de verbrokkeling van het oude Sysseelsche onstonden verder : Koolkerke (bidplaats in 1150, parochie in 1269) ; Ste-Catharina (ontstaan in 1270, tijdens de Franse omwenteling afgeschaft en later gedeeltelijk vervangen door de nieuwe H. Magdalena-parochie binnen Brugge) ; SintKruis (kapel in 961 , parochie geworden in 1153) ; Assebroek (gesticht in 1270 en waarvan het beschermingsrecht later op de heer van Assebroek overging) ; Vijve-Kapelle (kapelanij in 1349, proostdij in 1858 en parochie in 1885) ; Sinte-Anna binnen Brugge (kerk gebouwd in 1497 op het grondgebied van Sint-Kruis) ; en Oedelem (reeds in 906 door de kronijkschrijver Malprancq vermeld, doch eerst in 1184 parochie geworden) <3 >. Over een eerste kapel of kerkje te Oedelem, wellicht in hout opgetrokken, zoals elders, weten wij niets. De eerste stenen kerk dateerde van de laatste helft der 12e eeuw, wat overeenstemt met de oprichting der parochie. Dit Romaans kerkje was volledig in veldsteen en had waarschijnlijk een westtoren. In de zuidoosthoek, achter het hoogaltaar van de huidige Sint-Lambertuskerk, vindt men nog enkele overblijfselen ervan <4 >. Een indeling van het oude bisdom Doornik, in 1331, geeft op : Aartsdiakonaat Brugge : Dekenij Aardenburg : Parochie Oedelem. - Titelheilige : Sint Lambertus ; patronaatschap : de Proost van O.L. Vrouw te Brugge(!>>. - De oude parochiekerk van Oedelem ging ten onder, als zoveel andere van ons platteland, tijdens de godsdiensttroebelen der 16e eeuw. Jacob van Vlaanderen, heer van het Land van de Woestijne, van Aalter en Knesselare , van Onlede en Beveren, van Praat met Oedelem, enz ... huwde Kathelijne van den Botselaer, dochter van Wessel, één der ondertekenaars van het Eedverbond<6 >. Hun zoon, Lodewijk V van Vlaanderen was evenals zijn ouders een vurig voorstander van de Calvinistische dictatuur. Het kan niets anders, of zulke dorpsheren te Oedelem trokken de hervor..mingsgezinden aan. De Geuzepreken op de wijk Vliegende Paard zijn bekend <7> . Het Calvinistisch schrikbewind zou duren van 1577 tot 1584, maar (1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) Kan . D. Lescouhie r : Geschiedenis van het kerkelijk en godsdienst ig leven in West-Vlaanderen , Brugge, 1926 ; Boek 1, blz . 28 . Ibid. Ibid. - Alf. Ryserhove : Beernem, 1949, blz. 38 . Ryser hove , op . cit. Lescouhie r , op . cit. A. Ve rhoust raete / A. Ryse r nove : Leenroe r ig overzicht van Aalter en Kne,ssela re , 1965 , blz . 69 70 . A.C. De Schrevel : Troubles religieux du XVle siècle au quartier de Bruge s, Brugge, 1894 . 88 ook nog lang daarna was de streek ver van rustig. De bevolking was grot ndeels gevlucht en de Vrijbuiters hielden regelmatig strooptochten van uit Zeeland en de kust streek<8l. De meeste kerken en kloosters werden geschonden, leeggeplunderd of vernield en de uitoefening van de katholieke er edienst werd onmogelijk gemaakt. Aldus zou ook << die Oedelemsche prochiekercke » in 1578 door de Watergeuzen in brand gestoken zijn. Maar ook in mei 1583 hielden de Vrijbuit er s lelijk huis in de streek<9l. Talrijk waren de parochies zonder een eigen p astoor. Joannes Vlieghe, pastoor te Beernem sedert 1578, maakte aldaar de verwoesting van de kerk mee , tijdens de beroerten, en gaf zijn ontslag in 1586 . Judocus Coorneput, sinds jaren pastoor van Oedelem, werd daarnaast ook deservitor van Sijsele, Sint Joris-ten-Distel en Beernem ; hij ver li et in 1586 de pastorij van Oedelem voor deze van Beernem en bediende m eerdere parochies. Hoelang hij te Beernem nog in functie bleef hebben wij niet kunnen achterhalen. Sommige dorpen, zoals Knesselare en Aalter, bleven méér dan twintig jaar zonder priester en waren nagenoeg ontvolkt<10l. Wat er van de kerkgebouwen nog mocht overblijven, stond van lieverlede te vergaan ... Omstreeks 1608 (en voor sommige dorpen nog lang daarna) begon een lan gdurige herstelperiode. Te Oedelem loopt deze over de herbouwing van 1629- '30, over de restauratie van de toren in 1663 (jaartal in de toren vermeld) en de herstellingen van 1727, tot de algehele restauratie van 1836. De werken van 1663 en 1727 zou men kunnen reconstrueren , aan de hand van de documenten op het Rijksarchief te Brugge <11l. Omtrent de grote herstelling van 1863 zijn ons meerdere geschriften bewaard gebleven , die ons de trouwe weergave van een bewogen geschiedenis waarborgen <12l . Toen onze gewesten op 1 januari 1795 officieel onder het Franse juk kwamen , was zulks niet bevorderlijk voor de toestand van de godsdienst en van de kerkgebouwen zelf. Een paar jaar later werden kloosters en kerken gesloten of verkocht. Vele geestelijken werden verbannen of waren voortvluchtig. Soldaten werden vaak ingekwartierd in pastorijen en bedehuizen, die niet meer onderhouden werden . Alle priesters moesten de eed van trouw aan de Republiek afleggen : <, had pastoor P.E. Vanden Broucke weer zijn handen vol om zijn « levenswerk », toen reeds volop bezig, tot een goed resultaat te brengen(19 >. Hij probeerde dan ook vruchteloos Martin Dhaeninck opnieuw te laten benoemen, doch na enkele tijd was de vrede min of meer hersteld, maar het bleef een vat vol dynamiet(20 >. De financieële toestand van de Kerkfabriek was tussen 1802 en 1836 ver van schitterend. Integendeel, de tresoriers noteerden telken jare een deficiet in hun jaarlijkse balans, tendele te verklaren omdat ze geen kerkgoederen bezaten, tendele omdat de bouwvallige kerk voortdurend nieuwe uitgaven vergde. Het is slechts vanaf de teruggave van de geseculariseerde kerkgoederen door het Concordaat van 1801, dat een balans van de inkomsten en uitgaven kon worden opgemaakt(21 >. De eerste rekening in de << epoque van het erstel van den publieken godsdienst vereffeninge » werd opgesteld door Kerkmeester Joannes Claeys en vermeldde alleen een schadelijk slot(22 >. (Van juni 1802 tot augustus 1806 ). Van mei 1811 tot 14 oct. 1814 waren de ontvangsten 243.19 .0 en de uitgaven 256.7.5 gulden. Een tekort van 12.8.4 gulden. Tijdsomstandigheden en de dood van pastoor Arnold Ocket waren de oorzaak dat de kerkrekenig n iet eerder kon opgemaakt worden. Van oct . 1814 tot 24 juli 1815, sloten de nieuwe kerkmeester Joannes d'Heert en de nieuwe pastoor E.H. Antoon Halline Villefort, de balans terug a f met een deficiet van P . 1.19.1. Dit voor een inkomen van P. 95.19.0 ½ en een uitgave van P . 97.18.1 ½(23l . Va.n 24 juli tot 28 juli 1818 Ontvangsten P. 178.13.1. Uitgaven P . 194.3.17. Te kort P. 15.13.1. Van 28 j uli 1818 tot d ecember 1819 Ontvangsten P. 108.17.5 ½. - Uitgaven P . 117.10.5½. - T e kort P . 11.7.0 . Van d ecember 1819 tot d ecember 1820 Ontvangsten P . 95 .15.20 . - Uitgaven P . 127.11.4. - T e kort P. 30.16 .2. Van 1 januari 1820 tot 1 januari 1821 Ontva n gsten P. 345.84. Uitgaven P . 376.00 . Te kort P . 30.16 . Van 1 januari 1821 tot 1 januari 1822 Ontvan gsten P . 97.3 .0. Uitgaven P . 144.2 .3. Te kort P . 46 .19.3. Van 1 januari 1822 tot 1 janu ari 1823 Ontvangsten P . 112.3.1. - Uitgaven P. 104.9.4. - Gunstig saldo P . 7.13 . 1 2 . Van 1 januari 1823 tot 1 janu a ri 1824 Ontvangsten P . 60 .15.4 ½ . - Uitgaven P . 60 .13 .6 1 '2. - Gunstig saldo P . 0.1.10. Van 1 jan. '24 tot 1 jan. '25. Ontvangsten 345 .84 . Uitgaven 355.85 . Te kort 10.01 guld. Van 1 jan. '25 tot 1 jan. '2 6. Ontv . 421.38. Uitgaven 413 .22. Gunstig saldo 8.16 gulden. Va n 1 jan. '2 6 tot 1 jan . '2 7. Ontv. 409.53 . Uitgaven 345.65. Te kort 63 .88 gulden. Van 1 jan. '27 tot 1 jan. '28. Ontv. 445.61. Uitgaven 400 .63. Gunstig saldo 44.98 gulden. Van 1 jan . '28 tot 1 jan. '2 9. Ontv . 343 .64. Uitgaven 388.40. Te kort 44 .76 gulden. (18) (19) (20) (21) (22) (23) 27 1759 1801 . Pieter Cornelis Gevae rt werd geboren op mei en huwde Johanna De Vlaeminck in Hij woonde eerst in het oud huis van de Pecs tee ns (nu ' t huis van Mr Gasten Maes) en later in het huis Gevaert op de Markt (n u bewoont door Me j. Ame li e Raes). Hij was naast burgemeester eveneens notaris. Leden van de toenma lige gemeenteraad : P. Gevaert , burgemeester . Jan Bon te , Cornelis Henneman , Francois Coene, schepenen. Joseph Van Hu lle, Jan Devos, Jan Bellae r t , Cornelis Serlet, Casimir De Vlieghere en Jan de Neve , leden . Reeds in kwa m een open conflict . P. Gevaert wees op de o nwettelijke aankoop van een nieuwe klok voor de som van gulden. De betaalde som kwam voort u:t ee11 obligatie « die om tydsomstandigheden nie t kennende gebruykt worden ». De kerkfabriek wee r legde met vier redenen het gebruik van «gezegde Capitale» en de klok werd, spijts de dreigementen van de burgemee ster , niet verkocht. M. Dierik x : Geschi eden is van België. Het ke rkbestuu r in Kerkmeester : Joannes Claeys . Leden : Sigismund Van Hul lebus , Carolus Vander Moere , Joannes D' Heert. Een lijst van de Ker kmees ter s en Rendan ten bevindt zich in het Rijksarchief te Brugge . L. Danhieux : Kerkarchief Oedelem . Constabili teit . O .m . Piete r Goethals Jul. Hudders Pieter L. Carton Joan nes D' Hoore Joa nnes Claeys Joannes Claeys Joannes d 'Heert - Sigusmu ndu s Van Hul lebus Carolus Van de r Moere , vanaf Enz . 1822 450 1802. 1788-89 - 1792-93 1830-34 - 1782-83 1794-97 - 1784-85 1801-06 1834. - 91 Van 1 jan. '29 tot 1 jan. '30 . Ontv . 825 .85 . Uitgaven 595 .83 . Gunstig saldo 230 .02 guld. Van 1 jan. '30 tot 1 jan. '3 1. Ontv . 945 .45. Uitgaven 1036.42. T e kort 90 .97 gulden. Van 1 jan. '3 1 tot 1 jan. '32 . Ontv. 509.30 . Uitgave n 722.40 . T e kort 213.10 gulden. Van 1 jan. '32 tot 1 jan. '33 . Ontv. 989.90. Uitgaven 990 .54 . T e kort 00 .64 gulden . Van 1 jan. '33 tot 1 jan. '34 . Ontv . 1702.30. Uitgaven 1697 .30 . Bat ig saldo 5.27 gulden . Van 1 jan. '34 tot 1 jan '35 . Ontv . 1750.23. Uitgaven 1735.29. B atig saldo 14.94 gulden . Van 1 jan. '35 tot 1 jan . '36. Ontv. 1965.90 . Uitgaven 1990.31. T e kort 24.42 gulden. Feit was, dat de kerkfabriek bijlange niet rijk begon aan de herstellingswerken van 1836. Haar inkomsten moest ze hoofdzakelijk putten uit de verhuring van stoelen en banken, verhuring van het gras op het kerkhof, de aalmoezen, rechten op de begravingen en uitvaarten , verkoop van oud was, giften, de vastenblok, omhalingen en in kleine mate de opbrengst van enkele obligatie's. Haar uitgaven, met uitzondering van enkele jaren, waren altijd groter dan de ontvangsten, omdat de oude, bouwvallige kerk bestendig veel onkosten vergde en de wederuitrusting vóór alles moest gebeurenl~l. · De vele reparatiewerken opsommen is onbegonnen werk. Nochtans heeft men ook enkele grotere inspanningen geleverd. In 1820 werden de slechtste muurgedeelten hersteld, dak en goten gerepareerd (Louis Vander Moere ), nieuwe banken en stoelen bijgekocht en de boiserie gepolijst (Louis Verhulst) . Binnenin werd de kerk opgefrist en langs buiten in 't wit gestoken . Het jaar daarop werden de klokken hersteld en een nieuwe bij gekocht (gegoten door klokgieter Dumery, uit Brugge ) . Ook in 1829 heeft men een aanzienlijke inspanning geleverd. De p as benoemde p astoor Vanden Broucke deed de pastorie herstellen, welke geteisterd werd door de Franse soldaten die er hun intrek hadden ingenomen l25 l. Paden werden rond de kerk aangelegd, nogmaals nieuwe stoelen bijgekocht en het kerkda k voor de zoveelste keer herlapt. Ten slotte in het jaar 1833 heeft men een extra som moeten betalen voor de schaliën van h et kerkda k. Nieuwe ornamenten werden aangekocht. In 1802 : kerkgewaden, een schilderij van Melchior, een altaarkruis (Pieter Helderson ) en een wijwatervat. In 1829 : nogmaals kerkgewaden en een staf met zilverkop voor de kerkballieu. In 1830: een altaarlamp, kelk en koperen kandelaars. In 1834 : de kruisweg, geschilderd door de Dentergemnaar Eugeen Van Maldegem (1813- '67) (26). De Provinciale bouwmeester Van Caeneghem, was lang geen onbekende meer op onze gemeente, want in 1829 had hij reeds het project gemaakt voor de huidige gemeenteschool in de Knesselarestraat. Na de kerkherstel ling heeft hij nog in 1837 een ontwerp gemaakt voor de werken aan de Boerenwijnputl27 >. Waarschijnlijk moeten de begroting, plannen en bestek begin 1835 klaar gekomen zijn, want op 17 november 1835 had de officiële aanbesteding plaats in het gemeentehuis bij herbergier B. Van Hoorinck, op de Markt, in tegenwoordigheid van burgemeester Martin Dhaeninck, zijn secretaris Joannes de Caluwe, pastoor Vanden Broucke en de belangheb bende aannemers. Het was Joannes Van Beselaere uit Ardooie, die de voordeligste prijs kon voorleggen en aldus de uitvoering kreeg toegewezen. (24 ) Zie Kerkrekeningen van 1802 tot 1835 . E. Begrotingen . Rijksarch . Brugge. (25) (26) (27) In 1964 werd besloten de bestaande pastorie af te breken en te vervangen door een nieuwe op dezelfde plaats . Men heeft afgezien van dit ontwerp en nieuwe ontwerpen opgemaakt voor een pastorie langs de Hoogte ( grond gekocht aan G . Vanderschaeghe) . Uiteinde! ijk werd in sept. 66 een voorontwerp aanvaard waarvan de kosten geraamd werden op 1.5 miljoen . - Dat deze pastorie in 1838 reeds tekenen van verva l vertoonde bewijst volgend schrijven van eet. 1838 van Pastoor Vanden Broucke aan de gemeenteraad : « ... welcke is de wet die weigert een slaapkamerke met een kleen vuyl kot te vereenigen, wiens vloeren .r. hoogten en leegten laegen en door hun oud gebruyk verbryzelt, wiens muren teenemael buyten loot stonden, beroofd van hun noodig moortel , wiens scheyding was gemaakt door een van alle kanten gescheurd meurt1e van een alve steen, naar de bouwing voor onderstand daer gesteld zonder verband, dat slegts van zyner, eigen val werd behouden door een anker die langs de zuydzyde buyten kwam, gelyk en langs binnen eyndigde bagten gemeld meurtje, 't geen dan anker l"lsdan regt hield » . Een mooie clair-obscur reeks tot op heden bewaard . Rijksarchief Brugge . Beslissingen gemeenteraad . Jaar 1837 , bladzijde 391 . Oedelem . 92 H t bedrag van de aanbesteding bedroeg 16.300 1- fr., waarin begrepen de werken voor het h erstellen van het bouwvallige gedeelte en het vergroten van de bestaande kerk(28l . Dat er veel gedronken werd op een aanbesteding als deze, kan men best begrijpen en de rekening die B. Van Hoorinck achteraf aan de gemeente voorlegde zal wellicht de eerste uitgave geweest zijn buiten de voorziene werken <29 l. Nauwelijks enkele dagen na de aanbesteding stak, Philobertus Ballegeer, metselaar uit Oedelem , de eerste spadesteek voor het delven van de waterput en voorbereidende werkjes << 't allencante ». De strengste wintermaaden waren pas voorbij , of diezelfde Philobertus was op 22 maart 1836 reeds bezig met de eerste afbraakwerken , wegruimen van puin en zuiveren van het kerkhof. Dan volgden de werken elkaar snel op : delfwerken, funderingswerken, metselwerk in de grond, pijlers, herstel van blijvende muren en opmetselen van nieuwe gedeelten. Op 6 juni was reeds 't eerste gedeelte van het aannemingscontrakt afgewerkt en J . Van Becelaere stak dan ook zijn eerste betaling van 5533.30 frank op zak(30l. Het overige gedeelte van het contrakt werd eveneens met bekwame spoed afgewerkt. Het schaliedak : Joannes Landerwyn, uit Brugge Bewaking der ornamenten: Karel Roose en zoon , uit Oedelem Herstel der vensterramen : Joannes Debouver en Fracois De Caluwe, uit Oedelem Plafondwerken : Gebr. Leo Vanden Berghe, plafonneurs, Pittem IJzerwerken: leveringen allerlei : Jacqué en Fonnaert, uit Brugge. Van Waesberghe, Joseph Houtekeete en Bernardus D'hoore, uit Oedelem. Marmer- en arduinleveringen : M. Lefebure en Clement. Bouwmaterialen : Frans Vanhaecke, koopman te Beernem, en Joannes Franciscus Vincent, commisionnaris, uit Beernem Timmer- en schrijnwerken : Meester timmerman Pieter Marton en Amandus Reybrouck, wagenmaker, beiden uit Oedelem. Fredericus Carpentier, zijn zoon Ludocicus en zijn dienstknechten Josephus Devers en Eduardus Gryspeerd uit Gits. Louis Vander Moere uit Oedelem. Schilderwerken : Emmanuel De Weirdt, Oedelem en Vanhove, Brugge. Verfleveringen : Wed. L.J . De Grave , uit Brugge Kunstsmeedwerk : Bruno Janssens, koperslager, uit Knesselare Klokwerk : Joannes Dumery, klokgieter, uit Brugge Houtzagen : Joannes Stevens, Joannes De Munck en Napoleon Van Speybouck, allen uit Oedelem Allerlei : Joannes Hosseel, stoelmaker, te Oedelem. Frans de Styhere, schilder uit Oedelem. Francis Dhont, koordendraaier uit Oedelem. Philobertus Ballegeer, metselaar, uit Oedelem. Op 5 mei 1837 was men reeds zo ver gevorderd dat de aannemer de architect verzocht de uitgevoerde werken over te nemen. De datum werd vastgesteld op maandag 29 mei, om 7 uur 's morgens, maar werd op verzoek van de architekt met één dag vertraging uitgevoerd. De verrekening van het proces-verbaal bedroeg de eindsom van fr. 14.522,77, waarbij inbegrepen de werken in min en meer voor een bedrag van fr. 3.686,11. Dit proces-verbaal werd opgestuurd naar de arrondissementscommissaris, (28) (29) (30) 1836 Noodzakelijk geworden door de voortdurende bevolkingsaangroei : De bevolk ing bedroeg in reeds 4360 zielen . inwoners . inwoners . inwoners . inwoners . inwoners. Vanaf het jaar vermindert het aantal inwoners , o fwel door ziekte , ofwe l door epidemieën , ofwel door ' t aang roeiend aantal uitwijkelingen (opkomst van de fabrieken) . (Z ie gemeente!. arch. Oede lem) . Zie : rekeningen . flacons wyn , 5 busschen hout. .. De aannemer we rd volgens contract in drie keer betaald : een eerste betaling van fr . op jun i. Een tweede betaling van fr. op september Een laatste betaling van fr . op juli No taris : Mr . Biebuyn uit Ardooie . 1837: 4478 1838: 4553 1848 1840 : 4677 10 5433.30 23 '36. 11845 : 4847 5433.30 3686 1846 : 4899 6 6 '37. 93 aangevuld met de opmerkingen van de aannemer, kerkraad en gemeente (31 l. Op 19 juli kwam het gevraagde getuigschrift van overname, maar in de bij gevoegde opmerkingen werd een deel der uitgevoerde werken afgekeurd. De aannemer Van Beselaere werd derhalve belast de nodige verbeteringen a an te brengen (32l. De herstellingswerken aan de Oedelemse kerk waren echter ver van beëindigd, ornamen ten moesten nog aangekocht worden en de afwerkin g was slechts tendele uitgevoerd. De begroting, ruim overschreden door allerlei onvoorziene en bijkomende werken , noopte pastoor Vanden Broucke tot een uiterste inspanning om uit het financieel slop te geraken. Hij greep zelf diep in zijn eigen zak, deed krachtig beroep op zijn parochianen en de vele omhalingen leverden hem het hoge bedrag op van fr . 7.941 ,73 . Eveneens verkocht hij de vierde en kleinste klok<33 >, zocht p ar t iculier e weldoeners en smeekte de staat om een tweede toelage <34 l . De eerste aangevraagde toelage werd gemakkelijk verkregen en op 12 december 1835 werd bij K .B. het bedrag van 2.500 fr. toegekend en uit betaald op 9 februari daaropvolgend<35 l. De aanvraag voor de tweede toelage gaf aanleiding tot heel wat meer moeilijkheden. De gouverneur vroeg om een lijst met de inkomsten en de . uitgaven <36 > en op 2 juni werd h et gevraagde ingediend. Men schreef voor de ontvangsten het bedrag in van fr . 16.845,40 en voor de uitgaven fr. 20 .845 ,40. Het antwoord van de gouverneur was ontgoochelend en deze twijfelde bovendien nog aan de goede trouw en de werkelijke nood van de kerkfabriek<37 l . Hij schreef : << Malgré la plus grande économie, elle se trouve à découvert d'une somme de frs 4.000,-, et qu 'elle n 'a encore que des murs et des piliers sans aucun ornament ». Bevatte het bestek niet alles wat nodig was om Uw kerk in goede staat te stellen ? ... Ook Pieter Govaert, ondertussen opnieuw burgemeester benoemd en aan gemoedigd door het schrijven van de gouverneur, verweet op zij n beurt h et slordig beleid van pastoor Vanden Broucke. << ••• U hebt 18.301 ,40 fr ank aan aanvangsten en niet 16.845,60 fr ank zoals U verkeerd opgeeft »(38 l. De árme pastoor was er het h ar t van in, greep naar zijn pen, beschuldigde de burgemeester<39 >, beriep zich tevergeefs op de arrondissementssecretaris, maar vergat intussen de hem gestelde vragen te beantwoorden, nodig voor het bekomen van de gevraagde tweede toelage (40 >. Op 17 augustus werd een nieuw rapport ingediend, met n ieuwe cijfers : ontvangsten : 18.301 ,40 frank en uitgaven : 22.637,82 frank . Het an t woord op 31 augustus was weer een beschuldiging : << Comment expliquez-vous que la plupart des dépenses renseignés par la fabrique ont été faits par économies et semblent en dehors du devis ». Het is onjuist wat U mij schrijft en ik ben er des te meer van overtuigd omdat ik nieuwe fouten heb ontdekt in Uw rekening. Er is een verschil in optelling van 738, - frank en het is niet een uitgave van 22.637 ,96 frank , maar wel 21 .899,86 frank , wat het de(31) Zie brief van 31 juni '37. (32) Zie brief van 26 juli '37 : « ... de tegenwoordige uytvoering is tegenstrydig met de conservatie en de ste r kte van het kerckgebouw . » (33) « Door oorlof van zyne Hoogweerdigheid den Bi sschop van Brugge en zyne Excellentie de Gouverneu r , hebben wy verkogt ons vierde of minste klokske, gewogen hebbende 480 kgr . aen 13 Steuvers en gelevert volgens wettig akkoord aen de kerkraed der fabriek e van Waerschoo t op 17 augustus 1835, voor de Capitale somme van 456 gulden brab . cour. of franken 827 .21 , hiervan gebruyk gemaekt tot ers tel !en onzer gebroken groote klokke en repareren der andere van geheel het vervallen belfort» . (34) Zie brief van 2 mei '37. (35) Gemeentearchief 1836, blz . 163. -(36) Zie brief van 22 mei '37. (37) Zie brief van 13 juli '37. (38) Zie brief van 26 juli '37. (39) Zie brief van 29 augustus '3 7. (40) De vragen welke moesten beantwoord worden : 1 Bevatte het bestek niet al het nodige om de kerk in een orden teli 1ke staat te stellen? De werken in het bestek waren zij niet vastgesteld op de som van frank ? 3 Over welke totale som beschikt de kerkfabriek ? 4 Welke is deze welke zij werkelijk reeds heeft betaald? 5 We lke is deze welke zij werkelijk nog moet betalen? 6 We lke is deze welke zij werkelijk nog zou moeten hebben o m het werk te vervoleindigen ? 2 16.300,- 94 fici t op 3.598,- frank brengt en niet op 4.336,52 frank. Derhalve verzoek ik U een nieuw rapport op te sturen. Het zoveelste rapport werd ingediend en het zoveelste antwoord was negatief(41 ). « De kerkfabriek had een som van 18.341,58 fr. tot haar beschikking. De onkosten belopen 23.941,58 fr., dus de beschikbare fondsen dekken ruim de geautoriseerde werken ». Aldus het rapport. Waarschijnlijk heeft de arrondissementscommissaris, moe van het eindeloos over en weer geschrijf, een onderzoek ter plaatse ingesteld en ingezien dat er werkelijk nood was, want op 11 juli 1838 werd bij K.B. een nieuwe toelage van 2.000, - fr . toegestaan en uitbetaald op 28 mei, op order van Leopold I , koning der Belgen. Wat de juiste inkomsten en de juiste uitgaven geweest zijn is samen te stellen aan de hand van de bestaande rekeningen, het rapport opgesteld door kerkmeester Petrus Vander Moere op het einde van 1837 en de cijfers opgegeven in de laatste ingezonden rekening. A. ONTVANGSTEN : Opgehaald onder de Oedelemnaars Gekregen toelagen Verkoop van oude materialen Verkoop van de vierde klok (42 l Verkoop van de communiebank(43) 7.941 ,73 01 02 03 04 05 5.000.00 479 ,25 827,25 550,00 Totale som B. 18.300,45 UITGAVEN: 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 13 14 15 (41) (42) fr. 14.552,77 Joannes Van Besehere , volgens contrakt Joannes Landerwyn, voor repareren van het blijvende deel van het dak - Frans de Steyhere, herstel kerkhaan , samen 108,41 Dagloon, laden en lossen der materialen - vervoer puinen, zuiveren kerkhof en waakdienst 627 ,47 Plafondwerk, buiten bestek, uitgevoerd door de Gebr. Leo Vandenberghe, uit Gits 223,22 Herstellen van alle glaswerken aan het blijvende deel der kerk. J. Debouver en Fr. De Caluwe, Oedelem 135,99 Materialen : kalk, brieken, karreelsteen ,tichels, klompjes, plakkaI'k, enz ... nodig voor het herstellen van het blijvende gedeelte 337,20 Verteer op de aanbesteding. B. Van Hoorinck 17,20 Levering van ijzerwerk : sloten, ankers, nagels, haken, scharnieren, deurschuivers, schalienagels, bouten, zweeën, enz. buiten bestek. Jacqué, Jonnaert, Vanwaesberghe, Houtekeete en B. D'hoore 762 ,00 Voorschotten betaald door Onderi::astoor Lud. De Geetere, voor rossetten en versieringen aan het kerkplafond 38,00 Aankoop hout voor biechtstoelen , portaal, kap , boiserie, enz. Buiten bestek 599,54 Marmer, arduin, dagloon : Lefebure en Clement 676 ,33 Timmerwerken: Herstellen baldekijn, afbreken zolder en herleggen, uittimmeren altaar, oxaaltrap. torentrap, boiserie, portaal, kapwerk, enz. Leveren en plaatsen. Pieter Marton, Fr. Carpentier, Louis Vander Moere - samen 1.705 ,17 Metselwerk en tafelkosten. Lud. Carpentier, Ph. Ballegeer, Wed. Blanckaert 212,55 Herstel klokwerk (42l 351 ,25 Zie brief van 9 decembe r '37. Opbrengst vierde klok : 827,21 fr . Uitgave voo r he rstel: B. d 'Hoore te n 74,63 fr ank. J . Dumery 233.55 fr . Samen : 351 .85 fr . Overschot : 475.96 fr . 31 ,52 fr . D' hont 12,15 fr . Pieter Ma r- 95 16 17 18 Communiebank, wijwatervat, doopfont , afsluiting doopfont en vout. Bruno J anssens 943 ,55 Schilderwerken : schilderen, vergulden, vernissen der wapens, tabernakel, kruis, gronden der basementen, enz. Em. Deweirdt. Vanhove . Tafelkosten : Ambr. Plasschaert. Betaald aan J . Hosseel voor stoelen , aan J . Stevens en J . De Munck, houtzagers. Aan Fr. Dhont, koordendraaier. Napoleon Van Speybrouck. De gezamendlijke som van 124,08 Totale som fr . 23.029,75 (44) Het deficiet op het einde der grote herstellingswerken van 1836 bedroeg dus fr. 4.729 ,30. Het werd gedekt door het persoonlijk bezit van pastoor P .E. Vanden Broucke, die aan de burgemeester schreef : « .. .ik heb betaelingen gedaen voor de kerk, boven myn magt : 600, - frank voor jonste, item nog eens 600, - .frank voor beleefdheid, dankbaerheid en voor het werkvolk op te wekken. Ik alleen ondersteunde het schaedelijk slot der kerk, welke beliep tot boven de 4.000 _frank C45 l. Daarmee viel het doek over een bewogen herstellingsgeschiedenis. De pennetwisten echter tussen de fiere , aristocratische burgemeester en de dynamische, van dankbaarheid verstoken pastoor, bleven voortbestaan. Reeds op 1 october kwam het tot een botsing. De burgemeester, verontwaardigd omdat men hem over het hoofd had gezien voor het wegnemen van « een aenzienlyk yzer baer met anker » in de pastorie, schreef een vinnige brief aan de pastoor en steunde zich op de wet van 30 maart 1836, die zulks verbood(46l . Onmiddellijk antwoordde de woedende pastoor met een vier bladzijden lange brief(45 l, doorspekt met welsprakendheid. « Door Uw brief versta ik : hoe hebt gy zo stout geweest. Ik antwoorde : Geperst door de wet der natuur zelve, die gebied voor zoveel mogelijk in 't leven te bewaeren ... Het schaep ondervraegt zyne herder, die gezworen heeft aen het H. Altaer, getrouwelijk te waeken over de belangen van de kerk en van de gemeente, die veel van zyn leven en alle middels gespaerd heeft voor de zelve ... Laet ons zorgen voor vereeniging in magt van den Autaer, met die van de Troon »(47l . Die woorden moeten burgemeester Pieter Cornelis Govaert diep getroffen hebben , want zijn antwoord was slechts twee regels lang : << Berigten den pastoor dat zyn toelage van j aerwedde over 1839 zal gesteld worden op 400, - fr., in plaats van 300 fr . ». Daarmee was de vrede niet hersteld, integendeel. Op 30 mei 1840 vroeg de kerkraad, het te klein geworden kerkhof te vergroten. De burgemeester .reageerde heftig : << De vergroting is ongegrond en de gemeen te wil geen raad krijgen van de kerkraad ». Op 5 juni vraagt pastoor Vanden Broucke het alignement aan voor het oprichten van een. privaatwoning op grond gekocht van Ambrosius Vander Moere, timmerman, nu gelegen langs « den Gentschen erreweg» (Bruggestraat) en palende aan de eigendom van Bellaert, wagenmaker. Na veel aandringen werden de werken begonnen zonder de noodzakelijke toelating. De Communiebank werd verkocht in 1835 aan My lord Biverfeu\d uit Engeland . Dit bedrag stemt overeen met de voo rhanden zijnde rekeningen . De opgaven van de ci jfers van het laat ste ingezonden rapport (9 december '37) zijnde voor de inko msten : 18 .341.58 fr . en voor de uitgaven 23 .941 .58 fr stemt echter niet overeen met de werkeli1kheid , zijnde 18.300,45 fr . en uitgaven 23.029 .75 fr . Het eerste bedrag zal waarschijnlijk foutief opgegeven geweest zijn . Het tweede bedrag , dit van de uitgaven , geeft een verschil aan met de werkelijkheid van 911 .83 fr . Welnu , in het rapport van 9 december '37, wa s reeds inbegrepen , de mogelijke aankoop van nieuwe ornamenten , zoal s: een heilig tafelt je in metaal , een nieuwe biechts toe l, versiering voor het portaal, prieste rgewaden , enz ... Zie brief geschreven tu ssen 1 en 5 oktober '38. (46) Zie brief van 1 oct. ' 38 . De wet van 30 maart 1836 : « Les bien s de la fabrique de l' Eglise devront à l'avenir être adminstrées dans les formes des bien s communaux » . (47) Het verweer· van de pastoor was gesteund op· de verouderde wet van 26 meysidor van het jaar 9 : « Les pres bytères et les jardins attenant , non aliénés, seront rendus aux Curés et aux Desservants des succursales ». (43) (44) (45) 96 Ook d b groting van 1841 gaf aanleiding tot een felle twist (48 >. De geringe som van 30,- fr., welke moest dienen voor h et onderwijs der armen, was te veel voor de bur gem eest er en hij verweet de p astoor da t hij te vrijgevi g was. Zelfs de aankoop va n een witt e casubel, een zilvervat, de plaatsing van een ijzer en h ekken en de inrichting van een school in de pastorie was onaannem elijk(49 >. P astoor VandenBroucke liet zich niet verdringen. Me t zijn scherpe pen en zij n ongewoon dyn amism e wist hij t elken s een gepaste t egenzet te vin den. Alleen h et overlijden va n Piet er Cornelis Govaer t in 1845 h erstelde de rust, m aar h et doel van de p astoor was bereikt : de h er stelling van de Oedelemse kerk. Van het bijzonder lastenboek der ui t tevoeren werken is ons weinig ge bleven. Alleen de beschrijving, opgemaakt door a rchi tect_ Van Caeneghem , van h et kunstsmeedwerk bevindt zich nog in h et Rijksarchief te Brugge(50 >. ART. I. - Een ijzeren Communiebank. << Den yzeren Communieba nk Z'll cir ca 21 voeten lengte h ebben in zynen cirkel, vier voeten in zynen sv ·ong en 29 d.uymen in zyne hoogte. Hij zal verdeeld zyn in vyf gelyge p :mneelen , in welken s midden point zal gepla etst zyn een in geslaegen koper ornement, in dit der deuren twee, in dit order : in het eerste p anneel, beginnende regts langs den kant van 't Evengelie, het Beeld van Ma ria; in h et tweede eenen zwaeren boucqué tarwe hairen ; in de tweede deur den Pelekaen, terwyl de holligheden deser besonderlyk ryk en fraey met koper loverwerk moeten volvrogt wezen ; in het vierde p anneel eenen zwaeren boucqué druiventrossen en ih 't vyfde het beeld van Sinte Lambertus. Hij zal moeten vastgesteld worden door twaalf yzeren bareelen van een duym quarré, en dwars door de sulle langs ondere wel verzekerd wezen. Deze 12 barreelen zullen helpen uytmaeken ses kolommen , die zullen 5 duymen ruymte tusschen zig overlaeten om door koperloverwerk doorlogtig of transpirant volvrogt te worden. Item zal hij in 't midden des yzerswerks, waer de latten malkanderen kruyssen op ieder gezegde kruys moeten versierd zyn met eene kop ere rosette, tamelyke grootte en wel geslagen. Onder ieder midden point des vyfs panneels zal een en koperen bal van 2 ½ duym diepte moeten rusten op de sulle, en boven zig gehegt zyn aan de onderste lat te des yzerwerks, dat circa een duym quarré zal hebben. Den Communiebank zal in het loot moeten staen, evenals de deurenhangen zeer verzekert, en steunende op twee kopere rollekens, voorzien zyn van beantwoordende sluytingen. Deze zoo wel als geheel de Communiebank, wiens beyde eyndkolommen geenszins cirkelend, m a er strekkende moeten geplaatst worden, zal vercierd wezen met koper appelkens 1) tot aenhangen van vercierkleed, 2) tot aenhangen van communiedwaelen en in zyn opperpoint voorzien zyn van genoegzaeme yzeren zweeën om de dekplaet of tablette daer aen t e vest igen . Voor de form aes beroepen we het derde of onderste ondertekent pl an , door E. Va nden Broucke, pastoor, en geheel van kerkraed » . ART. 2. - De Ballestraden. << De ballestraeden van het vout elokael, welkens ba rreel zal wezen ¾ duym quarré, hun binnenwerk ½ duym zullen wezen 5 voeten breed op 4 hoog, voor de pyken 4 ½ duym daer op t e plaetsen volgens model welke panneelen, even als de deuren zullen in ovael uytgewerkt worden, by zoo ver dat het midden hun cirkels betrekkelyk met des zelfs opperpoin tes 6 (48) ( 49) (50) Zie brieven van 31 maart ' 40 (vergroting kerkhof) . 5 en 26 j uni '40 (alignement) . Zie brief van 14 april 1840. Kerkarchief Oedelem L . 97 duym zullen leger wezen. Op elke hoek des panneels zullen twee pyken in 2 gesteld worden. In de deuren des voutelokaels zal moeten wezen een koperornement behelzende den H. Joannes met Christus, die van hem werd gedoopt, en verrykt zyn door een treffelyk slot. » ART. 3. Voorwaarden. « Bruno Janssens, kop ~rslager te Knesselare heeft den communiebank, zoowel als deze vouts yzering volgens hier voor gemelde bespreken en alle nodige materien of werkstoffen ten zynen laste genomen, met verpligting van alles strengelyk zoo met konste vlug te werkencs1l. Den communiebank ten laetsen april, de ysering der voute (en haeren Dom waervan hieronder) ten laetsen july 1836 zal door hem geleverd en geplaetst moeten worden, tot bekragting van welk hy zig voor al als aannemer Borg en Principael onder Art. 4. nopens den Dom der Voute den zig eerstens onderteekent, onder voorwaerde nogtans dat de fabrieke der kerke Oedelem op zyn gedaene aflevering, mits door het kerkebestier goedgekeurd zynde , aen den Aennemer zal. betalen Dertien franken voor ieder strekkende voet yzerwerk, geene hoogte in agt genomen ,zal dus voor beyden uytmaeken zeer naer 52 voeten strek, 27 voor de communiebank en 25 voor de Voute , nogtans teynde maete teynde gelden; zal bygevolg circa zeshonderd zesenveertig franken uytmaeken zonder voorder of andere verdelging als deze 13 franken der strekkende voet ». ART. 4. - De doopvont. << Den Dom, voor op de Voute te plaetsen, moet gemaekt zyn in Simelor, de ornementen in geel koper, het Serpent boven al wel uytgevrogt. Er moet zig eenen koperen bal bevinden op het opperpoint des doms, dat moet volgens grootte van beroepen model met serpent vertoont en gelyke subtiliteyd, uytgeplaatst worden en op het opperpoint van deezen bal moet geplaetst staen de figuren des H. Geest ( geen kruys). Den Dom zal moeten gemaekt • zyn dat hy ruym de helft van de voute afdraegd er blyft op staen, en zeker sluyten kan. Hy zal strengelyk moeten uytgevrogt wezen volgens het achtkantig formaet onzer tegenwoordigen voutebak, waer op hy zal moeten geplaetst wezen. Met een woord, het gekozen model zal strengelyk ter uytvoering gebragt worden, en alle en welkdaenige daer toe nodige materialen en onkosten zullen blyven ten laste van den Aennemer in alles gelyk hierboven, en die tot vergelding en voorwaerde ten laste der fabrieke vraegt en toegestaen is, de somme van : Een honderd en vyftig franken en die tot slot van accoord voor alle dry hier voor gemelde artykels met ons den Eersten dag zig ondertekend. Gedaen te Oedelem ». DE G RAEVE Michel. Oedelem. (51) Het model werd gemaakt doo r timme r man Pieter Mar ten : « maeken van het model der Communiebank, met des zel fs uy ttekening, hout en nagels ». - .De tabletten in mahoniehou t of Acayou we rden geleverd door Lud . Ca rpentie r , timme r man . 99 De armenzorg te Oedelem in de 16e eeuw. Wie spreekt over de zestiende eeuw denkt spontaan aan de Spaanse overheersing met Karel V en Filips II als hoofdvedetten. Voor ons zien we äe prachtige stoeten met fijn ui tgedoste paarden en ruiters, zoals ze nu herleven in menig licht- en klanksp el. Of we stellen ons de barokke processies voor en de vrome bedeva arten naar de Maria-genadeoorden. We denken aan beroemde veldsla gen en vredesverdragen . We verbinden de begrippen Renaissance en Humanisme aan d.e 16e eeuw. Maar daarmee hebben we slechts aandacht geschonken a an grote fi guren en ophefmakende feiten. Willen we de 16e eeuw vollediger omvatten dan moeten we ingaan op de uitnodiging ook eens op verkenning te trekken in het domein van ellende en pijn, armoede en ziekte. Dit artikel wil in dit verband een bescheiden bijdrage betekenen tot een beter begrip van één aspect van de sociale geschiedenis van onze gemeente : de armenzorg. Vooraleer de armenactie te Oedelem onder het vergrootglas te nemen , stellen we voor enkele belangrijke elementen uit de sociale geschiedenis in het licht te stellen. Het pauperisme is sedert het Boergondisch tijdvak (14e - 15e) tot aan de industriele omwenteling (18e E - 19e E) voor ons volk een kanker ge weest(1 >. De zestiende eeuw vooral wordt gekenmerkt door een hardnekkige armenplaag. Voor wie even om het m uurtje van de oorzaken wil kijken , sommen we in vogelvlucht enkele schuldigen op : de economische structuur met de weinig renderende landbouw, hoge pachtprijzen, overbevolking, teveel aan werkkrachten, te lage lonen en de crisis in het muntwezen. De levensstandaard daalde over het algemeen door de waardevermindering van het geld en de daarmee samenhangende prijzenstijging(2 >. Speciaal in de steden vierde de armoede hoogtij. Het toenemend aantal armen in de Vlaamse steden is voor een groot. deel te wijten aan een vermindering van de handels- en havenbedrijvigheid. Speciaal Brugge kende in de loop van de 16e E aderlatingen . Vreemde kooplieden verlieten Brugge om zich vooral te Antwerpen te vestigen. _ Hoewel Brugge zich nu speciaal toelegde op de Spaanse handel , mislukten de pogingen om Antwerpen als rivaal neer te halen (3 l . Deze economische achteruitgang werd nog ge,a ccentueerd door allerlei rampen als overstromingen, hongersnood en opflakkeringen van de pest. Niet alleen de stedelingen, maar vooral de plattelandsbewoners haalden zich menige kwaadaardige ziekte op het lijf bij noodweer. Voor Brugge lezen we voor 1557 : « soberen en dieren en benauwden tij t als ooc omme de groote en swaere lasten bij de dierte van het koorn in het verleden jaar, mitsgaders de menichte ziecken ende het groot tempeest bij welck het meeste deel deszelfs pachtgoederen en huizen ontdekt, gescheurt ende in puyne gebraght syn » ( 4 >. ( 1) Geschiedenis van Vlaanderen , dl V, p. 254 . (2) J.A. Van Houtte, Handel en Verber - Algemene geschiedenis der Nederlanden, dl . IV, p. 158-159 en 186-187 . (3) J.A. Van Houtte, Maatschappelijke toestanden - Algemene geschiedenis der Nederlanden , dl. IV, p. 241 . ( 4 ) C.O .O .B. St. Janskeu ren , n 1480, 17 juli 1558. De gebr uikte . afko rt ingen C.O.O. B., R.A.B. eo D.S .C. e.a. verwijzen naar archiefstukken in de Commissie Openba re Onderstand te Brugge, Rijksarchief te Brugge en Dis Siest Gilles e .a. te Brugge . 100 Rond Pin k st r en 1566 st eg de prij s van h et koren abn ormaal hoog. Rij n wach t en de m ensen ston den voor de bakker swinkels. Het werd streng ver boden brood uit de st ad t e dragen <5 l . Te Oedelem noteerde men ook de duren tijd. Er werden a an de armen extra aalmoezen gegeven <6 l . Tegen deze achtergrond vormde zich een m assa van landlopers, bedela ars en armen die de liefdadi ge instellingen alle eer a an deden. Deze arme is de man die met bitter gemoed luistert naar h et zoveelst e bedelverbod . Hij moet met een hongerloon en een kleine gift een talrijk gezin onderhouden . Hij is in jaren van p est of hongersnood h et eer st e slachtoffer. We vinden hem niet alleen in de straten en stegen, de pleinen en kerkportalen van de steden maar ook op het platteland. Regelmatig bond men van officiële zij de de strijd aan tegen de bedelaar s en landlopers. De Magna Charta van dit offensief is de keizerlijke ordonnantie die op 7 oktober 1531 gepubliceerd wordt en rechtsgeldig is voor alle plaatsen in de Nederlanden <7 l . Men stelt de centralisatie voor van alle armen goederen in één stad. Er wordt geeist dat elke parochie een register aanlegt met het aantal leden per arm gezin en de geraamde nodige hulp. Men voorziet een wekelijkse bedeling in geld of nat ura. Wie dergelijke armensteun geniet, krijgt formeel verbod taveernen en herbergen te bezoeken . De keizerlijke ordonnantie stuurt er op aan dat de plaatselijke statut en en reglementen het armenprobleem zouden helpen oplossen in dezelfde geest. Hier werd de basis gelegd van een hervorming die in elke stad of p arochie gestalte kon krijgen door de samenwerking tussen kerkelijke en wereldlijke instanties. Deze centralisatie en laïcisatiegedachte vond zowel voor- als tegenstanders. In Brugge zijn het figuren als J.L. Vives ; Gilles Wyts en Lorenzo de Villavincencio die r egelmatig die kwesties bepleiten of a anklagen . Feitelijk blijft zoals zo dikwijls het keizerlijk voorstel dode letter en blijft de armenzorg op de middeleeuwse particularistische leest geschoeid. ORGANISATIE Sinds de Middeleeuwen (12e - 13e) had men in vele p arochies dissen of tafels van · de H. Geest georganiseerd. De leiding van deze caritatieve instellingen berustte in hoofdzaak bij de dismeesters. Naargelang de uit gestrektheid van het parochiaal werkterrein schommelde het a antal dismeesters van twee tot zelfs acht in sommige Brugse p arochies (St. Jacobs 1570-1574). De disrekening van Oedelem werd aangelegd door de heren Lambrecht Lams en Jacob Hoorincwedre. Bij de uitgaven noteert men echter een ganse reeks van personen die hielpen a an de uitdeling van de aalmoezen . In welke verhouding ze tot de dis stonden is niet juist vast te steilen. In elk geval gaat het om een reeks gegoede mensen die zich ten dienste stelden van de armenactie en al of niet de naam dismeester bezaten. Volgende Oedelemse personen worden in de rekenin g als helpers vermeld: J ooris Alaert Pieter Michiels Jacob Hoornewedre en vrouw Lucaas van Verlooten Maarten Lievens Heyndrick van Ghenichte en vrouw Lambrecht van Ronselen (5) (6) ( 7) Ch . Custis , Jaarboecken der stadt Brugghe, de 111, p 162 . R.A.B. , Reruiel contenant 2 comptes de recettes et depenses de la tab' e des pauvres pour les années 1565 1566 et 1658, N" 13076, f 6. Recuiel des Ordonnances des Pays-Ba s, 2" s., dl 111 , pp 268 . 269. 101 Pieter de Hertoghe en vrouw Lieven Hetndrick Jan De Neve Matthijs Hoornewedre en vrouw Gillis Vermeulen Claeys Pauwels Ambruesen Van Hale Hubrecht Cornelis Adrien van hecl{e Gillis Walgrave Jan de Scheppere en vrouw Claeys Cornelis Jan Michiels Willem van Ryckegem Gillies Vernieuwen Gillis Stalgrave J acob Beyaert en vrouw Matthijs van Pachtenbeke Marijn Standaert Gillis De Cock. Opvallend is het dat een aalmoes of gift steeds gegeven wordt door twee van deze mensen. In sommige gevallen treedt de echtgenote op als getuige. Vooraleer zijn functie te bekleden moest de dismeester bij zijn aanstelling een eed afleggen. Hierdoor verbond hij zich tot de meest toegewijde dienst aan de armen van de parochie. Een formulering van deze verplichtingen vinden we in een tekst van 1559 van de dismeesters van O.L. Vrouw te Brugge opgesteld(8l . Ook de dismeesters van Oedelem zullen heel waarschijnlijk in die geest hun taak opgenomen hebben . Zij beloofden onderdanigheid aan de parochiegeestelij kheid, goede zorg voor de armengoederen , het geheimhouden van de beslissingen tussen de dismeesters en een inspanning om het land en de huizen van de dis zo economisch mogelijk te beheren(9 >. De dismeesters hadden hun handen vol met die werking indien zij zich met de armenzorg behoorlijk inlieten . Hun verplichtingen gingen van het regelmatig beraadslagen over inkopen en uitgaven, het bezoeken van de arme mensen om op de hoogte te blijven van hun toestand , tot het uitdelen van aalmoezen bij eventuele huisbezoeken en het rondhalen van steun in de kerk . De dismeesters droegen de verantwoordelijkheid over de administratie van de goederen. Zij houden detailrekeningen bij van verschillende prestaties<10> . · Aan de dis was meestal een ontvanger verbonden om het administratieve raderwerk op gang te houden. Zijn werkterrein omvatte het bijhouden van rekeningen, het betalen van bakkers, e.a., ket betalen of ontvangen van diensten en jaar getij den <11 >. Vooral op grotere parochies was deze persoon heel welkom als hulp van de dismeesters. Of de armendis te Oedelem een ontvanger bezat konden we nog niet achterhalen . Op de Brugse parochies kan men daarnaast regelmatig beroep doen op een disknaap die allerlei karweitjes in en rond de dis kon opknappen. Zo kon hij optreden als grafdelver van de armen , verwittigde de dismeester bij grote armoede of sterfgevallen. Hij stond in voor het meubilair<12 > van het diskamertje en het maken van altaardwalen. Ook van deze functie vonden we geen spoor in de Oedelemse rekening. (8) C.O .O .B., D.O.L.V ., Chartres N" 547. (9) R.A.B. 13076 1 « gesworne dismeesrers binder kerke v,in hoede!cm ». (10) R.A.B. 13076 f 6 • (11) P. van Zeir , De ·inrichting van de armcndissen van de oude Brugse stadsparoch ies van 1526, pp . 113-115. (12) C.O .O .B. D.S.S . Reg 31 Rek 1575-76, f 89-89. 102 Elke dis beschikte over een wel afgebakend parochiaal terrein. In die werking werd men regelmatig geconfronteerd en met de burgerlijke- en m t de geest lijke overheid. De meeste dissen immers hadden door hun ontstaan en ontwikkeling een burgerlijk karakter verkregen . De dismeesters eerst en vooral kwamen uit burgerskringen . Daar bij werd de driej aar lij kse rekening voorgelegd aan de Heer van Praat, zijn baljuw en de dienaren van de wetC13 >. Voor bepaalde extraprestaties, zoals het verkop en van bomen vraagt en krijgt men de toelating van vernoemde burgerlijke instantiesC 14 >. Daarbij staan de dissen ook in nauw contact met de parochiegeestelijkheid : pastoor en kapelaan. De rekening wordt tevens voorgelegd aan de pastoor. Bij deze gelegenheid verbroederen beide overheden rond een feesttafel. De rekening noteert een uitgave van 6 L voor het gelag op 26 oktober 1564 voor het afsluiten van de vorige rekening( 15 >. De pastoor is op een speciale manier met de diswerking verbonden omdat hij voor een groot deel steunt op fundaties van godvruchtige mensen of giften en schenkingen van burgers en weduwen. Want meer dan in het officiële kader van een jaarlijkse of driejaarlijkse vergadering en eventuele verkiezing van het armenbestuur moet de rol van de priester vooral gezien worden in dat persoonlijk contact met zijn parochianen. Moeten een groot deel van testamenten en anonieme giften niet beschouwd worden als het resultaat van huis- en ziekenbezoeken of van een warme aanbeveling van dit bij uitstek parochiaal armenwerk in een gelegenheidssermoen? Dergelijke invloed laat zeker minder sporen na in de bronnen maar de rol van pastoor en onderpastoor is daarom niet minder reeël te noemen. INKOMSTEN Om in allerlei hulpverlening te kunnen voorzien waren de dissen aangewezen op de steun van de burgerij . Dit geschiedde vooral door schenkingen zonder last, legaten in testamenten , omhalingen in de kerk, erfenissen en eigenlijke stichtingenC16l. Zo verkregen zij een patrimonium dat veel opbracht aan renten , huren en pacht. Het totaal bedrag waarover de Oedelemse dismeesters beschikten bedroeg in 1564-'66 de som van 628.8.10c11i . Ter vergelijking noteren we dat de St. Gillisdis te Brugge in 1564-'65 een som van 205.11.8 besteedde aan de armenzorgc1si. Een aantal pachters waren aan de dis erfelijke cijnsen verschuldigd. We geven hier een lijst van deze personen met de omschrijving van het land of de hofstede en de cijns van drie jaren(19l . Jan Goedertier : stuk land beneden de Berg 2.2.- . Wouter De Langhe : land « Den Ghystelare » 6.- .-. Jan Goed.ertier : hofstede aan zuidoosteinde van den Doorn 18.-.-. Steven De Bets : hofstede in het dorp 6.12.-. Claeys Pauwels : hofstede in het dorp bij de kerk 4.4.- . Adriaan Danneels : hofstede Andries Lauwens : kleine hofstede in Sijsele 6.-.-. Cornelis van Wommelghem : hofstede in Berrendonck 4.10.-. Claeys Pauwels : kleine hofstede bij de kerk 4.- .- . Een zestal inwoners van de parochie waren aan de dis landpacht of huis(13) R.A .B .. Rek 13076 f 1. (14) R.A .B . Rek 13076 f 6. (15) R.A .B. Rek 13076 f 7. (16) P. van Zeir , De armenzorg te Brugge . p 13. (17) R .A.B. 13076, f 6. (18) C.O .O .B D_S .C. Rep , 9 . (19) R.A .B 13076 f l ' - 2 - 2' , 103 huur verschuldigd, het waren : Lauwereyns Michiel : huishuur en landpacht op een hofstede in Danegem 18.-. Claeys Cornelis : 1 lijn land in Oostveld -.-.24. Adriaan Goemare : 3 gemeten land op de Hoogte 24.8.- . Pieter Michiels : huis en land << De Romere >> bij de kerk 30.-. Gillis de Cock : ½ gemete land op de Berg 16.4.-. Nicasier de Zwaef: ½ gemete land ten noorden van de kerk 3.12.- c2oi . Ook een achttal jaargetijden worden door de erfgenamen ten bate van de dis gevierd. Het voornaamste lijkt dit van de Heer Boudewijn van Beverhout waarvan de dis 32 1 10 s bekomt<21 l. Van de jaren 1564-'66 die in de rekening vermeld worden als << dieren tij t » worden de inkomsten aangevuld met omhalingen in de kerk die een negental ponden opbrachten. Elk jaar geven de boeren aan de dis de « afvalle van de zwijnen » en dit op St. Stevensdag na Kerstdag. Voor de drie jaren bekomt de dis op die manier 21 1 19 s. Gezien de slechte tijden worden bij kerkgebod en met toelating van de Heer van Praet de bomen op een h_o fstede op de Danegem verkocht ter waarde van 135 1 5c22i . UITGAVEN Organisatie van de dis en de inkomsten staan ten slotte in functie van een reeks uitgaven voor de armen. Sinds hun ontstaan hadden de dissen de armen vooral geholpen met brooduitdelingen al of niet met toespijs zoals boter, vlees of haring. De armen ontvingen een soort penningen of loodjes waarop de aard van de « provene » of disdekking vermeld werd. De disdekking kreeg in de loop van de jaren een andere samenstelling. De brooduitdelingen worden meer en meer vervangen door giften in geld< 23 l. In totaal worden een 160 disdelingen vermeld verdeeld over 11 jaargetij den of missen . Op Goede Vrijdag werd wittebrood geleverd en bij het jaargetijde van Boudewijn van Beverhout werden 13 pinten wijn geschonken <24 l. Dat deze middeleeuwse stichtingen niet voldoende waren om de nood op de parochie te lenigen, bewijzen ons de vele aalmoezen die genoteerd worden. We ontmoeten in de rekening een naamloze massa van een kleine tweehonderd schamele huisvrouwen , weduwen , meisjes, personen, gezinnen en kinderen , die van de dismeesters, burgers of de pastoor een kleine som geld krijgen. Ofwel ontvangen zij klederen , schoenen, kousen , slaaplakens, enkele ellen lijnwaad, hemden , of rokken. Naast deze kledingstukken noteren we ook giften van koren of brandstof. Speciaal het gasthuis bekomt .van de dis een bedrag van 30 L voor een duizendtal stukken hout ter verwarming van de armen in het huisC25l. De uitgaven van de dissen hadden naast de onmiddellijke hulpverlening aan de armen ook het onderhoud van de armengoederen op het oog. Deze kwamen de armenzorg onrechtstreeks ten goede, omdat zij de voorwaarde vormden voor de instandhouding en eventuele uitbreiding van het armenbezit. Zo was in de eerste plaats aan elke fondatie , naast de disdekking, ook een last verbonden. Voor het opdragen van jaargetijden moesten allerlei kleine sommen besteed worden voor het wassen van altaardwalen, het kopen van wassen kaarsen, olie, brood en wijn. Ook moest de dis regelmatig de pastoor, kapelaan of koster betalen<26 l. (20) R.A.B. 13076, f 21 - 3 - 3'. (21) R.A.B.13076, f 4'. (22) R.A.B. 13076, f 6_ (23) P. van Zéir, De armenzorg te Brugge p 15-16. (24) R.A.B. 13076, f 19-21 (25) R.A.B. 13076, f 18' (26) R.A.B. 13076, f 7 en 19' 104 Ook aan h er stellin gswerken en onderhoud van huizen werden elk jaar uitgaven besteed. De rekening vermeldt dergelijke uitgaven aan het gasthuis, en van een huis op de Danegem( 27l. Met deze enkele gegevens over organisatie, inkomsten en uitgaven van de Oedelemse dis zijn we een vierhonderd jaren in de tijd teruggegleden. We hebben even de sluier gelicht over de armenzorg in onze parochie om zo bij te dragen tot een beter begrip van vroegere situaties. PHILIPS Greta, Oedelem. (27 ) R.A .B.13076 f 7. 105 Geschiedenis van het onderwijs te Oedelem. I OFFICIEEL ONDERWIJS Onder impuls van de vooruitstrevende regerin t'· van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, werd in 1828 te Oedelem, door de zorgen van het gemeentebestuur, een aanvang gemaakt met het bouwen van een school en onderwijzerswoning. Deze lokalen, bestemd voor een 200-tal leerlingen van beider kunne , werd van de nodige meubelen voorzien en ten dienste van het onderwijs gesteld op 1 oktober 1829(1>. Drager van een brevet, hem op 24 oktober 1829 door Willem I , Koning der Nederlanden afgeleverd, werd van Halme Karel , door de heer Goeverneur van West-Vlaanderen, ingevolge een beslissing van de heer Minister van Binnenlandse Zaken als onderwijzer van derde rang te Oedelem aangesteld. Hij trad in dienst op 3 november daaropvolgende met een jaarwedde van 200 gulden, bijwinsten niet inbegrepen. Uit een staat van inlichtingen door voormelde ambtenaar aan de bevoegde overheid gezonden, blijkt, dat de gelijktijdige en afzonderlijke of individuele leerwijzen beurtelings gevolgd werden , en dat men in de gemeenteschool leerlingen van alle leeftijd aanvaardde , te beginnen van vier jaar af. De volgende leervakken werden er onderwezen : godsdienst en zedenleer, Nederlands en Frans, lezen en schrijven, rekenkunde, aardrijkskunde, gewijde- en Belgische geschiedenis, brievenstijl, enz ... In 1830 telde de school slechts 35 leerlingen. Ook uit vrees in deze ongeruste omwentelingstijd, was de school dit jaar maar een kleine vier maanden open . Het getal leerlingen groeide echter aan, en wisselde (tot 1847) af : 50 in de zomer en 90 in de winter. _ Dit betrekkelijk klein aantal was toe te schrijven ten dele aan de menigvuldige kleine schoolkens, die te Oedelem bestonden , anderzijds aan de zeer onregelmatige school bij woning, zoals blijkt uit een brief van voormelde ambtenaar, de 29ste december 1837 aan het gemeentebestuur gezonden en waarvan hier een aanhaling volgt : << Dit jaer zijn er maar weynig kinders in mijne school van beyde geslachten en beyde klassen (31 meysjes en 27 knechtjes = 58). « Dit getal moet men toeschrijven aen de zachtheid van het winterseizoen, aan het weynig getal kinders, die in het algemeen op Oedelem ter school gaen en aen het groot getal scholen, die op het ge( 1) Dit gebouw bes taat nog, nl. op het Ezeleindeke op , de hoek van de Knesse larestraat en de Oudezakstraat. In de ankers leest men het jaartal 1829 . Wat meer is tussen de twee wereldoor logen in , werd het hoekhuis van dit gebouw tot twee lokalen ingeri cht om er de kleute r klas en het tweede studiejaa r onde r te brengen . Het eerste studiejaa r immers was in een lokaal in het klooster met als titularis Zu ster Camila (Elise Oevers). De Heer Dombrecht en Juff rouw Aline Roelof uit Sijsele samen me t hun kinde ren moesten er in slechte hygienische toestand in ve rblijven . Ze beschikten er over te kle ine lokalen en een speelplaats van enkele vierkante meter, waa r ve rschillende malen de kinderen spelen· moes ten tussen een viertal zwijntjes van de garde De Clerck , ç!ie de aanpalende woning betrok . 106 meente zijn, dit getal beloopt acht of negen , en men moet er zich niet aen verwonder en , want al wie nauwelijks het minste kan lezen of schrijven durft school houden. De ouders die weynig belang stellen in de geleerdheyd hunner kinders, laten dezelve naer die school gaen waer zij willen, zonder zich te bekommeren of die meesters of meesteressen geleerdheyd hebben of niet, en zoohaast het kind maer zynen naem kan krabbelen, het kind is geleerd, zoo verre gaet de domheyd op Oedelem. God gave dat het goevernement de magt had om al die zoogezegde Meestertjes en Meesteressenjes een examen te doen ondergaen , zoo zouden die onderwijzers die 20 of meer jaren hunnen tijd besteed hebben met studeren om zich op het onderwijs toe te leggen, hunne ware verdiensten zien beloond worden. Ik van mijnen kant spaer geene moegte om de kinders een goed onderwijs te geven en hun verstand te ontwikkelen door uitleggingen , verhalingen en voorbeelden ; ook bemerk ik tamelijk vorderingen in de kinders welke ik een maend of twee onder myn gebied heb, maer als de dagen beginnen te langen of dat de lentetijd genaekt dan blijven de kinders meest allen thuis en dan ligt mijnen arbeyd van de wintermaenden verloren. « Zietdaer, Mijnheeren, een kort verslag raekende mijne school. Het ware te wenschen dat het getal kinders des zomers en des winters groter ware, maer de reden daervan is gelijk ik hooger gezegd heb. Wat de arme kinders betreft, het is te betreuren dat zij zoo weynig naer de school gaen ; jong zijnde, zij loopen droefaard langs de straeten, beschaedigen den landbouwer in zijn hout, bosschen, velden en vruchten ; ouder geworden zijnde zij gaen werken of dienen bij den landbouwer bestelen of doen andere schelmstukken en worden ergens in een gevang geworpen ». Sedert de inrichting van het klooster der zusters in 1840, verminderde steeds het getal meisjes-leerlingen, terwijl dit der jongens aangroeide (deze uit het klooster moesten ter gemeenteschool, als zij voor de eerste communie opgetekend werden) en zo kwam het dat in 1846 de laatste twee meisjes de school verlieten. In 1847 telde de gemeenteschool : Op 6 januari : 145 knechtjes, waaronder 42 arme. Op 7 juli : 75, waaronder 40 arme. In deze volkrijke school bleef Van Halme alleen staan tot in november 1853, toen hem Van de Vijvere Constant voorlopig en in 1855 definitief als hulponderwijzer werd toegevoegd. De grootste onenigheid heerste tussen die twee mannen , die school moesten houden in één en dezelfde zaal. Wat de één verbood, liet de andere toe en de hulponderwijzer, met de hoogste klas gelast, was zoveel te streng als de hoofdonderwijzer te zwak. De lessen werden onregelmatig gegeven, daarbij ergerlijke tonelen va n twist en kijverij deden zich herhaalde malen voor in het bijzijn van de leerlingen. Dit alles had de slechtste invloed niet alleen op onderwijsgebied m aar vooral op de opvoeding van de kinderen , die dan ook weldra in groten getale de school verlieten om de een of andere nog bestaande vrije school bij te wonen. Van die tijd af begon ook het schoollopen naar de gemeenteschool van Beernem, die, tot een vanzelfsprekende gewoonte werd en slechts ophield in 1876. Deze archi-slechte schooltoestand bleef zo voortduren t ot in 1864, jaar ( 2) Zoals we hoge r zegden was de hee r Van Halme zijn onderwijtersloopbaan begonnen met een wedde van 200 gulden . Van deze degelijke vergoeding heeft hij nog geen vol jaar kunnen genieten . Wie sprak er daar weer over die « slechte Hollandse tijd ? • 107 waarin de heer Van de Vijvere ontslag nam in het onderwijs om orgelist te worden van de O.L. Vrouwkerk te Poperinge. De heer Van Halme, door ouderdom en vermoeienissen uitgeput en de hele zaak beu, vroeg nog ditzelfde jaar, in november zijn ontslag om de school te verlaten de 30 december daaropvolgend. De ongelukkige man had gedurende heel zijn loopbaan tegen de armoede te kampen. Hij had een talrijk huisgezin op te voeden met een jaarwedde die - sedert de omwenteling - nooit de 750,- frank overschreden heeft. (2) . Al zijn kinderen zijn tot de laagste werkmansstand gedaald en zijn weduwe werd, in de laatste dagen van haar leven door de << Disch » onderhouden. De heer Karel Van Halme werd opgevolgd door de heer Blaere Hendrik, gewezen professor aan het Sint Jozefgesticht te Torhout en drager van het diploma van lager onderwijzer, die, op 28 november 1864 door de ge meenteraad benoemd, de 31ste december daaropvolgend in dienst trad. Als hulponderwijzer werd hem de heer Adolf Plasschaert - niet gediplomeerd - toegewezen. De school groeide wederom aan , zodat zij in januari 1865 reeds 120 leerlingen telde , getal dat in 1866 tot 180 beliep. Op 1 oktober 1866 werd de heer Plasschaert vervangen door de heer August Vandermoere - niet gediplomeerde leerling uit de Normaalschool van Torhout. In 1866 stemde de gemeenteraad een geldelijke tussenkomst tot het inrichten van een adultenschool. Deze ving aan in november 1868 en telde aldra 100 leerlingen in twee afdelingen verdeeld. Al de vakken onder art. 6 van het algemeen reglement aangeduid werden er onderwezen. Deze leergangen waren kosteloos; slechts hun schoolbehoeften moesten de leerlingen zelf bekostigen. De heer Blaere gaf er alleen het onderwijs op al de dagen van de week - zaterdag en zondag uitgezonderd - van 6 tot 8 uur 's avonds en dit van 1 november tot 28 februari. Zijn jaarwedde, met schadeloosstelling voor licht en vuur, bedroeg 355,- frank. Deze leergangen voor adulten werden afgeschaft in september 1883. Reeds in 1867 werd door het schooltoezicht bij het gemeentebestuur aangedrongen om een nieuw schoollokaal met onderwijzerswoning te bouwen. Zonder te spreken over de woning, die in vele opzichten ongeschikt leek, kon het bestaande lokaal gevoeglijk maar 130 kinderen bevatten en te dien tij de werd de school des winters door ongeveer 200 leerlingen bijgewoond. Daarbij , een veertigtal jongetjes, op de leeftijd om in de gemeenteschool aanvaard te worden , gingen , bij gebrek aan plaats, naar de aangenomen meisjesschool van het klooster . Het was onmogelijk het bestaande lokaal te vergroten : immers, langs het westen was het schoolhuis aangesloten aan partikuliere woningen en langs de andere drie zij den, paalde het aan een publieke weg<1). Hoofd- en hulponderwijzers gaven les in dezelfde zaal. Kortom de ligging was minder geschikt en het gebouw niet hygienisch. Na menigvuldige briefwisseling en opzoekingen naar een behoorlijke bouwplaats in de kom van het dorp, werden in 1873 de grondvesten van de nieuwe gemeenteschool aangelegd<3) . - In 1874 werd het gebouw uit drie klassen bestaande, voltrokken , en op 1 oktober 1875 ten dienste van het onderwijs gesteld. De heer Blaere en zijn hulponderwijzer betrekken de uiteinden van de bouw, zodat de middelste klassen ledig bleef. Burgemeester heer Jules Govaert van wie de opvoedir,g van de jeugd (3) 1930-'31 Dit gebouw · werd in afgebroken e~ op dezelfde grondvesten en afmetingen te rug opgetrokken met verdieping. De schoolwoning bleef onaangeroerd . 108 z r ter harte lag, wist zowel de gemeenteraad als de hogere overheid t e bewerken dat een tweede plaa ts van hulponderwijzer werd openverklaard zodat de heer Karel Stroobandt gediplomeerd leerling uit de normaalschool van Torhout, de 19de september 1876, als titularis van die derde klasse werd benoemd. Hij trad in dienst op 1 oktober daaropvolgen de met een jaarwedde van 1.200 frank . De schoolbevolking groeide nu weer sterk aan . De jongetjes die tot hun tiende jaar naar het klooster mochten gaan, werden nu aan zeven jaar ter gemeenteschool gezonden. Nu brak ook meteen de reeds ingewortelde gewoonte van 't school gaan naar Beernem, zodat in de winter van 1876 de nieuwe gemeenteschool van Oedelem 240 leerlingen telde. Alles was nu om ter best : Het onderwijs ging vooruit ; ouders, meesters en overheden waren uiterst tevreden over de algemene gang van de school. Toen kwam de liberale wet van 1879 ! (4 > De twee hulponderwijzers gaven om gewetensredenen hun ontslag. De hoofdonderwijzer aan wie de heer hoofdinspecteur Vandercruyssen de heer Theophiel Herregodt als tijdelijk hulponderwijzer werd toegevoegd, bleef met 7 tot 10 leerlingen terwijl al de andere , op 2 oktober 1879 Meester Stroobandt volgden naar de vrije katholieke school, door de E.H. Pastoor Van Gaever gedurende de zomer opgericht. Per brief, datum 14 december 1880, beval de heer Arrondissementscommissaris het gemeentebestuur in het kader van de gemeentelijke jongensschool, een lagere school en een bewaarschool of de kleuterklas voor meisjes in te richten met een onderwijzeres en een bewaarschoolonderwijzeres. De gemeenteraad niet haastig zijnde, kreeg van voormelde ambtenaar een tweede brief op 24 mei 1881, bevattende een afschrift van het ministerieel besluit van 13 derzelfde maand, bevelende de oprichting van een meisjesschool en de aankoop van meubelen. De meisjes mochten voorlopig in de jongensschool aanvaard worden. Deze werd dus opnieuw een gemengde school. · De gemeenteraad besloot te wachten tot dat zich meisjes aanboden. Later nochtans, na menigvuldige bezoeken van de heer Vandercruyssen en bedreigingen vanwege het staatsbestuur, werd een van de bestaande klassen (de 3de) door een houten schutsel in tweeën verdeeld en een gedeelte van de speelplaats afgezonderd om als meisjesafdeling te fungeren. Er is nooit gebruik van gemaakt geweest, om reden dat er geen leerlingen van het vrouwelijk geslacht ter school kwamen. Met nieuwjaar 1884 echter verschenen er vier (de twee dochtertjes van de hulpbrievendrager en twee van zijn zuster). Einde juni van datzelfde jaar waren er geen meer. In de opgaven van de schoolbevolking van oktober 1879 tot oktober 1885 noteert men een middencijfer van 15 leerlingen. (4) De liberale wet van 1879 bepaalde onder andere: dat de clerus zelf een lesgever naar de school hoefde te zenden om er aldaar het godsdienstonderricht te verst rekken. Scholen zonder God, is zeker fel ove rd reven, want in de officiële schoolgebouwen , daar toch waar kristenopgevoede onderwijzers aan bl even, is het kruisbeeld die vier jaren bli jven hangen. We zouden er kunnen over discussiëren wat best was: on tslag nemen of aanblijven. Nam men ontslag dan was het gevaar groot dat in de plaats een uitgesproken anticlericale meester kwam te staan. Nog een anekdote in verband met die liberale wet: 1n die ti id moesten nog maar enkele bevoorrechte burgers gaan kiezen. Ze werden geselecteerd door e amens , die voor de gemeente Oedelem plaats grepen in de hallen te Brugge . Op zo ' n examens gaven de meesters luidop de vragen door aan mekaar tot aan de laats te op ' t einde van die grote hallen. Wie het diploma behaalde was kiezer ... capaciteitskiezer. Op de pa rochie was toen als pastoor Z.E.H. Van Gaever om zijn autoritair, ja, soms fanatiek, optreden door de mensen zeer onbeleefd « Buik allemachtig » genoemd. Om nog beter te onde rstrepen dat gezegde pastoor van zijn parochianen niet zeer geliefd werd nog dit: Toen de laa tste fami I ie leden bij de begrafenis van deze pas toor het kerkhof ver! ieten wees de koster de heer Charles Van Thuyne op de pu t en zei bij wijze van grafrede: « Merd ie ie zit daar en ie zal er niet meer uitkomen» . Welnu op die bepaalde zondag in 1879 waarop de capaciteitskiezers onder leiding van een onderpastoor naar Br ugge zouden optrekken om er braafjes hun stem uit te brengen op de kandidaat van de staatskatholieke partij, om nadien in het lokaal « La Concorde » te Br ugge , Steenstraat , vergast te worden op een glas bier en een pistolet. Diezelfde zondag dus ging Mijnheer Pastoor zodanig heftig te keer in zijn prediekstoel dat hij een verkeerd effekt bekwam en stante pede enkele liberale stemmen meer maakte . En zo .. . kwam de legende in de streek van ' t Br ugse dat die ongelukswet het werk was van de pastoor van Oede lem .Immers, te Br ugge we rd de Hee r Boyeval als liberaal volksvertegenwoordiger met éen stem meerderheid ver kozen en als ge nu nog weet dat in de kame rs de liberale wet er ... met één stem meerderheid werd bekrachigd. 109 Het gaat bij pozen tot 24. Maar ... een nauwkeurig onderzoek laat vaststellen dat een groot getal leerlingen op de registers van de gemeenteschool ingeschreven, in werkelijkheid de vrije school bijwoonden. En dit kwam aldus dat somtijds jonge kinderen door de een of andere makker medegelokt, zonder de wete van hun ouders, een of tweemaal die school bezochten. Die kinderen werden dan ingeschreven en voortdurend als bijwonenden aangeduid. Doch in waarheid en onpartijdigheid gesproken, het getal kinderen ter gemeenteschool in voormelde jaren is 's zomers nooit boven de 7 en 's winters nooit boven de 14 gestegen. De heer Blaere intussen, die met het uitzicht op zijn pensioen van de geestelijke overheid een toelating om drie jaar in het officieel onderwijs te blijven, bekomen had, zag het einde van zijn vergunningstermijn aan- breken en nam de 22 augustus 1882 ontslag. Hij was begonnen met een jaarwedde van 1100 frank en had ze gedurende zijn dienstjaren zien vermeerderen tot 3100 frank . Op 1 september werd ook de heer Herregodts ontheven en in begin oktober kwam de heer ?ekaert Theophiel, onlangs te Brugge gediplomeerd als dienstdoende gemeenteonderwijzer te Oedelem aan. Hij bleef er nagenoeg één jaar om de redenen hieronder aangeduid. Drie aanvragen tot het bekomen van de plaats door de heer Blaere verlaten werden aan het gemeentebestuur toegezonden. Het waren die van de heren Dehoedt Michel, Claeys Hendrik en Borreye Hendrik, respectievelijk hoofdonderwijzers te Varsenare en Heestert en hulponderwijzer te Torhout. Op 29 september werd de heer Hendrik Claeys met algemene stemmen tot voormelde plaats benoemd met een jaarwedde van 1800 frank. Doch de 16de januari 1883, ontving het gemeentebestuur van de heer arrondisrementscommissaris een brief waarin men las : << Uit een verslag van het schoolonderzoek blijkt er dat Sieur Henri Claeys tot de bediening geroepen van onderwijzer in uw gemeente voorgaandelijk tegenover personen die het officieel onderwijs bestrijden, d e v erbintenis aangegaan heeft van niets te doen tot de vooruitgang v an de school ( dus een verkapte sabo- tage). In die omstandigheden zou volgens advies van de heer minister, die benoeming tegenstrijdig zijn met het algemeen belang en gevolglijk zal hij niet aangenomen worden om in die hoedanigheid zijn eed af te leggen. Nog in gevolge die brief, moest de gemeenteraad tot een nieuwe benoeming overgaan . Twee kandidaten stonden tegenover elkaar, de heer Vervarke Camiel, hoofdonderwijzer te Sijsele en de heer Borreye Hendrik voornoemd. In zitting van 23 april 1883, werd de heer Camiel Vervarcke met alge- mene stemmen benoemd. Doch evenals de heer Claeys werd zijn benoeming niet aanvaard en 'wel om dezelfde redenen. Zo luidt het volgende uittreksel uit een brief van de heer arrondissementscommissaris aan het gemeentebestuur en gedagtekend de 2de juni van hetzelfde jaar : << Er blijkt uit de door het schoolopzicht gegeven inlichtingen dat de belanghebbende wel zijne benoeming zoude kunnen toe te wijden hebben aan de invloed van de tegenstrevers van het officieel onderwijs. « Zonder de kwestie te willen opklaren moet ik bestatigen dat de wijze op dewelke Sieur Vervarcke zich te Sijsseele van zijne schoolplichten "kwijt, naar hij tegenwoordig oefent, geheel en gansch onvoldoende is en klaarblijkelijk toont dat hij niet geschikt is om de school van de belangrijke gemeente Oedelem te bestieren. Men moet om deze plaats te bekleeden, eenen onderwijzer benoemen die zeker bekwaam en verkleefd is aan de belangen van het openbaar onderwijs. De heer Vervarcke, deze voorwaarden niet bezittende, grijpt- er geen plaats hem toe te laten den door 110 art. 46 d r w t van 1 juli 1879 voorschreven eed af te leggen , (Mededeeling van den heer Minister van openbaar onderwij s aan den heer Gouverneur der provincie). Eindelijk de 26ste juni ging de gem eente over tot de benoeming van de heer Hendrik Borreye, die geduldig en herhaaldelijk zijn kandidatuur had gesteld. Hij werd tot de eedaflegging uitgenodigd en trad in dienst de l ste september daaropvolgende. Zijn jaarwedde bedroeg 1800 frank. Hij heeft deze bedienin g uitgeoefend tot aan zijn dood de l ste september 1885. De 29ste van dezelfde maand werden de heer Karel Stroobandt hoofdonderwijzer en de heer Kamiel Verdonck (in 1879 te Torhout gediplomeerd) hulponderwijzer der katholieke school (sedert nieuwjaar aange nomen) respectievelijk tot hoofd en hulponderwijzer aan de gemeenteschool benoemd. Ze traden de 1 oktober in dienst en genoten de eerste 1200 en de tweede 1000 frank jaarwedde en elk een derde van de schoolgelden van de vermogende leerlingen . Het overige derde deel werd door de gemeente behouden. Met hen kwamen de leerlingen van de aangenomen school mede, zodat de bevolking van de gemeenteschool, die toen maar 7 leerlingen telde , vermeerderde tot 142, om in januari daaropvolgende te klimmen tot 182. De schoolbevolking nam voortdurend toe zodat aan de onderwijzers een hulp verleend werd in de persoon van de heer Alphons Dombrecht, leerling uit de hoogste klasse , die ten titel van monitor aangesteld, met januari 1888 in dienst trad. Hij genoot het derde van de schoolgelden, te weten 265 frank. De school telde dat jaar in december 1888, 206 leerlingen . De 25ste juli 1894 werd zijn klasse door de gemeenteraad tot gemeentelijke bewaarschool ingericht en hij tot bewaaronderwijzer, met een jaarwedde van 700 frank benoemd. Hij legde als dusdanig de eed af en zag op die wijze zijn bediening vast worden. De heer burgemeester Jan Van Ruymbeke in zijn bezorgdheid voor het onderwijs en de opvoeding van de jeugd, deed op 1 september 1897 een nieuwe klasse inrichten en de heer Rector Hudders (in de wandeling Arthur genoemd) gediplomeerd leerling uit de normaalschool van Torhout, werd als titularis benoemd. Hij trad in dienst op 1 oktober daaropvolgende met een jaarwedde van 1100 frank. Op 31 december van dat jaar telde de hoogste klasse 63 leerlingen, de tweede 65 leerlingen, de derde 64 leerlingen en de bewaarschool 80 leerlmgen, waaronder 61 boven de 6 jaar. Om die onregelmatige toestand te doen ophouden werd nog een nieuw lokaal aangebouwd en de 8 november 1899 een vierde klasse aan de la ·gere school toegevoegd. Tot die plaats werd de heer Arthur Stroobandt, insgelijks te Torhout gediplomeerd, benoemd om aldus de bediening van derde hulponderwijzer waar te nemen. Hij ving aan op 16 november 1899 met een beginwedde van 1100 frank . De school telde op 31 december 1900 : 300 leerlingen, waarvan 53 in de bewaarklasse. Vanaf de eeuwwisseling tot het uitbreken van de eerste wereldoorlog in 1914, ging de school zijn gewone gang voort met zijn honderden leerlingen wier aantal 's winters nog met een derde toenam, waaronder jongelingen van 15 tot 16 jaar die anders thuis toch maar in de weg zaten ! Deze laatsten kwamen ook al bollend in de greppels van de gaanpa den of al « bollekettend » met zeer grote knikkers naar de zondagsschool met zijn drie klassen, waar ze hoofdzakelijk hun lees- en rekenkunde herhaalden na het halfuurtje bijbelles van de E.H. Onderpastoor als proost aange teld. Dit was de tijd van mijn eigen schoollopen én naar de dagschool én naar de zondagsschool, waar wij als trekpaard dienden voor de massa jongens 111 met zware basstemmen en afgetekende snorren ! De jongens die verdere studiën zouden doen bleven hun 2 tot 3 en zelfs 4 jaar in de hoogste klas tot de tijd was aangebroken om op colleges of n ormaalscholen verder te studeren. In 1914 waren er op onze gemeente een 25-tal mannelijke studenten, 7 alleen al op de Normaalschool te Torhout. Toen kwam de oorlog het vredig leven dooreenschudden met zijn sociale, ekonomische en politieke gevolgen. Over de schooltijd leest U bij zonder heden in << Kinderjaren » op bladzijde 33 en volgende. Met de toepassing van de in 1914 gestemde Wet op de Leerplicht veranderde het schoolleven ten goede. De getalsnorm per klas verminderde zodat in de grote scholen de graden gesplitst werden. Zo ook hier in Oedelem en vanaf 1920 opende ik de rij van de nieuwkomende leerkrachten en dit zou zo enkele jaren doorgaan om te komen tot een volledige school van kleuterklas tot vierde graadklas om in 1923 te ontwikkelen tot een volledige school van klein tot groot, alle éénjaarsklassen met uitzondering van de vierde graadklasse cs·J. Aan het hoofd daarvan stond een direkteur zonder klas, de heer Germain Missiaen. Door die doorgedreven splitsing van de onderwijsgraden, werd het schoolgebouw met zijn vijf klassen algauw te klein - reeds van in 1920 en werd in 1930 (eeuwfeest van de school ! ) aangevangen met de nieuwbouw van de school, zoals ze nu nog is; terloops gezegd met haar weinige gaven en zeer vele gebreken ! Daardoor werd met aanvang van het schooljaar 1931 - 1932 een einde gemaakt aan de spreiding van de klassen die in onmogelijke en onhygienische omstandigheden meer dan tien jaar gewerkt hadden. Om te eindigen mogen wij gerust besluiten met de verklaring dat het officieel onderwijs te Oedelem haar climax beleefde en haar hoogtepunt bereikte in de twintig jaren van tussenoorlogse tijd. Er zijn ten andere genoeg van mijn oud-leerlingen die dit kunnen beamen en staven aan de hand van hun diploma's van derde en vooral van vierde graadstudiën . II VRIJ EN AANGENOMEN ONDERWIJS Benevens de gemeenteschool telde Oedelem in 1830 en volgende jaren een groot aantal gemengde vrije scholen waarvan de geschiedenis hier volgt : -1. - SCHOOL VAN WAUTERS FRANCIES (Dorp) Wauters Francies, drager van een certificaat hem (de 17de mei 1814) afgeleverd, werd de 11 november daaropvolgende door de heer Gouverneur Baron de Loën, te Oedelem aangesteld als onderwijzer van vierde klas. De volgende leervakken werden in zijn school (een doodgewone eenvoudige woning) onderwezen : Lezen, schrijven, cijferen, christelijke leer en Frans, volgens de individuele of afzonderlijke leerwijze, die destijds in alle scholen gevolgd werd. -rn 1837 telde deze school 38 jongens en 26 meisjes. Totaal 64 leerlingen. Zij betaalden 1 frank per maand. Dit getal leerlingen is nog aangegroeid tot 45 jongens en 50 meisjes : totaal 95 waarvan 43 jongens en 48 meisjes het schrijven leerden. (5) Na de afdan_king van dhr. Honoré Bossier, door het Gemeentebestuur we rd ik titula r is Viln de 4de graad : 7de en Sste samen . Enkele ja ren late r werd ' ook mijn klas gesplits t en hield ik nog het Sste jaar over . 112 I n 1840 - na d inrichting van het klooster , dat r echtover de school van Wauter s gebouwd werd - verviel h et getal leerlingen tot 20 jongens, om in 1842, laatst e jaar van h et bestaan van die school, te dalen tot vier . In deze gelijk in al de andere scholen was noch stoof, noch kachel, wel een h aard . Dagelijks moesten de kinderen elk een stok mede brengen, om in h et lokaal (kamer of keuken van 's meesters huis ) vuur te maken. Het gebeurde niet zelden dat de boerenjongens wanneer ze tegen malkander een wrok h adden, lan gs de we g, met deze soort van goedendags, eens duchtig slaags werden. De leerlingen, die gedurende het jaar de grootste stok had medegebracht, werd de stokprijs toegewezen : deze bestond uit een kerkboek. De wedijver voor de stokprij s was zo groot dat de jongens soms halve tronken op een kruiwagen medebrachten. De prijzen voor de leervakken waren op verre na niet zo belangrijk : zij bestonden uit eenvoudige prentjes. Dagelijks werd rond de middag een reusachtige ketel met water over 't vuur gehangen. In het kokend vocht werd dan een z-e kere hoeveelheid theebladeren geworpen en de kinderen, die ter school bleven middagmalen, kregen een kopje thee om gemakkelijker hun roggeboterhammen binnen te krijgen. De leerlingen zaten op zogenaamde herbergbanken en hadden op de knieën een lade. Dit was een rechthoekig plankje, onderaan van een schuifje voorzien , waarin hun schoolgerief stak: cathecismus, leesboeken ; voor de schrijvers : papier, ganzenpen en hoornen inktkoker. Aan een van de uiteinden van de lade, was een gaatje waardoor een koord stak, die moest dienen om, na de school, het tuig aan de muur op te hangen, of het op de rug te snoeren van degenen die, na de klas, hun gerief huiswaarts droegen . 2. - SCHOOL VAN CLAEYS GERARDUS alias GEÉRKE KLUTTERS - Vullaardweg. Leervakken : Christelijke leer, lezen, schrijven . Als boeken gebruikte men de Cathecismus, Het Kruisken A. , Het dubbel Kabinet, Het Leven van Maria. Het hoogste boek was: << Joannes Verlinde, pater bij de cellebroeders ». Het is in 1837 dat voor het eerst melding van de schoolbevolking wordt gemaakt. Zij telde 21 jongens en 19 meisjes, totaal dus 40 leerlingen. Van dit getal leerden 7 jongens en 3 meisjes schrijven. De jongens betaalden 7 stuivers (7 x 4½ cent) per maand en de meisjes 6 stuivers. Al de andere boekenleerders betaalden 4 stuivers. Wanneer men opmerkt dat er op 40 slechts 10 leerlingen het schrijven leerden is het geenszins te verwonderen dat er te Oedelem, te dien tij de en nog vele decenia's zo weinig mensen waren die de pen hanteerden . Sommige tijden in het jaar ging het er op die school erg kluchtig aantoe. Op Onnozele Kinderendag had er een soort << Paperhunt » (papierjacht) plaats. Geerke vertrok al lopend uit zijn school en ging zich verbergen in het Bergbos (oudere Oedelemnaren weten nog wel de ligging er van) op eer1 tiental minuten afstand van zijn huis. De leerlingen met 's meesters zetel voor de omstandigheden prachtig met kunstbloemen en tierelatijntjes versierd, gingen hun meester opzoeken , die, om zich gemakkelijker te laten vinden , in zijn vlucht , hier en daar een handvol papiersnippers had geworpen . De meester, eens ontdekt, werd op zijn zetel gebonden en triomfantelijk door de zingende bende schoolwaarts gedragen. Onnodig te zeggen dat dit feest eindigde met een halve dag verlof. 113 Op Sint Gregoriusdag was het de jaarlijkse prijsuitdeling< 6l waarop zoals hoger reeds gezegd - de brenger van de grootste stok... de grootste onderscheiding kreeg. Op die dag ook was het kermis. De kinderen begaven zich naar school, voorzien van lepel en vork, benevens, - elk naar zijn vermogen - van meel, melk en aardappelen. Enige goede zielen, terwijl meester en leerlingen in de velden, de somtijds nog zeer frisse maartlucht gingen scheppen (12 maart) maakten h et eetmaal gereed. Dit bestond uit : rijstpap en aarda ppelen met stokvis. Voor de omstandigheden werden uit de een of andere herberg tafels geleend. Voor teljoren moest men niet zorgen, want 't noenmaal werd genomen uit overgrote aarden schotels waar 7 of 8 leerlin gen te gelijk uit aten. De prijsuitdeling geschiedde dan 's namiddags, zodat iedereen ver genoegd en welgezind, huiswaarst keerde. Het getal leerlingen van die school bleef standvastig tussen 40 en 60 tot in 1843. In 1846 stierf Geerke en zijn school telde nog 36 leerlingen, waarvan 26 jongens. Op Claeys Gerardus volgde , in hetzelfde huis D'Hollander Rosalie. I n het jaar 1847 telde de school 33 j ong~ns en 17 meisj es : 6 leerlingen leerden lezen en schrijven en 44 enkel de letters kennen en spellen (Volgens verslag van de heer Provoost, veldwachter, en dit in opdrach t van de heer Secretaris om de bevolking van de toenmalige scholen op te gaan nemen). Zij duurde tot in 1855 en telde bij het ontslag nemen van de meesteres 24 jongens en 15 meisjes. Totaal 39 leerlingen. 3. SCHOOL VAN WILLE MARTINUS . Deze telde in 1837 : 5 jongens en 5 meisjes, dus 10 leerlingen, die er niets anders leerden dan catechismus en lezen tegen 5 stuivers per maand. Deze school viel in 1839. Zij telde nog 8 leerlingen, waaronder 6 meisjes. 4. SCHOOL VAN DE WEERDT JOANNA (Dorp). Deze school werd het meest ondersteund door de geestelij ke overheid, want alwie wilde trouwen en niet geheel bevoegd was in zake de christelijke leer, moest bij Wanne De Weerdt « zijn vragen » gaan leren. Ook waren het Lezen en de Christelijke Leer de enige leervakken die , benevens een weinig schrijven er onderwezen werden. In 1837 telde zij 61 jongens, waarvan er 15 leerden schrijven tegen 7 stuivers per maand en 59 meisjes, waarvan 31 tegen dezelfde prijs het schrijven leerden. Al de andere , ten getale van 74, - zo zegt Provoost waren eerste kommuniekanten en boekleerders tegen 4 stuivers per maand ; 30 leerlingen werden gratis geleerd daar hun ouders niet konden of wilden betalen. Totaal 120 leerlingen. In 1839 telde zij 59 jongens, waaronder 11 schrijvers en 61 meisjes waaronder 19 schrijfsters. Totaal 120. In 1840 werd de school met het klooster versmolten en Joanna De Weerdt doceerde er bij de 5 religieuzes tot in 1842. (6) De ongewone datum St. Gregor iusdag : 12 maart - van de prijsuitdeling, dus einde cu rsussen, zo vroeg in 't jaar, zal de aandachtige leze r zeker wel intrigeren . Inderdaad, toen was de winte rtijd alleen schooltijd en met de aanbrekende schone dagen moesten de kinderen thuis blijven om te helpen, hetzij bij vader en moeder, hetzij bij ande re n, veelal alleen al, om - zoals ze toen zegden - « uit de kost te zijn». Schrijver dezes heeft dit eu vel gekend als schooljongen tot in 1914: hoogste klasse: 3 tot 4 afdelingen bij de heer Charle s St rooba ndt hogerve rnoemd, die in de herfst ' zijn schoolbevolking bijna zag verdubbelen en die de «wi nte rvogels», zoals hij ze noemde, in de 2-3 hoogste klassen achte raan op dezelfde hoge banken liet plaats nemen , waarop hun vade rs of grootvaders reeds zaten (ezelbanken) «want», aldus de meester, « die wintervoge ls komen hier toch maa r hun broek warmen ». Bij de aa nvang van m ijn loopbaan als onderwijze r aa n diezelfde gemeenteschool heb ik die ellende niet mee r gekend : because :, de wet op de leerplicht gestemd in 191 4 en in uitvoering gesteld na die eerste wereldramp in 1919 . Maar ... la ten we niet vooruitlopen en ke ren we terug naar Geerke en Wanne. 112 In 1840 - na de inrichting van het klooster , dat rechtover de school van Wauters gebouwd werd - verviel het getal leerlingen tot 20 jongens, om in 1842, laatste jaar van het bestaan van die school, te dalen tot vier. In deze gelijk in al de andere scholen was noch stoof, noch kachel, wel een haard. Dagelijks moesten de kinderen elk een stok mede brengen, om in h et lokaal (kamer of keuken van 's meesters huis) vuur te maken. Het gebeurde niet zelden dat de boerenjongens wanneer ze tegen malkander een wrok hadden , langs de weg, met deze soort van goedendags, eens duchtig slaags werden. De leerlingen, die gedurende het jaar de grootste stok had medegebracht, werd de stokprijs toegewezen : deze bestond uit een kerkboek. De wedijver voor de stokprijs was zo groot dat de jongens soms halve tronken op een kruiwagen medebrachten. De prijzen voor de leervakken waren op verre na niet zo belangrijk : zij bestonden uit eenvoudige prentjes. Dagelijks werd rond de middag een reusachtige ketel met water over 't vuur gehangen. In het kokend vocht werd dan een zekere hoeveelheid theebladeren geworpen en de kinderen , die ter school bleven middagmalen, kregen een kopje thee om gemakkelijker hun roggeboterhammen binnen te krijgen. De leerlingen zaten op zogenaamde herbergbanken en hadden op de knieën een lade. Dit was een rechthoekig plankje, onderaan van een schuifje voorzien, waarin hun schoolgerief stak : cathecismus, leesboeken ; voor de schrijvers : papier, ganzenpen en hoornen inktkoker. Aan een van de uiteinden van de lade, was een gaatje waardoor een koord stak, die moest dienen om, na de school, het tuig aan de muur op te hangen, of het op de rug te snoeren van degenen die, na de klas, hun gerief huiswaarts droegen. 2. - SCHOOL VAN CLAEYS GERARDUS alias GEERKE KLUTTERS - Vullaardweg. Leervakken : Christelijke leer, lezen, schrijven . Als boeken gebruikte men de Cathecismus, Het Kruisken A. , Het dubbel Kabinet, Het Leven van Ma ria. Het hoogste boek was: « Joannes Verlinde, pater bij de cellebroeders ». Het is in 1837 dat voor het eerst melding van de schoolbevolking wordt gemaakt. Zij telde 21 jongens en 19 meisjes, totaal dus 40 leerlingen. Van dit getal leerden 7 jongens en 3 meisjes schrijven. De jongens betaalden 7 stuivers (7 x 4½ cent) per maand en de meisjes 6 stuivers. Al de andere boekenleerders betaalden 4 stuivers. Wanneer men opmerkt dat er op 40 slechts 10 leerlingen het schrijven leerden is het geenszins te verwonderen dat er te Oedelem, te dien tijde en nog vele decenia's zo weinig mensen waren die de pen hanteerden . Sommige tijden in het jaar ging het er op die school erg kluchtig aantoe. Op Onnozele Kinderendag had er een soort << P aperhunt » (papierjacht) plaats. Geerke vertrok al lopend uit zijn school en ging zich verbergen in het Bergbos ( oudere Oedelemnaren weten nog wel de ligging er van) op ee1 t tiental minuten afstand van zijn huis. De leerlingen met 's meesters zetel voor de omstandigheden prachtig met kunstbloemen en tierelatijntjes versierd, gingen hun meester opzoeken , die, om zich gemakkelijker te laten vinden, in zijn vlucht, hier en daar een handvol papiersnippers had geworpen. De meester , eens ontdekt, werd op zijn zetel gebonden en triomfantelijk door de zingende bende schoolwaarts gedragen. Onnodig te zeggen dat dit feest eindigde met een halve dag verlof. 113 Op Sint Gregoriusdag was het de jaarlijkse prij suitdelin g<öl waarop zoals hoger reeds gezegd - de brenger van de grootste stok ... de grootste onderscheiding kreeg. Op die dag ook was het kermis. De kinderen begaven zich naar school, voorzien van lepel en vork, benevens, - elk naar zijn vermogen - van meel, melk en aardappelen. Enige goede zielen, terwijl meester en leerlingen in de velden, de somtijds nog zeer frisse maartlucht gingen scheppen (12 maart) maakten het eetmaal gereed. Dit bestond uit: rijstpap en aardappelen met stokvis. Voor de omstandigheden werden uit de een of andere herberg tafels geleend. Voor teljoren moest men niet zorgen , want 't noenmaal werd genomen uit overgrote aarden schotels waar 7 of 8 leerlingen te gelijk uit aten. De prijsuitdeling geschiedde dan 's namiddags, zodat iedereen vergenoegd en welgezind, huiswaarst keerde . Het getal leerlingen van die séhool bleef standvastig tussen 40 en 60 tot in 1843. In 1846 stierf Geerke en zijn school telde nog 36 leerlingen , waarvan 26 jongens. Op Claeys Gerardus volgde , in hetzelfde huis D'Hollander Rosalie . In het jaar 1847 telde de school 33 jongens en 17 meisjes : 6 leerlingen leerden lezen en schrijven en 44 enkel de letters kennen en spellen (Volgens verslag van de heer Provoost, veldwachter, en dit in opdracht van de heer Secretaris om de bevolking van de toenmalige scholen op te gaan nemen) . Zij duurde tot in 1855 en telde bij het ontslag nemen van de meesteres 24 jongens en 15 meisjes. Totaal 39 leerlingen. 3. SCHOOL VAN WILLE MARTINUS. Deze telde in 1837 : 5 jongens en 5 meisjes, dus 10 leerlingen , die er niets anders leerden dan catechismus en lezen tegen 5 stuivers per maand. Deze school viel in 1839. Zij telde nog 8 leerlingen, waaronder 6 meisjes. 4. SCHOOL VAN DE WEERDT JOANNA (Dorp). Deze school werd het meest ondersteund door de geestelijke overheid, want alwie wilde trouwen en niet geheel bevoegd was in zake de christelijke leer, moest bij Wanne De Weerdt << zijn vragen » gaan leren. Ook waren het Lezen en de Christelijke Leer de enige leervakken die, benevens een weinig schrijven er onderwezen werden. In 1837 telde zij 61 jongens, waarvan er 15 leerden schrijven tegen 7 stuivers per maand en 59 meisjes, waarvan 31 tegen dezelfde prijs het schrijven leerden. Al de andere , ten getale van 74, - zo zegt Provoost waren eerste kommuniekanten en boekleerders tegen 4 stuivers per maand ; 30 leerlingen werden gratis geleerd daar hun ouders niet konden of wilden betalen. Totaal 120 leerlingen. In 1839 telde zij 59 jongens, waaronder 11 schrijvers en 61 meisjes waaronder 19 schrijfsters. Totaal 120. In 1840 werd de school met het klooster versmolten en Joanna De Weerdt doceerde er bij de 5 religieuzes tot in 1842 . (6) De ongewone datum St. Gregoriusdag: 12 maart - van de prijsuitdeling, dus einde cursussen, zo vroeg in 't jaar, zal de aandachtige lezer zeker wel intrige ren. Inde rdaad, toen was de wintertijd alleen schooltijd en met de aanbrekende schone dagen moesten de. kinderen thuis blijven om te helpen, hetzij bij vader en moeder, hetzij bij anderen , veelal alleen al , om - zoals ze toen zegden - « uit de kost te zijn». Sch r ijve r dezes heeft dit euvel gekend als schooljongen tot in 1914: hoogste klasse: 3 tot 4 afdelingen bij de heer Charles Stroobandt hogervernoemd , die in de herfst zijn schoolbevolking bijna zag verdubbelen en die de «win tervoge ls», zoals hij ze noemde, in de 2-3 hoogste klassen achte raan op dezelfde hoge banken liet plaat s nemen, waarop hun vaders of grootvade rs reeds zaten (ezelbanken) «want», aldus de meester , « die wintervogel s komen hie r toch ma ar hun broek warmen ». Bij de aanvang van mijn loopbaan als onde rwijzer aan diezelfde gemeenteschool heb ik die ellende niet meer gekend: because :, de wet op de leerplicht gestemd in 1914 en in uitvoering gesteld na die eerste wereldramp in 191 9. Maar ... la ten we niet voo ruit'l open en keren we terug naar Geerke en Wanne. 114 5. SCHOOL VAN BLOMME JOANNA (Dorp). Dit was een gans eigenaardige school met kleine lage vensters, een ouderwets dubbele deur en een strooien dak, dat maar enige voeten boven de grond begon. Muren en vloer waren uit leem en 't schoollokaal diende terzelfdertijd als woonplaats voor de meesteres. Slechts op enige meters van de gemeenteschool gelegen, deed zij deze een nogal harde konkurrentie aan . Immers, zoals Van Halme in een brief zegt, waardeerden de mensen van Oedelem het onderwijs niet ; als de kinderen maar mochten hun eerste kommunie (7 l doen, dit was hun genoeg. Welnu, bij Joanna leerde men bijna uitsluitend de Catechismus ; een weinig lezen kwam er toch bij. Deze school telde in 1837 : 27 jongens en 22 meisjes, 7 jongens en 9 meis · jes echter leerden « hun naam zetten » en dit alles tegen 4 stuivers per maand. Dit is het hoogste aantal leerlingen dat naar de opgaven, de school bereikt heeft. In 1843 bevatte zij maar 8 meisjes meer. 't Was het laatste jaar van haar bestaan, want in de aangifte aan het gemeentebestuur, de 2de januari 1844, staat er dat Joanna Blomme, uit oorzaak van haar hogen ouderdom, (78 jaar) geen onderwijs meer gaf. 6. SCHOOL VAN VANDEVIJVERE CONSTANT - - (Dorp) . In 1850 opende Vandevijvere Constant, ongediplomeerde leerling uit de normaalschool te Sint Niklaas, een vrije school in een oude herberg, << de Poermolen » genoemd, met 30 jongens. Op 8 november 1853 werd voornoemde Vandevijvere voorlopig als hulponderwijzer in de gemeenteschool aangesteld. Voor een bijzondere onderzoekskommissie te Brugge verschenen, en bekwaam bevonden, kreeg de gemeente machtiging om hem definitief tot hulponderwijzer te benoemen, hetgeen gebeurde op 17 juli 1855. 7. SCHOOL VAN DE MEY AMELIE (Beekstraat). In 1848 wordt voor de eerste maal melding van deze school gemaakt. Zij was gevestigd in het dorp, in de Beekstraat, en bevatte 9 jongens en 12 meisjes. In 1849 : 21 jongens en 6 meisjes en in 1850 hield ze op te bestaan. 8. SCHOOL VAN AMBROSIUS VERSTRAETE (Dorp) . Op het einde van de jaren veertig tot in het begin van de jaren zestig, bestond in het dorp, dicht bij de kerk de school van Ambrosius Ver straete (Bl . Deze was kleermaker van stiel en leerde gelijktijdig een dertigtal jongens bij dage en een tiental in de wintera vonden. Men leerde er lezen, ( 7) Die ee rste kommunie geschiedde aan de leeftijd van 12 jaar. Door een decreet van Paus Pius X (in 1910) werd deze eerste kommunie gebrac h t op de leeft ijd van 7 jaar. tijdstip van discretie of verstand. Zo in 1911 he t jaa r van mijn ee rste kommunie - meenden de mensen - zal het de laatste maal zijn, maa r ze kwamen bed rog':n u_, t en men doopte die, gebeurtenis in Plechtige Heilige Kommunie. Hetgeen aanleiding kan zijn tot verwa rri ng-'~ de geesten. Alsof niet alle kommuniën (dus ook de honderden die vooraf gingen) niet even plechtig even heil 19 en even ernstig dienden opgevat. Waa rom nie t I iever gesproken van de grote dag van het hei Iig Vo rm sel ? (8) In het boek van mijn b roeder No rbe r t « Kinde r ja ren• is e r op een paar plaatsen sprake van een oude dove dagh~u rman, ~elnu deze h~e tt<; Joan nes Vers traete. Onze «Jan» ging er fie r op dat hij zijn naam kon schrijven en d,t had h1 1 gelee rd 6 11 zqn naamgenoot, de kleermaker Ve rstraete die woonde in een huis staande in het ko rt_e _ st raatje naas t he t gemeentehuis, waa r nu het gebouw is van de' Gene rale Bank. Vroeger woonde daa r de fam,1 ,e van Henri Strooband t die een soor t bazaa r h ield en zo kwam het dat zijn zoon mees te r Arthur door de mensen - ter onde rscheiding - me t de gelijknamige hoofdonderwijze r in de wandeling algemeen genoemd werd « Mees ter Bazaa r ». 't _Was J_ans zuster, Christine, die me zei : Jij moet U dan zeker wel verschrikkelijk haasten om ze alle 54 leer lingen ,e ts te le ren vóór de school uit is ! Van klassikale leermethodes wisten die mensen niets af. 115 schrijven, rekenen en cathecismus. De leerlingen waren aan een lange tafel gezeten met hun aangezichten naar elkander toe. Verstraete, op kleermakersmanier op zijn tafel gezeten, deed één voor één bij zich komen om zijn les te overhoren. Ten einde de orde te handhaven , bij de andere leerlingen, die soms uren , ja de hele dag, moesten op hun lesbeurt wachten, was hij voorzien van een lange stok ('n kaan) met dewelke hij , - zonder zich zelf enig ongemak aan te doen - de verste van hem verwijderde leerlingen bereiken kon. Verstraete was in zijn klederdracht de deftigste van al de vrije onderwijzers, die destijds te Oedelem school hielden. Zoals Wauters en Claeys, gedurende zijn lesgeven uitgedost met een kort vestje en een lange slaapmuts op het hoof_d , droeg hij nochtans, wanneer hij uitgin g een broek en lange frak van zwart laken en een hoge hoed. Wie weet van wa ar het oude lied voortkomt: << De muscadère met de lange frak , enz ... » . Verstraete had voorzeker zijn deftige kledij aan zijn ambacht te danken . 9. - SCHOOL VAN HET OOSTVELD. In 1837 werd door de E.H. De Geeter onderpastoor te Oedelem in h et Oostveld (op 4 km van 't Centrum) in een gebouw hem toebehorende, een spinschool ingericht voor arme kinderen , waar men gelijktijdig de catechismus en het lezen aanleerde. Zij telde 59 jongens en 66 meisjes, totaal 125 leerlingen. Die school werd ondersteund door gegoede lieden. De namen van die weldoeners stonden op een daartoe bestemde plaat, keurig omlijst, neergeschreven, en dagelijks werden een Onze Vader en een wees Gegroet voor hen gebeden. Haar eerste bestuurster was Van Parijs Marie. In 1840 werd het leerprogramma van die school vermeerderd met rekenen en schrijven en het spinnen door kantwerken (speldenwerk) vervangen. Zij telde alsdan 31 jongens en 40 meisjes. Het maandgeld verschilde van 60 centiemes naar 1 frank . In 1841 is die school door de E.H. De Geeter verkocht en afgestaan geworden gezamenlijk aan de E.H. Petrus Maes, kanunnik te Brugge, later pastoor in Engeland, en de E.H. Petrus Van den Broucke, pastoor te Oedelem en Zusters Louise (Julie Missiaen) overste van het onlangs gestichte klooster. Van Parijs Marie :;tierf in 1864 en werd opgevolgd door haar zuster Charlotte, die haar als hulponderwijzeres sedert enige jaren bijstond. Van Parijs Charlotte had ook een hulponderwijzeres die zij zelf moest betalen. Op 4 september 1848 bekwam de gemeente de toelating om deze schoól te ondersteunen en nam ze aan. In een brief van 15 november 1879 weigerde Van Parijs Charlotte de aanneming, zodat de school weder vrij werd. Het getal leerlingen bedroeg altijd rond de 100. Het onderwijs werd er zeer gebrekkig gegeven, daar de meesteres zelve weinig geletterd was. In 1884 scheidde zij uit met school houden en de E.H. Van Gaever zond er zuster Vincentia (Felicita Rijs) uit 't dorp naartoe. Er waren dan 38 jongens en 35 meisjes. In 1896 werd de school voor 2 jaar aangenomen. Zij bestond uit een enkele lagere klasse met 43 jongens en 37 meisjes en een bewaarschool tellende 31 ·jongens en 34 meisjès. In 1898, na een vergroting van de gebouwen, werd de school heraangenomen en op zeer goede voet fngericht. Zij bevatte een lagere gemengde school met 2 klassen en een gemengde bewaarschoolafdeling. Alleen zuster Theresia (Marie Van Hauteren) , hoofdonderwijzeres was gediplomeerd. Zij werd bij gestaan dóor zuster Vincentia voornoemd. De bewaarklasse- 116 onderwijzers was zuster Philomena ( Emma Deneve). De lagere twee klassen telden 66 jongens en 52 meisjes en de bewaarklasse 25 jongens en 33 meisjes. In december 1900 telde de school 72 jongens en 52 meisjes in de lagere, en 28 jongens en 30 meisjes in de bewaarafdeling. Het onderwijs werd er nu goed gegeven, hetgeen een grote weldaad was voor die wijk waar het analfabetisme en de onwetendheid nog bijna algemeen was. Alleen die mensen maakten uitzondering, die oud-leerlingen waren van de gemeenteschool in 't dorp, Knesselare of Beernem. 10. - HET KLOOSTER. Over het begin van het klooster heeft de E.H. Van Gaever, pastoor alhier in 1888 gestorven, het volgende geschreven : « Ten jare 1839 bestond er te Oedelem ,provincie West-Vlaanderen, arrondissement Brugge, gemeente van rond de vijf duizend zielen, niet eene bekwame school voor cte kinderen van het vrouwelijke geslacht ; de onwetendheid was er groot en algemeen. « Den wel eerweerden heer Petrus Vanden Broucke, geboortig van Eernegem, pastoor der bovengemelde gemeente die nauwelijks gedaan had met het opbouwen en vergrooten van de kerk van Oedelem, gerackt over het droevig lot 't welk op de meisjes kinders weegde en overtuigd dat hij, wilde hij zijn parochie verbeteren, met de kinders beginnen moest, nam het besluit hun een school te bouwen. Hij sloeg welhaast de hand aan het werk en weinige maanden nadien was het lokaal, niettegenstaande duizend moeilijkheden, voltrokken. Tot groote voldoening van al de inwoonders van Oedelem en tot bezonder geluk van de kinders, betrouwde hij zijn nieuw gebouwde school toe aan Religieuzen, Apostolinnen, gekomen uit het klooster der Apostolinnen van Brugge en van hun afhankelijk. De dag van hunne installatie was eene ware feest. Het was dan 14 november 1840 ; er wierd op dien dag in de Parochiekerk eene solemneele Misse gedaan in dewelke geheel Oedelem tegenwoordig was om den zegen van God over de nieuwe school door vurige gebeden af te smeken en den heer Pastoor te bedanken over de sacrificiën welke hij voor het gel uk van de Parochie deed. Den eerweerden heer Maes, Kanonijk van de cathedrale kerk van Brugge, directeur van de Apostolinnen van Brugge, deed gedurende die misse eene zielroerende aanspraak over de voordeelen van een christelijke onderwijs in dewelke hij de toejuichingen (sic) bekwam van alle zijn aenhoorders. Na de misse wierden die nieuwgekomen religieuzen in stoet en met muziek aan 't hoofd naar hun nieuw klooster geleid, om van hetzelve bezit te nemen en hun godsdienstig en nooitvolprezen werk te beginnen. Hun klooster is alzo verscheidene jaren afhankelijk gebleven van het klooster van Brugge en eindelinge ervan afgescheiden geweest met al de andere kloosters Apostolinnen, door zijne Hoogweerdigheid Mgr. Boussen, bisschop van Brugge ». In 1840 dus, onderwezen in het klooster vijf religieuzen met Joanna De Weerdt, van wie de school, zoals hoger gezegd is, met het klooster versmolten werd. Zij telde 50 jongens en 100 meisjes. Het programma bevatte : Godsdienst en zedenleer, schrijven, lezen, rekenen , moedertaal en frans. In 1840 werd het klooster bestuurd door zuster Louise (Julie Messiaen . In 1842 telde het klooster benevens 50 jongens en 50 meisjes nog 15 ko tgangsters. In 1843 bedroeg het getal leerlingen reeds 230 met jongens, meisjes en pensionaires. In 1850 werd zuster Louise vervangen door zuster Lignori (Octavie Vanderplancke). De school bevatte alsdan geen jongens maar 155 meisjes. 117 Die jongentjes waren alreeds naar de gemeenteschool gezonden. Deze overste leefde tot in 1883 en onder haar bestuur werd het pensionaat in wezen huis veranderd. Op 2 oktober 1879 weigerde deze overste (ingevolge de wet) de verdere aanneming van haar school, die gelijk deze van het Oostveld sedert 1848 aangenomen was. Zij telde op dit tijdstip 210 leerlingen, waaronder een twintigtal jongetjes. Zuster Lignori werd in 1883 opgevolgd door zuster Alphense (Felicita De Smet) die het klooster bestuurde tot in 1897. Onder haar bestuur werd de school achtereenvolgens vergroot : op 26 februari 1886 werd zij aangenomen met drie onderwijzeressen : zuster Therese (Marie Van Hauteren) ; zuster Gonzagua (Leonie Deneve) , beide gediplomeerd en zuster Godelieve (Ida Musschoot) , -niet gediplomeerd en 276 leeringen (meisjes). In 1900 bezat het klooster een lagere school, met vier klassen die 200 meisjes telde en een bewaarschool met 80 leerlingen, waaronder vier jongetjes. De overstr , zuster Louise (Idalie Ide) , hield geen klasse. Het onderwijs, naar de voorschriften van het officieel programma, werd gegeven door : zuster Gonzagua, in de lste klas ; zuster Gertrude (Romanie Roose) , in de 2de klasse ; zuster Magdalena ( Leonie Mee se), in de 3de klasse ; zuster Godelieve, in de 4de klasse. Deze vierde klasse was op haar eigen . Van deze zusters waren alleen de eerste twee gediplomeerd. De bewaarklasse werd gehouden door zuster Elisabeth (Serafina Melis) hiertoe ook gediplomeerd. 11. VRIJE KATHOLIEKE JONGENSSCHOOL. Na de afkondiging van de wet van 1 juli 1879 deed de Eerw. Heer Van Gaever het lokaal van de jongelingen - congregatie vergroten om tot katholieke<9 l school te dienen . Als hoofdonderwijzer werd aangesteld de heer Karel Stroobandt (ontslaggevend hulponderwijzer van de gemeenteschool) en als hulponderwijzer de heer Camiel Verdonck, datzelfde jaar in de Normaalschool van Torhout gediplomeerd. De hoofdonderwijzer genoot een jaarwedde van 1450 frank met een jaarlijks verhoog van 50 frank dat tot een maximum van 2000 frank zou gaan. De hulponderwijzer trok 1200 frank. Op 1 oktober <10 l werden de klassen geopend. Na de mis ter ere van de H. Geest, werden de leerlingen en andere ingezetenen, stoetsgewijze naar het lokaal geleid, waar de E.H. Van Gaever een roerende toespraak tot de toehoorders hield : « Over de noodzakelijkheid van een grondig kristelijk en katholiek onderwijs in de beroerde tij den, die Belgenland toen beleefde ... en dat er zoveel mogelijk een dam diende opgeworpen tegen de aaneigeningen van de trawanten der hel, die ons dierbaar vaderland onfeillijk ten verderve zouden slepen ». Bij deze opening waren 177 leerlingen aanwezig, getal dat op 31 december geklommen was tot 206 . De vermogende kinderen betaalden 1 frank per maand. Niemand werd lastig gev.allen. Z.E.H. Van Gaever wilde niet dat iemand tegen zijn goesing betaalde. Hij zelf onderhield de school van behoeften (niets ontbrak) van brandstoffen, enz ... (9) Zo heette men toen, en zelfs tientallen jaren later nog, de vrije scholen In tegenstelling met de officiële, die liberale school werd genoemd. Sommige ongeleerde mensen sp raken over de « riberale » school en de « riberalen ». , (10) Normale aanvangsdatum, aangezien nog jaren lang de vakantiemaand de maand september was. 118 Het aantal leerlingen in de volgende jaren was bestendig 150 in de zomer en 200 tot 210 in de winter. Deze school, die overigens zeer goed vooruit ging, werd met Nieuwjaar 1885 aangenomen en in september afgeschaft. De onderwijzers betrokken op 1 oktober de gemeenteschool, vergezeld van hun leerlingen. De Z.E.H. Van Gaever deed op die dag ook een plechtige mis ter ere van de H. Geest en hield er aan, zijn gewezen onderwijzers met hun leerlingen van het een naar het ander lokaal te begeleiden. FONTEYNE, Mariakerke (Gent >. 119 De baljuw en de griffiers Roelandts van Oedelem. Daniël Roelandts, zoon van Jan , werd gedoopt te Aalst de 17 mei 1626 . Hij huwde te Ursel op 13 april 1649 met Pieternelle Clyncke, waarschijnlijk de zuster van Filip, die in 1662 burgemeester van Ursel was. Daniël was landmeter en procureur (pleitbezorger) van beroep en vestigde zich te Ursel. Weldra werd hij aangesteld als deurwaarder ( <. Adrianus Gailliard was een zoon van Jan Gailliard, heer van Hertsberge en van Clara van Beernem, die een buitengoed bezaten te Hertsberge. Pastoor Gailliard schijnt zeer rijk te zijn geweest ; hij zou meer da n 300 gemet grondbezit gehad hebben, alleen al te Beernem en te Hertsberge. Men laat de geslachtsboom van de familie Gailliard opklimmen tot in de tijd van Koning Dagobert (7e eeuw) , maar zulks is natuurlijk wel met de nodige korrel zout te nemen ! Eveneens in de 16e eeuw en nog vóór de godsdienstberoerten, kennen wij een JOOS VAN ACKERE, pastoor van Beernem, die voor zichzelf een plechtig jaargetij de gefondeerd heeft. JOANNES VLIEGHE bediende de parochie sedert het jaar 1578, m a akte de verwoesting van de kerk mee, tijdens de geuzentroebelen, en gaf zij n ontslag in 1586. Een van de geschilderde taferelen, in de raadszaal van h et Gemeentehuis te Beernem, stelt de brand en plundering voor van de kerk, (7) (8) Kan . P. J . Tanghe : Historie van Beer r,em, 1862 ; blz. 16. Bruges e t Ie Fra nc, J . Gai/liard , 1857 . 123 onder het jaar 1584 ; ook de pastorij gaat in de vlammen op en de toenmalige pastoor Vlieghe wordt gebonden, terwijl Spaanse soldaten, die hem moesten beschermen, onverschillig toezien. Het is duidelijk dat wij hier met een zuiver fantasiebeeld te doen hebben, ook voor wat de gebouwen betreft, zonder de minste historische waarde. JUDOCUS COORNEPUT, sinds jaren pastoor te Oedelem en nu ook tegelijk deservitor van Beernem, Sint-Joris-ten-Distel en Sijsele, verliet in 1586 de pastorij van Oedelem, om deze van Beernem te gaan betrekken . Dat schijnt er eerder op te wijz en , dat het pastoreel huis te Beernem nog overeind stond en dat het dorp wellicht beter bewoonbaar was dan Oedelem, althans op dat ogenblik. Hoelang Pastoor Coorneput te Beernem echter nog in functie bleef, is ons onb ekend , doch he t is omzeggens zeker, dat er perioden geweest zijn, dat de uitoefening van de katholieke eredienst geschorst was. Talrijk waren hier alsdan de parochies zonder een eigen pastoor. · Verschillende dorpen werden vaak door een en dezelfde priester bediend, wegens de schaarste aan geestelijken, die veelal tijdens de beroerten we ggevlucht, omgebracht of hervormingsgezind geworden waren. Daarbij kwam nadien ook nog, dat veel van onze verarmoede parochies niet meer in staat waren hun pastoor te onderhouden. Ook Beernem heeft aldus veel moeilijkheden gekend en is blijkbaar bij pozen, tussen 1590 en 1610, zonder geestelijke geweest ; daarop wijzen ons verschillende aantekeningen in de alleroudste kerkrekeningen . Zo was er, met de kermis van 1599 , geen pastoor. Men haalde toen uit Brugge WILLEM MOENS, met twee zangers, om mis te celebrer en en te prediken in d~ vervallen kerk te Beernem, zoals men gehoord had dat er ook te Oedelem en Oostkamp gebeurd was ; deze personen mo 2sten echter onder begeleiding afgehaald en naar Brugge teruggebracht worden. << Item also op den xxvien dach van Septembre 1599 by advise vanden bailliu, burchmeestere ende scepenen vanden Waelschen, metgaders de ghemeene prochianen van bernem, goet ghevonden is gheweest ten voorn. daeghe, wesende huerlieder ordinairen kermesdach ende kerckwiedinghe , te doen celebreren ende predeken inde vervallen kercke te Bernem, ghelyck dat men ghedaen hadde t· Hoelem ende t ' Oostcamp, zoo is anden zelven Pastor (Willem Moens) ende twee sanghers alsdoen betaelt de somme van P. 4 - 0 - 0 »<9 >. Het volgend jaar deed men hetzelfde, tegen dezelfde voorwaarden : « Item betaelt an heer Willem Moens voor zyne moeyenessen ende dienst van op Kermesdach anno 1600, te gaen messe doen ende preken; met twee sanghers, de somme van P. 4 - 0 - 0 »c10 >. « Item alsdoen betaelt an Loys de Vlieghere, tavernier te Beernem voor teercosten tzynen huuse ghedaen by den voorn. Pastor ende sanghers, metgaders by de persoonen die de voorn. Past or ende zanghers van Brugghe tot Bernem te haelen , ende wederom thuus te convoieren, al present den bailliu, kerckmeesters ende eenighe prochianen, de somme van P . 4 - 0 - 0 »<11 >. Uit de volgende nota mag men besluiten dat er in 1600 nog maar zeer zelden mis gelezen werd te Beernem : « Item betaelt van waslicht ten twee r eysen alsmen te Bernem messe ghedaen heeft met eenighe roeten keersen P. 0 - 20 - 0 »c12 >. Het bleef inderdaad nog lang moeilijk om een pastoor te krijgen of te ... huren. Men moest hem onderhoudsgeld betalen, levensmiddelen bezorgen, enz .. . De allernoodzakelijkste kerkelijke gebruiks\·oorwerpen en ornamen( 9) (10) (11) (12) Rijksa r chief Brugge , V r ije, nrs 11.587 en 11.590; Kerkreken i ng Beernem Idem, folio 17 ve r so . Rijksa r chief Brugge , Vrije ; Kerk rek . Beernem 1598-1600 , fo l. 18 . Ibid. , fol . 19 . ' 1589-1600, fol. 17-18 . 124 ten ontbraken. Daarvan geven de bewaard gebleven kerkrekeningen van 1608 en 1610-12 nog een duidelijk beeld : « Betaelt heer Maerten Willecomme van te Paesschen 1608 ghehaelt thebbene het helich Crisma III P . Parsis :i> <13 >. << Item betaelt anden zelven Heer Maerten Willecomme voor eenen tinnen kilck, lynwaet, messebouckxkin ende andere saecken by hem ter kercke van Bernem behouve ghelaten (toen hij van de parochie vertrok) voor de somme van by accorde XIV P . :i> <14 >. Op het feit dat er niet altijd doorlopend dienst gedaan werd te Beernem, zinspelen de volgende inschrijvingen : << Item betaelt Guillaume de Cuenynck waslichtmaeckere ·voor leverynghe van was te al den tyt dat men te Bernem dienst heeft ghedaen, per quitancie de somme van LXVII Ponden par. »<15 >. « Item betaelt an Broeder Joos Hennekins alsdoen bedienende de Pastorye van Bernem voor zynen dienst van 'theylich Crisma te halen III p. >> <16> . << Item betaelt denzelven (Joos Hennekins) voor een Missael by hem ver koocht ande voornoemde kerckmeesters ende daerghelaeten (bij zijn vertrek uit de parochie) tot oirbore van de voorn. kercke , de somme van III P. XII schell. » C17) . « Item betaelt an Loys de Bisschop, weert ande Gevaertsbrugghe tot Bernem voor een Ymbyt ter arriveren ende bien vennue van de voors. Heer Maerten Willecomme, pastor VI P. » C18l . De nieuwgekomen pastoor werd dus verwelkomd en getrakteerd bij Louis de Bisschop, waard _bij de Gevaertsbrug ; wellicht kwam hij per boot uit Brugge. << Item betaelt by de kerckmeesters an heer Joos Hennekins voor zyn pastorale dienst ter voors. prochie gedaen ter goeder Rekenynghe, de somme van vier ponden vier gr., ende de reste van zynen dienst es hem betaelt by de gemeente, by ommestellynghe op de voors. prochie, dies hier in betaelynghe XLVIII P. IIII schel. »<19 >. « Betaelt voor een belle tot oirboire vande kercke van Bernem .. . XXX schell. »<20 >. « Item ghegheven aen Heer Joos Hennekins, pastor, om te vervolg hen t recht van dat den pastor ende de voorn. prochie hadde an s pastors thiende, dat Jan Onderee(t) hem vendiceerde int gheestelicke hof III P. »<21 >. Veel tienden en pachten waren immers verduisterd, gedurende de jaren van de troebelen en nog lang nadien rezen er regelmatig betwistingen en processen nopens « verdonckerd.e thienden, fondatien ende lantpachten ». De titels en andere documenten waren vaak verloren gegaan, de priesters sindsdien gestorven of vervangen, de oude bevolking gevlucht. Nog in 1608 schreef pastoor Maerten Willecomme naar zijn voorganger, Joannes Vlie ghe, die toen te Ieper woonde, om van hem de oude toestand der kerkelijke bezittingen en instellingen van Beernem te vernemen. « Item betaelt anden voors. Heer Maerten Willecomme van verschoten ghelde voor t port van een bode, brynghende een bryef van Ypere, van Heer Jan Vlieghe XX sch. c22J . « Betaelt te Brugghe voor tercosten ter dry reisen alsmen an Zyne Eer( 13) ( 14 ) (1 5) ( 16) ( 17) ( 18) ( 19 ) (20) (2 1) (22) Kerkrekening 1608, fol . 14 recto . Ib id ., fol. 14 recto . Ibid. , fol. 15 rec to . Ib id ., fol. 14 . Ibid ., fol. 14 ve rso . Ibid ., fo l. 14 ve rso . Ibid ., fol. 14 ve rso en 15 recto . Ib id ., fol. 15 ve rso. Ibid ., fol. 15 ver so. Ib id ., fo l. 14 verso . 125 weerdicheyt hadde ghesolliciteert om een pastor te hebben inde kercke van Bernem, als heer Maerten Wellecomme vertrock ende ooc tevooren X. P. IIII sch. par.»C23l. << Betaelt by Maerten Perseyn voor thercosten te Brugghe ... als dese kerckmeesters ende eenighe prochianen te Brugghe metten Bailliu ende Greffier soliciteerden om een ander p astor, naer t vertrecken van Heer Maerten Willecomme IIII P. XVI sch.»C24l. Het « huurgeld » van de pastoor werd soms in natura gekweten, zo bv. : « Betaelt in de huere vande Pastor vuer een vedt Calf, in t convent ghelevert XIII P. par.»C25l . « Betaelt ten tyde als den pastor geheurt was, voor theere ghedaen tsynen huuse boven de .spysen by eenighe prochianen daer ghebrocht, de somme van XII P. par. »C26l . Gedurende de bouwwerken aan _de pastorij logeerde de Beernemse pastoor een tijdje bij Louis de Vlieghere, die een herbergier was. De onderhandelingen nopens dit logement werden gevoerd in zijn herberg op de Gevaerts en brachten andermaal heel wat << teircosten » mee : << Betaelt te Gevaert.brugghe voor teircosten alsmen met Maerten Verheye eerst accordeerde van zynen cheyns, met noch andere teerynghe aldaer int accorderen met Loys de Vlieghere van spastors logement III P. XII sch. »(2/)_ Ook een volgende pastoor, Joos de Poorter, ontving in 1612 nog verschillende leveringen van levensmiddelen en dranken vanwege dezelfde Louis de Vlieghere, betaald door de kerkmeesters : << Betaelt over de theere vande heere P astor tsydert Asschen Woonsdach 1612 lestleden tot Meye 1612 daernaer, by a ccorde ende gherekent met Loys de Vlieghere ter somme van drie ponden achtien schell. ende zes groote ... »c20i. « Betaelt anden jeghenwoordighe pastor, broeder Joos de Poorter voor zyn dienst van tbedienen van de cure beghinnende febr. 1612 ende eindeghende laetsten April 1613, over zynen dienst op rekenynghe de somme van XIX P. V sch. par. »C29 l. « Betaelt aen den jegenwoordighen pastor in mynderynghe ende ter goeder rekeninghe van zynen dienst, ten twee reysen, ter somme van XLII P. Par. »<30l . Wanneer wij de gegevens uit bovenstaande teksten e.a. goed schiften en verzamelen, mogen wij besluiten dat de pastoorsbediening ook te Beernem, na het vertrek van Judocus Coorneput, in een sukkelstraatje was geraakt. Achtereenvolgens, doch met verschillende onderbrekingen, werd de pastorij bediend door : MAERTEN WILLECOMME, aangekomen omtrent 1607 en minstens gebleven tot Pasen 1608; JOOS HENNEKINS, een minderbroeder uit het Klooster van Kortrijk, deservitor van Beernem en SintJoris-ten-Distel (15 januari 1609 tot 19 augustus van dat jaar) ; JOANNES HOSIUS, van einde 1609 tot 3 januari 1612C31 l ; JOOS DE POORTER (van februari 1612 tot einde april 1613) , die zal vertrokken zijn bij de aankomst van Pastoor Demeetere. NICOLAS DEMEETERE wordt benoemd als pastoor te Beernem op 7 april 1613 en wij ontmoeten er verder zijn naam nog in 1619, 1622 en binnen het jaar 1630. (23) Kerkrekening 1608, fol. 18 recto . (24) Ibid., fol. 18 verso . (25) Kerkrekening 1610-12, fol. 19 recto. (26) Ibid. , fol. 20 ve rso. (27) Kerkrekening 1608, fol. 15 verso . (28) Kerkrekening 1610-12, fol. 19. (29) Ibid ., fol. 18 verso . (30) Ibid ., fol. 20 recto. (31) Zie Parochieboek van Tanghe . In de rekeningen vonden wij geen spoor van hem , doch er dient opgemerkt dat de kerkrekening van 1609-'10 ' ontbreekt. 126 Het is niet uitgesloten, dat er ons hier misschien nog namen ontgaan ; de oude parochieregisters van Beernem, die aanvangen midden het jaar 1612, vertonen talrijke verschillende geschriften, doch de akten werden gewoonlijk niet ondertekend, zodat zij ons niet voldoende kunnen inlichten. Soms werden er verschillende parochies gezamenlijk door één pastoor bediend, wegens het voortdurend tekort aan priesters. Het gebeurde ook wel dat de koster de inschrijvingen in de parochieregisters bijhield. Eerst vanaf 1631 wordt alles volkomen duidelijk, met de benoeming van GERARDUS SCHELLEBROOT. Deze pastoor overleed reeds drie jaar later, in 1633, na te Beernem een jaargetijde gefondeerd te hebben. BAUDEWIJN DE MANGHELAERE, S.T.B., priester van het bisdom Gent. eerst deservitor van Beernem, werd aldaar tot pastoor gepromoveerd op 8 mei 1635. Hij was een zeer ijverig en bekwaam geestelijke, die de verwoeste kerk heropbouwde en opnieuw bemeubelde. Volgens een aantekening van hem persoonlijk, verliet hij de parochie op Goede Vrijdag 1651 , om zich naar Rome te begeven (32l. ANDREAS VANDE WALLE, voorheen onderpastoor te Ardooie, bekleedde het herdersambt van 20 augustus 1651 tot de aanvang van 1682. SIGISMUND AMELOOT, tevoren kapelaan van het Begijnhof te Brugge, werd pastoor van Beernem benoemd de 20 januari 1682 en overleed er de 21 mei 1700. De eerste doopakte van zijn opvolger, PETRUS VANDERSTRAETEN, dateert slechts van 24 september 1700. Gedurende die tussenperiode van mei tot september was PETRUS WILLEMS deservitor ( «Regist. Mortuorum, sub Reverendo Domino Petro Willems, deservitore loci de Beernem, incipiendo a 21a maii 1700 » ; folio 1019 van de parochieregisters). Petrus Vanderstraeten bediende de pastorij van Beernem van september 1700 tot einde 1719 ; hii noteerde zelf d.e akten tot in de maand september van dit laatste jaar. Na zijn dood werd eerst ALBERTUS DE BOES, nog in 1719, als deservitor aangesteld(33l . Maar spoedig daarop duidde Mgr. Van Susteren MELCHIOR SCHUYF, onderpastoor te Wingene, tot deservitor van Beernem aan. JOANNES GUILLIELMUS MERTENS, in juni 1720 door de Universiteit van Leuven tot pastoor aangewezen , stierf te Beernem op 26 september 1738 en werd aldaar begraven. CAROLUS VAN DEN ABEELE was reeds deservitor tijdens de ziekte van de vorige pastoor J.G. Mertens (eerste doopakte ingeschreven op 19 juni 1736) en ook na diens dood, tot hij, na het concours van 1739, voorgoed de pastorij van Beernem bekwam. Hij ontsliep er in de Heer op 17 november 1758. Pastoor Van den Abeele was een kleinzoon van Adolphe van den Abeele en van Dame Josijne van Rille, uit Diksmuide ; en een zoon van Jonkheer Adolphe van den Abeele, Doctor in de rechten te Rome, advokaat bij de Raad van Vlaa nderen. gTeffier van het Krijgsauditoriaat van H.M.C. , overleden op 13 augustus 1716, en van Dame Française van Haveskerke, overleden te Brugge op 6 ,i ::\.nuari 1761 92 jaar oud. Française van Haveskerke was een dochter van Jacobus, Baron van Wingene. De grafsteen van Pastoor van den Abeele was eerti.i ds tegen de kerkgevel van Beernem geplaatst en droeg volgend opschrift : Hier onder licht begraven Carel van den Abeele, 't synen tyde pastor der parochie van Beernem, wiens ziele Godt gelieve genaed te zyn <3 4 l. (32) Gemeentea rchief van BeP.rnPrn . « Bouc van de Kercke ». (33) Idem . Rekeningen van de Arrnendis . Betalingen van Jaaraetijden . (34) Arthur Merghelynck : Epitaphes No bles et Pa triciennes, 1878 . 127 Van de hand van Pastoor van den Abeele zijn er enkele aantekeningen bewaard gebleven over de toestand der parochie, o.a. : dat er in 1746 te Beernem ruim 700 communicanten waren (gelovigen met verplichting tot communiceren) en dat zij alle hun Pasen hielden ; dat de eerw. Paters Capucienen vijfmaal per jaar << statie hielden », ttz. kwamen prediken en biecht horen, dit « tot liberteyt van Conscientie » ; dat de parochie in 1740 bestond uit een totaal van 1721 stukken grond of percelen land, als volgt verdeeld : Heerlijckheyt de Walschen : Heer lij ckheyt Den Nieuwen : Heer lij ckheyt Oostcamp : 949 gemeten - 2 lijnen - 70 roeden 1564 gemeten - 1 lijn - 6 roeden 1328 gemeten - 2 lijnen - 13 roeden Totaal: 3842 gemeten - 2 lijnen - 89 roeden Bemerk dat de totale oppervlakte van het Beernemse grondgebied nog heel wat groter is, doch in 1740 was de zuidelijke helft van de parochie nog bijna volledig heide, bos en ongemeten veld. Pastoor van den Abeele vermeldt ook, dat de kerk van Beernem toen niet minder dan 127 stukken land in eigendom bezat, namelijk : Pastoriegronden : 26 partyen Costeriegronden : 5 partyen Kerckegronden : 51 partyen Dischgronden : 45 partyen Na de dood van Carolus van den Abeele werd onderpastoor AUGUSTINUS LUDOVICUS DUMONT deservitor en schreef als dusdanig op 20 juni 1759 zijn laatste doopceel in. PETRUS JOANNES NIEULAET, S.T.L., geboren te Hooglede, licentiaat in de Godsgeleerdheid van de Universiteit te Leuven, werd tot pastoor van Beernem benoemd de 31 mei 1759 ; hij kan echter maar in de gemeente aangekomen zijn omstreeks 25 juni (zijn eerste akte dateert er van 28 juni 1759). In 1779 bevorderde men hem tot aartspriester van de Sint-Donaaskathedraal te Brugge. Volgens Kan. Tanghe behaalde deze geestelijke de negende plaats van de eerste linie, in de Hogeschool van Leuven, ten jare 1751. Hij werd geboren in 1729 en overleed te Brugge, als laatste Pastoor van Sint-Donaas, in 1797<35 1. ARNOLDUS JOANNES COOLS, geboren te Eernegem in 1743<36 l en te. voren onderpastoor te Gistel, alwaar hij eveneens deel uitmaakte van het kapittel , werd pastoor van Beernem benoemd op 3 augustus 1779. « Die godvreezende man (zegt Tanghe in 1862) had veel af te zien van het fransch bestuer, op het einde der verleden eeuw. Ten jare 1794 wierd hy in de geldschatting, die op de geestelyken gelegd wierd, voor 2800 livres aangeslagen. Als getrouwe priester, in 1797, den eed geweigerd hebbende, moest hy den goddelyken dienst in de kerk opschorsen, en zyn huis verlaten. Het scheelde als niet of hy wierd gevangen genomen. Eens dat hy zich in de kerk, met gesloten deuren, bevond, kwamen de gendarmen kloppen. Maer de koster , voordat hy de kerkdeur opendeed, verbergde zynen pastor op den kerktoren »<37l. Ook Van Bavegem, in zijn « Martelaarsboek », verhaalt dezelfde feiten, er echter nog een paar bijzonderheden bijvoegend : « Bij den inval der fransche .roovers werd Pastoor Arnoldus-Joannes Cools aangeslagen voor 2800 livres en in verzekering gesteld tot dat die som betaald was. In 1797 weigerde hij den eed en was genoodzaakt zich te (35) Kan . D. Lescouhie r : Algemeene Lij s t de r EE . HH. Pastoors van al de p'a rochiën van West-Vlaanderen, 1802-1930. (36) Ibid ., blz . 28, onde r Ee r negem ; doch , onder Beernem , eveneen s blz. 28, zegt hij « in 1736 ». (37) Tanghe , op . cit. , blz . 67. 128 verbergen . Door eenen vijand verraden , vluchtte hij in de kerk en ging in doodsgevaar zich verbergen op den toren. Na het concordaat volhardde hij in het bestuur zijner parochie, waar hij overleed den 16 April 1816, in den ouderdom van 82 jaren »(38J . «In 1798 kwamen er eenige gendarmen om den pastor te vangen. Het gelukte hun niet hem te vinden. Zy voerden hunne vraek tegen den koster uit. Na hem vruchteloos gedwongen te hebben het kruis van den kerktoren af te doen , persten zy hem, om zyn weigeren te straffen, 16 kroonen af. Wat meer is, hem vastgenomen en aen een van hunne peerden gebon den hebbende , leidden zy hem, als eenen booswicht mede naer Brugge. Van daer wierd hy vervoerd naer Ryssel, alwaer hy zeven maenden en vier dagen onder de grendels der gevangenis zuchtte. Die achtbare man heette Pieter Franciskus Versele, en was vader van den tegenwoordigen koster<39 >. Noch pastoor Cools, noch zijn onderpastoor, eerwaarde heer Judocus Van Poucke, beide onbeëdigd, konden door de Fransen aangehouden en verbannen worden. Zij bleven trouw hun parochie bedienen en dienden in het geheim de H. Sakramenten toe , zoals de regelmatig bijgehouden doop- en huwelijksregisters getuigen. Voorzeker waren zij ergens te lande verdoken, in burgerkledij ; Beernem, met zijn grote uitgestrektheid en zijn talrijke bossen, moest zich uitstekend lenen tot een dergelijk onderduikersleven. Wellicht lazen zi.i ook Mis in schuren of kelders, zoals het toen veel gebeurde, doch wij hebben in deze periode geen sporen van hun activiteiten kunnen ontdekken. Wat gebeurde er intussen in de verlaten pastorij ? <. FRANCISCUS LUDOVICUS LENOIR, geboren te Ieper in 1763, onderpastoor te Lovendegem ( 2 jaar), te Dendermonde ( 3 jaar) en te Izegem ( 8 jaar) , werd krachtens concours van 1816 tot pastoor van Beernem benoemd. Hij overleed er op 13 juli 1824, 61 jaar oud, na een langdurige ziekte. Pastoor Lenoir was een buitengewoon predikant, die zijn toehoorders wist te bezielen en te begeesteren. Kan. Tanghe getuigt van hem, dat hij << als een leeuw was, in den predikstoel en dat hij zijn kwijnende ziekte opdeed, door zijn _geweldig prediken »<41>. Pastoor Lenoir werd te Beernem opgevolgd door JOANNES BAPTIST A ANTONIUS PLAETEVOET. Deze priester zag het levenslicht te Diksmuide op 12 september 1765 en was, kracht ens concours van 1814, tot pastoor van Sint-Pieters-Kapelle en bedienaar van Zevekote benoemd. Op 23 augustus 1824 bekwam hij de pastori( van Beernem en overleed er de 28 januari 1833, 66 jaar en half oud. Kan. Tanghe vermeldt het opschrift van zijn zerksteen, die in de oude kerkmuur gemetseld was : D. 0. M. Sepulture van den Eerw. heer Joannes Bapt. Plaetevoet, geboren te Dixmude den 12 September 1765, agt jaren pastor te Beernem, daer overleden den 28 Januarius 1833<42> . JUSTUS VAN .DE VENNE, g·eboren te Zwevegem , op 2 december 1796, onderpastoor te Pittem en te Aarsele , was van 21 februari 1833 tot au gustus 1837 pastoor te Beernem. Hij was het, die door architect Buyck de kerk heeft laten vergroten , maar de werken waren nog niet voltooid toen hij verplaatst werd naar Ruiselede , waar hij de pastorij bediende van 1837 tot (38) J .B. Van Bavegem : Het Ma r telaarsboek, Gent , 1875 ; blz. 212 (39) Tanghe , op. cit., blz. 30-31. Th. Sevens : On s Vaderland tijdens de Fran sche Overheersching Kortrijk, 1892 ; blz. 98-99. (40) Ook: Tanghe , op. cit ., blz . 31. ' (41) Tanghe, op. cit. , blz . 68 . (42) Ibid ., blz . 69 . 129 1842. Te Beernem heeft hij een handschrift nagelaten, waarin hij de houding van zijn p arochianen en de zedelijke toestand van de p arochie gunstig beoordeelt : << De Beernemnaers, verslonden in hunne dagelykse bezigheden, houden zich niet op met nieuwe maren. Zy lezen bijna geene, of om beter te zeggen, geene gazetten. Zy bemoeij en zich geenszins met h et geestelijk of tydelijk bestuer der parochie. Deze goede hoedanigheid van gerustheid van gemoed en vreedzaamheid, komt nogtans niet uit op koelbloedigh eid of onverschilligheid : want zy beminnen regtzinniglyk en vuriglyk hunne geestelyke en wereldlyke overheden. Dit bevrydt hen van ketteryen, scheuringen en allerhande oneenigheden. Ik weet niet dat er op geheel de parochie te vinden is een ketter, een Stevenist of van eenige andere hoegenaemde sekte, noèh een enkele beknibbelaer van geestelyke overheid, noch van godsdienst of politie. Zy zyn zeer be geerig en ieverig om het woord Gods te aenhooren. Gedurende het sermoen h angen zy, om zoo t.e spreken, aen de lippen van den predikant ; en nooit ziet men iemand buiten loopen gedurende de predikatie. Zy blyven weinig te kort des Zondags aen de groote pligt van Mis te hooren ; maer zy zyn maer traeg tot de Vespers, waervan de oorzaek my schynt te wezen de onkost van 't oversteken <43l - (dus het veergeld, vóór de Louisabrug over het kanaal lag). Pastoor Van de Venne werd in 1842 benediktijnerpater en overleed te Affligem in 1871. JACOBUS BOTTELIER, geboren te Rumbeke in 1795, gewezen onderpastoor van Meulebeke en Pittem , werd in 1837 tot pastoor van Beernem aangesteld. Twintig jaar later, in 1857, ging hij in dezelfde hoedanigheid over naar Aartrijke, waar hij overleed in 1888, 93 jaar oud. E.H. Bottelier werd te Beernem opgevolgd door de eerw. Heer AUGUSTINUS FRANCISCUS VAN EECKE, te Boezinge geboren in 1814. Deze priester was achtereenvolgens coadjutor te Wat ou (1838), onderpastoor te Watou ( 1839) , onderpastoor te Izegem (1851) en p astoor te Beernem (1 857 ). Hij kwam hier aan in augustus 1857 en werd in juni 1863 benoemd te Oostrozebeke. Het laatste verslag, door hem in het « Register der Beraadslagingen van den Kerkraad van Beernem » geboekt, dagtekent van 19 jun1 1863. Hij stierf als p astoor te Oostrozebeke de 3 augustus 1874. E.H. EDWARD GODFRIED FORGE, geboren te Moorsele in 1816, werd op 26 juni 1863 te Beernem benoemd en was tevoren sedert 1859 reeds pastoor te Oostkerke (Brugge) , (zie: Standaard van Vlaanderen , nr van 26 juni 1863) . Hij overleed te Beernem de 18 september 1873, na een verblijf van tien jaar. Reeds zes dagen later werd zijn opvolger aangeduid : E.H. AMAND LEOPOLD DAMBRE, geboren te Vlamertinge de 28 april 1832 en gewezen onderpastoor van de O.L. Vrouwenkerk te Brugge. Hij bleef slechts twee jaar te Beernem en werd in 1875 bevorderd t ot pastoor van Waregem. Later werd hij aartspriester van het kapittel der hoofdkerk te Brugge, alwaar hij stierf in 1906. Op 16 november 1875 werd de pastorij van Beernem opgedragen aan de E.H. FREDERIK VERDONCK, geboren te Kortrijk in 1817 en tevoren pastoor te Westkerke-Roksem (1873-75). Deze nam eervol ontslag op 1 oktober 1888 en stierf te Brugge, pas enk'ele dagen later, de 17 oktober van dat jaar. E.H. AMEDEE DESIRE CLAREBOUT, geboren te Boezinge de 27 september 1838, priester gewijd te Brugge in 1863, achtereenvolgens hulppriester te Kemmel, Wevelgem en Kortrijk O.L. Vr., onderpastoor te Dadizele (1867), te Ardooie (1871) en pastoor te Beerst (1883) , werd op 19 september 1888 te Beernem benoemd. Met zijn medewerking werd in 1896 de (43) Ta nghe . op. cit., blz . 70 . . Zie : Ke r karchief van St. An.3 ndus te Beernem . 130 gunstig bekende fanfare « Ste-Cecilia » gesticht. Omstreeks 1900 vernieuwde hij bijna totaal de oude Sint-Amanduskerk (ongelukkig werd deze restauratie, zoals nagenoeg overal in die jaren van de neo-gothiek, een totale mislukking ! ) . Gedurende de laatste jaren van zijn leven werd E.H. Clarebout bijgestaan door A. LANOYE, coadjutor of hulppriester, die uit Beernem vertrok, toen de pastoor er op 25 juni 1913 stierf. E.H. Lanoye werd in juli 1913 onderpastoor te Oostrozebeke (Gazette van Brugge, nr van 16 juli 1913). E.H. GUSTAAF JOZEF LOUWYCK, geboren te Houtem-bij-Veurne in 1860, gewezen coadjutor te Dadizele, onderpastoor te Blankenberge en pastoor te Varsenare, werd te Beernem benoemd de 25 juli 1913 (Gazette van Brugge, nr van 26 juli 1913). Hij heeft in het « Liber Manualis »C44 > van de parochie belangwekkende en omvangrijke nota's neergeschreven over het dorp en over het dagelijks verloop van de oorlog 1914-'18 te Beernem. Hij bezat ook een uitgebreide bibliotheek. Pastoor Louwyck was een zeer bedrijvig man op geestelijk gebied. Tijdens de oorlog liet hij de grote vijver van de pastorij uitdiepen en de oevers ervan met gevlochten fasceelwerk bekleden, dit om aan talrijke werklozen een arbeidsgelegenheid te verschaffen en hun toe te laten aan de Duitse opeisingen te ontsnappen. Pastoor Louwyck overleed te Beernem op 25 april 1927. Ten gevolge van zijn langdurige ziekelijkheid, heeft hij een tijd lang de E.H. MAURICE DUYVEWAARDT als coadjutor gehad. E.H. JOZEF VANRYCKEGHEM, in 1876 te Loppem geboren, werd in augustus 1927 tot pastoor van Beernem benoemd ; tevoren was hij reeds in dezelfde hoedanigheid werbmam te Merkem. Hij genoot veel aanzien onder zijn nieuwe parochianen, maar einde 1930 werd hij reeds aangeduid tot pastoor van Ruiselede, waar hij later, sinds zijn ontslagname als pastoor, algemeen bestuurd.er van het Klooster der Zusters van Q.L. Vrouw van VII Weeën bleef. Op 27 december 1930 werd E.H. GEORGES GERMAIN DELAERE, zijn opvolger, te Beernem benoemd en er de 18 januari 1931 feestelijk ingehuldigd. Deze was geboren te Hulste de 28 mei 1873, priester gewijd te Brugge de 19 december 1896, leraar aan de Bisschoppelij ke Normaalschool te Torhout (25 juli 1896), onderpastoor op St.-Hilonius te Izegem (17 december 1911) , pastoor te Klerken (18 augustus 1921) , pastoor op Ste-Anna te Brugge (22 augustus 1924). Onder zijn herderschap te Beernem werd de nieuwe parochie (Station) gesticht, onder de benaming << H. Maria, Moeder Gods ». Deze parochie op de zuidkant van Beernem, aangevraagd in de loop van 1940, werd toegestaan op 31 december van dat jaar. De ~4 april 1941 volgde dan de benoeming van de E.H. ERNEST DELTOUR, voorheen onderpastoor te Ardooie , tot eerste pastoor van de nieuwe parochie << H. Maria, Moeder Gods ». E.H. Delaere, pastoor van de Sint-Amanduskerk, overleed zachtjes in de kliniek te Izegem, alwaar hij tijdelij-k in behandeling was, de 7 maart 1945. Hij werd te Beernem in zijn bediening opgevolgd door de E.H. REMI ALGOET, geboren te Pittem de 28 december 1882, voorheen onderpastoor op Sint-Elooi te Kortrijk en pastoor te Oostkerke (-bij-Damme), ingehuldigd op de Sint-Amandusparochie de 24 juni 1945. E.H. Algoet ging als pastoor van Beernem op rust in 1958 en overleed te Waregem de 5 november 1966. E.H. PIETER SINTOBIN, geboren te Izegem in 1895, kwam als pastoor te Beernem aan in oktober 1958 en is er thans nog in functie op de SintAmandusparochie. Tevoren was hij onderpastoor te Zwevegem, KortrijkSt.-Elooi en pastoor te Gijverinkhove en Bredene (Sas- Slykens) . Wat de nieuwe parochie H.M.M.G. betreft, werd E.H. Deltour verplaatst (44) Kerkarchief van St. Amandus te Beernem . 131 in 1954 en vervangen door E.H. GILBERT E. PARMENTIER, voorheen onderpastoor te Ardooie , die uit Beernem vertrok in 1961. E.H. JEROME DELEYE, geboren te Oos tende in 1913, volgde hem op en is de bouwer van de moderne nieuwe kerk. In augustus 1966 werd hij uit Beernem overgeplaatst naar Kortrijk, als p astoor van de parochie St-JanBaptista aldaar. E.H. MAURITS VAN LUCHENE, geboren te Wielsbeke in 1912, onderpastoor te Ingelmunster en later p astoor te Spiere, is thans de huidige pastoor van de parochie H.M.M.G. te Beernem (1966) . ONDERPASTOORS De parochiale registers van de oude burger stand leveren ons ook enkele inlichtingen op, omtrent de eerste onderp astoors van Beernem . I n de tijd van het herbouwen der . kerk , door Pastoor de Man ghelaere, en ook nog tientallen jaren daarna, bezat de p arochie zeker n og geen onderpastoor. Tanghe zegt, dat Beernem zijn eerste onderpastoor kreeg in de jaren 1600<45 >, dus in de 17e eeuw. Dat is juist, doch het is pas gans op h et einde van de 17 e eeuw geweest, namelijk onder het bestuur van P astoor Sigismund Ameloot, omstreeks het jaar 1697. Inderdaad, op 25 maart 1698 vinden wij een eerste akte , ingeschreven en ondertekend door JOANNES VERDISTELDONCQ, VICEPASTOR, terwijl er twee jaar vroeger enkel een p3,stoor te Beernem schijnt geweest te zijn ; immers, op 17 febru ari 1696 lezen wij nog als ondertekening van een doopceel (folio 880) : << Frat. Cornelius, al. Theodosio, Carm. deserviens loco pastoris absentis ». Regelmatig ontmoeten wij vanaf maart 1698 talrijke inschrijvingen van onderpastoor Verdisteldoncq en dit tot 11 juni 1714, datum waarop deze priester te Beernem stierf : « Undecima junii 1714 obiit reverendus dominus Joannes Verdisteldoncq, sacerdos, et sepultus est decima tertia eiusdem in templo, off. dupl. , etati.:; suae circiter 62 annorum ». De eerste akte van onderpastoor PIETER BOXSTAEL dagtekent van 21 september 1714 en de laatste ( een overlijdensakte) van 6 juni 1718. Pastoor Van der Straeten noteerde verder alle akten zelf tot in september 1719 ; hier schijnt er momenteel geen onderpastoor geweest te zijn. Op 19 oktober 1719 doopt te Beernem : « Franciscus Antonius Bedaff, pastor in Knesselare » ( folio 1301). Met juli 1720 ontmoeten wij Joannes Guillielm us Mertens als nieuwe pastoor van de parochie ; inmiddels was ook Melchior Schuyf, onderpastoor te Wingene, deservitor van Beernem geweest. ALBERTUS DE BOES moet in 1719-'20 een tijdje onderpastoor geworden zijn , maar de ondertekeningen der akten leren ons niets daa romtrent. En de toestand klaart voorlopig nog niet op : van 14 november 1722 tot 17 december van dat jaar werden er talrijke inschrijvingen gedaan door FRANCISCUS CORDIER, « olim vice pastor ». Dit zou ons doen vermoeden dat deze Cordier, na Boxstael en De Boes en vóór De Blonde, onderpastoor is geweest te Beernem. Voornoemde JOANNES FRANCISCUS DE BLONDE, « vicepastor », tekende zijn eerste akte op 15 januari ·1722 en zijn laatste op 26 maart 1722. Op 14 januari 1724 vinden wij een doopa kte, ingeschreven door << Frat. Casimirus, Ost. Capuc. » ; van 17 tot 19 augustus 1728 akten van « P ater Joannes, Capucien » ; op 18, 26 en 31 augustus 1728 daarenboven nog inschrijvinge·n van « Pater Livinus, Capucien ». Waarschijnlijk hielden deze paters toen juist << statie » te Beernem . Op 28 augustus 1729 treffen wij de eerste akte aan van onderpastoor P.L. DELSEINNE en zijn laatste op 7 december 1734. De 4 oktober 1735 ( 45 ) Tanghe , o p . c it. , blz. 14 . 132 volgt een eerste aantekening van JOANNES BREYDEL, « vicepastor ~Doch, van 1 maart 1736 dagtekent de laatste akte van Pastoor Mertens en zijn opvolger, Carolus van den Abeele (eerste akte als deservitor op 19 juni 1736), zien wij dan verder alle akten zelf noteren ... Hier valt de onderpastoorslijst dus niet meer samen te stellen of te controleren aan de hand van deze bescheiden : twintig jaar lang is alles door Pastoor van den Abeele zelf ingeschreven, geen enkele akte uitgezonderd. In 1743 was een zekere JOANNES COUTHAU onderpastoor te Beernem, volgens een nota in een st~at van goederen <46l . In januari 1758 moet Pastoor van den Abeele ziek geworden zijn. Van dan af vinden wij regelmatig aantekeningen van DUMONT ·AUGUSTINUS LUDOVICUS, << vicepastor ». Deze heer was onderpastoor te Beernem, minstens van 11 juni 1752 (peter bij een doop) tot 11 mei 1762 (hij zegent dan, met toelating- van zijn past.oor, een huwelijk in). Na de dood van Pastoor van den Abeele (17 november 1758) was Onderpastoor Dumont deservitor te Beernem, tot hij als dusdanig op 20 juni 1759 er zijn laatste akte inschreef. Op 28 juni 1759 vangen de aantekeningen van Pastoor Nieulaet aan, die weerom alles zelf noteert ... Van JOSEPHUS PAVOT vinden wij een eerste doopceel ingeboekt op 1 januari 1779 , doch wij weten uit een andere bron, dat hij reeds bij het einde van 1766 onderpastoor te Beernem was<47 >. Voorzeker heeft hij A.L. Dumont opgevolgd. De laatste akte van Jozef Pavot dateert van 1 augustus 1781 en de eerste van Pastoor Cools van 30 december 1780. JOSEPHUS VAN COLEN, << vicepastor », afkomstig van Wingene, doet zijn eerste inschrijving in de registers op 24 augustus 1781 en zijn laatste op 9 juli 1785. Geboren in 1754, vertrekt hij einde juli 1785 uit Beernem en wordt in 1789 pastoor te Sint-Michiels-bij-Brugge, waar hij sterft in 1818( 48) _ IGNATIUS BERNARDUS GHYSELEN, geboren te Hooglede de 2 maart 1757, deed zijn studiën in de Wijsbegeerte en de Godsgeleerdheid te Leu- ven ; hij werd er bachelier in deze laatste wetenschap uitgeroepen. Na zijn priesterwijding, de 27 juni 1784, werd hij het volgend jaar onderpastoor te Beernem ( eerste akte op 12 augustus 1785) , daarna te Oostkamp (in 1786) en op 1 juli 1796 pastoor te Dadizele. Tijdens de vervolging van 1797-1800 werd hij door de Fransen tot ballingschap verwezen . De 17 november 1798 werd hij aangehouden en te Rijsel opgesloten. Van daar uit is hij verzonden geweest naar Douai en eindelijk, op 28 augustus 1799, naar Brugge. In november van dat jaar, na de val van het Directoire, kreeg hij zijn vrijheid terug en werd in 1801 in zijn vorige bediening te Dadizele bevestigd. Hij overleed er de 28 januari 1843, 86 jaar oud(49J . JOSEPHUS VERHAEGHEN, in 1762 te Handzame geboren, werd in 1786 onderpastoor te Beernem, daarna te Lichtervelde, waar hij op 15 juni 1798 als onbeëdigd priester werd aangehouden en gevankelijk naar Brugge geleid. Hij werd langs Rochefort naar Oléron in ballin gschap gezonden waar hij op 27 oktober 1799 aankwam. De 21 februari 1800 keerde hij terug naar Lichtervelde, werd in 1807 pastoor van Sint-Janssteen (Zeeuws-Vlaanderen, Nederland) en in 1812 van Watervliet, waar hij overleed op 2 april 1835(50) . JOANNES BAPTISTA CHAVES-D'AGUILLAR, in 1764 geboren te Brugge, was onderpastoor te Beernem in de jaren 1790- '96, werd in 1811 pastoor te Zedelgem en overleed aldaar op 3 september 1816 . JUDOCUS VAN POUCKE, geboren te Eeklo in 1745, was onderpastoor (46) (47) (48) (49) (50) Brugse Vrije , St. v. Goed ., 111 , n r 5498; Rijksarch. Brugge. den Vryen », Anno 1767, Brugge ; blz. 67. Leschouhier : Algemeene Lij s t ... Van Bavegem : Het Martelaar sboek ... Ibid . « Gener aelen Staet ·s Landts van 133 gedurende de jaren der kerkvervolging (1796-1802) , leefde ondergedoken, werd in 1808 pastoor te Ra mskapelle (Brugge), alwaar hij stierf de 24 m ei 1815. JOSEPHUS CALLENS, geboren te Zwevezele de 12 januari 1765, werd priester gewijd te Emmerich (Pruisen) de 4 maart 1790, coadjutor te Lichtenvoorde (Gelderland, Nederl.) in 1800, onderpastoor te Suik (Holland) in 1801. In 1802 werd hij als deservitor te Werken benoemd na de val het schrikbewind, bediende er de p astorij tot in het voorjaar van 1803 en werd dan onderpastoor te Beernem. Hij gin g in dezelfde hoedanigheid over naar Gistel in 1804 en naar Tielt in 1805, werd pastoor te Sluis (Zeeland) de 1 juni 1813 en te Ertvelde de 12 juli 1834, waar hij overleed de 9 januari 1854(5 1>. PETRUS JOSEPHUS VERDUYN, geboren te Gits in 1762 , kwam in 1804 als onderpastoor naar Beernem , voor een korte tijd, werd dan pastoor te Moere en stierf er in 1826. JACOBUS JOSEPHUS DE SOUTER, geboren te Brugge in 1774, bediende vervolgens de onder p :1,sto11ij van Beernem, tot hij in 1808 pastoor van Wenduine werd ; in dezelfde hoedanigheid overleed hij te Stene op 3 juni 1830) (52 >. JOANNES BAPTISTA SCHELPE, geboren te Nevele in 1754, Recollect, was onderpastoor te Beernem van 1808 tot 1813, werd toen pastoor van Blankenberge, alwaar hij stierf de 30 juli 1818. MATTHEUS JOSEPHUS VERLINDE, geboren te Stapel (in de Nederlanden-onder-Frankrijk) in 1777, bleef daa rna onderpastoor van Beernem tot 5 augustus 1819 ; toen werd hij, krachtens een concours, pastoor te Ooigem, waar hij overleed de 26 juni 1848. JOSEPHUS LUDOVICUS VAN RAES, geboren te Geluwe de 4 juli 1795 en aldaar ook overleden de 27 november 1820, amper 25 jaar oud, was ruim één jaar onderpastoor te Beernem geweest, namelijk van 19 augustus 1819 tot 25 november 1820. FERDINANDUS BEKE, geboren te Pittem in 1795, verbleef gedurende vier jaar te Beernem, nl. van 14 november 1820 tot november 1824. In 1845 werd hij pastoor te Lampernisse, waar hij in 1872 eervol ontslag nam ; hij overleed te Diksmuide in 1876. JOANNES BETTENS, uit Melden, was daarna onderpastoor gedurende ongeveer één jaar. Hij stierf later als pastoor te Nazaret, de 26 september 1849. CONSTANTINUS KLUYTMANS , geboren in 1796 te Tielt, bediende de onderpastorij van oktober 1825 tot mei 1827 ; hij vertrok van Beernem naar Lembeke en overleed op 17 oktober 1841 , als pastoor van Ramskapelle (Heist). FRANCISCUS XA VERIUS WILLEMYNS, geboren te Roeselare de 17 oktober 1793, eerst onderpastoor te Lembeke, sedert 20 mei 1827 te Beernem, vertrok naar Vladslo op 23 augustus 1829 en overleed te Brugge als pastoor-demissionaris van Nieuwmunster, de 8 mei 1859. JOSEPH FR. VANDERKERCKHOVEN, geboren te Lissewege de 25 september 1795, benoemd te Beernem de 8 augustus 1829, was tevoren onderpastoor te Zarren ; reeds in juni 1830 uit Beernem vertrokken ; was in 1861 kapelaan van Sint-Anna te Gent en overleed aldaar in 1865. FRANCISCUS JOANNES PEN,NEMAN, geboren te Gent de 12 maart 1802, voorheen onderpastoor te Adegem, verbleef te Beernem van 21 mei 1830 (datum van de benoeming) tot 3 juni 1831 en vertrok toen naar Lo(51) (52) Basiel Slembrouck : Heem kundige studie over de gemeente Werken, Langemark, 1955 ; blz. 142. Van hier af werden de meeste gegevens ontleend aan Tanghe, Van Bavegem , Lescouhier, de jaarlijkse klappers van het Bi sdom Brugge en het Kerkarchief van Beernem. Er zal dus enkel nog naar ~nde re bronnen verwezen worden. , 134 tenhulle . Na nog verscheidene standplaatsen bediend te hebben, overleed hij t en slotte te Kalken de 15 april 1854. PETRUS JOANNES NUYTTEN, geboren te Heule in 1787, was onderpastoor te Beernem van september 1831 tot september 1834. Hij werd in 1840 pastoor te Stalhille, alwaar hij stierf de 31 mei 1851. FERDINANDUS OSTYNS, geboren te Meulebeke in 1804, bediende de onderpastorij van september 1834 tot december 1840. Hij overleed te Lapschure op 22 september 1856, na slechts vier maand aldaar pastoor te zijn geweest. PETRUS JOSEPHUS LECHEIN, geboren te Kortrijk in 1814, was onderpastoor te Beernem van december 1840 tot september 1846, ging dan in dezelfde hoedanigheid over naar Gits en vervolgens, in 1854, naar Wijtschate. Later werd hij pastoor te Kaaskerke en overleed te Kortrijk in 1867. FREDERICUS VAN DER HAEGHEN, afkomstig van Oostrozebeke, was onderpastoor te Beernem van september 1846 tot oktober 1856 en vertrok toen naar Merkem. Met 1 januari 1855 bekwam de parochie Beernem een tweede onderpastoor, wegens de aangroei van de bevolking. VICTOR CARLIER, geboren te Roeselare in 1824, kwam de eerste als tweede onderpastoor te Beernem aan, in januari 1855. Een jaar later ging hij reeds over naar Zwevezele. Hij stierf in 1873 te Brugge, als aalmoezenier van het Bedelaarswerkhuis aldaar . LEONARDUS NECKERS, geboren te Gits in 1824, werd onderpastoor benoemd te Beernem in januari 1856. Hij vertrok in 1869 als pastoor naar Stene en stierf als pastoor te Leffinge in 1891 <53 >. FREDERICUS MUYLLE, geboren te Gits de 8 mei 1818, was onderpastoor te Oostvleteren, te Merkem en van oktober 1856 tot augustus 1857 te Beernem. In 1861 vertrok deze priester als zendeling naar het eiland Mauritius, in Afrika. Hij werd er later kanunnik der hoofdkerk van Port-Louis en overleed te Le Reduit de 2 februari 1890. Over hem lezen wij in « Onze West-Vlaamsche Zendelingen » (1925) , van E.H. P. Allossery: << Hij is dood als een heilige ; hij was een der ijverigste priesters welke 't eiland ooit gekend heeft. Alles wat hij bezat ging naar de armen , alles wat hij kreeg deelde hij uit : zijn huis was armer dan de cel van eenen kluizenaar. Hij was de oudste der apostolieke zendelingen van Afrika. Hij is gestorven, ondermijnd door de jarenlange lasten zijner zending, tijdens een bezoek welke hij bracht in het klooster der Zusters van Boetvaardigheid. Ongeloovigen zooals kristenen , eenen blijk willende geven van liefde en dankbaarheid tot hunnen « Vader », lijk zij hem noemden, deden te St. Salvators, zijn parochie, een praalgraf m a ken , alwaar de Bisschop van PortLouis, onder · toeloop van een ontelbare menigte , den afgestorvene ter ruste legde ». (Vergelijk met << Biekorf », jaarg. I , blz. 94). HENRICUS WAFFELAERT, S.T.B., geboren te Hulste, volgde in augustus 1857 de eerw. Heer Muylle als onderpastoor van Beernem op. Hij vertrok in 1866. Wij laten hier verder de lijst der onderpastoors van de la atste eeuw volgen, in tabel. De bediening van tweede vicaris op de Sint-Amandusparochie , ingericht in 1855, werd opnieuw afgescha ft de 27 april 1942, bij de aanstelling van een eerste onderpastoor op de nieuwe parochie H. Maria M.G. Van der Haeghen Fredericus Carlier Victor Neckers Leonardus Muylle Fredericus (53) Standaa rd van Vlaanderen , 16/ 12/ 1869: « E.H. 1846-1856 1855-1856 1856-1869 1856-1857 Neckers word t pa stoor te Steene » . 135 Waffelaert Henricus Surmont Charles-Louis(54J Affen aer Cha rles -Louis(55J Boedts H enri (56) Va nneste Henri Vanderhaege A. Coppin Theofiel r57) Delputte Achiel Vandenwegh e Ca m iel Busiau C. S a bbe Eugeen Feys Maurice Larhbrecht Aloïs Devriese Richa rd Rema u t Emiel-Justin Van Haute G a st on-Emiel Bruneel Wilfried Seynaeve Jozef-M a urice Vereecke Jozef-Gerard-Julien Ghyssaert Jan-Isidoor-August Denoo Remi-Marie (58) Deceuninck Omer(59) 1857-1866 1866-1880 1869-1870 1870-1874 1874-1875 1876-1886 1880-1882 1882-1885 1885-1906 1886-1901 1901-1904 1904-1910 1906-1928 1910-1925 1925-1929 1928-1938 1929-1936 1936-1938 1938-1946 1939-1942 1946-1954 1955- PAROCHIE H.M .M.G . Derycke Firmin (6o) Delarue Henri-A. Carlu Roger (61 > Van Haecke J a n Vandemaele Marnix(62l 1942-1947 1947-1952 1952-1956 1956-1959 1959RYSERHOVE Alfons, Knesselare . (54) (55) (56) (57) (58) (59) (60) (61) (62) De Zondagbode, 25/7/1880 : Verplaat s ing van E.H. Surmont. Standaard van Vlaanderen , 16/2/1869 : « Onderpastoor te Beernem benoemd : M. Affenaer, onderpastoor te Bav ichove , in plaat s van E.H. Neckers ». Standaard ·van Vlaanderen, 5/7/1870 : « Onèlerpastoor te Beernem: M . Boedt s, professor in ·1 Kollegie va n Poperinghe, in plaats van M. Affenaer, die tot onderpastoor benoemd wordt op St. Jacob te Brugge». De Zondagbode, 25/7/1880 : « Onderpa stoo r te Beernem: E.H. Coppin , professor in ' t kollegie van Thiel t , in plaats van E.H. Surmont ». Verplaat st op 31 december 1954 In 1947-"48 onderpa stoor te Oostkerke (Diksmuide) ; aangekomen te Beernem , 1 jan . 1955; er nog in functi e . Vroeger onderpastoor te Woesten . Legeraalmoezenier in 1945-'48. Nog in functie te Beernem , H.M.M.G. 137 Vijftig Beernemse~:_plaatsnamen. Sedert jaren, nog vóór ons boek « Beernem. Een heemkundige studie » in 1949 verscheen, hebben we goed nota genomen van alle Beernemse toponiemen die wij ergens ontmoetten. Ook de heer J. Pollet, uit Brugge, vriend en leerling van wijlen Dr. Karel De Flou, heeft destijds heel wat Beernemse plaatsnamen verzameld en gesitueerd. Hij maakte ons talrij-ke nota's en interessante inlichtingen over, gedurende de jaren 1948-'50 ,bij zover dat wij toen betreurden zijn teksten niet te kunnen publiceren samen met ons boek (wegens het verzet van de uitgever, om financiële redenen). De heer Jules Pollet overleed te Brugge de 15 januari 1953. Er waren van zijn hand publicaties over de plaatsnamen van Varsenare, Aalbeke en Meetkerke, doch niet over die van Beernem ... Onze eigen verzameling, met veel gegevens van de heer Pollet aangevuld, is intussen aangegroeid tot bijna 2.000 nummers. Daarom loont het wel de moeite een reeks van de voornaamste Beernemse toponiemen te publiceren en hier gaan dan de eerste vijftig. Het grondgebied van Beernem bestaat uit twee duidelijk onderscheiden gedeelten : de noordkant, rondom het ouàe centrum van de Sint-Amanduskerk, een echt landbouwgebied, met de kernen van het primitieve dorp, het Larekasteel, de Gevaerts, Bloemendale en Zuiddamme ; de andere helft, ongeveer bezuiden de spoorweg, behoorde tot het oostelijk deel van het Bulskampveld en vertoonde zeer lang een landschap van heiden en wildernissen, ongemeten veld, vijvers en bossen. Cfr. Arth. Verhoustraete : Het oostelijk deel van het Bulskampveld en de ontginning ervan, Gent, 1960. De toponiemen van Beernem staan natuurlijk volkomen in het teken van deze territoriale dualiteit. Gebruikshalve rangschikken wij ze echter alfabetisch. De nummers verwijzen naar een kaartje in volgend jaarboek. Er werden vier lijsten << uit de volksmond » gebruikt : Lijst Verw. = Verwaetermeulen, 1888. Lijst D. Fl. = Karel De Flou, lijst van 1906-1908. Lijst Poll. = Jules Pollet, 1940-1945. Lij-st Rys. = Alfons Ryserhove , 1944-1966. Hopelijk gaat deze reeks toponiemen volgend jaar verder ... * * 1 * AANWIJS, HET 1832 - by de herberg het Aenwijs : Adv. in het Goed Reygersloo, niet verre van de herberg het Aen1836 wijs ; Adv. 1838 - Venditie ... aen het Àenwijs ; Adv. 1841 het gehugte het Aenwijs ; Adv. het Aanwijs ; Lijst D. Fl. 1905 het Aanwijs; Lijst Poll. 1941 het Aanwijs; Lijst Rys.; D. Fl., Woordenboek Top., I, 98. 1965 138 Herberg en wijk, op de zuidkant van de gemeente, langs de steenweg op Wingene . Aanwijs of Handwijs = een paal met dwarsplankjes, die aan de reiziger langs de baan de weg moest tonen, dus een wegwijzer (Fr. : poteau indicateur) ; De Bo, Idiot. 2 AART, DEN 1904 - aan de statie en aan den Aard ; uit een dagblad ; 1912 - op den Aart aan de statie ; Adv . ; D. Fl. , I , 99. Aart, aard = diepte, met langs de ene zijde een scherpe of steile helling en langs de andere zijde een vlakke helling. D. Fl. , Versl. M .K.V. Ac. , 1934, blz. 100 - Mansion, Bestandd., blz. 3 - Med. Top. , 1934, blz. 45. In de streek betekent aart ook wel : open plek waar men houtmijten plaatst, stapelplaats voor (brand)hout ; vgl. te Knesselare, bij een losplaats aan de vaart, de herberg << Den Aert van het Branthout », die reeds bestond vóór 1680. 3 AARDAPPELHOEK, DE 1888 - de Aardappelhoek ; Lijst Verw. 1907 - in den Aardappelhoek ; Adv. 1919 - de Aardappelhoek; uit een dagblad. Plaatse!. uitspraak : ëerappeloek. Wijkbenaming. Identisch met Aardappelstraat. 4 AARDAPPELSTRAAT, DE 1820 - Aerdappelstraete ; Kaart Waterst. D. Fl. 1825 - In d'Aerdappelstraet ; Adv. 1835 - Aerdappelstraete ; Kad . Sectie C. 1841 - Aerdappelstraete ; Popp. 1846 - Aerdappelstraet; Buurtw. 1888 - Aardappelstraat; Lijst Verw. 1901 - Aardappelstraat ; Lijst D. Fl. 1925 - Aardappelstraat ; Mil. K . 1941 - Aardappelstraat ; Lijst Poll. 1965 - Aardappelstraat ; Lijst Rys. ; D. Fl. , I , 102. Gemeenteweg nr 16, lopend van de Brugse Vaart naar de Citroen straat. Ook wijkbenaming. De naam kan niet dateren van vóór 1730, vermits de aardappel hier toen nog onbekend was. E AKKERSTRAAT, DE 1575 - ackerstrate ; Rijksarch . Br., Octr., 12, fol. 176 r. 1629 - in de halfve ackerstraete ; Bisd., leg. D. , 4, f. 5 r. 1633 - in de halfne ackerstraete ; Gem. leg. D ., f. 5 r. 1652 - in de ackerstraete ; Rijksarch. Br., Acq. , 3480/ 1, f. 18 v. 1804 - aen d' akkerstraete ; Adv. 1835 - Ackerstraete ; wijk ; Kad. Sectie A.B .C. 1888 - Akkerstraat ; Lijst Verw. 1901 - Akkerstraat ; Lijst D. Fl. 1940 - Akkerstraat ; Kaart Mich. 1943 - Akkerstraat ; Lijst Poll. 1965 - Akkerstraat ; Lijst Rys.; D. Fl., I , 182. Weg nr 10, lopend van de Scherpestraat naar het B everhoutsveld in Oedelem. Ook wijkbenaming. Akkér = bouwland (Fr. : chatnp, piècè dè terre labourable), Gloss. van Stan., I , 66; veelal mager en zandig• land , vgl. te Ma ldegem met de 139 wijk << den Akker » ; hooggelegen, droog land: D. Fl. , Med. K .V. Ac ., 1934, blz. 100. 6 AN DE FER, l ' 1843 - een weinig van de statie Bloemendaele en aen de vaerd ... in d 'herberg l' A n de /er; Adv . 1844 - in d 'herberg l' an de /er aen de statie Bloemendaele; Adv. 1863 - een hofstedeken dienende voor herberg, genaemd l' an de /er , met 6 Ha 58 a 68 ca land, wijk Bloemendaele ; Adv. ; D. Fl. , I , 242. Verdwenen herberg, nabij de Brugse Vaar t en niet ver van het oude station. Is misschien een vervormin g van << aan de (chemin de ) fer » ? Verfransing klonk immers zo voornaam, ook wanneer men geen Frans kende ... 7 AUDENAERDE GOED 1302 - Item, Gosine van Audenarde; Colens, C.C.Br ., blz. 126. 1466-1475 - den rechten wech van Audenaerde, ende comt streckende over beverhouts velt ter steenbrugghe toe ; Gem. Weerde. 1571 - Oudenaerde ; K. Pourbus, Vrije. 1641 - Oudenaerde ; K. Sanderus, I , 280. 1725 - dhofstede genaemd taudenaerde goedt ... met d e mote en drye binnestringen tsamen binnen wa l ; Rijksarch. Br., Jonch., 1059/ 1, 277. 1818 - hofstede ... genaemd het A u den aerde Go ed; Rijksarch. Br., Acq., 3480/ 1, fol. 38 v. 1850 - Audenaerde, ferme ; K.V .D. Mael. 1942 - Audenarde Goed ; Lij st Poll. 1965 - Oudenaardegoed ; Lijst Rys.; D. Fl. , I , 350 . Oude hofstede . Migratienaam ; zie, over migratienamen, Versl. M .K .V. Ac ., 1925. 8 AUDENAARDE MOLEN 1652 - Audenaerde meulen ; Rijksarch. Br., Acq. , 3480/ 1, fol. 38 v. 1725 - audenaerde meulen; Rijksarch. Br. , Jonch. , 1059/ 1, 275. 1834 - audenaerde-molen ; Adv . 1842 - audenaerdemolen; Buurtw. 1888 - Audenaerdeinolen ; Lijst Verw. 1905 - Audenaardemolen; Lijst D. Fl. 1942 - Audenaardemolen ; Lijst Poll. 1944 - Oudenaardemolen ; Lijst Rys.; D. Fl. , I , 351. Deze houten molen werd gesloopt in 1944 ; hij stond op een hoge molenberg, ten oosten van de gemeente (Meuleman) ; Chr. Devyt, 1966. Een molen van dezelfde naam bes tond eertijds ook in het land vq,n Boulogne : 1292 - du moulin d' A udenarde, qui fu acquis ; Mém. Aud. Boul., 15, 253 . Te Beernem niet enkel molen- , _m a'.lr ook wijkbenaming. 9 AUDENAARDEMOLEN-VELD 1905 - Audenaardemolen-veld ; Lijst D. Fl. 1965 - Oudenaardemolen-veld ; Lijst Rys.; D. Fl. , I , 351. Identisch met Audenaardeveld. 10 AUDENAARDEMOLEN-WEGEL 1846 - Audenaarde-Molen-Wegel ; Buurtw. 1905 - Audenaardemolenwegel ; Lijst D. Fl. \ 140 1943 - Audenardemolenwegel ; Lijst Poll. 1960 - Oudenaardemolen-wegel ; Lijst Rys .; D. Fl. , I, 351. Wegel nr 47, lopend van de Kasteelstraat naar de Citroenstraat, om en langs de molen . 11 AUDENAARDEVELD 1652 - velt genaempt toudenaerdevelt ; Rijksarch. Br., Acq ., 3480/ 1, fol. 85. 1725 - Audenaerdevelt ; Rijksarch. Br., Jonch., 1059/ 1, 91. 1798 - Audenardevelt ; Rijksarch. Br., K.F.M ., nr 40 b . 1830 - in het Audenaerde-veldeken ; Adv. 1862 - Audenaarde-veld; Adv. 1888 - Audenarde veld; Lijst Verw. 1925 - Audenardeveld ; Mil. K. 1942 - Audenardeveld; Lijst Poll. 1965 - Oudenaardeveld; Lijst Rys.; D. Fl. , I , 352 . Veld of heide , bij het Audenaardegoed. Ook wijkbenaming. 12 AUDENAERSCHEN HERWECH 1553 - Audenaertschen wegh ; P.C.R.A., 7. 1574 - den Audenaerschen h errewech ; Rijksarch. Br., Octr., 12, fol. 91 r. 1660 - zuut den audenaerschen herwech ; Renteb. Urssele, 35. 1693 - Audenarschen heerwegh; Rijksarch. Br., Acq., 6388/ 2, f. 139. 1721 - Audenaertschen heerewegh ; Rijksarch. Br., Octr. , 258, fol. 77 r. ; D. Fl. , I-, 353. Identisch met Brugschen Weg (zie verder). 13 BALZAK, DEN 1888 - in den Balzak; Lijst Verw. 1897 - in den Balzak; uit een weekblad ; 1903 - bij den B alzak, herberg ; Adv . 1943 - in den Balzak, herberg ; Lijst Poll. 1965 - de Balzak, herberg nabij de autosnelweg ; Lijst Rys . Herberg in de Wellingstraat, niet ver van Driekoningen. 14 BEELKENS, DE 1853 - in de Beelkens en Walleken ... eikeboomen ; Adv. 1888 - de beelkens, hoek ; Lijst Verw. 1909 - de beelkens ; Lijst D . Fl. 1943 - de beelkens ; Lijst Poll. 1965 - de Beelkens ; Lijst Rys. ; D. Fl. , I , 642 . Bossen bij Reigerloo. 15 BEER, DEN 1849 - in de herberg den Beer, bij de Brug ; Adv. 1945 - In den Beer ; Lijst Poll. 1949 - In den Beer ; Lijst Rys.; D . Fl. , I , 646 . Herberg in de Bloemendalestraat, nabij de Brug . Beer diernaam ; misschien een toespelin g op de n a am van d e ge meente? ... = 16 BEERNEMSCHE BRUGGEWEGH 1584 - Beernemsche Brugghewech; Rijksarch. Br ., Oct r., 13, f. 24 r. 1721 - Beirne,msche heerewegh ; ibid. , 258, fol. 65 . Deze weg woi"dt thans de Legéweg en de Oude L egeweg genoemd . Het is de oude weg van Brugg·e , over Oostkamp, naa r B ernem. 141 17 BEERNEMSCH KASTEEL 1652 - Beernemsch casteel ; Rijksarch . Br., Acq., 3480/ 2, 954. 1725 - tusschen de Laerestraet comende voorbij Beernem casteel en loopende naer beverhoutsv eldt ; Rijksarch. Br., Jonch. , 1059/ 2, 563 . D. Fl. , I , 656. Identisch met Larehof, Larekasteel, langs de Legeweg. De namen Kasteelhoek en Kasteelstraat zijn in dit _verband ontstaan. Niet te verwarren met het << Kasteel van Beernem », nabij de Sint-Amanduskerk, dat van veel jongere datum is. 18 BEERNEM MEULEN 1700 - Beernem ·meulen ; Rijksarch . Br., Tri. liass., I , 530, f. 14 v. Beernem-molen = Walmolen, nabij de Brugse Vaart . Hij staat reeds afgebeeld op de kaart van Sanderus in 1641. 19 BEVERHOUTSVELD, HET 1316 - Jean Ysentrude zuene van Beverhout ; Inv. dipl. Bog. , I , 46. 1340 - Jean van Beverhout, frère bégard ; ibid. , I , 50. 1347 - beverhoutsvelt ; Cart. Chartr. Br., fol. 177. 1348-1356 - Uppermeester Jean van Beverhout ; Inv. dipl. Bog., I , 46. 1364 - ten oostende an beverhout velt of westhalf : Carthus., fol. 44. 1462 - zuudt van beverhouds v elde ; S . Salv. Cart. 37. 1498 - an beverhoutvelt ; Bog., 370. 1562 - Reglement ende ordonnantie van het Beverhoutsv elt ; Brussel, Alg. Rijksarch ., Cart. et Man. , n ° 291 B. 1620 - over het beverhoutsve lt ; Terr. , fol. 39. 1660 - in banckelet ackere, bij bevers hout velt ; Renteb . Urssele , fol. 38. 1663 - Ceuren ... ende Vryheden van het Beverhoutsv elt ; Gemeentearch. Oedelem; ook J. van Ruymbeke en Gilliodts-van Sev. 1721 - Bev erhouts velt ; Rijksarch. Br., Octr. , 258 , fol. 14 r. 1725 - Beverhoetsveldt ; ibid. , Jonch., 1059/ 1, 500. 1803 - aen ' t Beverhautsveld ; Adv. 1888 - Beverhoutsveld ; Lijst Verw . 1908 - Beverhoutsveld; Lijst D . Fl. 1943 - Beverhoutsveld ; Lijst Poll. 1965 - Beverhoutsveld ; Lijst Rys. ; D. Fl. , I , 929 . Het Beverhoutsveld ligt eigenlijk volledig op Oedelem. Hier bedoeld : de Vrijdom, bij de Veldhoek . 20 BIEZEMOEREBEEK 1818 - aen de Biesemoerbeke ; Adv. 1835 - Biesemoerbeke ; Kad. 1883 - Biezemoerbeek ; G . Waterl. 1888 Biezemoerbeek ; Lijst Verw ~ 1901 - Biezemoerebeek ; Lij st D. Fl. 1925 - Biezemoerbeke ; Mil. K . 1943 - Biezemoerebeke ; Lijst Poll. 1965 - Biezemoerbeek ; Lijst' Rys. ; D . Fl. , II, 36 . Beek die langs de Biezemoer loopt (Bie zemoere, wijk De Pluyme). Biezemoer = moerland , waar er veel biezen groeien . Beek nr 2, lopend van het Audenaardeveld naar de Brugse (of Gentse) Vaart, wijk Bloemendale. \ 142 21 BISSCHOPVELD 1777 - Biscopvelt ; K . Ferraris. 1846 - Bisschopveld ; Pop. , rec. gen. Identisch met Bulskampveld. 22 BLAKTE 1888 - de blakte ; Lijst Verw. 1908 - de blak te ; Lijst D. -Fl. 1943 - de Blakte ; Lijst Poll. 1965 - de Blakte ; Lijst Rys. ; D . Fl. , II , 82. Open plaats bij de Gentse Vaart. De Beernemse Tricotfabriek is op de Blakte gebouwd ; vgl. met de Blakte, te Knesselare , Eentveld ; Blakkeveld en Blakkeveldstraat, te Adegem . Blakte = vlakte ; zie De Bo, Idiot. 23 BLINDEN EZEL, DEN 1652 - aen den wieg vanden blenden ezel; Rijksarch. Br., Acq. , 3480/ 1, fol. 10 v. 1725 - eenen wegh loopende naer den blenden ezel; Rijksarch. Br., Jonch. , 1059/ 1, 61. 1823 - van daer tot op de Blinde ezelstraat ; Gem., Schouw., 12. De Blinde Ezel is een vijver op de scheiding met St-Joris-ten-Distel. Fantasienaam. 24 BLOEMEG HEM 1258 - ad terrám trise de bloemenghëë ; S. Salv., Br., A 93, fol. 70 r. en A 94 , fol. 32 r . 1293 - et suut extendit se ad terram Ce de Blommeghem ; S . Salv., 87bis, fol. 7 r . 1302 - Janne de Bloemenghem ; Colens, C.C.Br. , blz. 17. 1316 - Baudouin Heinemans zuene van Blo emengheen verkoopt een hofstede ; Bag., 198. 1336 - te Bloemengheem ; Bag. , 913 . 1354 - Bloemenghem ; Bog., 293. 1358 - Jan f. heinemans van blommegheem ; Renteb . Syss. en Oed., f. 4. 1363 - Jan van Bloemengheem ; Nazareth, fol. 12. 1429-39 - Jan van Bloumeghem ; Reg. Proossche, 826, fol. 81. 1448 - Beghinnende C ende xx roeden boven der langher voetbrugghe voor Oorscamp upwaerts streckende voorby L amsin Ghevaerts dat wylen te Blommegheems hiet ende also voort t ote eene jeghenoode gheheeten Reylv-o orde ; Inv. Arch. Br., 5, 322. 1522 - Matues van Bl01nmeghe m; Peintres Brug., 64. 1525 - Elisabeth van Blommeghem; Br. et le Franc, I , 475. 1553 - Blommeghem; Br. et le Franc, I , 153. 1580 - M. van Blommeghem ; Zestend. Br., 124, 202. 1700 - Marie-Anne van Blom,meghem ; Br. et le Franc, 2, 395. 1708 - Marie-Anne van Blomm eghem ; ibid ., 4, 443. 1763 - Catherine van Blommeghem ; ibid. , 5, 198. D. Fl. , II, 165. Leen. Oude benaming van de wijk G evaerts. Over « Bloemen », zie St. Corn. Top. , V, 236. 25 BLOEMEGHEM BRUG 1419 - bi bloumegheems Brueghe; Inv. Arch . Br., 4, 369. 1583 - soo quamen sy over by Gevaertsbrugghe met troosch pen ; 143 Kron . Willem Weyts, blz. 64, Hs. Univers. Gent. D. Fl. , II, 166. Brug ( op de Gevaerts ) . 26 BLOEMENDALE 1396 - Coenraed Bloumendale ; Inv . Arch. Br., 3, 464. 1610-24 - Jean van Blommendale ; Br. et le Franc, I , 458. 1678 - Blommendaele ; Tanghe , Parochieb. Beernem. 1699 - Bl•o mmendael ; Est . III, 610 . 1702 - Blomendale ; Rijksarch. Br., Vrije, H . N. 5, fol. 35 v. 1735 - Praetorium Domini de Bloemendale ; Sanderus, Verh. Vl., I , 233. 1743 - blommendaele ; Rijksarch. Br., R.A.S., 577 (777) , fol. 11 r. 1801 - op Blommendaele ; Adv. 1815 - hameau de Bloemendale ; Adv. 1821 - passagie van Blommendaele ; Adv . 1822 - is gecompareert Jan Reyserhove, hoversetter met de Blommendaalschuit ... ; Gem. , Versl. Disch, I , 1813-36, fol. 55. 1835 - Blommendaele, wijk ; Kad. Sectie A.C.D. 1839 - bij de statie van Bloemendaele ; Adv. 1888 - Bloemendaele ; Lijst Verw. 1901 - Bloemendaele ; Lijst D. Fl. 1941 - Bloemendale ; Lijst Poll. 1965 - Bloemendale ; Lijst Rys. ; D . Fl. , II, 166. Wijk, veer, station. 27 BLOEMENDALE-BRUG 1840 - bij Bloemendaele-Brugge ; Adv. 1841 - bij Bloemendaele-brugge ; Adv. 1862 - bewesten Bloemendalbrug ; Tanghe, Parochieb. Beern., blz. 63. 1866 - bij Bloemendaele-brug ; Adv . D. Fl. , II, 168. Brug, in 1640 Leybrugge geheten, een weinig ten westen van de huidige Louisabrug ( geworpen in 1837). 28 BLOEMENDAELE-BUYZE 1818 - aen de vaert aen de blommendaelbuyze ; Gem. , Schouw. Waterl. 1819 - tot aen Bloemendaele-Buyze ; Adv. 1842 - aen Bloemendaele-buyze ; Adv. 1862 - bewesten Bloemendalbrug ; Tanghe, Parochieb. Beern., blz. 63 . 1884 - over de biezemoerbeek, gezegd bloemendaelbuis, gelegen onder d_e n linkeren barm ; Gem. , Versl. 7. 1888 - Bloemendale buize ; Lijst Verw. 1942 - Bloemendale buize ; Lijst Poll. 1965 - Bl-o emendalebuize ; Lijst Rys. ; D. Fl. , II ,168. Buyze, buyse duiker, gewoonlijk een stenen buis. Plaats waar de Biezemoerbeek in de Brugse Vaart uitmondt. = 29 BLOEMENDAELE-FORT 1608 - op het fort blomendaele ; Gem. , rek . Kerk, I, fol. 43 r . 1629 - naer ' t fort, ghenaerript blommendaele ; Bisd., leg. D. , 4, fol. 12 r. 1633 - naer ' t fort, ghenaempt blommendaele ; Gem., leg. D., fol. 12 r. 1787 - fort blommendaele ; Rij ksarch. Br., Tri. liass., I, 589. Aarden versterking bij het kanaal , uit de Spaanse Tijd. \ 144 30 BLOEMENDALE-KASTEEL 1888 - Bloemendaele-kasteel ; Lijst Verw. 1904 - Bloemendale-kasteel ; Lij st D. Fl. 1941 - Bloemendale-kasteel ; Lij st Poll. 1965 - Bloemendalekasteel ; Lijst Rys .; D . Fl., II, 168. Kasteel bij het station (Sap) , door Mevr. de Vrière in 1878 gebouwd. 31 BLOEMENDALESTRAAT 1818 - Blommendaelstraete ; Gem., Schouw. , 8. 1821 - langs de Bloemendaelstraet ; Adv. 1846 - weg loopende van 't dorp naer den wijk Bloemendaele ; Buurtw. 1888 - Bloemendalestraat ; Lijst Verw. 1901 - Bloemendaalstraat ; Lijst D. Fl. 1914 - langs de Bloemendaelstraat ; Adv . 1943 - Bloemendalestraat ; Lijst Poll. 1965 - Bloemendalestraat ; Lijst Rys. ; D . Fl. , II, 168. Weg nr 1, lopend van de Sint-Amanduskerk naar de Louisabrug . Naam ontleend aan de oude wijk Bloemendale . 32 BLOCK, DEN 1598-1601 - zeker partije lants bij de bloct ; Rijksarch. Br., Vrije, 11.587, K. R., fol. 15. 1601 - bij de bloct ; ibid. , fol. 15 v. 1629 - west by den black ; Bisd., leg. K ., fol .12 r. 1633 - West by den black; Gem. , leg. K., fol. 12 r. 1655 - een leen , groot 15 g. ½ lants genaempt de black ; Rijksarch . Br. , Burg Br. , nr 5, fol. 178 r. 1679 - ligghende bij de block ; Gem., rek. Kerk, fol. 7. 1725 - den block ; Rijksarch. Br., Jonch. , 1059/ 3, 1559. 1787 - den bZ.ock ; Rijksarch. Br., K .F.M. , nr 44 a. 1812 - den Block ; ibid. , nr 42 ; D. Fl. , II ,171 , 183. Den Block ligt langs de Molenweg, ten noorden van de Halfzotmolen. Block = een van de akkers ; een afgesloten of afgepaald stuk land ; liggend in één « blok ». - Helsen , Med . Top. , 1937, blz. 36 ; Van Loey, Elsene, 86 ; Gloss. van Stall. , I , 176 en 260 ; Helsen J ., Noord. , nr 103. 33 BLOXKENSLANT 1787 - bloxkenslant ; Rijksarch. Br., K.F .M : ,nr 44 a. Identisch met Den Block, zie hoger. 34 BLOMMEKEN, HET 18-het Bl-ommeken, vervallen vijver ; Rijksarch. Br., K .F.M., nr 1069. 1835 - het Blommeken, wijk : Kad . Sectie G . 1846 - het Blommeken ; Buurtw. 1880 - het Blommeken ; G. Waterl. 1888 - het Blommeken ; Lijst Verw. 1901 - ' t Blomm eken ; Lijst D. Fl. 1914 - ' t Blommeken ; Adv . 1944 - ' t Blommeken ; Li.ist Poll. 1961 - Het Blommeken ; Lijst Rys. ; D. Fl. , II, 188. Wijkbenaming, oostelijk van het Bulskampveld . 35 BOGAARD, DEN 1725 - den bogaert aen de Laerestraete; Rijksa rch . Br., Jonch. 1059/ 2 65 . 145 \ Q ;:;:r (1> . CD ..,C 11! Beernem : Hoeve bij Reygerlo. 1908 - den bogaard ; Lijst D. Fl. 1942 - den bogaard ; Lijst Poll. 1965 - Den Bogaard ; Lijst Rys . ; Lij st D . Fl. , II, 236. Boomgaard van h et oude Larekasteel. 36 BORNEBEEK 1787 - Bornbeke ; Kaart d'Ydew., nr 2. 1843 - Bornbeke ; G. Water!. 1844 - Bornebeke ; Kad . Sectie I.J.K.L.M. 1846 - Bornebeke ; Buurtw. 1927 - Bornebeke ; Mil. K . 1944 - Bornebeke ; Lijst Poll. 1965 - Born ebeek ; Lijst Rys. ; Lijst D. Fl. , II, 391. Borne = bron ; Gloss. van Stall., I , 271 ; Mansion , Bestandd., blz. 25 . Beek nr 13, in het Bul skampveld, di e naar Oostkamp loopt. 37 BOSDREEFSTRAAT 1846 - Boschdreefstraat ; Buurtw. 1944 - Boschdreefstraat ; Lijst Poll. 1965 - Bosdreefstraat ; Lijst Rys.; D. Fl. , II, 413. Weg nr 28, van de Zuiddammestraat naar de Audenaerdemolenstraat, gedeeltelijk op de grens met Oedelem. 38 BOTERMANSSTRAATJE 1846 - Botermans-straatje; Buurtw. D. Fl. , II, 448. Weg nr 36, lopend van de L egeweg naar de Brugse (of Gentse) Vaart. 39 BRUGSCHEN WEG, DEN 1629 - in den halfnen Bruggewech ; Bisd., leg. D., 4, fol. 5. 1633 - in den halfnen Bruggewech ; leg. D. , fol. 3. 1655 - den Brucgschen wegh; Rijksarch., Ter . Burg. v. Br., II, fol. 155 r. 1683 - West over den Brugschen wegh ; ibid. , nr 6, fol. 472. 1725 - Brugschen herrewegh ; Rijksa rch. Br., Jonch., 1059/ 3, 1414. 146 Weg die in de richting van Brugge loopt. Identisch met Audenaerschen herwech (zie hoger). 40 BULSKAMP 1242 - et ab arbore cruce signata in fine de Sotscore versus Bulscamp ; Kath. Doornik, Cart C., fol. 82 (Andries ; Emul. Br., 17, fol. 292 ; A. Verhoustraete, App. Meetjesl. , 12, f. 229). 1547 - Bulscamp onder Beernem ; Cart. , Burg v. Br. , 2, 492. 1901 Bulscamp, wijk ; Lijst D. Fl. D . Fl. , II , 1026. Bul = stier. Bul = mannelijke persoonsnaam? .:. Mansion, Bestandd., blz. 29. Identisch met Bulskampveld. 41 BULSKAMPVELD 1149 - cum pastura que est in Beverna, et in Bullescamp ; Fland. 2, 255 . 1469 - Zuudoost van Merberghe upt Nooroosthende van tgroote Bulscamp ; Cart. St. Trudo, lauden, fol. 96 v. 1538 - Bulscampvelt; K. Van der Beke. 1540 - Bulscampvelt ; K. Mercator. 1634 - Bulscampveldt ; P.C. Reg. B. , fol. 53 v. 1660 - te Mersberghe, byden beerentvyv ere zuut ende west buschampvelt ; Renteb. Urssele, 34. 1720 - Bulscampveldt ; Gem. Rek. Kerk , fol. 9 r. 1755 - Buscharn,pvelt; P .C. Reg. C. , fol. 67 r. 1766 - in Bulscampvelt ; Rij ksarch. Br., Acq., 6740 , fol. 4. 1835 - Busschopvelt ; Kad. Sectie E . 1835 - het Bisschopveld; Adv. 1872 - Bulscampveld ; Mil. K. 1901 - Bulscampveld ; Lijst D . Fl. 1919 - Bulscampveld; Adv. 1944 - Bulscampveld ; Lijst Poll. 1965 - Bulskampveld; Lijst Rys.: D. Fl. , II , 1034. Heide, wildernis en later ook bos en weiland te Beernem Hertsberge, Oostkamp, Ruiselede en Wingene ... Draagt nu in Beernem de naam van << Lipp ensgoed », naar de naam van de eigenaar. 42 BULSKAMP-KASTEEL zonder datum - Bulscamp-Kasteel ; AS . 04 . 1824 - cháteau Bulscamp ; verkoopakte. 1965 - Kasteel van Bulskamp ; Lijst Rys. Kasteel in het Bulskampveld, vóór 1803 opgericht, thans gena amd Lippens' Kasteel, naar de naam van de eigenaar. 43 BULSKAMPVELDBEKE 1883 - Bulscampveldbeke ; G. Waterl. 1913 - Bulscampveldbeke ; Lijst D. Fl. 1944 - Bulskampveldb eke ; Lijst Poll . 1964 - Bulskampveldbeek ; Lijst Rys. ; D. Fl., II, 1035. Beek nr 5, die ontspringt in het Bulsk ampve ld en uitmondt op de G evaerts, in de Gentse Vaart . 44 BUL TEA U 'S GOED 1868 - Bulteau' s goed ... sparren op stam ; Adv. D. Fl. , II , 1036 . 147 Persoonsnaam : Bulteau. De heer Bulteau-Malfait was nog in 1824 eigenaar van het Bulskamp veld en -kasteel, dat hij bewoonde in 1818. 45 BULTEAU'S VELD 1867 - Bulteau' s veld ; Adv. 1868 - Bulteau' s veld ; Adv . D. Fl. , II, 1036. 1830 - ten behoeve van M. Eugène Bulteau-Malfait, grondeigenaar te Rijssel ... Lorigras te velde , te Beernem ; Adv. Bezit van Lambertus Malfait, overleden te Beernem in 1803 ; zie h et grafschrift bij Tanghe. (A. Ryserhove : Beernem, blz. 163) . 46 CITROENSTRAAT 1846 - Citroenstraat ; Buurtw. 1888 - Citroenstraat ; Lijst Verw. 1902 - Citroenstraat ; Lijst D. Fl. 1905 - Citroenstraat ; Kiezerslijst Beernem. 1943 - Citroenstraat ; Lijst Poll. 1965 - Citrnenstraat ; Lijst Rys. ; D. Fl. , III , 53. Fantasienaam. Weg nr 15, lopend van de Veldstraat naar de Zuiddammestraa t. 47 DAMSCHEN HEERWEG 1629 - in den halfn en damschen w ech ; Bisd. leg. Kerk, fol. 4 r . 1633 - in den halfnen damschen wech ; Gem. , leg. Kerk, fol. 4 r. 1652 - den Damschen Herrewech ; Rijksarch . Br., Acq. , 3480/ 1, f. 17 r. 1705 - den Damschen herrewegh ; Gem ., Rek. D. , 24, fol. 30 r. 1721 - den Damschen heerewegh ; Rijksarch . Br., Octr., 258, f. 46 r. 1725 - den Damschen herrewegh ; Rijksarch. Br., Jonch., 1059/ 1, 1073. 1789 - Damschen herreweg ; Rijksarch. Br., Tri. liass. , I , 589, l°. 1824 - in den Damschen heerweg, gezeijd d' Akkerstraete ; Adv. 1826 - in den damschen aerdeweg ( = heerweg) ; Adv. D. Fl. , III, 11 l. Oude benaming van de Akkerstraat. 48 DARRET, DE 1316 - den ambochte vanden Niewen, twelcke dat men heet In de Darret ; O.L. Vr. , Brugge, Chart. prov. , 263. 1331 - Infra officium wulgariter dictum tNiewe , alias dictum in de Darret ; ibid. , 309 pr . D. Fl. , III, 132. Oude benaming van de heerlijkheid De Nieuwen in Beernem. 49 DIXMUDSCHE BOTERWEG 1846 - Dixmudsche Boterweg ; Buurtw. 1888 - Dixmudsche Boterweg ; Lijst Verw. 1941 - Dixmudsche Boterweg ; Lijst Poll. 1965 - Diksmuidse Boterweg ; Lijst Rys. ; D. Fl. , III, 327. Weg nr 32 ; loopt van het dorp naar de Rollebaanstraat ; dezelfde weg vinden wij ook terug op Ruiselede. Zie D. Fl. , III , 327. Er zijn niet minder dan twaalf Diksmuidse Boterwegen in de streek ten oosten en ten zuiden van Brugge. 50 DRIE KONINGEN, DE 1565 - Joos Weyns, weerdt in de Drie Conynghen te Merberghe ; Stad Brugge, Verlytb. , fol. 118 v. 148 " ' , \ ,... \ i ":.:/x ,; -:..:........... n i'ï ::r > (Ommeloper 24 begin f 329 staatsarchief Brugge) . (Rijksarchief Brugge-Vrije, .Parochies en Heerlijkheden, Oostkamp, Nr 257, blz. 329). 0 Alleen de toren van de kerk die « Bevere Groote Cuype » genoemd werd was blijven staan, doch werd hetzelfde jaar om strategische redenen nog 156 afgebroken door de graaf van Vlaanderen. Hetzelfde jaar dus - volgens twee verschillende kronieken - werd, op bevel van de graaf, de hoge toren afgebroken en het kerkhof buiten ge bruik gesteld. Twee redenen zouden de graaf er toe gebracht hebben deze toren af t e breken. De eerste was dat de vijand, die de stad Brugge wilde aanvallen, de toren als uitkijkpost gebruikte. Van op deze hoge toren kon men alles wat in en uit de stad ging, nagaan. « Omme dat het kerckhof ommewalt was, den toren den hoochsten was van Vlaanderen, ghenaemt << De Hooge Cuype », waer op altijd wach was ende van op welcken men konde sien ar wat Brugghe uyt << 't kerckhof met alle syn sercken en steenen is nu busch en eene mote en ingonck .. . » ligghende noch in haere wallen ». (Ommeloper 24 begin f 329 staatsarchief Brugge) . 0 Ten tweede werd deze toren misbruikt door booswichten die er zich schuil hielden en de streek afloerden. << .. . ten tyde van revolte hier veel struyckrovers ende moordenaars behielden, die van selven torre conden bespieden al wat quamp van Oosten ende Zuyden uyt Brugge ; dat zij afnaemen ende menschen vermoorden » . Het zou ook rond deze tijd zijn geweest, dat de graaf een leen inrichtte. Het kreeg de naam van « Leenhof van Beverencourt ». Het afbreken van de toren, het slopen van de kerk, en het wegruimen van het puin, betekende de afschaffing van de parochie. Waar de kerk van Bevere of Beverhout echter ook mag gestaan hebben feit is dat ze in elk geval werd verwoest in de slag tussen de Gentenaars en de Bruggelingen in 1382 en nooit meer werd heropgebouwd. Wat de parochiekerk betreft wordt door de meesten voor gangbare waarheid aangenomen dat deze eveneens binnen de omwalling van het Beverhoutshof stond. De parochie werd afgeschaft, en de onderdanen ervan verdeeld onder de parochiën van Oostkamp en Oedelem. De parochianen werden dus bij Oostkamp en Oedelem ingedeeld, en de graven werden naar het kerkhof van Oostkamp overgebracht. · A. Van Speybrouck, in zijn boek « Het Beverhoutsveld », aanvaardt ook de stelling van het vroeger bestaan van een kerk, maar hij plaatst de kerk daar waar nu het Veldkapelletje staat. Als enig aanknopingspunt is dus gebleven de mooie « Veldkapel » op de grens van het Beverhoutsveld gebouwd, en dus ... zo dicht mogelijk op de plaats waar de burcht van Bevere » stond. Het werd gebouwd zo zegt men, op de plaats waar eertijds de parochiale kerk van de heerlijkheid Beveren, was gelegen . Anderen beweren echter (houden staande) , dat de kerk zich op dezelfde plaats bevond waar nu de « Veldkapelle » staat, dus vlak op de rand van het Beverhoutsveld, langs de zogenaamde « Beernemse kassei , die van af de << Lekkerhoek », op de grensscheiding Oedelem en Oostka mp, en aan sluitend met de steenweg Oedelem en Oostkamp, naar Assebroek loopt en vroeger de enige weg was naar Brugge. Het is ook mogelijk, en zeker veel juister, dat hier nooit een kerk h eeft gestaan en dat de kapel geen andere oorsprong heeft dan zoveel ander e, die eenvoudig de uiting zijn van d landelijke vroomheid. 157 Een der voornaamste aanhangers van deze laatste tezis was de historicus Van Speybrouck, die in zijn interessante verhandeling over het Beverhoutsveld letterlijk schreef : << Beverhout was een leenheerschap met een parochiekerk ». Deze bevond zich op dezelfde plaats waar nu de << Neerhekkenbalie » zich uitstrekt, en was een heidekapel welke verwoest werd in een gevecht door de Gentenaren. Ter inlichting kan worden gezegd dat de << Neerhekkenbalie » zich bevond aan de grens van het Beverhoutsveld, enkele honderden meter voorbij de plaats waar nu de Veldkapel staat. Van Speybrouck stelt in zijn boek verder nog de vraag : << Behoorde het leengoed Bevere tot het leenheerschap van Beverhoutsveld? ».. . Dat dit alles niet va!l aard is om zekerheid in de zaak te brengen, wordt nogmaals onderlijnd door de vermelding die wij putten uit een belangrijk werk over de geschiedenis van alle Belgische gemeenten, en waarin wordt gezegd << dat zich te Oedelem de Heerlijkheid « Beverhoutsveld >> bevond met klokkentoren uit de 12de eeuw. « In alle transpoorten - lezen we in een aantekening van 1721 - van Vlaenderen, soo van de j aere 1409 als degonne te vooren ende van de jaere 1517, staende in den eersten Placcaetsboek onder ... van Oostcamp f 565 blyckt claerlyck dat dit Bevere is geweest eene prochie gescheiden van Oostcamp ... >> (Verhoofdingen, Beveren 1721 , Inleiding]. 0 Onder toezicht van de heren van Praet Tot nu toe hebben wij getracht de oorsprong weer te geven van het groot en belangwekkend domein dat zich langs de westzijde van Oedelem uitstrekt, vlak bij de grens van de gemeenten Beernem en Oostkamp die eveneens eigenaar zijn van het veld, namelijk respektievelijk voor 2/ 13 en 3/ 13. Heden willen wij het bepaald hebben over de Heren van Praet ... Na de verdwijning van de vermeende heerlijkheid van Beveren, zou het leenrecht van het Beverhoutsveld overgegaan zijn naar de Heren van Praet, die terzelfdertijd heren van het Land van de Woestijne waren. Wij zullen ons hier onthouden van een volledige opsomming te geven van de heren van Praet en Woestijne ; deze kan men vinden in het boek Knesselare van A. Ryserhove . . Deze heerlijkheid was een leen van de << Heerlijkheid van Praet ». Dit laatste altans is historisch volkomen juist gebleken. Later kwam het Beverhoutsveld dan onder beleid van de heerlijkheid Praet, waarover wij het nu verder hebben. De grondgebruikers (in akten en oorkonden vaak eigenaars genoemd) erkenden de nieuwe Heren door een authentiek verdrag waarin de staat van vazalschap werd bekrachtigd, en de verplichtingen tegenover de nieuwe Heer werden vastgelegd. Het Beverhoutsveld paalde trouwens al van vroeger aan de heerlijkheid van Praet. Er wordt zelfs herhaalde malen de vraag gesteld of het << Beverhoutsveld » dat dicht bij de plaats is gelegen waar de burchthoeve van de heerlijkheid van Praet stond vroegèr geen deel van het Beverhoutsveld heeft gemaakt ? Moest dit het geval zijn, dan zou het als een aannemelijke uitleg kunnen beschouwd worden voor het -feit dat het Beverhoutsveld van de 1400 gemeten, waarvan in de eerste oorkonden werd gesproken, tot .. . 1100 gemeten is geslonken ! Ook dit is een punt dat nooit opgehelderd werd, en het vermoedelijk ook nooit zal worden, zoals zoveel wat met het Beverhoutsveld betrekking 158 heeft. Wat wel degelijk vaststaat is dat het Veld een tijdlang onder de bescherming van de Heren van Praet heeft gestaan. De aanborgers die toen van het Beverhoutsveld genoten, waren in zekere mate de bescheiden vassalen van de Heren van Praet. De betrekkingen tussen aanborgers en leenheer gescheiden door bemiddeling van een afgevaardigde der aanborgers. Jaarlijks waren de aanborgers aan hun leenheer een kleine vergoeding verschuldigd. Ook had de heer van Praet het recht over het Beverhoutsveld een baljuw als zijn plaatsvervanger aan te stellen. Hij bezat eveneens recht van politie en mocht de strafrechterlijke boeten innen . Zo bleef het tot aan de Franse omwenteling. De verdere geschiedenis van het Beverhoutsveld ligt echter open als een boek. Een boek waarin wij aan de hand van oude documenten even verder gaan grasduinen ... De eerste keuren 1564 • 1567 De oudste nog bestaande, gekende oorkonde, handelend over het Beverhoutsveld, is een reglement, dat werd opgesteld op 20 april 1567. CEUREN - ORDONNANTIEN ende Vrijheden van het BEVERHOUTSVELT liggende op d'heerlij khede van de Praetsche binnen de prochie van OEDELEM. Hier volgt de volledige tekst van deze belangrijke keure . Buiten het handschrift, bewaard in de handvesten van de gemeente Oedelem, kennen wij van deze keure ook twee gedrukte uitgaven. De eerste verscheen afzonderlijk bij d~ drukkerij H. Stroobandt, te Oedelem, in 1903 ; zij werd verzorgd door J. van Ruymbeke , burgemeester aldaar. De tweede is te vinden in Gilliodts van Severen : Coutume du Franc de Bruges, III. p. 137-156 en werd opgenomen naar een copie, in het bezit van M. Colens (1880). De aanhef luidt als volgt : « Dit naervolgende syn de ceuren, ordonnantien, ende vryheden van oude tyden geuseert ende loffelijk onderhouden bij de aanborgers die gerecht syn in de vryheyd van het Beverhoutsveld, liggende op de heerelykheyd van 't oude Praetsche, binnen de prochie van Oedelem, palende ende abbouterende het selve velt metter oostzyde aen de voornoemde prochie Oedelem ; metter zuydwestzyde aen de prochie van Beernem, heerlijkhede van Oostkamp, ende metter noord ende noordoosthende aen de prochie van Assebrouck, ende soovoorts 't selve velt hem rondomme bestreckende ende bepaelende is ... » Hierboven gaven wij de tekst van Ruymbeke, met verbetering en aanvulling van enkele foutieve of vergeten woorden. Bij J . Van Ruymbeke staat er : << in 't jaer 1562 op den 10 dag van april ». Geeft deze eerste paragraaf een vrij kompleter weergave van de plaats waar het Beverhoutsveld zich bevindt, dan laat een volgende bepalin g n og veel duidelijker uitschijnen in welke tijd de oorsprong ervan moet worden gezocht. Hierin wordt belangrijk feitenmateriaal aa ngehaald met betrekking tot het vaststellen van de oorsprong van de eerste ceuren ». Daarin wordt er gezegd dat de oorspronkelijke keuren van ouderdom onleesbaar waren geworden en dringend dienden vernieuwd ; ook dat de eerste keure uit de 13e eeuw dagtekent en dat alsdan ev neens het genot van het Veld aan de aanborgers werd toegestaan . De reden van het opmaken der nieuwe do umenten geeft in di t verband 159 al een zeer bijzondere aanw1Jzmg. wij lezen inderdaad : 1) « Ende overmits dat d'oude keuren ende rollen, mits de lanckheits des tyds soo ontworden syn, ende in partye donker ende versteecken, sulkx dat die wel dienden vernieuwt ende ververscht, soo hebben bailliu ende veltheren van den Beverhoutschen Velde" in desen tyd by gemeenen accoorde ende overeendraeghen deselve oude keuren , ghedaen verschepen ende verschryven , soo hier naer volgt ; » 2) <